Het nadeel van de zekerheid

boek

Tim De Mey (Red.)

Wiep van Bunge: Scepsis en het christendom van Celsus tot Hume

Scepsis kan zowel gericht zijn op het geloof als op de wetenschap. In het laatste geval kan de ondermijning van de seculiere kennis ingezet worden voor een ondersteuning van het geloof. Als dan bovendien terug gegrepen wordt op de scholen uit de Oudheid, is de aanval op het geloof voor goed ingezet. Ik weerhoudt van van Bunge dat het identificeren van Europa met het christendom, onder anderen gepropageerd door Charles Taylor en Rťmi Brague, onterecht is. Van Bunge loodst de lezer in vogelvlucht maar accuraat door de middeleeuwse verhouding tussen geloof en filosofie en haar problematisch karakter om uit te monden in de zeventiende eeuw. Dat Descartes daarin de hoofdrol speelde, trekt van Bunge in twijfel met gedegen materiaal. De kritiek op de godsdienst kwam gaandeweg in een stroomversnelling terecht en de beschrijvingen van van Bunge imponeren door de overvloed aan bronnenmateriaal, netjes een compact opgestapeld in een vloeiende tekst.

Han Thomas Adriaenssen: Sceptische argumenten in de middeleeuwse filosofie

Adriaenssen stelt vast dat de middeleeuwse denkers een optimistische kijk hadden op de mogelijkheid grondige kennis van de werkelijkheid te verwerven. Dit optimisme steunde op het teleologische wereldbeeld van Aristoteles en op het christendom. Nochtans ontbraken de sceptische vragen geenszins. Het mooiste voorbeeld daarvan is Descartes Cogito, maar dan in zijn oudere, middeleeuwse versie. Adriaenssen verliest ook de context waarin bepaalde sceptische gedachten floreerden niet uit het oog. Het concept van de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus werd begrijpelijk gemaakt doordat God in al zijn almacht de essentie anders kan doen zijn dan de waarneming. Onze waarnemingen kunnen ons met ander woorden bedriegen. Hij onthult ook sommige hardnekkige misverstanden zoals dat het representationalisme een Vroegmodern fenomeen zou zijn. Het gaat erom dat de de mens zich de dingen mentaal representeert, met de daaraan verbonden vraag of hij dan nog wel de dingen echt kent. De middeleeuwse denkers werden geconfronteerd met contradicties in de theorieŽn die ze ontwikkelden, zodat scepsis van zelf opdook.

Han van Ruler: Tussen scientia en science: Descartes en het scepticisme

Door het samenspel van en de contrasterende dialoog tussen Descartes, als methodische scepticus, en Sanchez, als radicale scepticus, slaagt Ruler er in om de betekenis van Descartes voor de mechanistische wetenschap duidelijker te omlijnen. Het Aristotelische wereldbeeld van essenties en oorzaken verving Descartes door materie in beweging. Het verschil dan tussen de 'scientia' van Descartes en de 'science' van tegenwoordig is dat Descartes, overigens net als Aristoteles die hij bestreed, het gehele gebouw van de kennis op eenvoudige principes wilde oprichten, terwijl de hedendaagse wetenschap pragmatischer te werk gaat. Toch is het de verdienste van Descartes dat hij nauwkeurige beschrijvingen gaf van de werking van de natuur. De Descartes-kenner van Ruler laat de lezer vooral kennis maken met een filosoof die voor het scepticisme een cruciale rol vervult en hij laat zien dat bij Descartes God een rol vervult die tot Darwin noodzakelijk was om de wereld te begrijpen.

