Voorspelbaar uniek

boek

Mark Elchardus en Ignace Glorieux

Voorspelbaar uniek van Mark Elchardus en Ignace Glorieux brengt een maatschappelijk beeld en een relaas van de onderzoekspraktijk van de werkgroep TOR. Het staat ook voor een bepaalde wetenschappelijke houding. Om met dat laatste te beginnen, in het besluit staat te lezen: ‘En de kwalitatieve onderzoeker besluit: ‘zie je wel, zo handelen de mensen vandaag. (…) de geschetste benaderingswijze komt veel voor en is verantwoordelijk voor de hardnekkige verwarring tussen een individualistische manier van spreken en een geïndividualiseerde manier van handelen.’

Waar gaat het ten gronde om? Een hedendaags courant discours heeft het over de individualisering. Wij zien onszelf als individuen die, in het verlengde van het Verlichtingsdenken, zelf beslissen en keuzes maken en ons daarbij niet laten beïnvloeden door traditie of door de omgeving. Elchardus en de mensen van de onderzoeksgroep TOR, waarover straks meer, stelden vast dat wij in ons handelen hoegenaamd geen individualisten zijn. De tijdsindeling, één van de vroege kernobjecten van de werkgroep, reveleerde immers een eenduidigheid in gedrag dat op conformiteit wijst.

De kritiek op de kwalitatieve onderzoeker komt er dan op neer dat hij zich laat misleiden door wat de respondenten hem meedelen. Dezen zijn immers overtuigd dat ze individualisten zijn en hun eigen leven zelf richting geven, onafhankelijk van wat anderen menen. Onderzoek dat, in de voortreffelijke traditie van Quetelet en zijn modale mens, volgens de wet van de grote aantallen, markante lijnen in het gedrag van de mensen poogt op te sporen, kwam tot de bevinding dat het gedrag van diezelfde mensen niet in overeenstemming is met hun beweringen; vandaar het onderscheid tussen individualisme en individualisering. Het eerste staat voor een opvatting, het tweede voor reëel gedrag.

De veel voorkomende tegenstelling tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek, geeft soms aanleiding tot controversen, die evenwel overbodig zijn. Elchardus en Glorieux wijzen derhalve terecht het kwalitatief onderzoek niet af, gezien, in diezelfde reeds geciteerde tekst, ze tevens zeggen dat ‘niet al het kwalitatief onderzoek vatbaar is voor die kritiek’. Bovendien passen hun onderzoekers, waar nodig, diepteonderzoek toe om meer inzicht te krijgen in een vastgesteld fenomeen. Tenslotte zijn kwalitatief en kwantitatief onderzoek niet aan elkaar tegengesteld, maar aanvullend, met elk hun eigen toepassingsterrein en wetenschappelijke waarde.

TOR staat voor Tempus Omnia Revelat. Dat de tijd alles aan het licht brengt was het motto van de onderzoeksgroep voor de studie, cultuur en samenleving, die in 1982 werd opgericht door enkele onderzoekers van het toenmalige Centrum voor Sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Met ‘de tijd’ wordt dan niet bedoeld dat met het verloop van tijd alles automatisch aan het licht komt, maar dat de tijdsindeling revelerend is voor heel wat maatschappelijke fenomenen, zoals deze van het individualisme en de individualiteit, die zoeven aangehaald werden, zo voorbeeldig laten zien. Immers de tijdsindeling van respondenten vertoonde frappante overeenkomsten en vaste patronen, duidelijk tegengesteld aan individualistische pretenties.

De website van TOR (http://www.vub.ac.be/TOR) vermeldt dat zij bestaat uit een onderzoeksgroep en een discussiegroep. ‘De onderzoeksgroep met een dertigtal leden, laat zich in met fundamenteel en toegepast onderzoek rond thema’s als tijdbesteding, culturele veranderingen in Vlaanderen, media, jeugdcultuur, educatie en burgerschap, participatie van jongeren in het onderwijs en de participatie van volwassenen in het verenigingsleven. De discussiegroep doet dienst als forum voor interdisciplinaire discussie rond tijd, cultuur en samenleving. Sinds haar ontstaan publiceerde de TOR-onderzoeksgroep meer dan 700 artikels, rapporten en boeken over de eerder geciteerde onderwerpen.’

De resultaten van de culturele studie van de tijd leidden uiteindelijke tot een cultuurstudie sui generis. Dat wil concreet zeggen dat het marxistische uitgangspunt dat een bovenstructuur (cultuur) schatplichtig is aan de benedenstructuur (het ontwikkelingsstadium waarin de bevrediging van de behoeften zich bevindt) verlaten werd voor een model waarin ook de culturele component een centrale plaats toegewezen krijgt. De opvattingen en keuzes van de mensen werden dus niet uitsluitend aan de werkomstandigheden getoetst, maar er kwam ruimte vrij voor aandacht aan traditionele patronen en opgebouwde menselijke verworvenheden uit het verleden, maar dan wel met de nadruk op de actuele realisatie daarvan in een netwerk van betekenisgeving. Paste de tijdsindeling zich naadloos aan op de economische realiteit of persisteerden gewoontes?

