De relatie tussen intellectuelen en de massa of het volk is een steeds wederkerend thema binnen het westerse denken. Velen hebben beweerd dat de massa onwetend is en dat ze moet worden geleid door een verlichte elite. Deze elite kreeg doorheen de geschiedenis de vorm van rationele Platonische filosofen, Descartiaanse wiskundigen, Comteaanse sociologen, politieke ideologen, avant gardistische kunstenaars en ga zo maar door. De beroemde Franse denker Henri de Saint Simon postuleerde aan het einde van de 19de eeuw een triumviraat dat het volk zou moeten leiden: politici, industriëlen en poëten.

Tijdens de twintigste eeuw is het postuleren van een elite gedegenereerd tot gevaarlijk denken par excellence. Mensen die beweren dat ze het volk willen leiden naar een betere toekomst worden beschreven als totalitaire utopisten die de wereld naar de verdoemenis willen helpen. Intellectuelen tout court zijn gevaarlijke individuen die het best zo goed mogelijk geïsoleerd worden van de rest van de samenleving. Deze stelling wordt verdedigd door de Britse filosoof John Gray in zijn laatste boek Black Mass (in het Nederlands verschenen onder de titel Zwarte Mis).

John Gray is professor ‘History of European Thought’ aan de London School of Economics en deed al eerder stof opwaaien dankzij de publicatie van een cultuurpessimistisch boek dat de titel Strawdogs met zich mee kreeg. Strohonden zijn beesten uit het mythologische verleden van China die werden gebruikt tijdens spelen voor volksvermaak. Nadat de strohonden hun kunstjes hadden laten zien, werden ze door de toeschouwers na het einde van het spektakel vertrappeld. Volgens Gray zijn wij, de inwoners van de wereld, de strohonden die in een niet nader genoemde toekomst zullen vernietigd worden door de krachten van de natuur. Nadat we op deze aarde al onze kunstjes hebben laten zien zullen we vertrappeld worden door de natuur en vooral door de technologie die wij zelf als mensen hebben gefrabiceerd.

In het boek Strawdogs haalt Gray het Malthusiaanse denken over de ondergang van de mensheid ten gevolge van natuurrampen of catastrofen uit de kast. Malthus schreef tijdens de 18de eeuw dat de planeet dreigde overvol te geraken ten gevolge van een disproportionele groei van de bevolking en dat aardbevingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen en diets meer er wel voor zouden zorgen dat het bevolkingsaantal terug op een normaal pijl zou worden gebracht. Gray beargumenteerde in 2002 (publicatiejaar van Strawdogs) dat de Malthusiaanse profetie nu niet meer al te lang op zich zal laten wachten. Het Malthusiaanse denken wordt bovendien ook ondersteund door de injectie van een flinke portie Heideggeriaanse techniekfilosofie. Heidegger beweerde dat de mens een totaalsysteem bestaande uit technologische artefacten aan het construeren was, een systeem dat hij binnen onafzienbare tijd niet meer zelf zou kunnen beheersen. Zo ook bij Gray: de westerse mens zit volgens hem opgesloten in een onophoudelijk proces van opkomst van nieuwe en levensgevaarlijke technologieën die het voortbestaan van de aarde doen balanceren op een slappe koord.

In zijn nieuwe boek trekt de Britse filosoof John Gray nu ten strijde tegen het utopisme. Het utopisme heeft doorheen de menselijke geschiedenis geleid tot veel terreur en bloedvergieten, zo beweert John Gray terecht. Het Duits nationaal-socialisme en het Bolsjewisme worden al lang door iedereen beschreven als totalitair en utopisch, maar bij de Britse filosoof houdt het probleem niet op bij de twee meest brutale politieke regimes die de moderne wereld heeft gekend. Zowat iedere poging tot het bereiken van vooruitgang wordt door hem beschreven als utopisch, totalitair en bedreigend voor de wereldorde. Zelfs het humanisme en het liberalisme moeten er aan geloven. In zijn boek Heresies, en verzameling van columns en uitgegeven in 2004 beschrijft hij zelfs het extreem rechtse nationalisme van Le Pen en het Fortuynisme als vormen van het utopische denken dat kenmerkend is voor de moderne tijd die door hem zo wordt gehekeld. De vraag is echter wat het meest bedreigend is. Het utopisme van de moderniteit of het cynisme van Gray?

