Groene herfst. Een halve eeuw milieu

boek vrijdag 04 maart 2011

Egbert Tellegen

‘[..] bij het schrijven van Groene Herfst begon ik mij af te vragen of ik mij niet in slaap heb laten suffen. Toen ik op een rij zette hoe het staat met de oceanen, met de biodiversiteit, met de voorraad delfstoffen zoals het voor de landbouw onmisbare fosfaat, dacht ik: het gaat helemaal fout,’ aldus Egbert Tellegen in een interview door Tomas Vanheste in Vrij Nederland (9 oktober 2010) naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Groene Herfst.

Socioloog Egbert Tellegen, samen met Lucas Reijnder de eerste hoogleraren milieukunde in Nederland, pioneer in de milieukunde en pionier in georganiseerd milieuactivisme door onder ander zijn voorzitterschap bij Milieudefensie, schetst in zijn boek Groene herfst een overzicht van de ontdekking van het milieu. Omdat wij door de media dagelijks overspoeld worden met alarmerende berichten over hoe slecht het gaat met het milieu, is de term milieu in de betekenis van ‘door mensen aangerichte schade aan de natuur, pas in de jaren 70 van de 20ste eeuw ontstaan. Het besef dat menselijk handelen schade zou kunnen berokkenen aan het milieu en de ernst van de problemen begon pas in de jaren 70 door te dringen. Een belangrijk keerpunt in het bewustwordingsproces was het verschijnen van het rapport van de Club van Rome, Limits to Growth in 1972. Vanaf toen werd voor een groot publiek duidelijk dat er een fundamenteel probleem is tussen het economische systeem gebaseerd op continue groei en de beperkte draagkracht van de aarde. Tellegen beschrijft hoe deze bewustwording heeft geleid tot het ontstaan van enerzijds de academische discipline van de milieukunde en anderzijds tot pogingen om de schade aan het milieu te beperken, door middel van milieumaatregelen en oproepen daartoe van milieuorganisaties sinds 1972 op het toneel verschenen.

Tellegen laat zien dat de milieubeweging in Nederland veel heeft bereikt. Zonder milieubeweging was de Waddenzee ingepolderd, zwommen er geen vissen meer in de rivieren vanwege verontreiniging, waren er geen eisen gesteld aan luchtverontreiniging, en zou de stad Amsterdam het afval in het IJmeer gedumpt hebben. Het lijkt erop of de natuurlijke neiging is om zo te handelen dat het slecht voor het milieu is, slechts met heel veel moeite zijn mensen bereid er iets aan te doen. In een voordracht over zijn boek zegt Tellegen het zo: ‘het is moeilijk te aanvaarden dat je grenzen moet stellen aan het menselijk handelen.’ In Nederland gaat het weer redelijk goed met het milieu. Dat is een klein succesverhaal. Tellegen eindigt zijn boek met twaalf interviews met milieupioniers die zich daarvoor hebben ingezet, zoals Lucas Reijnders, Wouter van Dieren en Jacqueline Cramer. Deze interviews geven inzicht in de motivaties van mensen om zich voor het milieu in te zetten. Ook geven de interviews een kijk op hoe milieuwetenschap en milieubeleid in Nederland vorm heeft gekregen. Het woud van milieuorganisaties is groter dan de bossen in Nederland. De bevlogenheid van deze milieumensen geeft moed en inspiratie om je in te zetten voor een beter milieu.

In hoofdstuk 5 van zijn boek probeert Tellegen de balans op te maken hoe het met het milieu op wereldschaal is gesteld. Hebben we de problemen onder controle of niet? Een rondgang langs de hedendaagse milieukunde, eindigend bij de analyse van Johan Rockstroem en diens concept van planetary boundaries, geeft geen rooskleurig beeld. Tot zijn schrik merkt Tellegen dat het veel slechter met het milieu gesteld is, dan hij had gedacht. Dat is het probleem: als je teveel bezig bent met kleinschalig, lokale problemen, loop je het risico het grote geheel niet te zien. En de nare waarheid is dat sinds het verschijnen van het rapport van de Club van Rome in 1972 het alleen maar slechter gaat. Dit wordt duidelijk aan de hand van wat ik noem de equation of stupid. De impact (I van impact factor) van menselijk handelen op de aarde wordt bepaald door de omvang van de bevolking (P van population) vermenigvuldigt met de gemiddelde ecologische voetafdruk (AE van average ecological footprint). Deze impactfactor moet vanzelfsprekend groter zijn dan de draagkracht van de aarde (C van carrying capacity), want anders stort het systeem in. Dus: C > I ( = P x AE).

