Geert Wilders. Tovenaarsleerling

boek vrijdag 18 maart 2011

Meindert Fennema

‘Of het nu gaat over drugs, abortus, euthanasie, seksuele minderheden, sociale en politieke integratie van immigranten, religie, kerken of steun aan de derde wereld, Nederland is verder gegaan dan enig ander land en voert een toegevend, tolerant beleid dat erop gericht is de democratische idealen bij uitstek – de individuele soevereiniteit en het samenleven in verscheidenheid – in de Europese draaikolk te garanderen.’ Dit schreef Nobelprijswinnaar voor Literatuur Mario Vargas Llosa in een column in El Pais in mei 1996 die Nederland omschreef als ‘een geciviliseerd land’. Vijftien jaar later blijft van dat beeld zo goed als niets meer overeind. Sinds de moorden op Fortuyn en Van Gogh is het land in een kramp geschoten en raakte het steeds meer in de greep van pessimisme en onverdraagzaamheid. De politicus bij uitstek die de gevoelens van angst en onzekerheid onder de Nederlandse bevolking heeft aangevoeld, vertolkt en zelfs versterkt is Geert Wilders die met zijn Partij voor Vrijheid een groot electoraal succes boekte en vandaag een sleutelfunctie heeft in het beleid van het land. Over deze man, die vijf jaar geleden nauwelijks bekend was, schreef hoogleraar Meindert Fennema een interessante politieke biografie onder de titel Geert Wilders. Tovenaarsleerling.

Wilders begon zijn politieke loopbaan als fractiemedewerker bij de liberale VVD en geraakte enigszins verrassend in de Tweede Kamer in 1998. De man die hem de politiek binnenloodste was de toenmalige liberale leider Frits Bolkestein die zijn partij met een ongezouten rechts discours naar electorale hoogtes stuwde. Binnen de fractie hield Wilders zich specifiek bezig met sociale zaken, Irak, Iran en het Midden-Oosten. Aanvankelijk werkte hij in de schaduw van de kopstukken als een beloftevol en ambitieus kamerlid die mee steun gaf aan de paarse regering onder Wim Kok. Pas na de aanslagen van 9/11 en de moord op Pim Fortuyn begon hij een meer uitgesproken koers te varen, net zoals dat andere nieuwe kamerlid Ayaan Hirsi Ali die van de PVDA was overgestapt naar de VVD. Zijn visie op de islam als het grote kwaad botste met de partijleiding die veel problemen toeschreef aan de maatschappelijke achterstelling van de moslimjongeren, iets wat de linkse partijen voortdurend als argument gebruikten om de frustraties en malversaties van de moslimjongeren te relativeren. Wilders stond volgens de auteer geïsoleerd in zijn fractie en werd ten slotte uitgesloten. Die beslissing kan je op twee manieren interpreteren. Ofwel als een domme zet van de partijleiding om een beloftevol maar onwillig Kamerlid aan de deur te zetten, ofwel als een principiële beslissing om binnen de fractie geen mensen te aanvaarden die de sociale en humane waarden van het liberalisme miskennen en misbruiken voor hun eigen nationalistische agenda.

In elk geval ging Wilders als een éénmansfractie verder, maar volgens de peilingen was hij al onmiddellijk goed voor twaalf kamerzetels. Vanaf dan begon hij ook te radicaliseren, richtte zich op de problematiek van de islam en kreeg hij bedreigingen. Na de moord op Theo Van Gogh werden hij en Ayaan Hirsi Ali streng bewaakt. Zijn leven was een hel geworden en hij ergerde zich aan het feit dat heel wat commentatoren en politici hem verweten dit uitgelokt te hebben. Vandaar, aldus de auteur, de groeiende afkeer van Wilders voor de ‘politieke elite die niet wezenlijk geïnteresseerd was in de bestrijding van het moslimterrorisme’ iets wat hij later voortdurend zou herhalen. Afkeer voor de bestuurlijke elite, zeg maar de regeerders, is een typisch fenomeen voor populisten. Zij kiezen immers steevast de kant van ‘de gewone man’ en ‘het gezond verstand’, alhoewel onduidelijk is wat ze daarmee bedoelen. Ook op andere thema’s trok Wilders steeds meer de kaart van de malcontenten. Zoals bij het referendum over het ontwerp van grondwet voor de Europese Unie en naar aanleiding van de verkiezingen in 2006. Het leverde hem uiteindelijk 9 zetels op in de Tweede Kamer. Vanaf toen gingen de alarmbellen in de diverse democratische politieke partijen rinkelen, en begrepen ze dat ze de thema’s die door Wilders werden aangekaart, niet langer konden negeren.

