Vader

boek vrijdag 15 juni 2012

Karl Ove Knausgårds

Dertien jaar geleden dronk Karl Ove Knausgårds vader zich zijn doodskist in nadat hij nota bene zijn bloedeigen bejaarde moeder op het spoor van het alcoholisme had gezet. Steeds beter ging hij sindsdien inzien dat hij zelf tegen dezelfde demon aan het vechten is als zijn vader destijds, die van de betekenisloosheid. Alleen gaat hij zijn kwelduivel niet met de fles, maar wel met de pen te lijf: “Het voelt alsof er diep in mezelf iets gebroken is,” zegt hij, “Schrijven kan die breuk niet herstellen, maar wel de pijn verlichten.”

Er zijn twee soorten schrijvers, zij die het weten en zij die het niet weten. De eersten verstoppen het daarna heel goed en leiden er hun lezers stapje voor stapje naartoe, terwijl de anderen onophoudelijk met zichzelf worstelen en boeken schrijven die meanderende en misschien ook wel uitzichtloze queestes vormen. De Noor Karl Ove Knausgård behoort duidelijk tot de tweede soort. Vader, zijn nieuwe roman waarin hij een flink robbertje vecht met de geest van zijn in de alcohol verdronken vader, is het eerste deel van de zesdelige, in Noorwegen immens populaire reeks Mijn strijd. Een kwart miljoen exemplaren gingen er al van over de toonbank, en niet zonder enige controverse.

Het gedonder begon nog voor er een boek verschenen was, want de titel Mijn strijd verwijst natuurlijk naar Hitlers Mein Kampf, en daar haal je geen grapjes mee uit “Mijn strijd is inderdaad provocerend,” geeft Knausgård grif toe wanneer we hem ontmoeten in het Brusselse Metropole-hotel, “maar het is geen lege provocatie. Daar is een reden voor. In het zesde deel van mijn cyclus komt Hitlers Mein Kampf wel degelijk aan bod, in een essay over de manier waarop hij zichzelf construeert in dat boek en dat vergelijk ik met de manier waarop ik dat doe in het mijne. Ik schrijf immers over mijn strijd, niet op ideologisch vlak, maar wel op alledaags gebied: ik wil grote kunst produceren, maar besef ook dat literatuur vandaag alleen nog over alledaagse onderwerpen kan gaan. Dat is frusterend. Het is trouwens uit pure frustratie dat ik ben beginnen schrijven. Ik ging aan mijn schrijftafel zitten en vroeg me af hoe ik daar terecht was gekomen. Ik had drie kinderen en een fantastische vrouw, maar gelukkig werd ik daar niet echt van.

Mijn strijd is een zoektocht naar de redenen daarvoor. Over de momenten waarop ik echt betekenis ervoer in mijn bestaan, toen ik voor het eerst verliefd was bijvoorbeeld, of net na de dood van mijn vader, schrijf ik daarom niet, maar wel over de tijd daarbuiten, over het grootste deel van de tijd, over de wereld waarin we leven en die constant verdwijnt. Het eerste deel van Vader gaat bijvoorbeeld over het eerste Oudjaarsfeest waar ik als tiener naartoe ging en waar niets opzienbarends gebeurde. En net zo schrijf ik over de dood van mijn vader: niet over die dood zelf, maar wel tot in de kleinste details over het opruimen van de smeerboel die hij achtergelaten had in het huis van mijn grootmoeder.”

En precies daarom werd Knausgård door de familie van zijn vader voor het gerecht gedaagd. Hij beschrijft immers hoe het huis vol uitwerpselen lag en zijn oma stevig meedronk met haar alcoholistische zoon, waarbij de pis in stroompjes langs de poten van haar stoel de vloer op stroomde. Pure decadentie die niet weet te kiezen tussen humor en dramatiek en die alleen in de Scandinavische literatuur voorkomt, maar wel volkomen waarheidsgetrouw, aldus Knausgård: “Wat zijn familie me vooral kwalijk nam, denk ik, is dat ik mijn literatuur voor alles liet gaan. Volgens hen was dat moreel niet juist, maar dat is niet zo. Ik mag over mijn vader schrijven wat ik wil. Al heb ik uit die zaak wel iets geleerd natuurlijk: dat je als schrijver nooit eerlijk kunt zijn. Een beetje wel, maar nooit volledig. Dat is niet meer menselijk.”

