Wat betekent het allemaal?

boek

Thomas Nagel

Wat betekent het allemaal? van Thomas Nagel, uitgegeven bij Bijleveld, is een handig zakboekje van 109 bladzijden. Het is dan ook bedoeld als een Zeer korte inleiding in de filosofie, zoals de ondertitel luidt. Het is bovendien in een begrijpelijke taal geschreven en, volgens de inleiding, ook zo bedoeld. Het richt zich in de eerste plaats tot beginnende studenten en ‘intelligente middelbare scholieren met gevoel voor abstracte ideeën en theoretische argumenten’, en tot iedereen die voor het eerst gezond nieuwsgierig kennis wil nemen van filosofie, zou ik er aan toevoegen.

In zo een kort bestek kan uiteraard niet de gehele panoplie van de filosofie uit de doeken gedaan worden, maar de onderwerpen die Nagel voor legt zijn om U tegen te zeggen: ‘Kennis van de wereld buiten onze geest; kennis van andere geesten dan onze eigen geest; de relatie tussen geest en hersenen; hoe taal mogelijk is; of we een vrije wil hebben; de grondslag van de moraal; welke ongelijkheden onrechtvaardig zijn; de aard van de dood; en de zin van het leven.’ Het is de bedoeling van de lezer, aan de hand van de gestelde vragen en de aangeboden antwoorden zelf gaat nadenken.

Nagel valt al meteen met de deur in huis: we hebben heel veel kennis van alles wat ons omringt, maar zijn we wel zeker dat het beantwoordt aan bestaande dingen, of verbeelden we het ons maar. Hij vertrekt dus van het solipsisme, maar het woord solipsisme valt pas als de inhoud al helemaal is duidelijk gemaakt. Nagel verkiest om de lezer eerst met het naakte filosofische probleem te confronteren. Hetzelfde kan gezegd worden van de begrippen ‘scepticisme’ en ‘egocentrisch dilemma’.

Na deze denkoefening geeft Nagel dan zijn eigen oplossing van het vraagstuk zonder die op te dringen. Nagel blijkt een meester te zijn in het begrijpelijk maken van op zich toch moeilijke filosofische begrippen, zoals de intersubjectiviteit of de mogelijkheid om elkaar te begrijpen en hetzelfde te ervaren. Wat we hier uit kunnen leren is dat de rationaliteit niet volstaat om ons leven te verklaren. We moeten ook in veel dingen blijven geloven, zoals dat er een wereld buiten ons bestaat; dat die wereld tot op zekere hoogte kenbaar is; dat de mensen gelijkaardige gedachten en ervaringen hebben.

Het ene hoofdstuk sluit naadloos op het andere aan. Van de solipsistische geest schakelt Nagel over op de andere geesten en van daar op de verhouding van de geest tot het lichaam. Weerom weet Nagel zijn uiteenzetting plastisch te stofferen. We weten dat er chemische en elektrische veranderingen in de hersenen ontstaan wanneer we handelen en denken, maar hoe staat nu precies dat fysisch gebeuren tegenover onze gedachten. Nagel maakt een tour d’horizon van de theorieën daaromtrent.

De betekenis van woorden is nog een onderwerp dat in zijn filosofische facetten belicht wordt. Telkens weer, zoals voordien al, wordt de vanzelfsprekendheid van de dingen onderuit gehaald. Nog meer dan voordien laat Nagel de lezer met een onbeantwoorde vraag achter. De lezer moet zelf maar iets invullen, als er al iets in te vullen valt. Maar ja, dat is nu eenmaal filosofie. De vrijheid is nog zo een heikele kwestie dat door Nagel met de nodige verve ontluisterd wordt. Waarom kiest iemand een ongezonde chocoladetaart met slagroom in plaats van een gezonde perzik? Is die persoon wel vrij in zijn keuze of is hij gedetermineerd? Hier geeft Nagel duidelijk zijn eigen mening, maar dan ook weer met enige nuancering achteraf.

In hoofdstuk 6 behandelt Nagel het probleem van goed en kwaad. Aangezien dit een onderwerp is van de filosofie van de ethiek waar ik zeer intens mee bezig ben, zal de lezer het mij niet kwalijk nemen dat ik daar even dieper op in ga. Ik hoop dat die lezer er dan ook iets aan heeft. Nagel komt niet tot een duidelijk antwoord omdat hij, vind ik, zoals de meeste ethici, onder het morele te veel wil onder brengen. Dat leidt tot een al of niet aanvaarden van een bepaalde opvatting van het goede leven. Ik moet deze uitspraak uiteraard wat duidelijker maken.

