Mijn rode schaduw

boek vrijdag 22 februari 2008

Xiao Rundcrantz

De opmars van China is indrukwekkend. Jaar na jaar haalt het land groeicijfers van tien procent of meer. In 2008 organiseert het land voor het eerst de Olympische Spelen en tal van buitenlandse bedrijven willen er investeren. De vroegere gesloten Chinese samenleving lijkt plaats te maken voor een moderne staat die het kapitalisme omarmt en klaar is om ook de buitenlandse markten te veroveren. Zowat alle Westerse leiders bezochten het land, sloten er overeenkomsten mee en prezen het Chinese volk en haar leiders. Toch is China geen democratie. Integendeel, het land wordt nog steeds op harde en autoritaire wijze bestuurd door de almachtige communistische partij die bepaalt wat al dan niet toegelaten is. In de praktijk zorgt deze politiek voor tal van drama’s op economisch, sociaal, ecologisch en menselijk vlak. In haar boek Volksrepubliek van verlangen beschreef de Vlaamse sinologe en journaliste Catherine Vuylsteke reeds de menselijke miserie achter de schijnbaar schitterende resultaten van de nieuwe grootmacht. Ze verhaalt hoe de voorbije jaren in China tal van taboes zijn gesneuveld, maar dat het grootste nog steeds blijft standhouden: dat van de politieke hervormingen. China is nog steeds geen democratisch land.

Die vaststelling wordt bevestigd in het boek Mijn rode schaduw van de Chinese schrijfster Xiao Rundcrantz. Zij werd in 1984 op achttienjarige leeftijd aangenomen bij het Openbaar Ministerie en werkte zich op tot officier van justitie. Haar getuigenis geeft een goed beeld van het Chinese rechtssysteem dat ten dienste staat van het machtsapparaat. Het communisme, dat gelijkheid en rechtvaardigheid belooft voor iedereen, wordt hier ontmaskerd als een praktijk van leugens, roddel, achterdocht, verraad, privilegies en diepgaande corruptie ten bate van lokale, provinciale en nationale potentaten. Meer dan in welk ander politiek en ideologisch systeem blijken afkomst, connecties en smeergeld het enige en beste middel om carrière en fortuin te maken. Niet de inzet of intelligentie zijn van belang, wel de gehoorzaamheid, het conformisme en de medeplichtigheid aan een systeem waarin de paladijnen van de macht het voor het zeggen hebben. Xiao werkte jarenlang mee aan deze politiek maar kon het niet langer verdragen en besloot het uiteindelijk aan te klagen. Haar getuigenis is onthullend en schokkend omdat het een facet blootlegt van iets wat we in het Westen al te weinig kennen: het Chinese rechtssysteem, de macht van de partij op de rechtspraak en vooral de totalitaire aspecten ervan. Dat de schrijfster een vrouw is, brengt nog een ander probleem aan het licht, namelijk het feit dat in deze zogenaamde klasseloze maatschappij vrouwen behandeld worden als minderwaardig aan de man. Voor al wie nog gelooft in de weldaden van ‘de dictatuur van het proletariaat’, is dit boek een antidotum.

Xiao groeide op in een boerengezin in de provincie Hunan in het zuiden van China. Ze studeerde goed en nam deel aan een toelatingsexamen voor het Openbaar Ministerie in Changsha in het kader van de ‘Sla hard toe’-campagne om de toenemende criminaliteit een halt toe te roepen. Nadat ze politiek ‘gescreend’ werd, kreeg ze in 1985 een voorlopige aanstelling als adjunct officier van justitie. Vanaf dan begon ze verdachten in strafzaken te onderhoren en voorstellen tot straf uit te spreken. Al snel blijkt dat het Chinese rechtssysteem totaal anders werkt dan in democratische landen. De politie kan eigenhandig optreden en straffen uitspreken, advocaten hebben louter een symbolische functie, verdachten beschikken over weinig of geen rechten, gevangenen worden totaal aan hun lot overgelaten, uitspraken hangen vaak af van de politieke ingesteldheid van de dader, en wie schuldig wordt bevonden aan een zware misdaad wordt ter dood veroordeeld en opgehangen. Maar bovenal is het systeem doordrongen van een verregaande vorm van corruptie waarbij daders of hun familieleden met ‘contacten’ en ‘giften’ de rechtsgang kunnen beïnvloeden. De communistische politiek in China zorgt dus niet voor gelijkheid maar voor klassenjustitie, net datgene wat ze de kapitalistische en liberaal democratische staten verwijt.

