Ruling the Void

boek

Peter Mair

In de jaren negentig was het niet ongangbaar, in ieder geval niet in Nederland, om te twijfelen aan de toekomst van de partijdemocratie. Partijen zouden door de ontzuiling niet langer een onderscheidbare rol kunnen spelen; ze zouden niet langer in staat zijn om mensen te mobiliseren of enthousiasmeren, machteloos staan tegenover globalisering, individualisering en de 'onvermijdbare' End of History, en niet langer kunnen, of willen, vasthouden aan de traditionele politieke ideeŽn en ideologieŽn die de negentiende eeuw had gebaard. Dat de partijdemocratie op haar laatste benen zou staan, is dus geen originele these. Toch doet het begin dit jaar verschenen Ruling the Void: The Hollowing-out of Western Democracy van de in 2011 overleden Peter Mair niet aan als een herhaling van zetten; daar is het betoog te scherp en de analyse te doorwrocht voor. Bovendien bespeurt Mair naast bekende ontwikkelingen als de dramatische afname van partijlidmaatschap en het einde van de grote politieke bewegingen, tendensen die juist in de afgelopen jaren in een stroomversnelling zijn gekomen. De tijd van de politieke partijen is nu echt voorbij, zo luidt Mair's stelling, of er moet zich een wonder voltrekken. De partijen bestaan slechts als een vage reflectie van een vervlogen tijd. Hun klassieke functies hebben ze verloren, niet zelden door eigen falen, en hun ideologische fundament is afgebrokkeld. Functioneren doen partijen nog wel, maar slechts in een ''void'', een artificiŽle leegte waarin woorden en ideeŽn hun oorspronkelijke betekenis hebben verloren.

De afbraak van de partijdemocratie brengt uiteraard ook de democratie zelf in gevaar. Moderne democratieŽn in het Westen hebben altijd gecentreerd rond het partijenstelsel. Zij vormden de noodzakelijke brug tussen staat en samenleving, of civil society. Het waren reflecties van heersende ideeŽn of ze gaven er zelf vorm aan; partijen representeerden duidelijk te onderscheiden delen de bevolking, en mobiliseerden burgers om in de publieke ruimte deel te nemen aan het democratisch debat. Ze maakten zich bovendien niet de illusie dat ze de stem van de gehele bevolking konden winnen. Wie zich op iedereen richt, richt zich in wezen op niemand. Dat zou de legitimatie van het politieke systeem ondermijnen. Zonder ''distinct social identities'' zou er immers geen werkelijke representatie zijn, maar slechts concurrentie tussen partijen. Wat overblijft is dan de beantwoording van de even heldere als betekenisloze vraag: ''what kind of politics works?''

Deze ''politics that works'' wordt volgens Mair versterkt door de Europese Unie die politiek vooral ziet als een technische aangelegenheid. Vandaar dat de politiek in Europa gekenmerkt wordt door een eigenaardige taal - Stability and Growth Pact, European Stability Mechanism - en dat euro-politici er vaak op hameren dat het publiek de Europese politiek moet 'begrijpen', zo stelt Mair. ''De EU is een huis dat partijpolitiek heeft gebouwd, maar waar geen ruimte is voor politiek'', schreef historicus Jan-Werner MŁller in een recensie van Mair's boek.

Keer op keer benadruk Mair dat partijen op nationaal niveau zich de afgelopen jaren, en met name sinds de financiŽle crisis, steeds nauwer hebben geÔdentificeerd met de staat. Partijen beschouwen zich steeds vaker als ''verantwoordelijke facties'', of ''agencies that govern'', die potentieel regeringsbeleid kunnen maken en dat zelfs als doel op zich beschouwen. Wie een blik werpt op de partijprogramma's kan dat moeilijk ontkennen; ze zijn nauwelijks onderscheidbaar van een regeerakkoord en bestaan voornamelijk uit lijstjes beloftes. Zo wint ''office-seeking'' het steevast van ''representation'' en ligt het gevaar op de loer dat de brug tussen overheid en samenleving instort.

