In zijn reactie op mijn essay over de hardnekkigheid van God biedt de theoloog Stefan Paas een uitvoerig antwoord op mijn bezwaren tegen godsgeloof. Vooraleer hij daartoe komt, stelt hij echter de “meta-vraag” aan de orde naar de drijfveren voor mijn aanval. Filosofen die “meta” gaan – zoals zij plegen te doen – klimmen doorgaans enkele treden hoger, en trachten uit te stijgen boven het twistziek gekrakeel. Paas daarentegen daalt af tot ver onder gordel, in een lang intentieproces van mijn persoon, een soort psychoanalytische lezing van mijn carrière, en van de “fundamentalistische” en “sektarische” strekking waartoe hij me rekent. De reductio ad Wildersum, waarin de goede theoloog me met de hoogblonde PVV’er gelijkschakelt, moet dan nog komen, nota bene in het ‘inhoudelijke’ deel.

Door zijn lange ad hominem uitweidingen, heeft Paas mijn taak gelukkig aanzienlijk verkort. Laat ik zijn chronologie en proportionaliteit omkeren: eerst ga ik in op zijn inhoudelijke bezwaren, daarna volgt een summiere beschouwing bij de inzet en de toonzetting van het debat. Om de lezer niet te vermoeien, heb ik de uitwerking van enkele argumenten, en de opsomming van Paas’ ettelijke verdraaiingen en drogredenen, naar eindnoten verwezen.

Theïstische Tango

Mijn centrale argument luidde dat Paas & Peels in hun boek tussen twee discussies heen walsen – die over het bestaan van God, en die over de heilzaamheid van godsgeloof voor mens en maatschappij. Aan de hand van enkele scharnierwoorden laten ze de discussie heen en weer kantelen. Eerst verzamelen ze argumenten voor de ene kwestie – het nutsvoordeel van religie – om de bal vervolgens in het andere kamp te leggen, maar helaas ook in de andere wedstrijd. Paas is verontwaardigd dat ik hem dat elementaire haspelwerk toeschrijf. Na een warrig punt over de correcte chronologie van zijn betoog, doet hij dezelfde ‘theïstische tango’ vervolgens gewoon nog eens over. (1)

Deze keer fungeert het dubbelzinnige woord “status” als scharnierpunt, om te kantelen van wat “gezond” is naar wat “redelijk” is. (2) Toen hij de tango met Rik Peels danste, was die kanteling nog vrij subtiel, nu is ze enkel doorzichtiger. Paas besluit: “De ongelovige mag de gelovige duidelijk maken waarom iets wat in principe natuurlijk is aangelegd en gezond en gelukkig makend is, mits goed gecultiveerd, eigenlijk niet intellectueel verantwoord zou zijn.” De paashaas maakt gezond en gelukkig; hij is het product van kinderlijke, door ouders gecultiveerde goedgelovigheid. Is geloof in de paashaas daarom “intellectueel verantwoord”?

Xenofobie

Paas vindt mijn analogie tussen de aanleg voor xenofobie en die voor godsgeloof “onzin”. Geen enkele ouder probeert immers de angst voor het vreemde volledig uit te roeien. Maar dat is net het punt. In mijn essay schreef ik dat godsgeloof an sich niet aangeboren is, doch enkel de cognitieve potgrond waarin religie gedijt (teleologisch denken, agency detection, het intentionele perspectief, lichtgelovigheid). Net zoals niet racisme an sich is aangeboren, maar wel een zekere neiging tot xenofobie en hokjesdenken. Of zoals ik schreef: “Wie dat sluimerende kiempje in goede potgrond kweekt, heeft het recept voor rassenhaat.” Op dezelfde manier kan ons teleologisch denken ingedamd en verfijnd worden (zie het onderzoek van Deborah Kelemen), zonder dat het leidt tot irrationeel geloof in het bovennatuurlijke.

