De Welwillenden

boek vrijdag 16 januari 2009

Jonathan Littell

Toen ik, enkele jaren geleden, om even te bekomen na mijn eerste infarct, besloot eindelijk eens Voyage au bout de la nuit te lezen, meende ik op het vlak van cynische literatuur het nec plus ultra gevonden te hebben. Maar Jonathan Littell heeft in Les Bienveillantes (in het Nederlands verschenen onder de titel De Welwillenden). nog enkele registers meer dan Céline. Desondanks, of misschien juist daarom, greep het boek me vanaf blz. 22 naar de keel en bijna dwangmatig las ik door tot de ‘welwillende’ wraakgodinnen in de laatste zin opdoemen. Dit is geen werk dat ik aan iedereen zou aanraden; maar wie 894 bladzijden lang het oostfront en de Shoah mee beleeft met een volstrekt cynische figuur die zowel kille waarnemer als mededader is, houdt er wel iets aan over: men begint zich bang af te vragen, is dat nu een mens, is dat misschien de mens? Volstaan fanatisme, ambitie, koele berekening en een welbepaalde context, om extreme wreedaardigheid bij daders en mateloos lijden bij slachtoffers tot een alledaags fait divers te herleiden?

De hoofdfiguur, Max Aue, tevens de verteller, is een hoge SS-officier, die de gebeurtenissen tijdens de oorlog vanuit een bevoorrechte positie kan volgen. Met zijn scherpe intelligentie doorgrondt hij mensen en situaties en de afwezigheid van enig moreel aanvoelen of medelijden laat hem toe afgrijselijke gebeurtenissen op een afstandelijke wijze te beschrijven. Een historicus die een zo neutraal en indringend verslag van de massamoord op de joden van Kiev, zou brengen, loopt het gevaar van gevoelskilte verdacht te worden. Maar hier kan dat, want eigenlijk is het boek een roman. Tegenover de ‘objectiviteit’ in zijn beschrijving van de gruwelen, staat het feit dat Max Aue zelf een getormenteerde figuur is, met een complex incestueus en homoseksueel driftleven… maar die zich na de oorlog wel als eerbare burger, echtgenoot en vader weet te gedragen. Het verhaal van die fascinerende en afstotende man wordt ingekaderd binnen een vloed van concrete feitelijke gegevens, waarvan sommige zeker historisch juist zijn. Himmler, Speer, Eichmann, Kaltenbrunner, Höss, Heydrich, Frank, Mengele…worden overtuigend gekarakteriseerd en je krijgt de indruk dat ook andere feiten en figuren authentiek zijn; maar waar ligt de grens tussen roman en geschiedenis?

Ergens middenin het boek zegt Aue dat Degrelle in de buurt is en dat hij die graag zou ontmoeten: ‘want voor de oorlog heb ik Brasillach met veel lof over hem horen spreken’. Fictie? Maar het toeval wil dat ik 30 jaar geleden bij een bouquiniste aan de Seine een brochure van Brasillach gekocht heb waarin die de loftrompet over Degrelle stak. Brasillach kan natuurlijk voor Littell geen onbekende zijn: hij heeft immers de oorlog en de collaboratie bestudeerd, maar hoe heeft hij weet van diens bijzondere relatie met Degrelle? En niet alleen op het historisch vlak zijn er voortdurend flitsen van verrassing en herkenning. Van Guillaume d’Aquitaine (ferai un vers de dreyt nien), over Philippe de Champaigne naar Schoenberg: de hele westerse cultuur komt aan bod. Soms kan dat gratuit lijken, maar nu en dan boort dit kernproblemen aan.

Ondanks zijn cynische houding tegenover de Shoah ontfermt Aue zich over een joodse jongen die meesterlijk Couperin vertolkt; hij laat zelfs uit Parijs partituren voor hem overkomen. Men heeft het raadselachtig gevonden dat kampcommandanten ‘s middags gevangenen konden mishandelen en ‘s avonds ontroerd naar de Mondscheinsonate luisteren. Littell komt dicht bij een verklaring hiervoor. Hoe de talloze verwijzingen van historische en culturele aard bij iemand overkomen die weinig of geen voorkennis op dat vlak heeft, valt natuurlijk moeilijk in te schatten. Maar niemand kan toch ontkomen aan de bekoring die van zijn superieure beheersing van de Franse taal uitgaat, al geeft de Engelse achtergrond van de auteur er misschien een bijzondere tonaliteit aan. Mijn lectuur werd vooral voortgestuwd door de stijgende aandrang tot begrijpen van het onbegrijpelijke: dat een man zonder mededogen die geboeid wordt door cultuur en schoonheid, eigenlijk vindt dat de mens alleen zijn basisdrijfveren moet bevredigen: lucht, eten drinken, ontlasting, maar dan toch ook… het streven naar waarheid!


Beoordeling door Etienne Vermeersch

Jonathan Littell, De Welwillenden, Arbeiderspers, 2008

Links
mailto:andreas@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be