In the wake of the crisis

boek

Olivier Blanchard (Ed.)

In 2011 nodigde de bekende econoom en directeur van het Departement Onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Olivier Blanchard een aantal vooraanstaande economen en economische beleidsmakers uit op een conferentie met de vraag om er hun ideeŽn en overwegingen uiteen te zetten over hoe het nu in het post-crisis tijdperk verder moet met de economische theorie en de economische beleidsvoering. In het kielzog van de crisis kwam de economische theorie en ook de daaruit voortvloeiende economische besluitvorming namelijk zwaar onder vuur te liggen. Te vaak werden beleidsmakers hierdoor geconfronteerd met situaties voor dewelke economische theorieŽn er niet of onvoldoende in slaagden om beleidskeuzes te informeren en/of onderbouwen (bijvoorbeeld wat te doen wanneer de rente de nul bereikt). EssentiŽle vragen zijn dan ook wat er fout is aan de huidige economische modellen en wat er moet bijgestuurd worden.

In totaal kwamen 23 gerenommeerde economen en economische beleidsmakers aan bod. Elk van hen geeft een beknopte analyse van wat er fout is gegaan en wat volgens hen pistes met mogelijke oplossingen zijn. Het boek In the wake of the crisis: Leading economists reassess economic policy is het resultaat van deze conferentie. Het verzamelt namelijk de informele essays die voortkwamen uit hetgeen op de conferentie aan bod kwam. Ronkende namen van economische denkers wiens ideeŽn aan bod komen in het boek zijn Joseph Stiglitz (winnaar nobelprijs voor economie in 2001), David Romer, Robert Solow (winnaar nobelprijs voor economie in 1987) en Paul Romer.

Zij bespreken toekomstige richtingen voor het monetaire- en het fiscale beleid, de financiŽle regelgeving, groeistrategieŽn, kapitaal-account management voor opkomende landen, het internationale monetaire stelsel alsook voor de economische modellen die gebruikt worden om dergelijke kritische beleidskeuzes te onderbouwen. Als ťťn ding door het boek met stip duidelijk wordt gemaakt, dan is het wel dat het macro-economische denken alsook de macro-economische theorie momenteel een transformatie ondergaat. Niet alleen de financiŽle en economische crisis van de laatste jaren, maar ook het zwakke herstel van deze crisis, heeft er voor gezorgd dat er steeds meer fundamentele vragen rijzen onder economen en economische beleidsmakers over wat er schort met de huidige macro-economie en het gevoerde (macro-) economische beleid. Tal van hypothesen en assumpties die vaak economische modellen onderbouwen, worden onder de loep genomen.

Een vraag die bijvoorbeeld gesteld wordt, is of (financiŽle) markten wel kunnen aanzien worden als efficiŽnt en zelfcorrigerend. De recente gebeurtenissen met de huizenmarktcrisis en de daaruit volgende subprimehypotheek crisis tonen aan dat dit zeer twijfelachtig is. Niet alleen lijken markten in heel veel gevallen niet efficiŽnt te werken, ze blijken ook niet in staat te zijn om zichzelf te corrigeren. Het zogenaamde economische eerste welvaartstheorema dat stelt dat vrije marktwerking (lees: markten met weinig of geen overheidsinmenging) kunnen leiden tot een efficiŽnte marktuitkomst met maximale welvaart blijkt in de realiteit nauwelijks op te gaan. Bovendien stellen we vast dat in de praktijk het prijsmechanisme er niet altijd voor zorgt dat markten zichzelf reguleren. Prijzen zijn bijna nooit een perfecte weerspiegeling van de effectieve waarde van een dienst en/of product. Andere vragen die aan bod komen, zijn of een lage en stabiele inflatie wel degelijk cruciaal is voor groei en reŽle stabiliteit in de economie? Wat te doen in situaties waarin de rente gedaald is tot nul en de gebruikelijke beleidsinstrumenten voor het stimuleren van de economie niet meer of onvoldoende werken? Hoe ver moeten we gaan in de regulering van en het toezicht op de financiŽle markten en de internationale handel? Hoe kunnen opkomende economieŽn leren uit fouten die door de Westerse landen in het verleden zijn gemaakt? Bijvoorbeeld, met betrekking tot het streven naar economische groei en stabiliteit, was de consensus voor de crisis dat het monetaire en fiscale beleid belangrijke instrumenten zijn van het stabilisatie-beleid. Vragen die sinds de crisis echter meer en meer worden gesteld, zijn of ook het begrotingsbeleid niet meer zou moeten uitgroeien tot een vast onderdeel van de stabilisatie toolkit en in welke mate er een trade-off is waarbij de lange termijn fiscale vooruitzichten belemmerend werken voor de korte termijn antwoorden op de crisis.

