De Wagnerclan

boek vrijdag 29 mei 2009

Jonathan Carr

Er bestaan verbijsterend veel publicaties van en over Wagner, de zogeheten ‘meester van Bayreuth’ - componist, toneelschrijver, essayist, architect, racist en revolutionair - en vele spreken elkaar tegen. Er is ook veel geschreven over Cosima. Deze buitenechtelijke dochter van Liszt, verliet haar echtgenoot, pianist en dirigent Hans von Bülow voor Wagner, schonk hem drie kinderen en overleefde hem bijna vijftig jaar. Ondanks twee wereldoorlogen, het nazi regime en een periode van buitenlandse bezetting hebben de Wagners nu al ruim een eeuw de leiding over de Bayreuther Festspiele, ontvingen ze de machtigste en meest verafschuwde mensen uit de kunst en de politiek en bestrijden ze elkaar als de krijgers uit de opera’s die ze opvoeren. Toch is zelden een ernstige poging gedaan om hun levensverhaal te boek te stellen.

In de pas in het Nederlands vertaalde De Wagnerclan doet Jonathan Carr, alvast een poging. Hij was jarenlang correspondent voor The Financial Times en The Economist en overleed in 2008 in zijn woonplaats Königswinter op 66-jarige leeftijd. Carr had dertig jaar van zijn leven doorgebracht in Duitsland. De laatste scène uit de Wagner- kroniek, waar Wolfgang Wagner aftreedt ten voordele van zijn beide dochters Eva Wagner-Pasquier en haar ruim dertig jaar jongere halfzus Katharina, en de macht overgaat naar de vierde generatie, heeft hij niet meer meegemaakt.

De eerste honderd pagina’s van het boek wijdt Carr aan het echtpaar Richard en Cosima. Richard Wagner werd geboren in 1813 in Leipzig en stierf in 1883 in Venetië, twaalf jaar nadat Duitsland één was geworden. Wie een duidelijk beeld wil krijgen van zowel Richard als Cosima moet zich een weg banen in de overvloedige informatie die beiden achterlieten. De dagboeken van Cosima, uitgegeven in 1976, tellen alleen al een miljoen woorden en bovendien was ze een dwangmatige briefschrijfster. Het volledige werk van Richard is in zestien dikke delen verschenen. Naast de enorme hoeveelheid is er nog een complicerende factor met name de eerlijkheid en betrouwbaarheid van die geschriften. Zo is de autobiografie van Wagner, Mein Leben, geschreven in opdracht van Ludwig II van Beieren en gedicteerd aan Cosima. Dit alles maakt dat zijn geschriften een onweerstaanbare grabbelton zijn waarin bijna iedereen iets van zijn gading zal vinden.

Carrs poging tot objectiviteit loopt als een rode draad door het boek. Hij legt interessante verbanden, stelt opmerkelijke vragen zonder ooit onverifieerbare conclusies op te dringen. Zo schetst bij een heel genuanceerd beeld van Richards weldoener, Ludwig II van Beieren, die nu eens ‘de gekke koning’ dan weer ‘de zwanenkoning’ wordt genoemd. De karikatuur die van Ludwig meestal wordt geschetst, zo stelt Carr, ontneemt het zicht op de historische feiten en is totaal onjuist. Ook de ambivalente verhouding tussen Meyerbeer en Wagner wordt vanuit een verrassend licht bekeken. Plaats wordt ook ingeruimd voor Richards en Cosima’s antisemitisme. Als hij in 1850 voor het eerst Das Judentum in der Musik (onder het pseudoniem K. Freigedank) publiceert, maakte hij deel uit van een lange en verderfelijke traditie van Jodenhaat. Zo stelde hij ‘dat de enige muziek die Joden te bieden hadden, die uit de Synagoge, werd gekenmerkt door gemurmel, gejodel en gekakel.’ Twintig jaar later werd het opnieuw gepubliceerd maar dan onder zijn eigen naam en wat erger was, de laatste vijf jaar van zijn leven zullen de antisemitische geschriften zich opstapelen. Toch blijft Carr ook hier genuanceerd en voorzichtig: ‘Wagners ideeën kan men niet afdoen als irrelevant… ze waren gevaarlijk ambivalent.’

Veel aandacht ook voor ‘De mannetjesmaker’ oftewel PR- man van de familie, Houston Stewart Chamberlain, auteur van Die Grundlagen des 19.Jahrhunderts (1899), een racistische visie op de beschaving door de eeuwen heen. Met dit boek zorgde hij ervoor dat de gevaarlijke mengeling van nationalisme en antisemitisme aanvaardbaar werd. Deze man werd na de dood van Richard door Cosima aangetrokken om diens autobiografie te herschrijven. Cosima had als hoofddoel Wagners leven te ‘zuiveren’ van alle elementen’ die verkeerd begrepen konden worden.’ Zo werden alle brieven die ze van Nietzsche had ontvangen vernietigd, alsook de aan Wagner gerichte brieven van een van zijn oude revolutionaire vrienden, verscheidene brieven van Von Bülow en alle brieven van Mathilde Wesendonck (een van Wagners maitresses). In deze Wanfriedse orgie van verduistering had Chamberlain het grootste aandeel. Het verleden moest creatief herschapen worden. In 1895 verscheen zijn ‘verkorte’ biografie van de componist, die hijzelf een ‘schets’ noemde, zonder een overdaad aan feiten die de ‘echte’ Wagner zouden verhullen.