Paas noemt zijn theïsme een “cultivering” van aangeboren neigingen, maar er zijn zo talloze cultivatiemethoden. De argumenten voor de natuurlijkheid van religie, zo schreef ik, “deinen als een inktvlek uit naar geloof in hekserij, geesten en bizarre complottheorieën”. Het onderscheid van Paas tussen “cultiveren” en “woekeren” – tussen zijn christelijke religie en geloof in hekserij – is volstrekt arbitrair. Datzelfde christendom heeft geloof in hekserij trouwens bijna 2000 jaar “gecultiveerd”, met alle gruwelijke gevolgen vandien.

Basale overtuigingen

De christelijke filosoof Alvin Plantinga meent dat godsgeloof een basisovertuiging is die geen verdere ondersteuning behoeft, net zomin als ons geloof in de externe werkelijkheid en de betrouwbaarheid van ons geheugen. In mijn haast om Plantinga neer te sabelen, aldus Paas, heb ik verzuimd om te melden of ik zijn kentheorie aanvaard. Natuurlijk doe ik dat niet. Dat heb ik met zoveel woorden in Amsterdam gezegd, toen ik Paas (& Peels) tijdens het religiedebat uitdaagde om me op één overtuiging te wijzen die ik weliswaar aanhang, maar niet verder rationeel kan verantwoorden. Met andere woorden: er zijn volgens mij geen “basale overtuigingen” in de Plantingaanse zin. (3)

Het hele conceptuele apparaat van Plantinga is waardeloos (4), omdat het alle empirische nuances in de epistemologie onder tafel veegt, en aan een achterhaald piramidaal funderingsdenken vasthoudt: onze overtuigingen steunen op elkaar zoals in een omgekeerde piramide, waarbij de onderste en ultieme fundamenten niet verder onderbouwd kunnen worden, en ergens in het luchtledige zweven. (5) Mijn waarschijnlijkheidsargument voor het bestaan van de buitenwereld wordt door Paas straal genegeerd, en gepareerd met de retorische vraag of ik, “uiterst naïef” als ik ben, ooit van filosofisch scepticisme heb gehoord. Die vraag is irrelevant omdat ze logische mogelijkheden betreft, en niet waarschijnlijkheden. Quid pro quo: heeft Paas ooit van een abductief argument (inference to the best explanation) gehoord, en de probabilistische rechtvaardiging van eenvoud in verklaringen (parsimonie)? Twijfelt Paas zo hard aan het bestaan van de buitenwereld dat hij niet langer bibliotheken bezoekt?

Goddelijke voelhoorn

De kentheorie van Plantinga effent de grond voor zijn sensus divinitatis, een onzichtbare voelhoorn onder onze schedelpan, door god zelve geplant, die theïsten rechtstreeks de Waarheid met grote W doorseint. Deze Rode Telefoon naar gene zijde levert meteen een convenabele ‘verklaring’ op voor bij- en ongeloof: de antenne van andersgelovigen is ontregeld door hun vele pekelzonden, en bij atheïsten – de ultieme zondaars – is de lijn zelfs morsdood. Het signaal is basaal en door een perfect wezen ingeplant, dus heeft de theïst gelijk.

Ronduit ontstellend is Paas’ repliek dat deze filosofische flessentrekkerij niet meer of minder waarschijnlijk is dan de verklaring die de atheïst zelf aandraagt voor het bestaan van zijn gelovige medemens. Iedereen tast toch in het duister en roeit met de riemen die hij heeft? “De een verklaart het met zonde en zijn eigen geloof met onverdiende genade. De ander verklaart zijn eigen ongeloof met intellect en welwillendheid en het geloof van de ander met hardnekkigheid en schofterigheid.”

Dit is potsierlijk. (6) Seculiere verklaringen van godsgeloof stoelen op tonnen wetenschappelijke literatuur, zijn toetsbaar en worden steeds verder verfijnd. Paas schakelt deze empirisch gefundeerde inzichten op dezelfde hoogte als een gratuite cirkelredenering op basis van een Mesopotamische mythe over een sprekende slang en een verboden vrucht die de hele mensheid vervloekt. Dat – het weze aangestipt – is de enige motivatie voor de hele theorie van de “erfzonde” en de kruisdood van Gods zoon. (Wie meent dat ik overdrijf, moet zich ervan vergewissen dat de grote wijsgeer Alvin Plantinga gelooft dat Adam & Eva historische figuren waren, in weerwil van de moderne populatiegenetica). (7)