Paul Schuurman: Locke en het scepticisme

Locke is de tegenpool van Descartes, omdat hij een empirist is en de fransman een rationalist, maar toch zijn er talrijke overeenkomsten te vinden, zowel in het existentie-scepticisme (Bestaat iets?) als in het essentie-scepticisme (Wat is de essentie van iets?), zoals Locke een onderscheid maakte. Dat ze na elkaar worden behandeld heeft dan ook niet enkel te maken met de chronologische opvolging van hun levens. De tegenstelling tussen beide filosofen vormt het startblok voor een uiteenzetting van de kennistheorie van Locke en de daarmee verbonden sceptische implicaties. Daarna gaat Schuurman over tot een bespreking van de betekenis van die kennistheorie in contextueel verband. Zo opperde Locke de mogelijkheid van een denkende materie, iets dat heel wat controversen opriep en voor de cartesianen met hun scheiding van materie en geest ondenkbaar was. Schuurman rond zijn uiteenzetting af met het uit de doeken doen van Locke's tolerantieopvattingen.

Leon Geerdink: Op zoek naar het bewijs van een onafhankelijke werkelijkheid

Geerdink besluit zijn uiteenzetting met de volgende woorden: '(...) het schandaal van de filosofie bestaat nog immer voort. Eeuwige roem is te behalen voor diegene die het oplost.' Dat is volgens mij ook het enig mogelijke antwoord op het probleem dat in de overgang van het Britse idealisme naar de Angelsaksische analytische filosofie het scherpst gesteld werd. Het idealisme, van Duitse origine, stelde dat we enkel kennis hebben van onze voorstellingen en dat de onderstellingen over een wereld daarbuiten pure speculaties zijn. Bertrand Russell en vooral Georges Edward Moore ondernamen pogingen om aan te tonen dat een buitenwereld een noodzakelijke aanname is. Moore deed daartoe een beroep op het gezond verstand (common sense), maar het is duidelijk dat geen enkele redenering het pleit kan beslechten.

Victor Gijsbers: Het scepticisme voorbij: Wittgenstein, Heidegger en Rorty over het probleem van de externe wereld

Gijsbers vertrekt van het onderscheid tussen de voortschrijdende wetenschappelijke kennis en de epistemologische vraag (Wat kunnen we weten?). Hij haalt vervolgens drie filosofen aan die er van uit gaan dat foute vragen gesteld worden en hij beschrijft vervolgens hoe zij de zaken dan wel zien. Voor Heidegger is het zorgend in de wereld zijn een fundamenteel gegeven, terwijl de vraag naar het al of niet bestaan van de buitenwereld een gevolg is van een wetenschappelijke manier van denken dat als het ware als een verminkte manier ten onrechte op een bepaalde materie aangewend wordt. Wittgenstein komt tot de zinloosheid van de vraag naar het bestaan van een externe wereld door een taalanalyse. Gijsbers levert kritiek op zowel de oplossing van Heidegger als van Wittgenstein en schakelt dan over op deze van Richard Rorty. Rorty ontmaskert het dilemma door haar historische wortels bloot te leggen. Doordat van een scheiding tussen subject en object uitgegaan werd, stelde zich het filosofisch probleem van het bestaan van een externe wereld. Als het onderscheid tussen een representatie en het gerepresenteerde verlaten wordt, is dat filosofisch probleem irrelevant geworden.

Herman de Regt en Hans Dooremalen: Over de kunst van het speuren: Scepticisme, wetenschap en abductie

De Regt en Dooremalen leggen in het lang en breed uit wat het pragmatisme van Charles Sanders Peirce inhoudt. Het is een tweevoudige voorstelling. Enerzijds is er de kritiek op het scepticisme door Peirce en anderzijds de ontwikkeling van de idee van relatieve zekerheid van de wetenschap. Een zijsprong naar Umberto Eco vervolledigt het geheel. De wetenschap komt als de best mogelijke kennis te voorschijn.

Martijn Blaauw: Scepticisme en anti-scepticisme: Op weg naar verzoening

Blaauw geeft een formeel logische weergave van het dispuut over scepticisme en mogelijke antwoorden daarop. Een antwoord dat nog niet aan bod kwam is het contextualisme, dat eigenlijk stelt dat de urgentie van een ontkennend of bevestigend antwoord afhankelijk is van bijkomende factoren. Of het waar is dat een vliegtuig een tussenstop maakt of niet is relevant in de mate dat ik in die tussenstop iets belangrijk moet verrichten of niet.