Xiao werd ingedeeld bij een overheidsdelegatie die moest optreden tegen overtredingen op de zogenaamde ‘kinderbegrenzingspolitiek’ van de regering. Chinese koppels mogen maar één kind hebben. Alleen wanneer het eerste kind een meisje is mag het koppel een tweede kind produceren in de hoop dat het een jongen is. Deze passages zijn de hardste in dit boek. Ouders met meer dan één kind worden bestraft, vrouwen worden opgepakt en verplicht gesteriliseerd of geaborteerd. Even schrijnend is het feit dat koppels een toestemming moeten vragen om te mogen huwen, intussen zwanger raken en dan ontslag moeten nemen. In één geval heeft Xiao het over een koppel dat bewust de wet overtrad, al vier kinderen had en uiteindelijk bestraft werd door het vernietigen van het huis dat ze na lang zwoegen hadden opgebouwd. ‘De regeringspolitiek is uitgestippeld om het beste voor het land en de bevolking te bewerkstelligen’, schrijft de auteur. Dat is het standaard antwoord dat de politie en justitie gebruikt tegenover koppels die uitleg vragen. De Partij beslist hoeveel kinderen een gezin mag hebben, zo eenvoudig is dat.

Om haar te harden stuurden haar bazen Xiao naar werkkampen waar ‘misdadigers’ worden opgesloten en vele jaren van hun leven moeten doorbrengen op heropgevoed te worden. Volgens Xiao gebeurt dit evenwel zonder enig resultaat. Wie in die kampen wordt opgesloten leert enkel de gewoontes van de echte criminelen. ‘Na hun vrijlating werden ze uitgestoten en veracht door de samenleving’, aldus de auteur, waardoor velen hervallen en nadien nog mededogenlozer te werk gaan. In de periode van de studentenrellen op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 werd Xiao teruggeroepen naar de stad. In feite sympathiseerde ze met de studenten die opkwamen voor meer vrede en tegen de privilegies van kinderen van machtige ouders. Maar dit ging in tegen de Partij met haar politiek tegen elke vorm van liberalisme. ‘Als alles vrij zou worden, zou het een chaos worden in het land! De communistische partij zou het niet meer kunnen besturen’, zo klonk de uitleg van hogerhand. Uiteindelijk werd de studentenopstand in Peking bloedig neergeslagen, iets wat aan Xiao werd uitgelegd als ‘het neerslaan van een contrarevolutionaire beweging’, en dat werd door vele Chinezen ook geloofd.

De gevolgen bleven niet uit. Het is opvallend hoe Xiao, die de Chinese wetgeving bijzonder goed kent, melding maakt van het feit dat tal van nieuwe wetten – zoals het verbieden van het recht op samenkomst en demonstraties, die uitdrukkelijk voorzien waren in de grondwet – opzij werden geschoven door nieuwe regels. Als juriste zag Xiao snel in dat de wet en de rechtelijke macht een speelbal vormden in de handen van de feitelijke machthebbers. Dat werd haar nog meer duidelijk toen ze als officier van justitie werd toegevoegd aan ‘de sectie ter bestrijding van economische misdaden’ en dit in het kader van een grootscheepse campagne tegen corruptie in de Chinese maatschappij. De resultaten bleven ondermaats, en wie dit boek leest begrijpt ook waarom. Alles draait immers rond contacten en giften. Wie de machthebbers kan omkopen of behagen met geld, drank en vrouwen kan rekenen op begrip en steun. Wie dat niet kan krijgt problemen, temeer omdat de politiediensten en justitie mee profiteren van de bedragen die ze van de ‘verdachten’ kunnen ontfutselen. Het betalen van premies in functie van het resultaat blijkt dus ook in het communistische systeem een grote rol te spelen, en dan nog in het overheidsapparaat bij uitstek: politie en justitie.

Dit boek geeft ook inzicht in de manier waarop de Partij op lokaal niveau greep houdt op haar burgers, in het bijzonder op de ambtenaren van de overheid. Elke misstap die een superieur vaststelt zoals het begaan van een beroepsfout of het uiten van een ‘volksvijandig’ standpunt wordt genoteerd in een ‘persoonsdossier’. Opmerkingen in dit dossier zijn van groot belang voor de toekomstmogelijkheden van de betrokkene. Het verklaart de grote hang naar conformisme en de totale gehoorzaamheid van al wie voor de overheid werkt, maar ook en vooral de macht van de lokale potentaten over hun ondergeschikten. Een groot gevaar voor iemands positie is dan ook de roddel, het verspreiden van geruchten die vaak nergens op slaan maar de persoon in kwestie onmiddellijk in gevaar brengen. Het leidt tot een permanente sfeer van achterdocht, angst en een zelfs chantage. Als de positie van de leiders in gevaar komt wordt de rechtsgang soms radicaal tegengewerkt. Xiao verhaalt over een twintigjarige studente die een liefdesrelatie had en daarvoor bekritiseerd werd. Op een dag pleegt ze zelfmoord wat de reputatie van de school, de rector, de partijsecretaris en zelfs de politie in gevaar brengt. Om die reputatie te redden moest Xiao de vriend van de studente aanduiden als de ‘veroorzaker’ van de zelfmoord. Hij werd ‘berecht’, schuldig bevonden en verdween in een werkkamp.