De Club van Rome waarschuwde er dus voor dat de impactfactor (I) groter zou worden dan de draagkracht van de aarde (C). En wat is er sinds de jaren 70 gebeurd? De wereldbevolking is enorm toegenomen, en de gemiddelde ecologische voetafdruk ook! Dus, ondanks alle waarschuwingen, alle milieubewustzijn, alle technologische innovaties, alle milieumaatregelen gaat het dus slechter en komen we steeds dichter bij het punt van instorten. Hoewel het lokaal beter gaat met het milieu, is dat mondiaal niet het geval. Ondanks de mooie woorden en initiatieven van politici, bedrijven (duurzaam ondernemen), het milieubewustzijn van consumenten (spaarlampen), gaat het slechter met het milieu.

Tellegen heeft in zijn boek tien tabellen met steile curven opgenomen die laten zien hoe de druk op het milieu exponentieel toeneemt: de bevolking neemt explosief toe, het kolen en olieverbruik neemt toe, waterverbruik neemt toe, de bossen nemen af en de landbouwgronden nemen toe, het aantal dieren in de veehouderij neemt toe, de biodiversiteit neemt af en de CO2e in de atmosfeer neemt toe. Deze tabellen geven de essentie van het milieuprobleem aan: er zitten geen grenzen aan de groei. Al deze trends beginnen vanaf de industriële revolutie rond 1850 en nemen dan in versneld tempo toe. In geen van die trends is er sinds 1972 een kentering zichtbaar. Het is een schrale troost dat het zonder de milieubeweging allemaal nog veel erger geweest zou zijn. Tellegen schrijft: ‘De huidige werkelijkheid van een in allerlei opzichten achteruitgaande milieukwaliteit van de aarde is reden genoeg om alarm te slaan.’ Echter, in de zin daarvoor spreekt hij zichzelf tegen: ‘Ondergangsperspectieven kunnen de aandacht van hedendaagse milieuproblemen afleiden.’ Het is een onverkropbare gedachte dat die ondergang er aan zit te komen, al valt moeilijk te voorspellen wanneer, maar in ieder geval gaan we steeds sneller in die richting.

‘Het milieu is een collectief goed. Kenmerkend voor collectieve goederen is dat burgers vaak zelf genieten van de baten van het gebruik, maar de lasten ervan op andere burgers afwentelen.’ Die lasten worden voor een grootdeel afgewenteld op toekomstige generaties. Dat is een formulering van wat wordt genoemd de tragedy of the commons: korte termijn eigenbelang leidt tot een catastrofe voor allen. Een heel duidelijk voorbeeld daarvan is overbevissing. Tellegen wijst op het economisch systeem gebaseerd op continue groei als de oorzaak van het probleem. Hij wil dan ook naar een systeem van wat hij noemt een ‘bescheiden economie’, een steady state economie: ‘[een economie] die niet streeft naar maximaal, maar naar optimaal produceren binnen de grenzen die in acht moeten worden genomen om een nog verdere verwarming van de aarde tegen te gaan.’ De milieuproblemen zijn helaas omvangrijker dan alleen klimaatverandering ten gevolge van antropogene CO2e emissies. Het niveau van die bescheidenheid moet onder de duurzaamheidgrens liggen, want als dat niet zo is, dan leidt ook een bescheiden, steady state economie tot de ineenstorting van ecosystemen. In een voordracht spreekt Tellegen over ‘de deugd van het laten’ en ‘de kunst van het achterwege laten’. We moeten terughoudendheid betrachten in onze omgang met de natuur. De tragiek is dat ons economisch systeem geen enkele remming kent, maar juist is gericht op continue groei, en dat landen als China, India en Brazilië ook het welvaarts- en consumptieniveau ambiëren van de ontwikkelde landen. Dat is weer de tragedy of the commons.

Groene Herfst is een groots, gedegen, erudiet en helder overzichtswerk van de ontdekking dat er iets mis is met de mens-milieu relatie en de reacties daarop. Tellegen is vooral een generalist die vakoverschrijdend te werk gaat en Groene Herfst is veel breder dan een sociologische studie. De milieucrisis is het grootste probleem van de mensheid en daarom, schrijft Tellegen, houdt hij zich als socioloog en activist met dit probleem bezig. Groene Herfst zou daarom een megabestseller moeten worden. Omdat iedereen weet dat dat niet gaat gebeuren, weten wij ook dat het met de milieucrisis niet goed gaat komen, ondanks alle waarschuwingen vanuit de milieubeweging. ‘Je houdt het alleen niet permanent vol in crisisbesef te leven. Je gaat over tot de orde van de dag,’ reflecteert Tellegen in eerder genoemde VN interview. En dat is de tragiek van het milieu, zolang de ineenstorting nog niet is bereikt, gaan we over tot orde van de dag en die orde van de dag is juist datgene wat het probleem is.


Floris van den Berg

De recensent is milieufilosoof.


Egbert Tellegen, Groene herfst. Een halve eeuw milieu, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2010, 359 pgs.

Links
mailto:Florisvandenberg@dds.nl
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be