Jasper van den Herik: Andere geesten belichaamd

Meestal denken we in het sandwich-model, namelijk dat er een input is naar de hersenen, die het eigenlijke denkwerk verrichten, gevolgd door een uitput. Dit model van drie afgezonderde activiteiten wordt tegenwoordig in vraag gesteld. Van den Herik legt ons uit hoe en wat de consequenties daarvan zijn. Met behulp van die vaststelling pakt van den Herik dan de vraag aan of we, bij manier van spreken, in de geest van anderen kunnen kijken. Hij besluit met te stellen dat het niet zozeer de vraag is hoe we toegang hebben tot ander geesten, maar wel hoe onze individuele geest tot stand komt.

Filip Buekens: Spontane kennis en sceptische alternatieven

Van alle auteurs gaat Buekens het diepst en het meest uitgebreid in op het probleem van het scepticisme. De spontane kennis uit de titel van dit artikel staat voor de onproblematisch opgedane kennis, terwijl de sceptische alternatieven het resultaat zijn van een reflexieve mentale activiteit. De spontane kennis kan dienen als bronnenmateriaal voor het reflexieve niveau, maar het reflexieve niveau kan de spontane waarneming niet beÔnvloeden. Buekens spreekt van systeem 1 en systeem 2 en confronteert dit onderscheid met de invulling die Descartes, Spinoza en Kahneman er aan geven. Door comparatief te werk te gaan krijgt de lezer meer inzicht in het gehele gebeuren en dan is hij wel enkele bladzijden zoet met lezen.

F. A. Muller: Wetenschap en scepticisme

Aan twijfel heeft de wetenschap geen boodschap, zegt Muller, en hij herinnert ons aan de wetenschapsfilosofie van Feyerabend, Lakatos en Kuhn en de kenmerken van wetenschap volgens Merton, aangevuld met een flinke brok kritiek op de falsificatiemethode van Popper. Bijwijlen hanteert Muller een eigen schrijfstijl, waarvoor ik niet zo meteen een naam kan verzinnen, maar misschien doet een voorbeeld het werk: 'Verzin een falsifieerbaar doch nog niet gefalsifieerde bewering en klaar ben je. Op mars is een ondergrondse rijk van rode kabouters. (...). Een quark is opgebouwd uit miljoenen mullonen, Enzovoorts. Adieu Popper.' Ik stel me voor dat hij ook zo spreekt in zijn colleges.

Jan Willem Wieland: De pyrronistische houding

Wieland sluit de sceptische deur met een exhaustieve analyse vanuit het standpunt van dogmatisme versus scepticisme en van positief versus negatief. Het vormt niet enkel een afsluiting, maar in zekere zin ook een conclusie.

Besluit

Het nadeel van een boek dat rond een specifiek thema wordt geschreven door onderscheiden auteurs is, dat enkele herhalingen onvermijdelijk worden. In het boek wordt overigens, bij middel van voetnoten, veelvuldig tussen de verschillende artikelen verwezen. Dat maakt het euvel aannemelijker. Afgelijnde problemen zijn nu eenmaal in de geschiedenis van de filosofie door een beperkt aantal denkers in hun grootste scherpte gesteld en zien er bovendien, enkele nuances niet te na gesproken, eender uit. Dat heb ik zelf echter nooit echt als een nadeel ervaren. Voor de filosofische leek blijkt daaruit bovendien het centrale belang van die denkers voor de filosofie en in het bijzonder voor die onderwerpen. Toch zijn er telkens opnieuw lichte nuances te onderscheiden. De filosofische wereld blijkt dan ook maar een beperkt wereldje te zijn. Met dit boek is alleszins een kanjer van een sceptische analyse neergezet.


Recensie door Hendrik Vanmassenhove, Ph.D

De Mey, Tim (Red.), Het nadeel van de zekerheid: Uitgedaagd door het scepticisme. Rotterdam, Lemniscaat, 2015, 302 p.

Links
mailto:hendrik.vanmassenhove@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be