Trop vite!

boek vrijdag 10 december 2010

Jean-Louis Servan-Schreiber

In Trop Vite! wil Jean-Louis Servan-Schreiber de lezer waarschuwen voor de risico’s die de versnelling van onze maatschappij met zich brengt. Zeker, snelheid heeft zo haar voordelen: waar men vroeger twee dagen nodig had om van Parijs naar Reims te reizen, kan dit nu in een half uur met de TGV. Door het feit dat alles sneller gaat, ontbreekt ons echter steeds meer de tijd om echt na te denken. Daardoor beperkt de tijdshorizon zich tot de onmiddellijke toekomst, terwijl slechts het zeer recente verleden ons fris in het geheugen zit. De recente financiële crisis toont aan welke catastrofes dit kortetermijndenken kan veroorzaken. Met de ecologische crisis die zich met de klimaatopwarming aandient is het de hoogste tijd om zich rekenschap te geven van de gevaren van het kortetermijndenken. Door die beter in te zien kunnen ze grondiger ingedijkt worden.

Snelheid is een bijproduct van het menselijk vernuft. In vergelijking met vele dieren is de mens niet snel en krachtig en is zijn uithoudingsvermogen maar povertjes. De mens beschikt echter als enige over hersenen die toelaten manieren te bedenken om deze lichamelijke beperkingen te omzeilen en zelfs te overwinnen. Denk maar aan de trein, de auto en het vliegtuig die onze reistijd aanzienlijk hebben ingekort, waardoor alles sneller kon gaan dan voorheen. Dergelijke versnelling is ons overigens niet onaangenaam: we kunnen nu immers vele van onze behoeften snel invullen. Op den duur zijn velen zelfs verslaafd geraakt aan snelheid (snelheid als een soort drug). Snelheid kan eveneens handig zijn: door voortdurend bezig te zijn en de ene na de andere deadline na te hollen hebben we gewoon de tijd niet meer om stil te staan bij de grote levensvragen.

In onze samenleving is snelheid de norm geworden. Ook informatie verplaatst zich nu razendsnel. Onze hersenen krijgen al deze berichten echter niet meer verwerkt. We worden murw geslagen door alles wat iedere dag weer op ons afkomt langs alle mogelijke media. Tegelijkertijd heeft de algemene versnelling tot gevolg dat de tijd voor reflectie serieus geslonken is. Als men aan volle snelheid rijdt in een autorally, dan heeft men niet de tijd om te denken aan de maaltijd ‘s avonds na de proef. Dan kan men zich alleen maar concentreren op de volgende bocht. Het kortetermijndenken is dan ook een logisch gevolg van de universele acceleratie. Er is geen toekomst meer en er is geen verleden meer. Alles is heden, hier en nu, geworden.

In alle domeinen van het maatschappelijk leven is het kortetermijndenken doorgedrongen. De politiek is hier een goed voorbeeld van. Volgens de Duitse filosoof Edmund Husserl bemoeit de rechterlijke macht zich met het verleden, beoordeelt het datgene wat gebeurd is. De uitvoerende macht buigt zich over het heden, want dat valt onder haar bevoegdheden van beheer en bestuur. Bezinnen over de toekomst is dan de uitverkoren taak voor de wetgevende macht. Aangezien alles nu heden is geworden, is het niet te verwonderen dat de uitvoerende macht heden ten dage de plak zwaait. De uitvoerende macht kan ook het snelst inspelen op iedere opwelling, iedere verzuchting, iedere eis die de publieke opinie kenbaar maakt. Zo belooft de regering vaak snel nieuwe wetgeving, als zich een incident voordoet. Die wetgeving moet uiteraard zo snel mogelijk door het parlement worden gesluisd, waardoor de wetgevende macht nog meer in een ondergeschikte rol wordt gedrongen.