Adaptaties

In mijn essay schreef ik: “Geen enkele ernstige evolutiepsycholoog neemt de hypothese serieus dat religie geëvolueerd is om contact te maken met een bovennatuurlijke werkelijkheid (zoals het oog geëvolueerd is om reële fotonen op te vangen).” Paas maakt het triviale punt dat elke theoloog hier maakt: zo’n biologische verklaring voor religie sluit niet uit dat godsgeloof toch “communiceert met een werkelijkheid buiten ons”. En gelijk heeft hij: het is niet omdat we de bliksem elektromagnetisch kunnen verklaren, dat we kunnen uitsluiten dat Thor achter de wolken met zijn (onzichtbare) hamer zwaait, op een wijze die wetenschappelijk onwaarneembaar is.

Maar Paas verdraait mijn punt: ik maak de analogie met fotonen omdat deze deeltjes de externe selectiedruk uitmaakten die historisch gezien tot de ontwikkeling van ons zicht leidde. Zonder transparante atmosfeer en een permanente lichtbron (de zon) hadden we geen ogen ontwikkeld. Zonder hoge blaadjes had de giraf geen lange nek gekweekt, en zonder jaguar de impala geen snelle hoefslag. De “om” in mijn citaat slaat op biologische functies of adaptaties. In geen van de voorliggende scenario’s voor de biologische wortels van bovennatuurlijk geloof speelt het werkelijke bestaan van god(en) enige rol, net zomin als het bestaan van heksen, spoken, of reïncarnatie. God is overbodig. Die overtuigingen ontwikkelen zich omwille van natuurlijke redenen, ofwel (volgens Barrett en Boyer) als bijproduct van andere cognitieve adaptaties, ofwel (volgens Norenzayan, Bering en Sosis) als adaptatie ter bevordering van sociale cohesie en moraliteit. (8)

Theepot

Nog korter kan ik gaan over de beroemde theepot van Bertrand Russell, die in een baan rond de aarde zou draaien, en waarvan we niet kunnen bewijzen dat hij niét bestaat. Paas negeert opnieuw mijn punt dat de theepot niet om een simpele analogie draait, maar om een bewijs uit het ongerijmde. Russell richtte zijn pijlen op het vaak gehoorde zwaktebod: “ik kan niet bewijzen dat God bestaat, maar jij kan niet bewijzen dat hij niet bestaat. Dus is het gelijkspel.” (opnieuw: zie bijvoorbeeld het boek van Alister McGrath over Dawkins). De theepot is dus bedoeld triviaal en onbeduidend, gericht op de oneigenlijke omdraaiing van de bewijslast. (9) Niet gehinderd door enig begrip van Russells argumentatie, wijst Paas erop dat de “analogie” tussen de theepot en God toch echt niet opgaat, alsof we een gediplomeerde theoloog nodig hadden om in te zien dat een theepot niet oneindig veel water bevat en niet oneindig lang kan trekken. (10)

Maar kunnen we wel empirische bewijzen voor God verwachten? Natuurlijk moeten we God niet als een “quark” of een “boom” behandelen, zoals Paas schrijft, en zijn er “mogelijke verificaties” van zijn bestaan denkbaar: contact met het hiernamaals, verhoorde gebeden, robuuste mirakels, enzovoort. Dat heb ik zelf in meerdere artikels betoogd. (11) Die bewijzen zijn perfect voorstelbaar en mogelijk, maar ze doen zich gewoon niet voor. Paas stelt voor dat we wachten op het “Laatste Oordeel, waarvan een aantal religies spreekt”. Welaan dan. De getuigen van Jehovah beloven ook al bijna anderhalve eeuw dat het moment zal aanbreken. Ik ben er vrij gerust in.

