Zang

boek

Bas Heijne

Wie naar de opera Die Zauberflöte van Wolfgang Amadeus Mozart gaat luisteren, verheugt zich op voorhand over twee zaken. Over de populaire klassieke deuntjes die de toeschouwers als het ware kunnen meezingen en over een knalprestatie van de Koningin van de Nacht die meestal beloond wordt met een daverend applaus van het publiek. Haar aria der Hölle Rache kocht in meinem Herzen (‘De hellewraak ziedt in mijn hart’) behoort tot de moeilijkste van het klassieke repertoire. Alleen de beste coloratuursopranen kunnen de steeds weerkerende hoge noten die tot aan de hoge F opklimmen, aan. Zoals vroeger Josefa Weber, de schoonzuster van Mozart, tijdens de eerste opvoering van de Toverfluit, de Russische Rita Streich in de jaren vijftig, de Nederlandse Cristina Deutekom in de jaren zestig, de Slowaakse Edita Gruberova in de jaren tachtig, de Koreaanse Sumi Jo in de jaren negentig en vandaag de Hongaarse Erika Miklósa en de Italiaanse Cecilia Bartoli. Steeds opnieuw verbaast het publiek zich over deze zangprestaties. Over zijn fascinatie voor de menselijke stem schreef de Nederlandse essayist Bas Heijne een knap boekje onder de titel Zang. Daarin poogt hij een verklaring te vinden voor de betoverende aantrekkingskracht van de zingende stem.

Bij het boekje zit ook een CD met een persoonlijke selectie van prachtige stemmen waaronder de fluwelen tenor Ferruccio Tagliavini, de ontzagwekkende bas Alexander Kipnis en de onnavolgbare Maria Callas. Het zijn stemmen uit het verleden die we dank zij de grammofoon en andere muziekdragers gelukkig nog steeds kunnen beluisteren. Hoe zouden de favoriete zangeressen van Mozart waaronder zijn vrouw Constanze geklonken hebben? ‘Zang draagt altijd vergankelijkheid in zich’, zo schrijft Bas Heijne, maar dat is ook zo voor het leven. Alleen zijn zangers zich daar misschien meer dan wie ook van bewust. Ze zijn als de ‘dood’ dat hun stem het begeeft of niet meer de kracht en mystiek heeft zoals vroeger. Het doet de auteur besluiten dat zangers altijd een beetje bang zijn voor andere zangers die problemen hebben met hun stem of ‘uitgezongen’ zijn. De oude sopraan Mirella Freni vertelt hem hoe ze na een optreden in de opera van Parijs een telefoontje kreeg van Maria Callas. Of ze eens wou langskomen? Freni sloeg de uitnodiging af en hoorde enkele dagen later dat de grote diva gestorven was. Blijkbaar had Freni schrik om oog in oog te staan met de aftakeling wat haar zou herinneren aan de sterfelijkheid van haar eigen stem.

In een ander deel gaat Bas Heijne dieper in op problematische componisten als Giacomo Puccini, Richard Wagner en Richard Strauss. Vooral die laatste is controversieel gezien zijn verregaande samenwerking met de nazi’s. Zo werd hij voorzitter van de Reichsmusikkammer. In 1942 voltooide hij nog zijn laatste opera Capricco, ‘een vederlicht jeu d’esprit’, aldus Heijne. Hoe kon die man dat maken op een ogenblik dat de wereld in vuur en vlam stond? Blijkbaar stond de gevierde kunstenaar ver buiten de werkelijkheid. Alleen de kunst en de muziek vormden zijn realiteit en daarin speelde de zang steeds een belangrijke rol. Op de CD staat trouwens het prachtige lied Im Abendrot uit Strauss Vier letzte Lieder gezongen door de knappe Zwitserse soprane Lisa della Casa. Hoe wereldvreemd Strauss was blijkt uit het feit dat hij in 1945 persoonlijk een joods familielid uit het concentratiekamp van Theresienstadt wou halen. Die anekdote laat de lezer evenwel achter met een dubbel gevoel. Wat wist de componist van Theresienstadt? Dat hij er persoonlijk naartoe ging wijst erop dat hij toch op de hoogte was van de hachelijke positie waarin de bewoners van het kamp zich bevonden. Tegelijk zaten tijdens de oorlog in dit kamp ook tal van grote musici. Lees hierover het boek Requiem Theresienstadt van Josef Bor. Wist Strauss van hun bestaan af en waarom kwam hij zijn collega’s niet ter hulp?

Ook Richard Wagner was en blijft controversieel, alhoewel de inlijving van zijn werk door de nazi’s hem uiteraard niet kan verweten worden. Over de grote componist verscheen bij dezelfde uitgever het boek Wagner en ik waarin Gerrit Komrij dit duidelijk maakt. Volgens Bas Heijne zag Wagner het leven als dreigend en onzeker, vol tegenwerking en zonder enig houvast. En wie zich in het leven begeeft raakt onverbiddelijk bezoedeld door de ervaring, zoals door macht en bezit. Waarop de auteur stelt dat Wagner er zelf ook niet aan ontkwam. Daarvoor was zijn ijdelheid, pronkzucht en machtswellust te groot. Maar terug naar de zang. Ook Wagner had volgens Bas Heijne een ‘fascinatie met de menselijke stem an sich, de zangstem als middel om te ontsnappen aan wat een mens gevangen houdt in zijn sterfelijk bestaan.’ En hij beschrijft de opera Tristan und Isolde die de auteur omschrijft als ‘een dikke vier uur verstandsverbijstering.’ Op de CD staat het lied O sink hernieder, Nacht der Liebe, een fragment van 18 minuten gezongen door Helen Traubel en Ralf Torsten. Twee prachtige stemmen, maar ze slagen er niet in om de dodelijke verveling van de muziek te doorbreken.

Bas Heijne schrijft het niet, maar de zang staat altijd ten dienste van het libretto. Ze kan de betekenis van componisten niet veranderen, maar er wel gestalte aan geven. In die zin is het aangenamer om te luisteren naar de stemmen van onbestemde muziekstukken dan naar opera en liederen van fanatici die met hun muziek de luisteraars wilden aanzetten tot actie. De zang staat buiten de politiek. De menselijke stem geeft uitdrukking van het verhevene. Luister naar de stemmen van Elizabet Vidal, Annick Massis en vooral Cecilia Bartoli, ‘La Gioiosa’ of ‘de vreugdevolle’ op haar CD Opera Proibita, waarin ze werken van Handel, Scarlati en Caldara op een schitterende manier vertolkt. Wie de Koningin van de Nacht hoort, raakt in vervoering en het is de menselijke stem die daarvoor zorgt. Niets kan haar vervangen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Bas Heijne, Zang, Uitgevers 521, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be