De Verlichting uit evenwicht?

boek

Beeckman, De Vos, Neels en Van De Cloot

De terreuraanslagen van 9/11, in Madrid, Londen, Parijs en Brussel hebben geleid tot een hernieuwde roep naar en belangstelling voor de verdediging van onze Verlichtingswaarden. Het gaat vooral over de gelijkheid van man en vrouw, de scheiding van geloof en staat, de vrijheid van meningsuiting en het recht op zelfbeschikking. Het gevoel bestaat immers dat door de heropleving van orthodoxe religies, in het bijzonder van het radicaal islamisme, deze Verlichtingswaarden onder druk staan, ook in onze contreien waar de samenleving de voorbije decennia steeds meer multicultureel en multireligieus is geworden. Het is daarom nuttig om de principes van de grote verlichtingsdenkers opnieuw te bestuderen en na te gaan in welke mate ze vandaag nog relevant zijn voor moderne samenlevingen. Denk aan het belang van de democratie en de rechtsstaat, aan onze rechten, vrijheden en plichten.

Over de basisbeginselen van onze westerse democratische rechtsstaat scheven filosofe en publiciste Tinneke Beeckman, jurist en professor Marc De Vos, jurist en professor Leo Neels en Chief Economist Ivan Van De Cloot in opdracht van de denktank Itinera een reeks essays onder de gezamenlijke titel De Verlichting uit evenwicht? Daarin hebben ze het volgens de ondertitel vooral over normen en waarden, vrije meningsuiting en dominante religies. Maar doorheen de essays lees je veel over het belang van de democratie, en het feit dat we geneigd zijn die democratie als een evidentie te beschouwen, maar dat klopt niet, schrijft Leo Neels in de inleiding. Dat is juist, zoals de Nederlandse docent Bastiaan Rijpkema in zijn boek Weerbare democratie duidelijk heeft aangetoond door te wijzen op de grenzen en de gevaren van de democratische tolerantie, en wanneer een democratie het recht heeft om in te grijpen tegen intoleranten.

In haar bijdrage gaat Tinneke Beeckman in op de vraag waarom en hoe de waarden van de Verlichting tot stand zijn gekomen. Daarbij staat ze stil bij de visie van Spinoza dat niemand zich hoeft te onderwerpen aan een geloof of traditie om te bepalen welke ideeën goed of fout zijn. Het brengt haar tot de stelling dat ‘de subjectieve beleving van een (vaak religieus geïnspireerde) belediging of een kwetsuur niet volstaat om een beperking van vrijheid te eisen.’ Dat betekent dat de vrijheid van godsdienst geen reden kan zijn om uitspraken die gelovigen als onwenselijk te verbieden. In een democratie kan niemand aanspraak maken op de absolute waarheid. ‘Het recht op vrij geloof in een liberale samenleving betekent dus niet dat iemand het recht heeft zelf de bron van het recht te kiezen, en te stellen dat hij alleen het woord van de profeet aanvaardt,’ aldus Beeckman. Dit alles lijkt evident maar ze wijst er terecht op dat het verleden heeft aangetoond dat democratische verworvenheden nooit als vanzelfsprekend mogen worden beschouwd. Het Verlichtingsproces is dus nooit af.

Marc De Vos ziet de rechtsstaat als het product van de Verlichting en dat gebaseerd op vier fundamenten: politieke vrijheid, wettelijke vrijheid, persoonlijke vrijheid en institutionele vrijheid, en waarbij neutraliteit een verplichte basis vormt. Het prototype van de rechtsstaat van de Verlichting was de ‘nachtwakersstaat’ maar in de loop van de tijd evolueerde die meer naar een ‘verzorgingsstaat’ en ‘regulerende’ staat. Daardoor leende de rechtsstaat zich steeds meer tot handelingen van subgroepen wat dan weer leidde tot vormen van discriminatie. ‘We verglijden dan in herkenbare discussies over minimale vertegenwoordiging, representatieve samenstelling, inkomenskloven tussen groepen en quota’s voor minderheden. Dat is het moment waarop de samenleving van de hedendaagse rechtsstaat haar anker van de Verlichting licht’, aldus De Vos. Dat maakt dat niet zozeer de burger (als gelijke onder de anderen) nog langer centraal staat, maar minderheden die dan raken aan de basiswaarden van de rechtsstaat zoals ‘gelijkheid, scheiding van Kerk en Staat, uniciteit van burgerschap’.