Kwaad

Bij het probleem van het kwaad presteert Paas precies hetzelfde als bij de theïstische tango (zie hierboven). Hij windt zich op over mijn “kwaadwillige” interpretatie (waarom laat God zoveel kwade wil toe?), waarna hij doodleuk zijn oorspronkelijke punt herhaalt. Indien God onze kleinzerige bekommernissen om het “waarom” van ons lijden zou willen wegnemen, zo luidt dat argument, moet hij meteen een “totale en definitieve uitroeiing van het kwaad” bewerkstelligen. Enkel pakweg de holocaust verhinderen, is een maat voor niets: dan beginnen zijn schepsels weer over iets anders te zeuren. En wat als Hij meteen al het kwaad zou uitroeien? Ook niet goed, want dan kunnen we onze tandpijn niet langer relativeren. Dan worden we verwende nesten. Dus dan nog liever de holocaust. Heeft God dan Voltaire niet gelezen, die schreef dat het ‘beste’ de vijand is van het ‘goede’ (le mieux est l'ennemi du bien)? Is hier een ander kwalificatie dan “obsceen” voor op de plaats? (12)

Kwade wil legt Paas vooral zelf aan de dag. Vanuit de premisse dat god goed en almachtig is, zo schreef ik, hebben theologen “obscene” rationalisaties bedacht voor gruwelijk lijden. Paas maakt daarvan dat gelovigen volgens mij “nooit hebben nagedacht” over het kwaad, diametraal het tegengestelde van wat ik schrijf. Theologen hebben net veel te véél intellectuele denkkracht aan de theodicee verspild, in plaats van de voor de hand liggende waarheid te erkennen, waar al sinds Epicurus geen speld is tussen te krijgen: als er een goede god is, is hij niet almachtig; als hij almachtig is, is het een schoft.

Immunisatie

Tot slot beland ik bij het luik over immunisatiestrategieën, de argumentatie uit mijn doctoraat waaraan ik mijn reductio ad Wildersum heb verdiend. De atheïst is als de pot die de ketel verwijt, aldus Paas, want zijn empirische argumenten tegen de godshypothese “parasiteren op theologische voorstellingen”. Theologen hebben namelijk na lange studie – met hun onfeilbare goddelijke antenne? – achterhaald in welke mate God bereid is om zijn bestaan kenbaar te maken. Volgens sommigen is hij te bescheiden om zich te openbaren, en houdt hij zich gedeisd in het verborgene, volgens anderen wil hij zich precies niet verlagen tot het ondermaanse. Of wendt hij zich af van de zondige wereld. Of verwacht hij een blinde geloofssprong van ons, geen weloverwogen besluit. Of zijn we hem niet waardig. Of is hij te transcendent. Of te druk bezig.

Als atheïsten die inconsistente stoet van rationalisaties afdoen als immunisatiestrategieën, dan bedrijven ze dus heimelijk zelf theologie. Juist. Net zoals empirische bezwaren tegen hekserij “parasiteren” op demonologische inzichten (hoe weten sceptici wat heksen willen?), en argumenten van evolutiebiologen tegen creationisme parasiteren op barominologie (de Bijbelse leer van de “soortgrenzen” in het boek Genesis). Paas beticht mij van “een bar staaltje complotdenken”, omdat ik niet inzie dat hij en de zijnen bogen op “wat al duizenden jaren wordt gezegd in religieuze tradities”. In mijn lessen argumentatieleer noemen we dat een argument ad nauseam of ad antiquitatem: als je maar lang genoeg je punt herhaalt, wordt het vanzelf waar. De drogreden boogt zelf op een lange traditie, van astrologen over acupuncturisten tot wicca’s.

Zou het kunnen dat de religieuze traditie waarop Paas zich beroept al anderhalf millennium hetzelfde zegt omdat ze haar geopenbaarde dogma’s met harde hand heeft opgelegd, en inquisitoriale brandstapels heeft aangestookt voor al wie aan haar waarheden durfde te tornen? Dat die traditie, voor zover solide en coherent, het artefact is van verboden indexen, besloten conclaven en banvloeken (zie de boeken van Verhofstadt en Loobuyck die ik besprak)? En waar is die eerbiedwaardige theologische traditie ondertussen aanbeland? Bij Plantinga en Paas, die menen dat we godsgeloof niet hoeven te verantwoorden, omdat God zelf een onzichtbare voelhoorn in ons hoofd heeft geplant waarmee hij zich aan zijn uitverkorenen kenbaar maakt. Dat is middeleeuwse dogmatiek met een strikje rond.