Als de media de vierde macht zijn, is de publieke opinie de vijfde macht geworden die, langs diverse kanalen, onmiddellijk haar ongenoegen over bepaalde beslissingen kan uiten. Door de media en het internet kan de publieke opinie nu meteen haar mening over alle mogelijke materies tot uitdrukking brengen. De publieke opinie verwacht ook dat met die mening rekening wordt gehouden. Hoe kan ruimte gecreëerd worden voor deze participatieve democratie? Hoe moet de roep van de publieke opinie om gehoord te worden verzoend worden met de wens van diezelfde publieke opinie dat snel en daadkrachtig wordt opgetreden? Een debat met het oog op het bereiken van een zekere consensus vereist immers… tijd. Hoe kan ook de participatieve democratie samengaan met de representatieve democratie? De representatieve democratie is uitgedokterd in het tijdperk van de Verlichting, toen reizen lang duurde. Er bestond toen een grote afstand tussen het machtscentrum en de provincie. De publieke opinie kon dan ook niet onmiddellijk haar mening laten horen en ze moest er dus wel op vertrouwen dat parlementsleden hun rol als volksvertegenwoordiger degelijk vervulden. Zal het tijdperk van de ‘postdemocratie’ niet eerder gekenmerkt worden door een uitvoerende macht die zich meer en meer bezondigt aan populisme om de publieke opinie tevreden te houden, terwijl de echte macht en de broodnodige langetermijnvisie eerder liggen bij allerhande comités van experts op alle mogelijke beleidsniveaus?

De financiële markten zijn een ander biotoop waar het kortetermijndenken welig tiert. Wanneer enkele jaren geleden een risicovolle financiële transactie op stapel werd gezet, dan was vaak ‘IBG YBG’ in de e-mails te lezen. ‘IBG YBG’ staat voor ‘I’ll be gone – You’ll be gone’: we weten allemaal dat we hier met vuur spelen, maar dat zal men pas beseffen wanneer we hier al weg zijn en onze bonus hebben opgestreken. Zes maanden later brak de subprimecrisis uit die leidde tot het ineenklappen van het internationale financiële systeem. Op 18 maanden tijd werd 25.000 miljard dollar aan beurswaarde vernietigd. Velen zagen wel in dat de kermis niet kon blijven duren, maar ze dachten slimmer te zijn dan al de rest. Zij meenden over de gave te beschikken om zich tijdig uit de financiële markten terug te trekken, net voor de zeepbel zou barsten. Velen hebben tot hun scha en schande moeten ondervinden dat ze hierin dwaalden. Op zich is er volgens Servan-Schreiber niets mis mee om zich op het heden te concentreren. Men leeft eenmaal in het hier en nu. Wie in het verleden blijft leven of zich te veel op de toekomst fixeert, laat zijn leven minstens gedeeltelijk aan zich voorbijgaan. In de financiële markten is deze gezonde basishouding echter totaal ontspoord door het kortetermijndenken. Op zoek naar grote kortetermijnwinsten sloot men daar de ogen voor alle mogelijke risico’s die een onzekere wereld meebrengt. Men zou zich anders wel eens van de wijs kunnen laten brengen door deze risico’s en zo de kans op winst niet grijpen.

Het kortetermijndenken heeft verder de visie op ondernemen ingrijpend beïnvloed. In het verleden was een onderneming gericht op een overdracht naar de volgende generatie. Men mikte op een gestage uitbouw van het bedrijf om die aan de volgende generatie door te geven. Winsten werden opnieuw in de onderneming zelf geïnvesteerd, zodat er steeds voldoende kapitaal was om het hoofd te bieden aan slechte tijden. Ten tijde van het grote ondernemende liberalisme van de 19de eeuw (woorden van de auteur zelf), toen de industrialisering van de wereld een aanvang nam, konden ondernemingen op geen andere wijze tot ontwikkeling komen. Kapitaal was nu eenmaal schaars. Enkel door te sparen en spaarzaam met de beschikbare middelen om te springen konden bedrijven over voldoende middelen beschikken. In tijden die door het kortetermijndenken worden beheerst verloopt dat hele proces natuurlijk veel te traag. Daarom is meerwaarde het ordewoord geworden. Het komt erop aan om een onderneming zo snel mogelijk te laten groeien, zodat die met een fikse winst kan worden verkocht. Draagt die fixatie op kortetermijnwinsten echter al niet in zich de kiemen voor haar eigen ondergang? Kortetermijnwinsten zijn immers als harddrugs: je hebt er meer en meer van nodig om dezelfde voldoening te bereiken, waardoor het lichaam alsmaar zieker wordt. Zo hoeft men er zich niet over te verbazen dat werknemers zich steeds minder met het bedrijf identificeren en zich minder betrokken voelen, wanneer steeds opnieuw massale ontslagen worden aangekondigd om de winsten op peil te houden. Maatregelen op korte termijn leiden tot al even kortstondige winsten.

