Tocqueville, profeet van de moderne democratie

boek

Andreas Kinneging (red.)

De recent verschenen bundel Tocqueville, profeet van de moderne democratie is een ode aan deze negentiende eeuwse filosoof, historicus en politicus. In dertien hoofdstukken steken veertien auteurs hun bewondering voor deze denker niet onder stoelen of banken. Alexis de Tocqueville is een allemansvriend. Onder de Nederlandse en Vlaamse auteurs bevinden zich conservatieven én liberalen. In het boek bevestigen auteurs als Jozef Waanders en Jean Marc Piret dat Tocqueville in beide tradities wordt geplaatst. Zijn gedachtegoed over de democratie bevat zowel conservatieve als liberale elementen: hij is een pleitbezorger van vrijheid, gezag, religie, democratie, aristocratie en burgerschap.

Om de ideeën van Tocqueville te beschrijven, grijpen bijna alle auteurs terug op zijn werk Over democratie in Amerika uit 1835 en in mindere mate op Het Ancien Régime en de Revolutie uit 1840. In het inleidende hoofdstuk vatten de samenstellers Andreas Kinneging, Paul de Hert en Stefan Somers deze twee werken, en daarmee zijn gedachtegoed, bondig samen: '[In het eerste boek stelt Tocqueville] dat vrijheid en gelijkheid niet noodzakelijk samengaan. Het grote gevaar van de democratie is volgens hem dat de gelijkheid die democraten boven alles liefhebben, de vrijheid om zeep helpt en de vestiging van een of andere vorm van tirannie oftewel despotisme bewerkstelligt.(…) De mening van de meerderheid kan gemakkelijk worden tot dé maatstaf van goed en kwaad, recht en onrecht'. In het tweede boek bespreekt Tocqueville de gevolgen van 'de nieuwe gelijkheid', aldus de samenstellers. 'De band van het eigenbelang die de mensen met elkaar verbond wordt steeds brozer. De mens wordt op zichzelf teruggeworpen en trekt zich terug in zijn eigen kleine kringetje. Hij raakt geïsoleerd en op zichzelf gefixeerd. Tocqueville spreekt in dit verband, als één van de eersten, over individualisme'.

De bundel biedt een mooie inkijk in het gedachtegoed van Tocqueville, maar het doel van dit boek is ambitieuzer. De samenstellers willen dat dit een aanvulling is op al wat over deze denker is geschreven. Zij doen dat door het accent te leggen op de actuele waarde van zijn ideeën. 'Tocqueville levert ons intellectueel gereedschap waarmee we vandaag de dag aan de slag kunnen'. Deze keuze is uit ongenoegen ingegeven. De samenstellers vinden dat er in z'n algemeenheid, en in het bijzonder binnen de sociale wetenschappen, te weinig rekenschap wordt gegeven van het verleden. Ze hekelen het 'rotsvaste geloof in vooruitgang', 'de gevaarlijkste religie van de moderne tijd'. De samenstellers grijpen liever naar het verleden. Volgens hen zijn klassieke werken tijdloos en leren ze ons daarom veel over de huidige tijd. In het geval van Tocqueville gaan de samenstellers nog een stap verder: zijn werk zou zelfs van voorspellende waarde zijn geweest. Hij wordt verheven tot 'profeet van de moderne democratie'.

Het is waar dat de aristocratie na de Franse revolutie plaatsmaakte voor democratie. Het klopt ook dat politiek en samenleving zich zijn gaan baseren op de twee grondprincipes van de democratie: vrijheid en gelijkheid. Maar op de vraag waar dit nieuwe systeem toe zou leiden, lijkt Tocqueville het toch niet helemaal bij het rechte eind te hebben. Albert Jan Kruiter schrijft dat Tocqueville veronderstelde dat het egoïsme de overhand zou krijgen in de democratische samenleving. Hij komt tot deze conclusie na een studiereis in Amerika, dat resulteerde in het boek Over democratie in Amerika. In tegenstelling tot het egoïstische eigenbelang van Frankrijk, merkte hij op dat in Amerika het 'welbegrepen eigenbelang' domineerde. In de townships van New England zag hij een 'kleinschalige, zelfsturende politieke gemeenschap' regeren, aldus Ringo Ossewaarde.