Laatste Oordeel

Net zoals vele theologen, geeft Stefan Paas blijk van een totaal onvermogen om in te zien dat, vanuit kentheoretisch standpunt, zijn immunisaties en circulaire drogredenen van precies hetzelfde kaliber zijn als de ettelijke pseudowetenschappen en gesloten geloofssystemen die hem zijn voorgegaan, en waarin hij toevallig niet is opgegroeid. Dat brengt ons tot de werkelijke inzet van het debat voor Paas: zijn ergernis bij het feit dat ik niet deelneem aan een “respectvolle discussie over de redelijkheid, het nut en de noodzaak van religie”. Paas beoogt de voortzetting van een dialoog waarbij zijn eigen bovennatuurlijk doctrine primus inter pares is, waarbij het theïsme en enkel het theïsme kan aanklampen als voldragen alternatief voor een wetenschappelijk wereldbeeld. De Christelijke God – en niet Xenu, Vishnu, Beëlzebub of Wotan of een of ander goddelijk consortium – is de uitdager par excellence. Paas “cultiveert”, anderen laten slechts “woekeren”. Elke andere bovennatuurlijke opvatting wordt ofwel ingepalmd als een voorafschaduwing van de eigen leer, of weggehoond als een “irrationele” vorm van bijgeloof en spiritualiteit.

Een filosoof als ondergetekende, die doctrines liever wil afwegen met dezelfde maten en gewichten, ongeacht het aantal schapen in de kudde of het aantal jaren op de teller, is van het allooi van Geert Wilders gesmeed, een “onbeschofterik” die zich bezondigt aan “complotdenken” en “sektarisme” en “fundamentalisme”. Zo’n onverlaat is een bus blonde haarlak verwijderd van de bruinhemden. “Maar hij is nog jong”, schampert Paas in zijn laatste zin, vol van dédain. Moet mijn sensus divinitatis nog wat groeien? Heb ik nog tijd tot voor het bazuingeschal des Laatsten Oordeels?


Voetnoten:

(1) Paas windt zich op over mijn analyse van het sleutelcitaat op p. 104 en meent dat er tegen mijn leesblindheid en “intellectuele onwil … geen kruid gewassen is”. Op welke manier ik het citaat precies verdraai, komt de lezer nooit te weten (Paas haalt het citaat niet eens aan). In de plaats van mijn lezing te corrigeren, geeft hij een resumé van de inhoudstafel van zijn boek, alsof de precieze chronologie van de drogredenen een verzachtende omstandigheid is die ik schromelijk over het hoofd heb gezien.

(2) Omdat die semantische kanteling fascinerend is, heb ik de passage van Paas even geïndiceerd: discussie ‘1’ is hier de geluksvraag, discussie ‘2’ het bestaan van God [mijn indices tussen vierkante haakjes]. Als de status van iets bijzonder laag is [zowel 1 als 2] (zoals het geval is met religie bij veel westerlingen), dan is de redelijkheid [kanteling naar 2] ervan bij voorbaat verdacht. Met andere woorden, de bewijslast [zowel 1 als 2] is dan torenhoog: men moet wel van heel goeden huize komen om de redelijkheid [nog even bij 2] aan te tonen van een overtuiging die zo evident ongezond, onnatuurlijk en schadelijk is [en terug bij 1].