Siegfried (°1869), Wagners enige zoon, nam de leiding over de Festspiele, toen zijn moeder in 1906, een hartaanval kreeg. Hij was geliefd zowel bij de spelers als bij het publiek. Maar voor orthodoxe Wagnerianen was zijn ongedwongen stijl heiligschennis. Hij hield niet van rechtlijnigheid, niet in de muziek noch op andere terreinen. Ondanks zijn biseksuele geaardheid, trouwde hij in 1915 met Winifred Marjorie Williams, (°1897 in Hastings), een wees. Zolang Siegfried geen zoon had was de Wagnerdynastie kwetsbaar en dat besefte hij maar al te goed. Winnie werd door Siegfrieds zussen neerbuigend behandeld maar ze was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Toen zij op glansrijke wijze invulling gaf aan haar belangrijkste taak en binnen vier jaar vier kinderen kreeg (Wieland in 1917, Friedelind in 1918, Wolfgang in 1919 en Verena in 1920) Winifred zij het heft in handen.

In 1923 ontmoetten de Wagners voor de eerste keer Hitler. Vooral Winifred viel voor Hitlers charisma, die op zijn beurt diep onder de indruk was van de muziek van ‘de meester’. Als Wagner nog steeds wordt beschouwd als de ‘huiscomponist’ van nazi- Duitsland, dan komt dat vooral door Hitlers obsessie voor de meester. De stelling dat de werken van Wagner onder de nazi’s veel populairder werden en dat ze veel vaker werden opgevoerd is totaal onjuist. Meer zelfs, toen de nazi’s aan de macht gekomen waren nam het aantal opvoeringen van Wagners werk gestadig af. In de oorlogsjaren zou Verdi zelfs de toppositie bekleden. In werkelijkheid vonden vele nazi’s Wagner maar stomvervelend. Het is in dit verband alleen maar de moeite om te vertellen omdat er juist van de nazi’s werd gezegd dat zij een specifieke affiniteit hadden met de muziek van Wagner.

Na de mislukte putsch van Hitler in 1924 ondernam Siegfried samen met Winifred een poging om financiële steun voor Hitler te krijgen bij Henry Ford, de fel antisemitische autokoning van de VS. Ford weigerde omdat hij niet nog meer problemen wilde met de Amerikaanse Joden. Toch is Siegfried in tegenstelling tot zijn vrouw en zussen nooit lid geworden van de nazi partij en zag hij ‘Wolf’ (de bijnaam van Hitler) liever niet op de Festspiele rondhangen. Hoewel hij in 1930 overleed, drie jaar voordat de nazi’s het Derde Rijk stichtten, heeft hij wel nog meegemaakt hoe zijn vrouw Winifred, een hechte band kreeg met Hitler. Van de vier kinderen van Siegfried en Winifred was Friedelind (Mausi) de enige die, dankzij haar onafhankelijke geest, kritische blik en rechtvaardigheidsgevoel, openlijk brak met het Derde Rijk. Zij vluchtte naar de Verenigde Staten. Dat van alle Wagners uitgerekend zij in het naoorlogse Duitsland regelmatig het zwarte schaap van de familie’ werd genoemd, is dan ook wel heel erg ironisch. Verena, de jongste dochter, bleef in Duitsland en trouwde een hooggeplaatste SS- officier.

Na de oorlog wisten de twee zonen, Wieland en Wolfgang, zich grotendeels los te maken van de nauwe band die de familie lange tijd met Hitler had onderhouden. In 1951 bliezen ze nieuw leven in de Richard Wagner-Festspiele van Bayreuth. De meeste dachten dat Bayreuth over het perfecte team beschikte: Wieland, de bedachtzame, temperamentvolle visionair, en Wolfgang, de opgewekte, nuchtere zakenman. De werkelijkheid was anders. Om uiteenlopende redenen, zowel professionele als persoonlijke, waren er voortdurend spanningen. Dit duurde voort tot 1966, toen Wieland stierf aan longkanker. Plots besteeg Wolfgang de Bayreuthse troon en zou deze ruim veertig jaar bezetten. Toen Wolfgang in april 2008 liet weten dat hij terug zou treden op voorwaarde van de eerder in dit artikel vermelde voorwaarden, moeten er in de daaropvolgende vijf maanden heel wat verzoenende familiegesprekken plaats gevonden hebben. De beide zussen, Eva en Katharina, voorheen concurrentes, hadden elkaar in geen jaren immers gesproken. Wat er ook van zij, bij de Festspiele van 2008 had Katharina al een stevige vinger in de pap. Bayreuth liet zien dat het met zijn tijd meeging. Zo was Die Meistersinger via het internet live te volgen.

De vierde generatie van de Wagnerdynastie is nu aan de macht: de operavoorstellingen in het Festspielhaus zullen als vanouds beperkt blijven tot het vaste menu van de tien door de traditie geheiligde Wagneropera’s. Katharina heeft ook aangekondigd de archieven open te stellen voor onderzoek, zodat er volledige openheid zal komen over de beladen nazi-periode. De auteur van dit boek zou hier alvast heel blij mee geweest zijn want in zijn visie kon het verleden niet begraven worden zolang de Wagner-familie niet toegaf dat ze destijds een verschrikkelijke fout had gemaakt. De Wagnerclan, biedt door het objectief onderzoek, de rijkdom aan details en de verfrissende aanpak van de auteur een fascinerende introductie in de ‘Wagner’-materie voor neofieten en een weelde van nieuwe informatie voor de ‘Wagnerfanaten’.


Recensie door Sonja De Schaepdryver

Jonathan Carr, De Wagnerclan, De Bezige Bij, 2009, 488 pp.

Links
mailto:sonja.de.schaepdryver@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be