Wat ons tijdens het interview steeds meer ging opvallen is de vrees die Knausgård bezighoudt dat hij dezelfde fouten zou maken als zijn vader, die als een botte Stoffel regelmatig zijn kinderen sloeg en geen tegenspraak duldde. Zijn schrijven, beseft hij, de zes boeken die Mijn strijd dik is, is misschien wel zijn manier om van de fles af te blijven. ”Mijn vader begon te drinken toen hij veertig was, precies op hetzelfde moment dat ik naar feestjes begon te gaan en voor het eerst alcohol proefde. Hij was gefrustreerd en had het gevoel het leven van een ander te leiden. Hij had een goeie job, maar zat vast in een stramien. In de drank probeerde hij zijn vrijheid terug te vinden, een nieuw leven.

Na zijn dood heb ik een paar dagboeken van hem gevonden waarin hij beschrijft wat het is om een paar dagen niet te drinken en het is alsof ik in een ravijn kijk. Hij heeft dus echt tegen de alcohol gevochten, maar op een bepaald moment gaf hij het op. Toen wou hij in feite sterven, denk ik.” Misschien had hij gewoon een boek moeten schrijven,” opperen we, wat enig gegrinnik uitlokt: “Ja, als hij zich op een of andere manier had kunnen uitdrukken, had hij misschien niet moeten drinken. Vroeger was ik kwaad op hem, maar nu zie ik dat hij gewoon geen kans had. Ik weet nu bijvoorbeeld dat hij geslagen werd door zijn vader en daarom zo hard was tegen ons. Ik probeer daar iets uit te leren en doe mijn best een betere vader te zijn voor mijn kinderen dan hij was voor ons.”

In zijn strijd tegen de betekenisloosheid botst Knausgård keer op keer op de grenzen van onze taal. Wie diepe existentiële vragen stelt komt vroeg of laat bij het religieuze uit, zegt hij, maar deze notie is vandaag niet meer te verwoorden, en daar zit Mein Kampf uiteindelijk voor iets tussen: “Het voelt alsof er diep in mezelf iets gebroken is. Schrijven kan die breuk niet herstellen, maar wel de pijn verlichten. Schrijven is creëren, en dat helpt altijd, maar voor datgene wat ik echt wil zeggen, hebben we geen woorden meer. Wanneer je iets wil te weten komen over je eigen leven en diepe existentiële vragen begint te stellen, kun je op twee mogelijke eindpunten uitkomen: het volstrekte niets van het nihilisme of God. En het fascinerende vind ik dat die God verdwenen is uit West-Europa.”

“Ik kom daar in het laatste boek op terug, waar ik het over Hitlers Mein Kampf heb. We zijn niet langer in staat de taal van het Goddelijke of het sublieme te hanteren omdat het nazisme die manier van denken gekaapt heeft. Sindsdien is alle romantiek verdacht. Wij kunnen ons dus niets meer voorstellen bij het sublieme. De taal en de beeldspraak van de Middeleeuwse mystici zijn helemaal anders dan de onze. Wij kennen dat soort ervaringen niet meer en we kunnen ze ook niet meer kennen. Dat interesseert me. Religie neemt dus een duidelijke plaats in in mijn boeken, ook in mijn vorige roman, Engelen vallen langzaam, maar waarom dat zo is, weet ik niet. Ik geloof ook niet, maar ik besef wel dat je niet om religie heen kunt wanneer je op zoek bent naar de betekenis van het leven.”

Maar treuren omwille van het verlies van de mystieke wereld doet Knausgård niet. Dat stadium is hij al lang voorbij, wat hem en zijn werk een extra tragische dimensie geeft: “We kunnen niet meer terug. Het probleem is dat ik betekenis moet zien te vinden in deze hedendaagse, materiële wereld en dat dit me blijkbaar bijzonder zwaar valt. Vandaar die boeken natuurlijk, 3.600 pagina’s in totaal, en ik ben er nog niet uit. Zij zijn een zoektocht naar de betekenis in het alledaagse hier en nu. Ik was onlangs nog in Venetië en kwam diep onder de indruk van al dat moois daar, maar ik besefte ook dat dit allemaal het verleden is. Het heeft vandaag geen betekenis meer. Ons rest alleen het heden. We moeten leven.”


Recensie door Marnix Verplancke

Deze recensie verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen

Karl Ove Knausgård, Vader (oorspronkelijke titel: Min Kamp. Første bok), vertaald door Marianne Molenaar, De Geus, 2011, 445 p., 25 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be