Deze paradigmaverschuiving hangt nauw samen met het geïntroduceerde begrip symbolische samenleving. In de ondertitel van het boek staat dit begrip overigens vermeldt, wat nog maar eens duidt op het belang ervan. Doorheen het gehele werk loopt het begrip immers als een rode draad. Grosso modo kan het omschreven worden als de duiding van een maatschappij waarin sociale netwerken, de media, het verenigingsleven de plaats hebben ingenomen van tradities en gezag. Zo worden genoten onderwijs en de voorkeur voor bepaalde media als onafhankelijk variabelen ontdekt. Men kan zich niet van de indruk ontdoen dat de postmoderne manier van denken daar zeer sterk mee verwant is. Het is alsof het maatschappelijk leven opgehangen wordt aan heersende waarden en normen en de voeling met de realiteit op losse schroeven staat, alsof we leven in een imaginair universum, een wereld waarin de natuur zelf tot een teken is verworden, om het op zijn Baudrillards te zeggen.

Pierre Bourdieu, de bekende Franse socioloog die eveneens de culturele en symbolische factoren naar voren schoof als verklarende begrippen voor maatschappelijke analyse, en die bovendien het marxistische dogma van de economische factoren onderuit haalde, krijgt door het onderzoek van TOR evenwel niet de waarheid aan zijn kant. Volgens Bourdieu is het de opvoeding in de prille jeugd dat bepalend is voor gedrag, houdingen en opvattingen voor de rest van het leven. De daar fundamenteel opgebouwde patronen zouden steeds weer terug keren in het aanleren van het nieuwe. Dat blijkt dus niet het geval. Blijkbaar spelen opleiding, media, verenigingsleven, enz. een veel sterkere rol en fungeert het milieu van oorsprong eerder als katalysator dan als fundamentele motor. Het is omdat een persoon in een bestaand netwerk leeft, dat zijn voorkeuren een bepaalde richting uitgaat, en dat netwerk leunt nauw aan bij het midden waaruit iemand voortkomt.

Deze enkele voorbeelden tonen al aan hoe het boek Voorspelbaar uniek een overzicht biedt van de onderzoeksresultaten van TOR, en ook van enkele andere instanties, en de begeleidende theorievorming. Het is een wetenschappelijk werk. Dat betekent dat ruimschoots plaats gereserveerd wordt voor gegevens die haar wetenschappelijke degelijkheid moeten waarborgen, zoals duidelijke formulering van de centrale terminologie, de omvang van het onderzoek, de betrouwbaarheid en ander methodologische vereisten. Dat brengt met zich dat bij de beschrijving van de analyse van de gegevens statistische middelen aan bod komen die voor een in de materie niet geschoolde niet evident zijn. Meetinstrumenten als ‘Cronbachs alfa’ (meting van de consistentie), factoranalyse, z- en t-waarde, SEM, enz. zeggen de doorsnee lezer weinig of niets, tenzij misschien indirect door de context waarin ze gebruikt worden, maar dan nog slechts vaag.

Nochtans blijft het boek voor de leekgeïnteresseerde vlot leesbaar. Het volstaat dat deze fragmenten diagonaal gelezen worden, waarna de besluiten, met wat meer aandacht benaderd, voldoende informatie bevatten om de resultaten tot voor eenieder waardevol te maken. Misschien is het lezen van de methodologische aspecten van het onderzoek een aanzet voor de lezer om zich verder in deze eigenlijk gespecialiseerde materie te verdiepen. Een aanrader omdat iedereen tegenwoordig met statistische gegevens om de oren geslagen wordt en niet altijd duidelijk is of deze wel betrouwbaar zijn en of ze wel terecht aangehaald worden en niet uit hun verband gerukt.

Zoals het in een wetenschappelijk werk past, worden ook af en toe de zwaktes niet verzwegen. Ofwel gaat het om ontbrekende en niet beschikbare gegevens, die noodzakelijk zouden geweest zijn, en blijvend de waarde van de resultaten verminderen, ofwel gaat het om een tijdelijk euvel dat in de toekomst, door bijkomend onderzoek, hopelijk zal opgevangen kunnen worden. De lezer dient immers daarvan op de hoogte te zijn om de relatieve waarde van de beweringen juist te kunnen in schatten.

Naast de historische situering van elk onderzoek in het leven van TOR, een situering die oog heeft voor de gestage vorderingen en paradigmaverschuivingen, wordt uitgebreid ingegaan op voorafgaande literatuurstudie, dat inmiddels gigantische vormen moet hebben aangenomen. Daarnaast is het ook duidelijk dat het TOR-onderzoek niet in een vacuüm plaats vond en vindt. Bij het lezen, al of niet tussen de regels, wordt duidelijk dat met de actualiteit en nood aan informatie voor het beleid, rekening is gehouden in de keuze en de uitwerking van het onderzochte en wel zodanig dat het fout is te beweren dat zowel aan fundamenteel als toegepast onderzoek wordt gedaan. Immers dat suggereert dat het om twee gescheiden gebieden van onderzoek zou gaan, terwijl gaandeweg duidelijk is dat beide nauw met elkaar verweven zijn. Het zijn dus twee aspecten van één en hetzelfde.