Onze kijk op goederen is al evenzeer door het kortetermijndenken veranderd. Zo werden meubelen eertijds als een belangrijk onderdeel van het vermogen aangezien. Ze waren voor de lange termijn bestemd: men kocht ze, ze bleven een heel leven mee en ze werden overgelaten aan de erfgenamen. Deze patrimoniale visie op meubelen is gaandeweg vervangen door een opvatting over meubelen als gebruiksgoed. Bij gebruiksgoederen hoort een visie op kortere termijn. Meubelen gaan dan ook minder lang mee: kinderen doen vaker de meubelen van hun ouders weg omdat ze niet overeenstemmen met hun lifestyle. De consumptiemaatschappij is in wezen niets meer dan een geprogrammeerd systeem van waardevermindering door veroudering: alles wordt in het werk gesteld om aan te zetten tot nieuwe aankopen, omdat wat men heeft als verouderd en dus als minder waardevol moet worden beschouwd en bijgevolg moet worden vervangen. Door consumptie- en andere kredieten kan men ook steeds meer kopen, terwijl men de betaling van de rekening voor zich kan uitschuiven. ‘Koop nu, betaal later!’ Is het motto van de consumptiemaatschappij niet radicaal tegengesteld aan wat de Kerk steeds voorhield, dat het paradijs maar voor het hiernamaals gereserveerd was? Internet zal het consumeren op korte termijn verder in de hand werken door meer en beter gerichte publiciteit te versturen, dat wil zeggen publiciteit aangepast aan de wensen en voorkeuren van de individuele consument.

Voorts is het tempo in het dagelijks leven opgedreven. Zaken zijn tegenwoordig belangrijk, niet omdat ze op zich zo belangrijk zijn, maar omdat ze urgent zijn. Een dag telt nog altijd maar 24 uur, maar toch moeten er veel meer dingen gedaan worden. Alles moet dus minder tijd kosten. Films moeten korter duren, spreekbeurten moeten bondiger zijn en berichten moeten met minder tekens verzonden kunnen worden. Op het werk worden vragen die in enkele minuten kunnen worden afgewerkt met voorrang behandeld. Andere vragen worden naar later verschoven, naar een ogenblik waarop men rustiger en aandachtiger kan werken, naar een ogenblik dus dat zich steeds minder aandient. Alles moet eenvoudiger en compacter. De tijd dat men zeer geconcentreerd kan zijn neemt voortdurend af. Worden de hersenen dan nog wel voldoende intellectueel uitgedaagd? Worden onze neuronen genoeg aan het werk gezet? Wordt aandachtig lezen niet stilaan een opdracht, een corvee? Zit onze kennis voortaan minder onder onze hersenpan en meer op het wereldwijde web? Wat moeten we dan aanvangen als het hele internet zou uitvallen? Worden we dan niet doof en onwetend tegelijkertijd?

Relaties zijn evenmin onaangeroerd gebleven. Relaties en vriendschappen hebben tijd nodig om te ontstaan en te onderhouden. Moeilijke opdracht in een maatschappij die door het kortetermijndenken is geïnfiltreerd. Het begon al met de seksuele revolutie in de jaren zeventig. Seksueel genot is legitiem geworden, maar het nastreven ervan kon alleen maar het aantal vlugge en vluchtige contacten doen toenemen, althans volgens Servan-Schreiber. De sociale netwerksites hebben het nog makkelijker gemaakt om van date of partner te veranderen. Tezelfdertijd kan men kieskeuriger zijn: men kan zijn eigen hoger stellen, want het aanbod waaruit men kan kiezen kan men door het internet veel meer op de eigen voorkeuren toespitsen. En wat is ‘vriendschap’ met honderden personen op Facebook echt waard, als je weet dat men maar met gemiddeld 10 à 20 personen een echt intens contact via telefoon en e-mail kan onderhouden?