Een ander kenmerk is de grote hang naar zelfverrijking onder de leden van de politie en justitie. Zo liet Xiao op een dag een verdachte pooier en huisjesmelker oppakken. De man begreep er niets van: hij had aan de politie immers steekpenningen gegeven die men zou doorgeven aan de officier van justitie. De politie had het geld zelf achterover gedrukt waardoor Xiao plots in een lastig parket kwam want het smeergeld was immers voor haar bedoeld. Wie zou geloven dat ze het geld niet had ontvangen? Een ander voorbeeld was een rechter die samen met een advocaat ging winkelen en die laatste liet betalen in ruil voor een lagere straf. Meer nog, Xiao geeft aan dat er regelrechte afspraken bestaan tussen advocaten en ‘hun’ rechters. Wat de getuigenis van deze vrouw zo geloofwaardig maakt, is haar bekentenis dat ze uiteindelijk zelf begon mee te draaien in dit systeem. Op dat ogenblik is ze overgeplaatst naar ‘het Bureau voor ambtsovertreding’ om ambtenaren te bestraffen die nalatigheden. In China wordt volop gebouwd en gebeuren tal van bedrijfsongelukken. Wie dit boek leest begrijpt waarom. ‘De bouwbedrijven en aannemers wendden alle middelen aan om ons te vriend te houden’, schrijft de auteur. Blijkbaar met succes want in de tien maanden dat ze op de afdeling werkte, werd niemand verantwoordelijk gesteld voor een ongeval. De dode was telkens zelf onvoorzichtig geweest. Daar stond natuurlijk iets tegenover. ‘Als we een baantje wilden regelen voor een familielid of wanneer ons eigen huis aan een reparatie toe was, kregen we altijd gratis hulp’, bekent Xiao.

Wat in dit boek beschreven staat gebeurde zowat tien jaar terug, op een ogenblik dat China definitief de weg insloeg van een door de overheid gecontroleerde vorm van kapitalisme. Aldus bestonden twee economieën naast elkaar: de staatseconomie en een door de overheid getolereerde en gecontroleerde markteconomie. Het zorgde voor een grijze zone waarin bestaande wetten en regels niet algemeen toepasbaar waren en waarin vertegenwoordigers van de overheid hun eigen weg moesten volgen. En dat deed Xiao gretig. Zelf liet ze zich betalen als medewerker van een bedrijf met als enige doel dat het geen last zou krijgen met de autoriteiten. Uiteindelijk ging ze Engels studeren, kreeg een relatie met een buitenlander (die later overleed) en raakte zwanger. Om haar job te behouden liet ze zich aborteren. ‘Alleenstaande moeders, onechte kinderen, kinderen van gemengd ras… al die begrippen waren in Chinese ogen shockerende misdaden’, zo schrijft ze. Uiteindelijk scheidde ze van haar Chinese man en vertrok ze ontgoocheld over het Chinese rechtssysteem naar Zweden waar ze nu nog steeds woont.

Mijn rode schaduw geeft een indringend beeld van een zowat onbekend facet van de Chinese samenleving. Ergens geeft de auteur aan dat zij de kans kreeg om aan de slag te gaan bij justitie omdat er toen grote behoefte bestond aan een systeem dat opnieuw houvast kon geven aan de burgers. Ze ging aan de slag in 1984. Wat voor die tijd gebeurde op politioneel en juridisch vlak is niet duidelijk. We kunnen enkel gissen dat het toen nog veel erger was en dat willekeur, nepotisme en machtsmisbruik nog erger was. Na de nederlaag van nazi-Duitsland werd daar snel een democratisch rechtssysteem opgelegd en aanvaard. Het zorgde na de rechteloosheid die bestond onder Hitler voor een hernieuwd vertrouwen in de overheid en in de wet. In de voormalige Sovjet-Unie, in China en andere communistische staten is die overgang nooit effectief doorgevoerd. Het was een proces van vallen en opstaan, met een rechterlijke macht die nauwelijks onafhankelijk stond tegenover de machthebbers. Ook vandaag blijft het rechtssysteem in die landen problematisch. In Rusland reikt de almacht van president Poetin tot in de rechtszaal. En ook in China bestaat nog steeds juridische onzekerheid, zowel voor burgers als bedrijven. Pas sinds de toetreding tot de WTO is het land volop bezig zijn wetgeving aan te passen. Dat betekent nog niet dat er een werkelijk onafhankelijke rechtspleging bestaat. Zolang China geen democratie is, zal het met dit probleem blijven worstelen. Xiao is er het levende voorbeeld van.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Xiao Rundcrantz, Mijn rode schaduw, Kosmos, 2007, 352 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be