Een niet vaak besproken achtergrond bij de het denken van Gray is een postmoderne afkeer van intellectuelen. Eén van de principes van het postmodernisme bestaat uit de aanname dat kennis een gevaarlijk iets is. Kennis leidt tot onderdrukking en terreur, zo luidde de onderliggende boodschap toen Jean-Francois Lyotard in 1979 het Cartesiaanse subject verbond met de terreur van het communisme in onder andere Boedapest en Praag. Niet alleen haalde Lyotard hiermee zwaar uit naar het idee dat één individu vanuit één punt de hele wereld kan overzien en kennen, ook plaatste hij een bom onder het geloof in het bestaan van een absolute waarheid. Met deze subversieve stelling plaatste hij ook grote vraagtekens achter de rol en de taak van intellectuelen. Vaak wordt er vergeten dat Lyotard zijn boek over de postmoderne toestand in 1979 was begonnen als een studie naar de toestand van kennis aan het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Zijn conclusie: kennis is gevaarlijk. Bijgevolg is het moderne project, dat geheel en al geworteld is in het streven naar waarheid als wapen tegen onwetendheid, onderdrukking en tirannie, aan zijn einde gekomen. Immers, indien kennis dan toch zo een gevaarlijk goedje is, wie zal het dan nog in zijn hoofd halen om het na te streven? Het moderne project kan dus maar beter de kast in.

Uiteraard schuilt er binnen het betoog van Lyotard een grond van waarheid. Kennisaanspraken hebben in het verleden geleid tot totalitarisme en terreur. Dat werd jaren eerder reeds aangehaald door Karl Popper in zijn boek The Open Society and Its Enemies toen hij het Platonische streven naar absolute waarheid beschreef als de wortel van het kwaad die, via een intellectuele ontwikkeling van vele eeuwen, zou leiden tot de totalitaire regimes aan het begin van de twintigste eeuw. Mensen die er van overtuigd geraken dat ze de absolute waarheid in pacht hebben gebruiken geweld en terreur om hun doel te bereiken. Is het immers niet onzinnig om te luisteren naar de afwijkende meningen van anderen, indien jij, de filosoofkoning, weet hoe alles in elkaar zit? Omdat Stalin goed had begrepen hoe de loop van de geschiedenis er uitzag had hij toch het recht om miljoenen mensen de dood in te jagen om alles een beetje sneller te laten verlopen? Quod non.

Kennis en het streven naar waarheid hebben dus wel degelijk geleid tot onnoemelijk veel leed. In de vorm van Auschwitz is het zelfs zo dat de meest barbaarse passage van de moderne geschiedenis het gevolg is van een rationeel streven naar een utopie. In dit geval de uitroeiing van het Europese Jodendom en het raszuiver maken van de Duitsers. Bovendien kan de organisatie van de Jodenuitroeiing zelf ook worden beschreven als een zuiver rationeel proces. Deze theorie wordt het sterkste uitgewerkt door Zygmunt Bauman in zijn boek over de Holocaust waarin hij zonder dralen de moderniteit aanwijst als de oorzaak voor de poging tot uitroeien van het Europese Jodendom door de nazi’s.

Betekent dit nu dat we waarheid inderdaad naar de prullenmand van de geschiedenis moeten verwijzen? Hebben de rationele denkers en hun idealen hun kans om een betere wereld na te laten gekregen en verbrod? Gelukkig hebben we Isaiah Berlin om deze vragen te beantwoorden. De beroemde Oxford filosoof Isaiah Berlin hield zich tijdens zijn intellectuele leven bezig met één levensbelangrijke vraag. Hoe kunnen we het geloof in vooruitgang en moderniteit behouden met in het achterhoofd de wetenschap dat het streven naar absolute kennis leidt tot totalitarisme en terreur? Berlin stelde zich meermaals de vraag hoe hij als liberaal intellectueel nog een beroep kon doen op universele principes (hij zette zich vooral in voor vrijheid) van de moderniteit in een tijdperk waarin het steeds meer duidelijk werd dat onder de banier van vooruitgang ontelbare onschuldige mensen de dood in werden gejaagd in Auschwitz of de Goelag. Naast het feit dat kennis kan leiden tot onderdrukking was hij zich immers ten zeerste bewust van het potentiële kwaad dat loert om de hoek bij het naar voren brengen van deze stelling.