(3) Een filosofische complicatie hier, die een antwoord behoeft, is dat ik volgens Paas “de doelpalen verzet”, omdat ik het nu heb over de rationele verdedigbaarheid van overtuigingen, in plaats van de vraag of we overtuigingen mogen aannemen zonder argumenten. Dat is volgens Paas waar het bij Plantinga echt om draait. In werkelijkheid zijn de doelpalen bij Plantinga zelf behoorlijk nomadisch. “Mogen” gewone mensen, die filosofisch en wetenschappelijk niet onderlegd zijn, opvattingen aannemen die ze niet kunnen onderbouwen? Dat is een dubbelzinnige vraag, waarmee we ons verwikkelen in de Plantingaans kentheorie over “epistemic warrant” en “proper function”, die ik hoe dan ook verwerp. Natuurlijk “mogen” mensen dat, alvast in de morele zin. Net zoals kinderen ook zonder goede gronden “mogen” geloven dat Sinterklaas bestaat, of volwassenen dat spoken bestaan. Ik zal het hen niet per se moreel verwijten. Onze discussie gaat echter over mensen die hun wereldbeeld rationeel willen onderbouwen en kennis nemen van beschikbare argumenten, niet over wat leken al dan niet “mogen” geloven op basis van hun opvoeding of persoonlijke luimen. “Maar tegen spoken zijn goede argumenten in te brengen”, zal Paas tegenwerpen. Dan antwoord ik: tegen God ook. Heeft Paas de parapsychologische literatuur over spoken bestudeerd? Sterker nog: met spoken heb je tenminste niet dat verpletterende probleem van het kwaad. Ik zou dus nog eerder in spoken geloven dan in een algoede God.

(4) Zie mijn uitvoerige recensie van Plantinga’s laatste boek, die ik schreef op uitnodiging van Science & Education: Boudry, M. (2013). Review of Alvin Plantinga: “Where the Conflict Really Lies. Science, Religion and Naturalism”. Science & Education, 22(5), 1219-1227. In een andere publicatie leggen we verschillende drogredenen bij Plantinga bloot en tonen we aan waarom zijn steriele formalismen nergens toe leiden: Boudry, M. & M. Vlerick (in press). Evolution Does Care About Truth. International Studies in the Philosophy of Science. Nog meer over evolutionaire epistemologie, in een publicatie met mijn collega’s: De Cruz, H., M. Boudry, J. De Smedt & S. Blancke (2011). Evolutionary Approaches to Epistemic Justification. Dialectica, 65(4), 517-535.

(5) Nu komt Paas overigens wel met een tegenvoorbeeld: mijn geloof dat “mannen en vrouwen gelijk zijn”, zou een basale overtuiging zijn. Natuurlijk is ze dat manifest niet. Gelijk in welk opzicht? Anatomisch, biologisch, psychologisch, religieus? Het antwoord verschilt telkens. Of in de morele zin? Maar dan is het geen feitelijke overtuiging, maar een waardeoordeel. En zoals Paas ook weet (cf. debat Amsterdam), geloof ik niet in het bestaan van objectieve morele feiten (voor de filosofen: ik ben een aanhanger van de “error theory” van John Mackie). Zijn ander voorbeeld is nog zwakker. Een sensatie als “pijn in mijn kleine teen” is geen overtuiging, maar een gewaarwording die subjectief direct toegankelijk is. Iemand met fantoompijn “in zijn kleine teen”, heeft nog steeds pijn, in het deel van zijn interne proprioceptie dat hij/zij herkent als “kleine teen”. Als Paas het echter heeft over de overtuiging dat er pijnprikkels worden uitgestuurd door de zenuwen in mijn teen, dan is die overtuiging perfect empirische te onderbouwen. Natuurlijk stellen we ons in het alledaagse leven geen zulke exotische vragen, en aanvaarden we dat teenpijn uit onze teen komt. Maar het is niet omdat ik me nooit afvraag hoe ik weet dat de maan geen bol kaas is, dat mijn overtuiging dat ze dat niet is rationeel onverdedigbaar is.

(6) Nog een staaltje intellectuele oneerlijkheid is Paas’ suggestie dat ik “schofterigheid” als verklaring van godsgeloof inroep. Paas citeert de adjectieven in mijn essay alsof ze blanco scrabbleblokjes zijn die hij eender waar kan inpassen. Mijn gebruik van het woord “schofterig” sloeg op de rationalisaties die theïsten verzinnen voor het lijden op de wereld. Die zijn inderdaad – bijna onvermijdelijk – “schofterig” omdat ze van de onwrikbare premisse vertrekken dat god algoed en almachtig is, en dat god dus voor elk gruwel een gegronde reden heeft (hoewel we die misschien niet kunnen bevroeden). Mijn frase “geen intellectueel weerwerk waard” slaat overigens op de leer over de sensus divinitatis van Plantinga (via Calvijn), niet op theïsme in toto, zoals Paas ten onrechte laat uitschijnen.

