Het wrede brein

boek vrijdag 11 februari 2011

Kathleen Taylor

Geen wezen zo wreed als de mens. Na de Holocaust, de Armeense genocide en tientallen gelijkaardige moordpartijen is er geen vergoelijken meer aan. Het wrede gedrag van de mens goedpraten wil Kathleen Taylor dan ook niet doen. Ze traceert het naar zijn neurologische wortels en ontdekt zo waarom de werkvloer soms een martelplaats wordt.

Toen Fritz Klein, kamparts in Bergen-Belsen, gevraagd werd hoe hij zijn Hypocratische eed liet sporen met het vermoorden van zoveel mensen, antwoordde hij rationeel dat het allemaal een zaak van hygiëne en geneeskunde was. “Natuurlijk ben ik een arts en wil ik het leven beschermen,” zei hij, “En uit respect voor het menselijk leven zal ik door gangreen aangetast weefsel uit een ziek lichaam verwijderen. De Joden zijn de gangreneuze appendix in het lichaam van de mensheid.” Fysiologe en psychologe Kathleen Taylor haalt dit citaat aan in Het wrede brein om aan te duiden dat wreedheid, zelfs in zijn extreemste vormen rationeel is. De overtuigingen waarop de wreedheid berust kunnen fout zijn, en de emotionele onderbouw versterkt het geweld misschien, maar de uitvoering van de wreedheid verloopt volstrekt rationeel. Wreedheid, stelt Taylor, is niet-gerechtvaardigd vrijwillig gedrag dat doelbewust lijden veroorzaakt bij slachtoffers die dat lijden niet verdienen.

In Het wrede brein. Waarom in elk van ons een moordenaar schuilt gaat Taylor op zoek naar oorzaken en gevolgen van de wreedheid die zo des mensen lijkt te zijn en vraagt ze zich bijna utopisch af of deze niet tegen te gaan is, zodat we in een vredelievende en veilige wereld zouden leven. En haar boodschap is dubbel. Enerzijds is onze kennis over wreedheid door het gebruik van hersenscans heel wat toegenomen en weten we bij benadering waarom mensen wreed zijn, maar anderzijds zijn we daardoor ook gaan inzien dat onze wreedheid zulke oude wortels heeft en dus zo diep in ons brein verankerd zit dat we er mee zullen moeten leren leven.

Evolutionair gezien is wreedheid immers niet eens zo slecht. Stel dat je als verre voorouder van de hedendaagse mens in een kleine groep rondtrekt door de savanne en op een andere groep stoot. Wanneer die ongeveer even groot is als de jouwe is vriendelijkheid de boodschap. Geweld lokt immers geweld uit en zo vallen er slachtoffers. Wanneer je echter merkt dat je duidelijk in de minderheid bent en dat vriendelijkheid op overgave zal uitdraaien kan wreedheid het ideale middel zijn om de andere groep af te schrikken, waardoor je het als groep redt en - nog een eigenschap van wreedheid - je groep een stuk hechter is geworden. Wreedheid en empathie hoeven elkaar dus niet te bijten. Alles hangt af van de omstandigheden en de cohesie van de groep waartoe je behoort. De nazi’s die in Polen honderden onschuldige kinderen doodschoten voelden echt wel mee met hun slachtoffertjes, alleen wisten ze die empathie te onderdrukken door beroep te doen op hun plicht. Ze werkten mee aan de totstandkoming van het Derde Rijk. En bovendien slijt alles na verloop van tijd natuurlijk, ook wreedheid.

De fundamentele daad die ten grondslag ligt aan zowat alle miserie op deze wereld - en dus ook aan de wreedheid - is volgens Taylor ‘otherization’, onze niet te stuiten drang om de mensheid in te delen in wij en zij, en die vooral bij mannen tot gewelddadigheid blijkt te leiden. In de Verenigde Staten wordt bijvoorbeeld 88,8 procent van de moorden door mannen gepleegd, en ook 76,5 procent van de slachtoffers behoort tot die sekse, en dit terwijl iedereen, met om het even welke culturele achtergrond, op dezelfde manier op het zien van wreedheid reageert: met afschuw, woede, medelijden en walging. Heel veel SS-officieren bleken over een fijn moreel bewustzijn te beschikken dat echter niet in werking trad bij het afmaken van Joden. Dat was voor hen gewoon een taak die gedaan diende te worden en aangezien Joden geen mensen waren, had moraal daar niets mee te maken. De Holocaust was dus geen bandeloze geweldorgie. Er golden wel degelijk regels, en ook morele, en daar werd streng op toegezien. Betrapte lijkenpikkers riskeerden geëxecuteerd te worden en uit talloze documenten blijkt dat de SS-leiding een verwoede strijd voerde tegen het sadisme en dat men er niet voor terugschrok sadisten aan te klagen op beschuldiging van moord of doodslag.