Deze lokale democratieën zijn 'de politieke bron van vrijheid', omdat 'burgers geen belastingen zouden afstaan zonder hun eigen instemming, hun eigen vertegenwoordigers kiezen en hun eigen zaken beheren'. Deze stadstaten stonden in schril contrast met het gecentraliseerde en gebureaucratiseerde bestuur in Frankrijk. In dit systeem 'degenereren zij [burgers] tot passieve toeschouwers van een spel dat door anderen wordt gespeeld'. Tocqueville voorspelt dat de democratie zich in deze richting zal ontwikkelen. Hij denkt dat in een samenleving van gelijken, mensen geneigd zijn zich met hun individuele en collectieve problemen te richten tot de machtige staat. Zij zouden het zich laten welgevallen dat de centrale overheid alles probeert te regelen met een log en verlammend bureaucratisch systeem tot gevolg.

Anno 2013 is er echter een tegengestelde trend waarneembaar die Tocqueville niet had voorzien. In Europa raakt de bottom up benadering in zwang. Het is een reactie op de mismatch tussen het centrale bestuur en wat er in de samenleving leeft. Politieke vernieuwingsbewegingen springen in dit gat. Zij roepen om participatieve democratie van onderop. Denk aan de Vijf Sterren Beweging van Beppe Grillo en dichterbij huis aan de G1000 in België en in Nederland de G500 en Klub Kobalt. Ook buiten de politiek nemen steeds meer burgers het heft in eigen hand. Onderzoeken van het Nederlandse Sociaal Cultureel Planbureau en het Belgische onderzoek VRIND 2012 laten zien dat de maatschappelijke activiteit groot is. De economische crisis fungeert als katalysator. De kwaliteit van publieke voorzieningen neemt als gevolg van de bezuinigingen af. Daar waar markt en overheid falen, weten burgers elkaar te vinden door gedeelde belangen en idealen. Zij richten hun eigen kinderopvang op, omdat het bestaande aanbod schraal is en duur. Of huizenbezitters besluiten gezamenlijk te investeren in zonnepanelen, omdat dat op termijn goedkoper is én goed is voor het milieu. Veel van dit soort initiatieven draaien niet alleen om altruïsme, maar ook om het door Tocqueville's gemunte 'welbegrepen eigenbelang'.

Vanuit een eigen ideologische verhaal varen politieke partijen gretig mee op de gedachte van het eigen initiatief. Zo betoogt Gwendolyn Rutten (voorzitter van de Open Vld) in haar onlangs verschenen boek De geëngageerde burger dat de overheid meer moet overlaten aan burgers. Ook de leider van de Nederlandse christendemocraten, Sybrand Haersma Buma, deed een appèl op de eigen kracht van mensen in zijn boek Samen kunnen we meer. Het is opvallend dat dit idee door uiteenlopende politieke stromingen wordt omarmd, al verschillen de motieven. Dit principe komt neoliberale politici goed uit vanuit de bezuinigingsgedachte, communitaristische partijen zien eigen initiatieven als een resultaat van de levendigheid van de gemeenschap en vrijheidsdenkers plaatsen deze gedachte juist in het liberale discours van emancipatie en zeggenschap. De moderne tijd van het eigen initiatief is een allemansvriend. Hier stuiten we op een grappige parallel tussen Tocqueville en de moderne tijd die in het boek onbesproken blijft.




Recensie door Noortje Thijssen

Andreas Kinneging, P. de Hert en S. Somers (red.), Tocqueville, profeet van de moderne democratie, Lemniscaat, 2013

Links
mailto:n.thijssen@gmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be