Al dit kortetermijndenken lijkt weinig goeds te beloven voor de ecologische uitdagingen waar we voor staan. Die vereisen immers maatregelen op lange termijn, waarbij de belangen van onze kinderen en kleinkinderen degelijk in rekening moeten worden gebracht. Het kortetermijndenken speelt het aanpakken van de klimaatopwarming trouwens parten. Zo is men nog niet uit de discussie geraakt over hoeveel tijd men nog heeft om de klimaatopwarming of haar voornaamste effecten tegen te komen. Volgens sommigen is het over drie jaar al te laat. Anderen houden het op 2030. In ieder geval, hoe langer men het nemen van harde maatregelen kan uitstellen, des te langer men verder kan doen alsof zijn neus bloedt. Voor veel bedrijven die niet verder dan de zes komende maanden kijken, is de klimaatopwarming ondanks alles een ver-van-mijn-bedshow.

Niettemin is er toch hoop, volgens Jean-Louis Servan-Schreiber. De mythe dat de consumptiemaatschappij ons gelukkiger zou maken, wordt door meer mensen doorgeprikt. Aan het begin van deze eeuw laten steeds meer mensen zich niet langer meeslepen door het kortetermijndenken. Hoewel ze eigenlijk geen tijd hebben, omdat er altijd wel iets te doen is, maken ze toch tijd voor zichzelf. Het idee wint steeds meer veld dat men pas goed voor anderen kan zorgen, als men eerst goed voor zichzelf kan zorgen. Is het ook niet meer verkieslijk om het lot in eigen handen te nemen dan alles aan het toeval over te laten? Tevens groeit het besef dat geluk niet te koop is in de supermarkt, maar dat men er zelf voor moet zorgen. Meer mensen zien dan ook hun eigen leven als een project op lange termijn waarbij men probeert eerst zijn eigen identiteit en doelstellingen te definiëren en vervolgens in lijn hiermee te leven. Ze hopen op die wijze de weg naar een echt en diepgaand geluk te hebben ingeslagen of minstens hun levenskwaliteit te verbeteren.

Jean-Louis Servan-Schreiber vertrouwt erop dat deze beweging meer aanhang zal krijgen, zodat een echte tegencultuur zou kunnen ontstaan. Hoe meer mensen zich verantwoordelijk voor hun eigen leven voelen, hoe meer ze zullen nadenken over de gevolgen die hun alledaagse handelingen op termijn meebrengen. Zo kan er weer meer ruimte voor langetermijndenken in de samenleving ontstaan. Zo kan ook een begin gemaakt worden met het aanpakken van de ecologische uitdagingen. In Frankrijk is de helft van de uitstoot van alle broeikasgassen in het privéleven te situeren. Als steeds meer mensen zich daarvan bewust zijn en dit besef in hun gedrag vertalen, wordt een belangrijke oorzaak van de klimaatopwarming aangepakt. Dan zal de politiek ook moeten volgen: in plaats dat de publieke opinie wacht op maatregelen van de overheid, zal de overheid onder druk van de publieke opinie maatregelen moeten nemen die tot dan ondenkbaar of onaanvaardbaar waren.

Jean-Louis Servan-Schreiber besluit dat zijn boodschap dat iedereen meer de langere termijn in zijn alledaags handelen zou moeten integreren misschien niet zo hip klinkt. Toch is het in zijn ogen de enige optie die tegelijk hoopvol en realistisch is. Zeker, een visie op langere termijn is niet gemakkelijk. Het vereist een mentale inspanning, maar is de mensheid niet tot veel in staat? De mensheid heeft al veel uitdagingen kunnen weerstaan. Waarom zouden we dan niet kunnen ontkomen aan de zwijm van de korte termijn?


Recensie door Lieven Monserez


Jean-Louis Servan-Schreiber, Trop Vite! Pourquoi nous sommes prisonniers du court terme, Ed. Albin Michel, Parijs, 2010, 199 blz.

Links
mailto:lieven.monserez@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be