Deze transformatie maakt De Vos duidelijk in de relatie tussen islam en staat. Hij wijst op het nogal naïeve pleidooi voor een ‘Europese islam’. Vanuit de Verlichtingsgedachte is dit niet mogelijk ‘omdat in Europa staat en burgerschap losstaan van eender welke religie, ook de islamitische’. Er kan wel zoiets bestaan als een ‘moderne islam’ maar die moet dan wel het principe van de scheiding van religie en staat en de gelijkheid van de burgers voor de wet aanvaarden. In die zin staan politieke aanspraken van religieus-culturele minderheden op aangepaste juridische behandelingen haaks op de rechtsstaat. Maar die aanspraken vloeien volgens de auteur voort uit de opkomst van de democratische welvaartsstaat die leidt tot een gebrek aan een gemeenschappelijke burgerschapscultuur, de evolutie van rechten naar groepsrechten en van plichten naar groepsplichten. ‘Burgers vinden zich niet langer terug in een gedeeld burgerschap en plooien zich terug op identiteit, een wij-zij-verhaal dat niet langer verbindt maar groepen naast elkaar en tegen elkaar plaatst’, schrijft De Vos.

Het EVRM garandeert de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, schrijft Leo Neels. Maar die rechten en vrijheden ‘kan men niet inroepen met het doel om de rechten en vrijheden te vernietigen of de democratie op te heffen.’ Dat betekent bijvoorbeeld dat bepaalde individuele rechten van burgers, zoals die van de voorstanders van de sharia, moeten wijken om de democratie te verdedigen. Daarbij vormt neutraliteit de kern van de staat. ‘De regel is dat religieuze eisen moeten wijken voor de civiele samenleving waarin de gezagsuitoefening (bestuur, officieel onderwijs,…) neutraal moet zijn,’ aldus Neels. En hij verwijst naar de rituele slachting van dieren, het proselitismeverbod, en het dragen van religieuze symbolen. Hij benadrukt het neutraliteitsprincipe in zijn slotbetoog waarin hij stelt dat we van elke gelovige van elke godsdienst kunnen eisen ‘dat ze de neutraliteit van de staat aanvaarden als premisse, als onderdeel van de democratie en de rechtsstaat; en dat ze verdragen dat medeburgers helemaal niet gelovig zijn of een andere godsdienst belijden.’

In zijn bijdrage wijst Ivan Van De Cloot op de grote impact van de Verlichtingsideeën op de welvaart. Zo onder meer van Adam Smith en zijn pleidooi voor een goed functionerend juridisch stelsel waardoor wetten kunnen afgedwongen worden, contracten worden nageleefd en disputen op een ordentelijke wijze worden afgehandeld. ‘Cruciaal daarbij is de rule of law,’ aldus Van De Cloot. Maar ook de opgang van wetenschap en technologie, de afwezigheid van repressie, het bestaan van eigendomsrechten, het doorbreken van monopolies en vooral de vrije toegang tot de markt waren daarbij essentieel. Hij ziet dan ook een samenhang en samenloop tussen de rechtsstaat en de economische groei. ‘Mechanismen die eigendomsrechten beschermen, oprichting van bedrijven faciliteren en de handhaving van contracten verzekeren, blijven fundamenteel,’ zo schrijft Van De Cloot. Het zijn elementen die ook vandaag nog gelden en de basis vormen voor ontwikkeling en welvaart.

Dit boek geeft niet alleen een goed beeld van de principes van de Verlichting zoals die destijds opgang maakten, maar ook van hun huidige relevantie. In elk van de essays voelt de lezer dat we die principes nog verder moeten uitwerken teneinde onze democratische rechtsstaat en onze welvaart te beschermen. Tegelijk waarschuwen de auteurs ervoor om niet op onze lauweren te rusten, maar ons actief in te zetten om de Verlichting te versterken teneinde onze rechten, vrijheden en welvaart te verzekeren en uit te breiden. In elk geval moeten we opletten voor ideeën die op het eerste zicht onze maatschappelijke problemen kunnen oplossen, maar die finaal leiden tot het tegendeel. Zo moeten we opletten om de vrijheid van meningsuiting niet in te leveren voor zogenaamde tolerantie. En moeten we opletten dat we het vrije marktdenken niet inleveren voor een systeem dat finaal leidt tot een economische neergang en minder welvaart voor de mens.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Beeckman, De Vos, Neels, Van De Cloot, De Verlichting uit evenwicht?, Itinera, Van Halewyck, 2016

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be