Wreedheid kenmerken als een uiting van het kwaad is volgens Taylor niet zo’n best idee. Het kwaad is niet alleen een onhandelbare term, bovendien heeft die voor veel mensen ook nog eens een glamoureuze bijklank. Nee, wetenschappelijke analyse zal ons verder brengen, en dan meer bepaald de hersenwetenschap. Het is immers in ons brein dat het wrede gedrag zijn oorsprong vindt. Het opvallendste wat Taylor hier te melden heeft, is dat wreedheid nogal eens het gevolg is van onbeslistheid. Wanneer we iemand voorbij zien fietsen, gaat er een prikkel van ons oog naar onze hersenen, waar die over het hele brein verspreide neuronen aan het werk zet. Aangezien fietsen niet echt iets opzienbarends is, loopt de prikkel via uitgesleten paden en beseffen we niet eens dat er iets gebeurt.

Stel nu dat diezelfde fietser onder het wiel van een vrachtwagen belandt. De prikkel gaat weer van onze ogen naar ons brein, maar zorgt daar voor een heel andere reactie. Dit is iets onverwachts, shockerends en bedreigends en het brein weet daar niet zo een twee drie raad mee. In dit geval zullen we willen helpen en kwaad worden op de vrachtwagenchauffeur, maar stel dat je op een slagveld zit en overspoeld wordt met zulke verwarring zaaiende prikkels terwijl je de tijd niet hebt om die allemaal te verwerken. Dan is de kans groot dat je terugvalt op oud en stereotiep gedrag en even driest te keer gaat als de vijand. Geweld kweekt immers geweld, weten we uit ervaring, en het idee dat je een gewelddadige maatschappij kunt pacificeren door er eens stevig tegenaan te gaan, leidt alleen tot nog meer bloedvergieten.

Wreedheid ontstaat dus uit een neurologische patstelling en die kan vele oorzaken hebben, zoals mishandeling in de kindertijd bijvoorbeeld. Meestal ontstaat ze trouwens omdat er op symbolisch vlak dreiging heerst, en niet op fysiek, wat ons, de enige wezens met een flink uitgebouwd symbolisch bewustzijn, meteen ook tot de wreedste wezens op aarde maakt. We voelen ons niet ongemakkelijk omdat mensen die tot een andere cultuur behoren ons fysiek bedreigen, maar wel omdat ze anders zijn dan ons, wat een symbolische bedreiging is die soms tot verbale of fysieke agressie en wreedheid kan leiden. Cruciaal daarbij zijn onze overtuigingen, de basisinformatie over de wereld die we met onze groep delen en die in feite over onze verwachtingspatronen voor de toekomst gaan. Zij zitten stevig in onze neuronen gesleten en zijn daardoor moeilijk te veranderen.

Taylor onderscheidt vier bronnen waaruit de wreedheid put. Vooreerst is er de walging voor de ander, die als verontreinigend gezien wordt en dus beter opgeruimd kan worden. De geschiedenis bulkt van de voorbeelden hiervan: de Holocaust natuurlijk, maar ook de massamoorden in El Salvador, die minzaam ‘la limpieza’ werden genoemd, de schoonmaak dus. Woede en wraak zijn een tweede bron, waar bijvoorbeeld Slobodan Milosevic in 1987 uit putte toen hij in een speech herinnerde aan de Slag van Kosovo uit 1389. Zoals te verwachten speelt angst ook een grote rol, wat we in Rwanda zagen. De Hutu’s verwachtten een aanval van de Tutsi’s en omgekeerd. Hier was een genocide in de maak, wisten beide groepen en wie het eerst in actie kwam zou winnen. En dan is er tenslotte de iet of wat verrassende gemakzucht. De walging van de nazi’s voor de Joden leidde tot segregatie en uitdrijving. Het idee was aanvankelijk om ze allemaal naar Madagascar te verschepen, maar toen dat niet lukte en er steeds meer wanhopige berichten van aan het oostfront kwamen waarin men meldde met de Joden geen blijf te weten, werd die Endlösung op de rails gezet.

Aangezien wreedheid een zaak is van ons brein moeten we ook daar te rade gaan als we er iets aan willen doen, aldus Taylor, en zoals het een wetenschapster betaamt, blijft ze stevig met de voetjes op de grond. Van uitbannen kan er geen sprake zijn, daarvoor is wreedheid al te zeer een menselijke eigenschap, maar we kunnen die mens wel zachtjesaan een andere kant op drijven. Het zien van wreedheid maakt die aanvaardbaarder, stelt ze bijvoorbeeld. Maak van wreedaards dus geen publieke helden. Interessanter is echter hetgeen ze opmerkt over onze emotionele huishouding, want ook al zijn overtuigingen van primordiaal belang bij wreed gedrag, onze emoties werken er als een katalysator op in.

Emoties ontstaan uit hersensignalen die op hun beurt door veranderingen in de toestand van ons lichaam worden opgewekt. Ook zij gaan na verloop van tijd ‘paden’ volgen in ons brein en het komt er volgens Taylor op aan deze paden te beïnvloeden om mensen minder wreedaardig te maken. Opvoeding is dus heel belangrijk in deze kwesties, zodat je kinderen weten hoe ze moreel verantwoord moeten reageren in bepaalde omstandigheden, en niet blokkeren en overgaan tot wreedaardig gedrag.


Recensie door Marnix Verplancke

Deze tekst verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen


Kathleen Taylor, Het wrede brein, vertaald door Filip van Brabander, Lannoo, 2010, 352 p., 29,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be