Werkbare waarden

boek vrijdag 11 november 2011

Bart De Wever

Boeken geschreven door beroepspolitici zijn zelden bestsellers. In boekhandels gespecialiseerd in tweedehands en afprijzingen, zoals De Slegte, worden de rekken van de afdeling 'politiek' overladen met allerhande miskleunen van (soms) would-be politici. Nochtans lukt het af en toe bijzonder goed om flink wat lezers bij the right audience te vinden, bijvoorbeeld door het schrijven van columns in populaire media. Al in 2003 ontdekte Bart De Wever dit medium als een belangrijk marketingkanaal, en dat legde hem in meerdere opzichten geen windeieren. Zo bundelde hij vijf jaar later zijn bijdragen aan De Standaard of De Morgen in Het Kostbare Weefsel, dat ondertussen al aan zijn zesde druk toe is. Met Werkbare waarden bouwt de NV-A-voorzitter hierop verder. Buiten een collectie van zijn (inmiddels tweewekelijkse) columns sinds 2008, telkens voorafgegaan door een korte inleiding om de toenmalige context beter te begrijpen, bevat het boek ook vier niet eerder gepubliceerde essays. Opvallend is ook het kritische voorwoord door zijn collega-columnist Tom Naegels - misschien een bewuste strategie van de uitgever om een wat breder lezerspubliek aan te spreken, maar in elk geval sterk aan te bevelen als inleidende noot.

Lezers van De Standaard of De Morgen weten ondertussen wel dat we in de columns van De Wever geen pleidooien terugvinden voor homofobe raszuiveren die al vendelzwaaiend schreeuwen voor de waarden van weleer, liefst binnen de gesloten grenzen van de natie. Wel integendeel. Zo haalt hij bijzonder hard uit naar monseigneur Léonard wegens diens lompe uitspraken over aids en homoseksuelen. Bovendien voegt hij er nog aan toe dat Léonard in wezen niets anders doet dan het vertolken van het nog steeds officiële en onbegrijpelijke standpunt van de hele katholieke kerk over homoseksualiteit. In dezelfde trend suggereert De Wever ook dat moslims eens een blik op hun eigen verleden zouden moeten werpen ten einde homofilie te aanvaarden als een normaal onderdeel van de menselijke samenleving: blijkbaar stelt de Encyclopedia of Islam dat tot het begin van de twintigste eeuw (!) homoseksualiteit binnen de moslimwereld aanvaard en zelfs gecultiveerd werd, getuige hiervan de homo-erotische sentimenten uit de (ongekuiste versie van) de Vertellingen van Duizend-en-één-nacht.

De Wever laat zich ook niet meeslepen in het klassieke gezeur over het te hoge aantal allochtone leerlingen in stadsscholen, en houdt in zijn column Sterkste teameen opmerkelijk pleidooi voor allochtone schepenen in Antwerpen. Hierbij bekritiseert hij burgemeester Janssens, die de puike resultaten van enkele allochtone kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen steevast naast zich neerlegde met als excuus dat hij opteerde voor het sterkste team - een argument dat men bezwaarlijk socialistisch kan noemen.

Uiteraard is De Wever ook af en toe kritisch tegenover nog meer politici, maar hierbij schuwt hij goedkoop populisme. Naar aanleiding van een waarschuwing van CD&V-politicus Rik Torfs voor een 'schijnbaar goedaardig conservatisme dat de jongste jaren wel populair mag zijn in Vlaanderen, maar allerminst onschuldig is', gaat De Wever in de tegenaanval. In zijn column Mensvriendelijk en conservatief geeft hij aan hoe de voornaamste progressieve bewegingen van de 20ste eeuw het nazisme en het marxisme waren, allebei ideologieën gekenmerkt door het streven naar een utopische samenleving via een gewelddadige omwenteling. Door hieruit dan meteen te concluderen dat een goed gekanaliseerd conservatisme een bijzonder mensvriendelijke manier van denken is, gaat hij misschien wel kort door de bocht, maar hij slaagt er in elk geval in om de lezer te doen nadenken over etiketten als 'progressief' en 'conservatief'.

