The moral limits of markets

boek

Michael Sandel

De economische wetenschap wordt soms een zeker imperialisme verweten. Economen hebben zich de afgelopen decennia immers niet beperkt tot het bestuderen van vraagstukken over de markten, de consumptie en de productie van appelen, peren, auto’s en dies meer. Ook domeinen die op het eerste gezicht weinig met economie te maken hebben, zoals het huwelijk, criminele activiteiten, rassendiscriminatie, orgaanmarkten, zijn onder de economische loep beland en daar gedissecteerd vanuit het marktdenken. Het werk van de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Gary Becker in de jaren 70 heeft daartoe de aanzet gegeven. In zijn boek The economic approach to human behavior uit 1976 legt hij uit hoe de economische wetenschap en meer bepaald de kennis van het marktsysteem kan worden gebruikt om niet alleen het economisch gedrag, maar het menselijk gedrag tout court te verklaren.

Deze benadering bood een vruchtbare humus om in de volgende decennia nog een stap verder te gaan en het marktprincipe zelf te introduceren in domeinen die op het eerste gezicht daarvoor niet in aanmerking komen. Tegen deze evolutie vormt het recentste boek van Michael Sandel, de befaamde Harvardfilosoof, een aanklacht. In What money can’t buy: the moral limits of markets (Farrar, Straus and Giroux, New York, 2012) argumenteert Sandel dat de slinger te ver is doorgeslagen en dat op sommige terreinen een te groot beroep op marktsystemen een uitholling van morele waarden met zich meebrengt. Het boek bulkt van de voorbeelden, maar de toegepaste redenering is telkens dezelfde. We nemen een paar markante gevallen en leggen deze redenering aan de hand daarvan uit. Zo is er een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling die elke drugsverslaafde vrouw $ 300 betaalde op voorwaarde dat ze zich liet steriliseren. Iets minder dan 4.000 vrouwen gingen sinds de start van het programma in 1997 op dit aanbod in.

Deze op het marktsysteem gebaseerde aanpak heeft af te rekenen met heel wat kritieken. Een eerste kritiek is dat de premie eigenlijk een subsidie is voor het druggebruik. Men zou nog kunnen stellen dat dit nadeel niet opweegt tegen het voordeel dat het voorkomen dat kinderen worden geboren met een drugsverslaving oplevert. Een tweede kritiek is dat vrouwen die op dit aanbod ingaan eigenlijk geen vrije keuze kunnen maken. Er is eerder sprake van een dwangmatige situatie veroorzaakt door de verslaving van de vrouwen in kwestie. Een derde kritiek veroordeelt de praktijk omdat het eigenlijk om een soort omkoperij gaat die het moederschap corrumpeert. In deze redenering mag het opgeven van het moederschap niet als een verkoopbaar goed worden beschouwd. De morele waarde van het moederschap wordt naar beneden gehaald door het op een markt te gooien. Anders gezegd, door het gebruik van marktprikkels treedt er een negatieve verandering op in de aard van het tot een goed verworden moederschapsgegeven.

Het marktsysteem is in deze dus niet neutraal, maar heeft een negatieve impact. Dit kan ook mooi worden geïllustreerd met het bekende voorbeeld uit Freakonomics, het boek van Levitt & Dubner uit 2005. Daarin stond een crêche voor het probleem dat ouders hun kroost te laat kwamen ophalen. De crêche probeerde dat te bestrijden door hen te beboeten. Het resultaat was niet dat ouders minder te laat kwamen, maar meer. Ze beschouwden de boete nu als de prijs voor het te laat komen. De boete voerde een marktprikkel in en de ouders stelden zich daarop in. Voor de invoering van de boete was het te laat komen een verfoeilijke praktijk die de ouders stigmatiseerde, na de invoering werd te laat komen een goed met een prijs. Men kan dit beschouwen als een degradatie, een degradatie die overigens ook door het afschaffen van de boete niet meer kon worden teruggedraaid. De laattijdigheid verminderde niet, de ‘morele aftakeling’ bleek onherroepelijk en de schuld lag bij de ‘commodificering’ van het te laat komen.