Partijen zijn niet de enige 'schuldigen' aan dit proces. De burger zelf is ook veranderd. Individualisering en consumentisme hebben het idee van een ''toekijk democratie'' versterkt. Partijen moeten elke verkiezing weer opnieuw hun kiezers zien te winnen. Dat heeft twee gevolgen. Ten eerste is er van werkelijke representatie geen sprake. De geÔndividualiseerde burger, die niet zelden een bepaalde trots bij zijn 'onafhankelijkheid' voelt, valt namelijk nauwelijks meer te representeren. Hij valt slechts te 'winnen'. Dat werkt het idee in de hand dat de burger van alles belooft moet worden of erger, dat de politiek niet wezenlijk verschilt van de zondagse markt. Ook in dat licht is het niet gek dat partijprogramma's zo sterk op regeerakkoorden beginnen te lijken. Ten tweede werkt het de al bijna onomkeerbare afname van partijlidmaatschap in de hand. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben in drie decennia zo'n 1 miljoen mensen hun partij verlaten. Het gemiddelde lidmaatschapspercentage in Europa bedraagt ongeveer 5% (Nederland ligt zelfs onder dat gemiddelde). Dat is nog geen derde van wat het in de jaren zestig was.

Mair ziet dat tegelijkertijd met de afbrokkeling van de partijdemocratie, academici, schrijvers en journalisten zich meer en meer richten op alternatieve, meer directe vormen van democratie. Mair betoogt dat die tendens zijn stelling ondersteunt: de hernieuwde interesse in deliberatieve democratie bijvoorbeeld is niet een hoopvolle tendens maar een indicatie dat men democratie zo tracht te herdefiniŽren dat ze haar oorspronkelijke betekenis verliest. De deliberatieve democratie draait om het zoeken naar consensus doormiddel van een efficiŽnt en op beleid gericht besluitvormingsproces, waarbij burgers van advies worden voorzien door 'experts'. Democratie wordt zo gelegitimeerd op basis van efficiŽntie en productiviteit. Het ziet ware democratie als een vorm van effectieve burgerparticipatie. David van Reybrouck, ironisch genoeg een bewonderaar van Mair, pleit hier voor in zijn boek Tegen Verkiezingen.

De zoektocht naar alternatieve vormen van democratie is voor Mair eerder een bevestiging van het ''antipolitieke sentiment'' dat in het Westen heerst. De erosie van de partijpolitiek draagt bij aan dat sentiment: zonder representatie, ideeŽnvorming (het idee dat partijen ''fractional truths'' belichamen, zoals John Stuart Mill schreef) en partijlidmaatschap, verdwijnt de scheidslijn tussen staat en partij. Politiek wordt zo een kwestie van concurrentie; Ontdaan van haar representatieve dimensie, wordt politiek gezien als een platform om ''problemen op te lossen'', zoals een lokale lijsttrekker van een politieke partij in Nederland kort geleden zei.

Wellicht dat we iets van Alexis De Tocqueville kunnen leren, die - de paradox! - de afgelopen jaren sterk in trek is en ook door Mair instemmend wordt aangehaald. Democratie, stelde Tocqueville, impliceert zowel een sociaal fenomeen als een bepaald politiek bestel. Bovenal betekent democratie in de moderne zin van het woord een botsing tussen ideeŽn en fundamentele opvattingen over 'het goede'. Partijen speelden daarin een cruciale en definiŽrende rol: het ging hen niet in de eerste plaats om middelen maar om Ďultimate endsí, de zaken die ons intrinsiek van mening doen verschillen. De moderne Westerse democratie leefde lange tijd van die fundamentele tegenstellingen. Een alternatief dat niet slechts een stap verwijderd is van een participatieve technocratie, lijkt moeilijk voorstelbaar.


Recensie door Daniel Boomsma

Peter Mair, Ruling the Void: the Hollowing-out of Western Democracy, Verso, 2013

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be