De Tien Geboden

boek vrijdag 02 mei 2008

Fernando Savater

In zijn beruchte boek Leviathan beschrijft de Britse filosoof Thomas Hobbes hoe mensen uitsluitend door eigenbelang worden gedreven. Iedereen loert op een kans om van de zwakke kanten van anderen te profiteren en weet dat er ook op zijn eigen zwakheden geloerd wordt. De mens is voor zijn medemens een wolf, homo homini lupus. Om anderen in de algemene jacht voor te zijn, moet men zijn eigen vrijheid zien te behouden en die van anderen zoveel mogelijk zien te beknotten. Het gevolg van dit alles is, volgens Hobbes, een toestand van voortdurende onzekerheid en bedreiging, een ‘oorlog van allen tegen allen’. En dat is volgens Hobbes de natuurlijke toestand van de menselijke verhoudingen. Dit probleem werd reeds erkend door de wetgevers in Magna Graecia in het oude Athene, Thebe, Sparta en Kreta, en nadien in het klassieke Rome. In de betrokken gemeenschappen stelden ze dan ook vormen van positief recht op die door de overheid werd gewaarborgd. Die wetten werden uitgedacht door mensen en door de onderdanen erkend. Het meest bekende voorbeeld is hier ongetwijfeld Socrates die, nadat hij wegens vermeende corrumpering van de jeugd ter dood werd veroordeeld, weigerde in ballingschap te gaan omdat hij de wet wou eerbiedigen.

Tegenover het positief recht bestonden strenge verplichtingen die werden opgelegd vanuit religieuze teksten, of door God gemaakt recht. In Exodus, het tweede boek van de Hebreeuws Bijbel, wordt melding gemaakt van de zogenaamde tien geboden die door de gelovigen tot de dag van vandaag beschouwd worden als de enige ware en onveranderlijke normen. Ze zijn verankerd in het collectief onderbewustzijn van talloze mensen. In zijn boek De Tien Geboden probeert de Spaanse filosoof Fernando Savater uit te zoeken of deze Bijbelse geboden nog bruikbaar zijn in onze tijd en samenleving. Een van de grootste problemen is vandaag alvast het eerste gebod: ‘Naast mij zult gij geen andere goden hebben’. Deze bepaling wijst volgens de auteur op een onzekerheid van God die blijkbaar wil verhinderen dat we zouden luisteren naar een ‘valse’ God. Maar het gebod zegt nog meer. Het demonstreert een grote intolerantie tegenover mensen met een andere geloofsovertuiging. Wat betekent dan nog het begrip ‘naastenliefde’ dat de meeste godsdiensten zo hoog in het vaandel voeren? Savater stelt vast dat veel daden van religieuze voormannen niet overeenkomen met hun woorden en dat religies enkel tolerant worden als ze de politieke en economische macht verliezen. Blijkbaar geldt die naastenliefde enkel voor mensen met eenzelfde geloof.

Dat laatste zagen we bijvoorbeeld naar aanleiding van het bezoek van de paus aan Turkije. Daar preekte de christelijke leider wel over verdraagzaamheid en wederzijds begrip, maar in de discussie over de Europese Grondwet hamerde het Vaticaan voortdurend op het christelijk karakter van de Europese lidstaten en sloot daarbij alle andere godsdiensten uit. Het probleem bij botsingen tussen religies zit niet zozeer bij de religies zelf maar wel ‘bij de kerkelijke instituties waarin de religies zijn georganiseerd’. Hiermee raakt de auteur aan de kern van het probleem. Het zijn de vertegenwoordigers van God die ruzie maken, en in die zin ziet Savater de tien geboden als mensenwerk die in een specifieke tijd en op een specifieke plaats werden opgemaakt en bekendgemaakt. Voor de filosoof die gelooft in de universaliteit van bepaalde liberale grondwaarden betekent dit dat de multiculturele werkelijkheid niet mag wegglijden in de opvatting dat alle meningen respectabel zijn. ‘Men kan geen respect opbrengen voor totalitaire, xenofobe, racistische of discriminerende ideeën die de elementaire rechten van de mens schenden’, zo schrijft de auteur. Dat is een duidelijk statement tegenover extreemrechtse bewegingen die zich afzetten tegen de Ander, maar eveneens tegen westerse feministen en cultuurrelativisten die individuele rechten en vrijheden ondergeschikt maken aan groepen en religieuze tradities. Fernando Savater kant zich bijvoorbeeld tegen de verminking van de clitoris van miljoenen meisjes onder het mom van culturele identiteit.

‘Gij zult de naam van de heer niet ijdel gebruiken’, zo luidt het tweede gebod. Dit gebod wordt dagelijks overtreden door al wie vloekt. Is godslastering dan zo erg? Helemaal niet. Wie niet kan aanvaarden dat men kritiek heeft, zelfs tegenover een of andere God, komt terecht in een vorm van despotisme. Godslastering is net een bijzonder democratische gedachte waarbij mensen elke absolute waarheid in vraag mogen, kunnen en durven stellen. Dat betekent niet dat men het moreel juiste mag afwerpen, maar wel dat men vraagtekens mag plaatsen achter elke stelling. Ook het derde gebod ‘Op de zevende dag zult gij rusten’ lijkt vandaag niet meer zo evident als vroeger. De auteur koppelt dit gebod aan de problematiek van de flexibiliteit en arbeidsvoorwaarden, en stelt zich de vraag of we niet moeten overgaan naar een systeem van het basisinkomen. Tegelijk poneert hij dat werken niet zozeer een vloek is, maar eerder een zegening. Wat niet wil zeggen dat hij zich afkeert van rustdagen. Integendeel, die dagen vormen net momenten om de eigen persoonlijkheid te ontwikkelen.