Nagel was op de goeie weg als hij vast stelde dat over het morele de meningen nogal eens verschillen. De meeste ethici stoppen hier hun verhaal met de bewering dat er dus geen algemene morele regels kunnen gesteld worden en dat men dus, in het beste geval, zal kiezen voor een bepaald moreel stelsel, al of niet religieus geïnspireerd. Het antwoord ligt nochtans voor de hand. Als er geen algemene morele regels kunnen gesteld worden, laat dan de keuze over aan het individu. Waarom een bepaalde opvatting van het goede leven aan iemand opdringen? De enige grens die dan aan die vrije keuze moet gesteld worden is de eventuele schade die deze keuze voor anderen zou kunnen betekenen.

Nu zult u zeggen dat niet alle morele problemen daarmee zijn opgelost. Immers, niet enkel individuele problemen dringen zich op, maar ook maatschappelijke. Moet er bijvoorbeeld geld vrij gemaakt worden voor onderwijs? Daar kan niet op geantwoord worden met een individuele beslissing. Iemand die de mening toegedaan is dan het perfect mogelijk is te leven zonder onderwijs of financiële steun voor onderwijs, zal wellicht negatief reageren. Ik onderstel dat de meesten vinden dat, zeker in onze hedendaagse maatschappij, goed onderwijs een noodzaak is en dat iedereen de kans moet krijgen om te studeren in verhouding tot zijn capaciteiten. Aangezien een individuele beslissing hier absurd is, dient de vrijheid op een geaggregeerd niveau te worden uitgeoefend, namelijk door een democratische beslissing. Het is uiteraard geen perfecte oplossing, omdat een aantal mensen daar niet mee akkoord zullen gaan, maar het is wel de best mogelijk denkbare oplossing.

De enige groep van mensen die tegen een dergelijke opvatting zijn, zijn zij die een bepaalde overtuiging aan moreel bekwame burgers wensen op te dringen en dat is nu precies de grens die voor de inmenging van de overheid dient te worden getrokken. Een overheid die onnodig ingrijpt in het private leven van de mensen gaat zijn rol te buiten. Een meerderheid mag een minderheid of een individu niet onderdrukken. Ook dat is één van de principes van democratie, dat niet tot het tellen van stemmen kan gereduceerd worden. Verder kunnen alle levensbeschouwingen en opvattingen aan bod komen, zolang de originele mensenrechten maar niet geschonden worden. Ik zou daarover nog verder een boom kunnen opzetten, maar het is niet de plaats om dat hier te doen.

Dat er in de opeenvolging van de hoofdstukken enige ordening zit, blijkt uit het onderwerp van het volgende hoofdstuk: rechtvaardigheid, dat te maken heeft met het moreel goede of slechte in de maatschappij. Het is overigens niet toevallig dat het ook aansluit bij mijn uiteenzetting over de ethiek in de vorige paragraaf. Wanneer het gaat over regelrechte discriminatie op gebied van ras, geslacht, taal, leeftijd en godsdienst is er al vrij vlug een consensus te vinden, maar het detecteren en remediëren van andere ongelijkheden is niet altijd evident. Een rijke mens heeft niets misdaan ten overstaan van een arme. Hij heeft enkel het geluk gehad dat hij van zijn ouders meer kansen heeft meegekregen. Aan een getalenteerde en rijk geworden voetballer kan evenmin enige schuld verweten worden. Dat kan niet gezegd worden van iemand die weigert een appartement aan een kleurling te verhuren.

Nagel situeert het probleem in de context van een economisch model en hij is voorstander van een gemengde economie, hoewel daar binnen nog heel wat varianten kunnen uitgetekend worden. Op mondiaal vlak acht hij het aanpakken van het probleem van de ongelijkheid onoverkomelijk. Een gigantische stap zet Nagel in de twee laatste hoofdstukken die handelen over de dood en de zin van het leven. Hij laat hierbij zijn fantasie de vrije loop zonder enige volledigheid en overzicht uit het oog te verliezen, maar het is duidelijk dat hij voor eenieder alle mogelijkheden open laat. Spitsvondig is wel de bedenking van Nagel dat, indien de zin van het leven in een goddelijke bestemming ligt, wat dan de ultieme zin is van die bestemming.

Het boekje van Nagel leidt de lezer wel niet meteen binnen in de wereld van de grote filosofie, maar de onderwerpen die erin aangekaart worden zijn één voor één diepgaande filosofische onderwerpen die bovendien op een magistraal eenvoudige manier aan de man worden gebracht. Lezen dus!


Recensie door Hendrik Vanmassenhove

Nagel Thomas, Wat betekent het allemaal?: Zeer korte inleiding in de filosofie. Utrecht, Bijleveld, 2014, 111 p.

Links
Mailto:hvmass@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be