Wilders bleef, aldus de auteur, intussen verder radicaliseren. De islamisering van Nederland werd nu zijn leidmotief. Toen hij in de zomer van 2007 het absurde voorstel deed om de Koran te verbieden, keerde hij zich in feite tegen islamcritici als Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur, Afshin Ellian, Leon De Winter en Paul Scheffer. Hij bleek immers bereid te zijn om bepaalde vrijheden van de Verlichting op te geven in zijn strijd tegen de islam. Ook op ethisch vlak trok Wilders zijn partij steeds verder in conservatieve richting. Terwijl Pim Fortuyn nog opkwam voor de rechten van homoseksuelen trok Wilders de Vlaamse extreemrechtse conservatief Paul Beliën aan die zich in het verleden regelmatig had laten opmerken door zijn uitvallen tegen homo’s en tegen abortus. Dat Wilders een populist pur sang is, blijkt echter vooral uit zijn sociaal-economische standpunten. Als lid van de VVD had hij zich nog geschaard achter een reeks standpunten om de economie te bevrijden van teveel overheidsinmenging. Maar Wilders veranderde zijn discours en volgde daarbij een meer linkse koers. Zo keerde hij zich, net zoals de populistische SP, tegen de opheffing van de minimumlonen, tegen een versoepeling van het ontslagrecht en vooral tegen de verhoging van de pensioenleeftijd voor de AOW. Ook hier betoonde Wilders zich als een volbloed populist, namelijk het achterna hollen van standpunten die de minste weerstand oproepen.

Intussen gebruikt en misbruikt Wilders de islam voor zijn politieke doeleinden. Zo maakte hij de anti-islamitische film Fitna, die achteraf een totale flop bleek te zijn, en veel meer diepgang miste als Submission van Ayaan Hirsi Ali en Theo Van Gogh. Maar het leverde Wilders wel internationale steun op, zij het van bedenkelijke extreemrechtse buitenlandse groeperingen. Zijn naam en faam namen nog toe, toen hij door de Britse overheden de toegang werd verboden tot Groot-Brittannië. Later oordeelde het Britse Hof dat dit ten onrechte was gebeurd, waardoor Wilders opnieuw heel wat publiciteit kreeg. Dat gebeurde ook naar aanleiding van een proces dat tegen hem werd aangespannen wegens groepsbelediging, aanzetten tot haat en aanzetten tot discriminatie. Al die media-aandacht, en zijn handige manier om zich als een Calimero op te stellen tegenover het establishment – de Haagse elite – leveren hem electoraal geen windeieren op. Bij de Tweede Kamerverkiezingen haalde hij 15,5% van de stemmen of 24 zetels waardoor hij via gedoogsteun aan het minderheidskabinet van VVD en CDA feitelijk mee aan de macht is.

Fennema legt ook bloot dat Wilders huivert van een democratische partijstructuur. Zijn Partij voor de Vrijheid kent geen andere leden dan hijzelf. Op die manier is Wilders fractievoorzitter in de Tweede Kamer, partijleider en partijvoorzitter. Hij hoeft aan niemand verantwoording af te leggen en kan op eigen houtje kandidaten aanduiden en laten verkiezen. Hij bepaalt op zijn eentje de partijlijn en de voorstellen die de PVV doet. En vaak zijn die voorstellen gewoon absurd. Zo stelde hij ooit voor om een ‘kopvoddentaks’ in te voeren, orakelt hij dat de opwarming van het klimaat een ‘onbewezen theorie’ is, en dat Vlaanderen bij Nederland moet worden gevoegd. Een cruciaal element in het gedachtegoed van Wilders is zijn pleidooi voor het behoud en de versterking van de Nederlandse nationale identiteit. Net zoals andere nationalisten deelt hij de burgers dan ook op in ‘goede’ en ‘slechte’ Nederlanders. Het is tegen deze praktijk dat Mario Vargas Llosa zich regelmatig uitspreekt omdat hij achter elk pleidooi voor een groepsidentiteit een aanval ziet op de individuele vrijheid. In die zin staan de ideeën van nationalisten zoals Wilders haaks op de kernwaarden van het liberalisme dat niet een geloof, een gemeenschap of een volk centraal stelt, maar wel de vrijheid van het individu.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Meindert Fennema, Geert Wilders. Tovenaarsleerling, Bert Bakker, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be