Opvallend is Savaters kritiek op het vierde gebod ‘Heb eerbied voor uw vader en moeder’. Voor hem is opvoeding en ontwikkeling van jongeren essentieel. Dat bleek reeds uit zijn boek De waarde van opvoeden. Elke opvoeding is erop gericht om jongeren uiteindelijk op eigen benen te laten staan. Savater pleit niet voor een traditionele vorm van kennisoverdracht maar voor een vorming van kinderen tot kritische persoonlijkheden. De onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van een kind aan zijn ouders is derhalve niet aan hem besteed. Dat betekent niet dat kinderen geen respect zouden moeten opbrengen tegenover hun vader, moeder en andere ouderen, maar die moet wel wederkerig zijn en jongeren in staat stellen te breken met conformisme. Al in vroegere interviews noemde Savater het individualisme de hoeksteen van de samenleving waarmee hij bedoelt dat elke mens de mogelijkheid moet hebben om zelf zijn of haar levensplan in te vullen.

Het vijfde gebod is wereldwijd het meest gekende: ‘Gij zult niet doden’. Maar ook dat levert vandaag heel wat problemen op. Want net in naam van God werden in de loop van de geschiedenis de meeste moorden begaan en – zo stelt Savater – uiteindelijk laat God ons allemaal sterven. In de Bijbel staan talrijke verwijzingen naar bepaalde groepen, overspeligen en vijanden van het volk die letterlijk moeten uitgeschakeld worden. Opnieuw lijkt het een gebod dat blijkbaar enkel geldt voor mensen binnen de eigen gemeenschap. Democratische samenlevingen passen dit gebod evenmin toe en passen de doodstraf toe. Savater trekt dit gebod ook door naar het verbod om iemand te martelen. Nu is marteling net weer onderwerp van een nieuwe wet in de VS waar men dit heeft goedgekeurd als middel om mensen tot bepaalde bekentenissen te bewegen. Tenslotte wringt dit gebod ook met ethische kwesties als abortus en euthanasie. Hier staat het begin en het einde van een menswaardig leven ter discussie en dat is bijzonder moeilijk. Duidelijker is de afkeer voor zelfmoordterroristen die niet alleen hun eigen leven maar ook dat van zoveel mogelijk onschuldige burgers willen treffen. Nochtans beroepen dergelijk terroristen zich doorgaans op goddelijke bepalingen wat bewijst dat religie moeilijk als basis van de moraal kan gebruikt worden.

Ook het zesde gebod ‘Gij zult geen overspel plegen’ blijkt tegenwoordig problematisch. Dit gebod stamt uit de tijd dat mensen, vooral mannen, hun partner beschouwden als een soort eigendom. In bepaalde culturen zoals de moslimwereld is dat volgens de Nederlandse schrijfster van Egyptische afkomst Nahed Selim nog steeds het geval. Denk aan de enorme bedragen die door jongens en hun familie betaald worden als ‘bruidschat’ voor hun aanstaande echtgenote. Het leidt er alvast toe dat heel wat orthodoxe moslimmannen hun vrouwen behandelen als een stuk eigendom, heb verplichten om zich te sluieren, binnen in de woning te blijven en niet in aanwezigheid te vertoeven van mannen. Ook het negende gebod ‘Gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste’ ging volgens de auteur uit van het eigendomsprincipe van de ene mens over de andere. En het tiende gebod ‘Gij zult niet begeren wat uw naaste toekomt’ is voor de auteur al helemaal achterhaald. Het gaat hier in essentie om afgunst, zegt Savater, en dat heeft volgens hem zelfs goede kanten, vooral dan binnen een democratie. ‘De democratische afgunst signaleert het onmiddellijk wanneer er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen.’ Net de afgunst op het gezag over de maatschappij zorgt voor afkeer voor corruptie, machtsmisbruik en zelfverrijking van al wie met macht bekleed is.

Enigszins verrassend verklaart Fernando Savater een dergelijke lijst geboden onmisbaar als ‘noodzakelijke leefregels om de verlangens van mensen in te perken’. De tien geboden zijn een product van hun tijd, maar daarom niet overbodig. Om mensen binnen de lijnen te laten lopen is het concept van een gruwelijke, wrede en wraakzuchtige god misschien zo gek nog niet’, schrijft de auteur. Dat is een wat ontgoochelende conclusie. Moreel juist gedrag zou niet moeten voortvloeien uit angst voor wraak, maar uit het kantiaanse besef dat elke autonome mens ook een plicht heeft tegenover zijn medemensen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Fernando Savater, De Tien Geboden, Bijleveld, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be