In dit geval is er nog een bijkomend aspect, namelijk dat van de verdelende rechtvaardigheid. De bereidheid om een boete te betalen is niet onafhankelijk van de inkomenspositie. Wie het zich niet kan veroorloven om de boete te betalen is benadeeld ten opzichte van wie goed in de slappe was zit. Een mooi recent voorbeeld dichter bij huis is het debat rond de obesitasbelasting, de tegenhanger van de premies die in de VS worden gegeven aan obese personen die een inspanning leveren om te vermageren. Sommigen, en Sandel met hen, vinden het immoreel dat gezondheid wordt gereduceerd tot koopwaar. In het geval van de boete gaat het om de prijs om dik te mogen zijn, in het geval van de premie om een pecuniaire aanmoediging om te vermageren. In beide gevallen verwordt de zorg voor de eigen gezondheid van een morele plicht tot een soort van koopwaar. Van zodra er marktincentives aan te pas komen, worden de kenmerken van de zorgactiviteit in negatieve zin aangepast.

Sandel sleept dergelijke voorbeelden in bulk aan en legt daarmee de vinger op de wonde. Het zal duidelijk zijn dat in de visie van Sandel het gebruik van het marktsysteem te ver is doorgeschoten en de activiteiten die er aan worden onderworpen moreel naar beneden worden getrokken. De geschiedenis van de levensverzekering toont volgens hem bovendien aan dat de morele degradatie ook een brede maatschappelijke draagwijdte kan hebben. Voor de 19e eeuw waren levensverzekeringen in Europa en de VS verboden, omdat het een algemeen aanvaarde morele norm was dat het menselijk leven niet het voorwerp kon zijn van handel. Slechts geleidelijk aan kon de marktgedachte terrein winnen en vandaag is de levensverzekering ontdaan van die amorele connotatie, volledig vermarkt en maatschappelijk volledig aanvaard.

De problematiek is evenwel niet weg, maar situeert zich nu op nieuwe fenomenen rond levensverzekeringen. Zo kan men in de VS zijn eigen levensverzekering verkopen aan investeerders die dan bij uw overlijden de uitkering incasseren. Er zijn zo gevallen bekend waarin Aidspatiënten hun polis verkochten aan investeerders die daarbij uitgingen van een schatting van de overlevingskansen van de patiënt. Toen daarna de wetenschap met middelen kwam die deze levenskansen sterk verhoogden, voelden sommigen zich bekocht en wenden zich tot de rechtbanken met de klacht dat ze verkeerd geïnformeerd waren. Zij hadden eigenlijk gewed op het leven. Dat ze die weddenschap verloren is hier niet het punt, wel dat men opnieuw hetzelfde soort morele vragen kan stellen als enkele eeuwen geleden en zich de bedenking kan maken dat na verloop van tijd de moraliteitskwestie misschien ook opnieuw zal verdwijnen.

Men zou verwachten dat Sandel ook enige handvaten aanreikt die kunnen helpen om het grondgebied van de marktwerking juist af te grenzen. Dat doet hij evenwel niet, hij stelt het probleem en laat ons dan als het ware hulpeloos achter. De extremen zijn duidelijk, er is geen morele discussie over het niet aanvaardbaar zijn van politieke corruptie, waarbij hand- en spandiensten tegen betaling worden geleverd, net zoals er geen morele discussie is over de automarkt. Er is evenwel een uitgebreid tussengebied waar er wel een discussie gevoerd wordt over de grens tussen markt en moraliteit. Neem zaken zoals orgaanhandel, prostitutie, draagmoederschap, en dergelijke meer. De analyse van Sandel legt wel haarfijn bloot wat de issues zijn in de discussie, maar laat de uitkomst verder open.

Samengenomen met de vaststelling van Sandel dat de morele grenzen zelf niet vastliggen en door het al dan niet aanwezig zijn van marktstimulansen worden beïnvloed, komen we in een soort cirkelredenering terecht. Misschien moet Sandel ons in zijn volgende boek eens uitleggen hoe we daar weer uit geraken.


Recensie door Frank Naert

Michael Sandel, ‘What money can’t buy: the moral limits of markets’, Farrar, Straus and Giroux, New York, 2012

Links
mailto:Frank.Naert@hogent.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be