De grootste kop van jut doorheen zijn columns is wel Guy Verhofstadt, en de liberalen in het algemeen. Het centrale uitgangspunt van De Wever is dan ook dat identiteit onlosmakelijk verbonden is met nationalisme, terwijl voor een liberaal nu net het individu met haar identiteit centraal staat en een doel op zich is. Meermaals doet De Wever een poging om de liberalen egoïsme, moreel verval, en een gebrek aan solidariteit in de schoenen te schuiven. Soms doet hij dit door te stellen dat een liberaal alleen maar non-identiteit kent (een absoluut gebrek aan identiteitsbelevenis dus), soms door net omgekeerd te beweren dat het absolute zelfbeschikkingsrecht van liberalen (een hyper-identiteit, dus...) leidt tot ongebreidelde behoeftebevrediging en consumentisme. Beide stellingen zijn uiteraard verkeerd: men kan zich dan ook de vraag stellen wat De Wever precies deed op de activiteiten van het Liberaal Vlaams Studentenverbond waar hij als student toe behoorde.

In zijn pleidooi voor een gematigd nationalisme als inclusieve, civiele identiteitsbelevenis - wat kort gezegd neerkomt op een gemeenschap waarbij je zelf beslist om toe te treden en hierbij de rechten en de plichten aanvaardt - slaagt hij er nergens in om te overtuigen waarom deze identiteit nu precies moet gekoppeld zijn aan een bepaalde natie of regio. Ook bekritiseert hij de sociale rechtvaardigheidstheorie van John Rawls. Zeer kort gezegd komt deze theorie er op neer dat men bij het opbouwen van een ideale samenleving zich moet hullen in een 'sluier van onwetendheid': men ontwerpt een staat (met bijvoorbeeld zijn sociale zekerheid) zonder dat men weet welke plaats men in deze samenleving uiteindelijk zal gaan innemen. De Wever verwerpt dit idee omdat het te abstract is, en omdat Rawls geen rekening houdt met relaties tussen de staten. Dit is een ietwat simplistische kritiek: het is niet omdat een model onhaalbaar is dat men er geen bruikbare elementen kan uit distilleren, en Rawls' theorie is mits wat speltheorie en statistiek perfect uitbreidbaar naar een internationale context.

Bart De Wever, van opleiding historicus, grijpt - zoals we dat van hem gewoon zijn - vaak naar voorbeelden uit de geschiedenis om zijn ideeën te sterken. Daar is op zich uiteraard niets verkeerds mee, maar stellingen baseren op 'een evidente waarneming' komen nogal ongefundeerd over. Door deze beperking verengt hij ook het maatschappelijk inzicht en de navenante recepten voor een betere samenleving. Een verstandig politicus, zoals De Wever ongetwijfeld is, zou zijn geest wellicht nog kunnen verruimen door zich daarnaast wat te verdiepen in wetenschappen als evolutionaire biologie, speltheorie, en cognitieve psychologie - misschien krijgt hij hierdoor een nieuwe kijk op begrippen als identiteit, solidariteit, groepsgevoel en nationalisme.

Verder leren we ook dat De Wever niet bijzonder hoog oploopt met Wim Delvoye's Cloaca (een kunstwerk dat uitwerpselen produceert waarvoor veel geld wordt neergeteld) en dit zelfs ziet als een exces van de teloorgang van de fundamentele goedheid van het menselijk bestaan. Vreemd genoeg praat hij wel met groot lof over Studio 100 (dat K3 en Kabouter Plop produceert, waarvoor ook veel geld wordt neergeteld). Een interessante en amusante uitschieter is het essay Macht en Democratie in het Oude Rome. Lessen van een antieke spindoctor. Hierin ontleedt De Wever het Commentariolum Petitionis, een soort Verkozen worden voor Dummies dat geschreven zou zijn door Quintus Tullius Cicero als handleiding voor zijn (bekendere) oudere broer in het kader van diens campagne tot verkiezing als consul. In zijn luchtige maar goed geschreven analyse beschrijft De Wever hoe de politieke spelletjes toen al even sluw en smerig waren: het zorgvuldig zoeken welke types kiezers de gemakkelijkste prooien zijn, het uitsmeren van schandalen van de tegenstanders, en het stroop smeren en vooral spontaan overkomen bij het plebs zijn duidelijk van alle tijden.

Dezelfde luchtige toon vinden we ook terug in sommige columns. In zijn relaas 't Is gebeurd verdedigt De Wever zijn deelname aan het populaire spelprogramma De slimste mens, iets wat misschien eerder in een persoonlijke blog dan in een column thuishoort. Anderzijds vormt een bijdrage over Pippa's fraaie vorstelijke billen dan weer een luimige afsluiter. Het boek zal menig lezer, voor- of tegenstander van De Wever, aanzetten tot nadenken, en wellicht ook tot een glimlach.


Recensie door Koert Van Espen


Bart De Wever, Werkbare waarden, Uitgeverij Pelckmans, 2011, 191 blz.

Links
mailto:liberales@koert.net
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be