(7) Zie bijvoorbeeld: http://thinkchristian.reframemedia.com/historical-adam-one-possible-scenario

(8) Paas begrijpt blijkbaar niet dat Justin Barrett tot het bijproduct-kamp behoort, en probeert hem in te schakelen in zijn theologisch betoog. Barrett is een Christen en houdt vol dat God het universum van meet af aan zo had kunnen afstellen dat (ware) religie als een bijproduct van evolutionaire processen tot stand zou komen. Die metafysische stelling is echter een gratuit addendum en speelt geen enkele rol in zijn eigen wetenschappelijk werk, of in de consensus van de Cognitive Science of Religion.

(9) Zelfs indien we de theepot opvatten als simpele analogie, zijn Paas’ drie bezwaren makkelijk te weerleggen. Punt 1. is vals, want er is geen fysisch bezwaar tegen een theepot, doch tal van logische en conceptuele bezwaren tegen God (zie het laatste boek van Herman Philipse). Punt 2. is een ordinaire argumentum ad populum. en 3. is een vorm van petitio principii (begging the question). Paas veronderstelt immers al dat God een hoop fundamentele problemen oplost. In werkelijkheid creëert God oneindig veel meer problemen dan hij oplost. Op de vraag “Waar komt God vandaan?” heeft nog geen enkele theïst een zinnig antwoord gegeven, behalve talloze varianten op de stoplap dat hij per definitie datgene is wat geen verklaring behoeft.

(10) In dit verband: Paas vindt mijn aantijging dat hun boek wemelt van de atheïstische stromannen “zo ridicuul dat hij het weerleggen eigenlijk niet waard is”. Paas verbergt zich meermaals achter zijn gloeiende verontwaardiging om met een wijde boog om de kwestie heen te gaan. Wat blijkt immers? Niet alleen maakte Paas stromannen van Russell en Dawkins, maar in zijn reactie kan hij nog steeds geen énkele atheïst noemen die liet optekenen dat “kinderen als atheïst worden geboren”, behalve die ene schimmige collega die ze in hun boek laten opdraven (p. 24), een strooien professor die ze kennelijk liever niet bij naam noemen. De enige repliek die Paas nog rest: “Herman Philipse heeft ons boek toch nagelezen!”. Et alors? Zou het kunnen dat ik misschien toch niet zo’n slaafse epigoon van Philipse ben als Paas laat uitschijnen? Aliquando bonus dormitat Herman.

(11) Bijvoorbeeld in Boudry, M., S. Blancke & J. Braeckman (2010). How not to attack Intelligent Design Creationism: Philosophical misconceptions about Methodological Naturalism. Foundations of Science, 15(3), 227–244. Zie ook Fishman, Y. I. and M. Boudry (2013). Does Science Presuppose Naturalism (or Anything at All)? Science & Education, 22(5), 921-949.

(12) Voor de volledigheid: Paas zet een boom op over mijn gewiekst gebruik van het woord “suggereren”, maar raakt verstrikt in zijn eigen semantische spinsels: “Het woord ‘suggereren’ laat dit al zien. Met dit woord kan men uiteraard veel suggereren! In elk geval moet ook Boudry vaststellen dat wij dus nergens zeggen dat God lijden toelaat, omdat wij anders het andere lijden niet zouden kunnen relativeren. Nee, hij meent dat wij het ‘suggereren’.” Inderdaad, ik schrijf dat zij dat argument “suggereren”, omdat ze het weliswaar als een redelijke optie naar voren schuiven, maar er zich niet echt toe verbinden. Misschien omdat ze zelf inzien hoe obsceen het argument is? Zoals ik in mijn essay schreef, nemen theïsten vroeg of laat altijd de afrit naar het “sceptisch theïsme”, dat stelt dat we Gods redenen niet kennen en niet hoeven te kennen.


Maarten Boudry

Links
mailto:maartenboudry@gmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be