Het heeft immers weinig zin om meterslange onderzoeksresultaten aan te halen, zonder dat aan deze gegevens een theoretische betekenis wordt verleend, waardoor ze in een ruimer kader worden geplaatst en meer zeggingskracht krijgen, maar ook op hun beurt aanleiding geven tot een verdere toetsing en uitwerking. Deze wetenschappelijke activiteit houdt, als keerzijde van de medaille, ook een gevaar in; het louter opsommen van feiten minder, maar de overgang maken van feit naar theorie is niet altijd evident. Onderzoekers zijn zich daar meestal wel van bewust. Is het correct te beweren dat hoger opgeleiden meer tevreden mensen zijn dan lager opgeleiden omdat er een correlatie is vastgesteld tussen indicatoren van tevredenheid en indicatoren van hoge opleiding?

Op het eerste gezicht wel, maar indien een onderscheid gemaakt wordt tussen persoonlijke en maatschappelijke tevredenheid blijkt dat de eerste geen noemenswaardige verschillen laat zien, maar de tweede des te meer. De private tevredenheid is afhankelijk van het direct ervarene, terwijl de tevredenheid over de publieke sfeer van cultureel-symbolische factoren afhangt, zoals media en opleiding. Dat is de voortdurende uitdaging waarvoor onderzoekers in het sociologische veld mee geconfronteerd worden. Daarom is het bijzonder boeiend te zien hoe de vorderingen in het onderzoek plaats vinden gedurende het nu al relatief lange bestaan van TOR.

De religieuze ruimte ontbreekt niet in het onderzoek. Dat kan ook niet anders. De traditionele katholieke cultuurinbedding mag dan te lijden hebben onder de opmars van de secularisering, maar, is dat eveneens het geval voor de nieuwe religies in Europa, met name de Islam? Dan blijkt dat de tegenstelling autochtoon-allochtoon niet langer als verklaring van verschillen in aanmerking komt, doch dat het behoren tot de Islam wel degelijk tot andere meningen, houdingen en gedragingen aanleiding geeft, vooral als het om strikte beleving gaat. Binnen de Islam is dan bovendien nog het onderscheid naar geslacht soms van belang. Het maatschappelijk onbehagen is bijvoorbeeld het hoogst bij strikte moslimmeisjes. Sprekend is overigens dat het aanbod van cultuurverenigingen er niet in slaagt om de moslimjongeren te bereiken. ‘Strikte moslimjongeren koppelen een autoritaire en repressieve houding aan een zeer positief zelfbeeld en een grote tevredenheid met het persoonlijke leven.’

De niet-strikte moslimjongeren echter verschillen niet betekenisvol van autochtonen, ‘maar hebben van alle onderscheiden groepen de meest positieve houding ten opzichte van geweld en vertonen de hoogste mate van antisociaal gedrag.’ Is dat misschien een reden waarom zoveel jongeren warm gemaakt kunnen worden voor het gaan vechten in Syrië of voor terroristische acties? Anderzijds komt uit onderzoek naar voor dat de vastgestelde houding ingetoomd wordt bij strikte moslimjongeren die door hun geloof daarin geremd worden. Is vredelievendheid dan toch een moslimkenmerk? Tom Holland linkte geweld aan de moslimtraditie omdat, in zijn historisch onderzoek, Het vierde beest: God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid, bleek dat talrijke moslimgeschriften dateren uit de periode van de veroveringen en in dienst stonden daarvan. Alleszins is het, mijn inziens, beter te denken aan de grote verscheidenheid binnen de Islam en dat ongenuanceerde verklaringen naast de realiteit grijpen.

De politieke wereld komt eveneens aan bod, vooral onder invloed van de opkomst en succes van populistische partijen, extreem rechts en nationalisme. Nieuwe breuklijnen dienen zich aan. Ik laat het echter aan de lezer over om deze zelf te ontdekken in het voortreffelijke werk van Mark Elchardus en Ignace Glorieux, Voorspelbaar uniek. Deze korte bespreking van het werk heeft slechts eventjes de sluier opgelicht. Er valt nog heel wat meer over te vertellen. Hopelijk heb ik de lezer tot lezen warm gemaakt. Ik heb er in elk geval veel uit geleerd.


Recensie door Hendrik Vanmassenhove

Mark Elchardus en Ignace Glorieux, Voorspelbaar uniek: Dieper graven in de symbolische samenleving, Lannoo Campus, Leuven, 2012, 408 p.

Links
mailto:hendrik.vanmassenhove@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be