Kennis en het streven naar waarheid behoren tot de basisprincipes van de Verlichting die Berlin koste wat het kost wilde behouden. Isaiah Berlin, over wie John Gray in 1996 nota bene een biografie schreef, zou zich omkeren in zijn graf wanneer hij de visie van Gray in zijn laatste boek zou kunnen lezen. De kwestie is, zo wist Berlin al, niet om waarheid het venster uit te gooien, maar om goede manieren te vinden waarop we kunnen omgaan met kennis en waarheidsclaims zonder dat dit leidt tot totalitarisme. Isaiah Berlin formuleerde in zijn werken op deze manier één van dé intellectuele uitdagingen van het intellectuele tijdperk na de opkomst en ondergang van de totalitaire regimes. Deze luidt ondubbelzinnig: hoe kan er in het tijdperk na de brutale totalitaire regimes gebaseerd op Platonische waarheidsidealen nog geloof worden gehecht aan mensen, intellectuelen en politieke en ideologische stromingen die beweren dat ze een manier hebben gevonden om de waarheid voor het licht te brengen?

Iedereen die na 1945 beweert dat iets waar is, wordt binnen het denken van John Gray een potentiële dictator, een gevaarlijk persoon, een wereldvreemd intellectueel die vanuit zijn studeerkamer malafide systemen bedenkt om de hele mensheid onder zijn knoet te brengen. Zoals gezegd maakte Isaiah Berlin zich hier al lang eerder zorgen over. Er is wel degelijk sprake van een wezenlijk probleem. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat zo goed als iedere filosoof die naam waardig de laatste jaren zijn licht op één of andere manier op deze aangelegenheid heeft laten schijnen. Steeds meer wordt er geschreven over de rol van kennis en intellectuelen in de maatschappij. Lange tijd werd dit debat beheerst door postmoderne relativisten die beargumenteerden dat kennis gevaarlijk is, velen deden dit onder het mom van methoden uit de literatuurwetenschappen en beweerden dat iedereen in het bezit is van zijn eigen waarheid of dat kennis niets meer is dan een verzameling van referentiële of niet-referentiële tekens afkomst uit teksten. Il n’y a pas de hors texte, zo schreef Jacques Derrida ooit. Hoewel deze slagzin tot in den treure verkeerd is gebruikt, bestaat er over de kern er van weinig twijfel: kennis bestaat alleen in teksten en heeft weinig tot geen relatie met de buitentalige realiteit.

Gelukkig hebben zich de afgelopen jaren denkers aangediend die de postmoderne ballon hebben weten te doorprikken. Denkers zoals Jürgen Habermas, Anthony Giddens, Richard Rorty, John Rawls en vele anderen hebben ons geleerd om rationaliteit dermate te gebruiken dat de totalitaire verleiding weinig kans heeft om toe te slaan bij welke actor dan ook binnen een hedendaagse liberale democratie. Tegenwoordig bestaat er onder intellectuelen nagenoeg een consensus dat we manieren hebben gevonden die ons leren om vreedzaam om te gaan met rationaliteit. Het betoog van Gray dat alle vormen van rationeel denken noodzakelijke loten zijn van dezelfde tak van het modernisme die ook het nationaal-socialisme en leninisme-stalinisme herbergt, komt bij een welbeslagen lezer dan ook als bijzonder wereldvreemd over. Een beetje natrappen op de liberale idealen van moderniteit zoals rationaliteit en het streven naar een betere wereld: dat is eigenlijk het enige dat er kan gezegd worden over zulks cultuurpessimisme. Toch wil ik eindigen met een positieve noot over John Gray. Ongeacht het feit dat de kern van zijn boek vrij gemakkelijk kan worden afgeserveerd, dient het gezegd te worden dat hij er in slaagt om westerse denkers goed bij de les te houden. We mogen inderdaad niet vergeten dat het streven naar de absolute waarheid tijdens de afgelopen eeuw heeft geleid tot onnoemelijke tragedies op het Europese continent.

Alhoewel het zeer onwaarschijnlijk is dat er, gezien de vooruitgang van onze liberale democratie en de hierboven aangehaalde filosofische manieren uitgewerkt om vreedzaam om te gaan met kennis en het steven naar waarheid, op korte termijn een herhaling zal plaatsvinden van de vorige eeuw is het nooit slecht om door iemand als Gray aangezet te worden tot kritisch nadenken


John Gray, Zwarte mis. Religieus fundamentalisme en de moderne utopieën, Ambo, Baarn, 2007, 319 blz.



Recensie door Christophe Andrades



De recensent is docent politieke filosofie en politieke geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht

John Gray, Blach Mass. Apocalyptic Religion and the Death of Utopia, London: Alan Lane, 2007

Links
mailto:Chris.Andrades@HISTORY.unimaas.nl
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be