Op het gebied van fiscaal beleid lijkt er een consensus te zijn over het feit dat er meer vragen moeten gesteld worden over het nut en de tijdigheid van fiscale stimuleringsmaatregelen. Zo wordt de vraag gesteld of fiscale stimuli niet ruimer moeten gezien worden dan alleen maar een laatste redmiddel in tijden van crisis. Ook wordt de aandacht opnieuw gevestigd op feit dat verschillende beleidsdomeinen vaak aan mekaar gekoppeld zijn via complexe relaties alsook het belang daarvan voor de praktijk. Zo wijst Stiglitz er terecht op dat in het verleden teveel werd gedacht in hokjes waar beleidsdomeinen en de effecten van beleidsinstrumenten teveel op zichzelf werden bekeken zonder daarbij rekening te houden met de kruisbestuiving die beleidsinstrumenten kunnen hebben op andere gebieden van de economie.

Opmerkelijk in het boek is de nederigheid die blijkt uit de analyses. Zo komt er onder de uiteenlopende meningen een gemeenschappelijk gevoel naar voor dat de huidige conceptuele kaders ontoereikend zijn. Het overgrote deel van de economen die in het boek aan bod komen, erkennen dat ze in het verleden vaak verkeerde en/of onrealistische assumpties aangenomen hebben met als gevolg dat de theoretische modellen en de daaruit voortkomende analyses en beleidsvoorschriften vaak de bal missloegen. Wetende dat economen nu niet echt gekend staan voor het gemakkelijk toegeven van fouten, betekent dit toch wel heel wat. Dat op zich kan zelfs misschien al gezien worden als een trendbreuk. Bovendien geven heel wat van de ondervraagde economen en beleidsmakers ook toe dat ze misschien wel (vage) ideeŽn hebben naar waar het naar toe moet met de macro-economische theorie en de macro-economische beleidsvorming, maar dat er nog heel veel onderzoek moet gedaan worden naar deze pistes.

Het zoeken naar antwoorden op de in het boek gestelde vragen zijn daarbij niet alleen van groot belang voor de economie als wetenschap en de geloofwaardigheid van de economische beroepsgroep, ze kunnen en zullen ook sterke implicaties hebben voor wat beleidsmakers kunnen beweren te weten wat goed is voor het economische systeem. Het boek is een must read voor economen, economische beleidsmakers en mensen met interesse in de economie. Het boek stuurt namelijk aan op het opnieuw onderzoeken van geaccepteerde opvattingen over het internationaal monetair systeem en de onderliggende economische modellen en doet dit door onder andere verschillende interessante onderzoekspistes aan te reiken. Echter ook de algemene lezer heeft baat bij het lezen van dit boek. Zo biedt het boek een overzicht van de vele factoren die ten grondslag lagen aan de wereldwijde financiŽle crisis die in 2008 uitbrak. Bovendien gaat het om niet-formele papers zodat het boek leesbaar is voor een groot publiek.


Recensie door Nicky Rogge

Olivier Blanchard (Ed.), In the wake of the crisis: Leading economists reassess economic policy, with David Romer, Michael Spence, Joseph Stiglitz, The MIT Press, 2012

Links
mailto:nicky_rogge@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be