Links is soms rechts

boek vrijdag 13 februari 2004

Fernand Tanghe

Sinds de Franse revolutie is de gelijkheidsidee aan een onomkeerbare opmars bezig. Voor de meeste westerlingen is gelijkheid zelfs vanzelfsprekendheid geworden. De Franse filosoof Alexis de Tocqueville, auteur van De la démocratie en Amérique, heeft er echter al in de nadagen van de Franse revolutie op gewezen dat gelijkheid fundamenteel dubbelzinnig is. Ze bevordert weliswaar de emancipatie maar ze leidt niet noodzakelijk tot meer politieke democratie en burgerzin. In bepaalde constellaties staan gelijkheid en democratie zelfs lijnrecht tegenover elkaar. De vrees van Tocqueville werd, zoveel socialistische experimenten later, in een aantal opzichten waar. Sterker, het progressieve kamp heeft, door zich op sleeptouw te laten nemen door waarden- en cultuurrelativisme, de verwarring over gelijkheid ten top gedreven. De linkerzijde heeft zich bovendien tot standpunten laten verleiden die van oudsher geassocieerd werden met rechts. Het is de hoogste tijd dat we beseffen dat we niet alles kunnen legitimeren of goedpraten in naam van de gelijkheid.

Het boek van Fernand Tanghe bevat drie delen maar in feite verdedigt hij twee tegengestelde meningen. In de eerste twee delen wijst hij op de nefaste impact van het gelijkheidsdenken en de toenemende individualisering. Zijn uitgangspunt, dat het streven naar gelijkheid het persoonlijk denken eerder ondermijnt, intrigeert en maar overtuigt niet volledig. In het derde deel keert hij zich tegen het multiculturalisme dat voortvloeit uit het cultuurrelativisme, en dit is een heel sterk stuk. Daarbij verontrust het de auteur dat ‘links zijn eigen geschiedenis niet meer kent en dat veel progressieven met betrekking tot opvoeding, onderwijs en cultuur tot abdicaties bereid zijn die uiteindelijk elke progressieve doelstelling ondergraven.”

Iedereen behoort tot dezelfde mensheid en is bijgevolg gelijk. Deze gelijkheidsgedachte heeft stilaan maar zeker elke ‘politiek correct denkende’ democraat overgenomen met als gevolg dat niemand nog de reële verschillen tussen mensen erkent. Men aanvaardt geen hiërarchie meer en surft op het idee van de zogenaamde ‘denkbeeldige gelijkheid’. Die denkbeeldigheid staat echter regelrecht tegenover de realiteit waarin de enen meer kansen hebben dan de anderen, omdat ze rijker, knapper of talentvoller zijn of gewoon meer geluk hebben. Maar de perceptie van de gelijkheid is diep doorgedrongen bij de modale mens. Een van de gevolgen is dat verschillen bij voorbaat gepercipieerd worden als verdacht, als een vorm van voorrecht en dus onverdiend.

Dat het gelijkheidsstreven kan leiden tot vaak ongewilde en onlogische toestanden demonstreert Fernand Tanghe in zijn bespiegelingen over de gelijkheid van man en vrouw. De positieve discriminatie en de quota’s om vrouwen meer kansen te geven in de politiek leidt ertoe dat sommigen alleen verkozen worden omdat ze vrouw zijn en niet omwille van hun talent. Gemeenschappen zijn ‘nog enkel herroepbare verenigingen van individuen’ waardoor de band tussen mensen verzwakt, aldus de auteur, waarbij hij wijst op de teloorgang van de opvoeding in het gezin en het toenemend aantal echtscheidingen. Vraag is wat de auteur dan wil? Een situatie waarin bijvoorbeeld partners in een huwelijk op gelijke voet staan lijkt me beter dan vroegere situaties waarin iemand (doorgaans de vrouw) zich in een onderdrukte positie bevond en bij de man bleef omwille van de ‘goede naam’ van de familie.

In navolging van het cultuurpessimistisch denken van de Amerikaanse socioloog Putnam wijst de auteur met een beschuldigende vinger naar de televisie die het gedrukte woord opzij zou schuiven. Dit klopt niet met de werkelijkheid. Nog nooit werden zoveel boeken gekocht, ontleend en gelezen. En via het internet is er een andere vorm van communicatie bijgekomen die zorgt voor een immense uitwisseling van ideeën. Ook het onderwijs krijgt er van langs. De leerlingen krijgen geen smaak, oordeel en burgerzin meer aangeleerd, maar worden nog enkel bevestigd in hun ‘zelfontplooiing’ en ‘uniciteit’. Dit laatste leidt volgens de auteur tot een eigen vorm van conformisme, maar opnieuw stelt zich de vraag of het vroeger beter was en of de sociale en culturele druk toen niet veel groter was. De stelling dat de ‘opgezweepte jongeren van tegenwoordig van meet af aan als autonome wezens (willen) erkend worden’ klinkt misschien verontrustend maar lijkt me juist een goede basis om jongeren ook aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

Ook de stelling dat het gelijkheidsstreven ertoe leidt dat mensen van zichzelf denken dat ze het derhalve even goed weten als een ander gaat niet volledig op. Vroeger bestonden er sterke hiërarchische structuren waarbij het woord van de pastoor in de parochie, de onderwijzer in de klas en de man in het gezin als absoluut golden. Die hiërarchie is gelukkig doorbroken, maar betekent niet dat mensen geen gezag meer zouden aanvaarden. Alleen gebeurt die aanvaarding meer vanuit een eigen kritische ingesteldheid. Succesauteurs zouden maar enkele seizoenen meegaan, aldus de auteur, maar wie de boekenverkoop volgt stelt vast dat juist gevestigde namen de verkoopslijsten blijven aanvoeren. Schrijvers als Gabriël Marquez, Mario Vargas Llosa, Gunter Grass en Umberto Eco zijn daar maar enkele voorbeelden van. Idolen van weleer zouden in het onderwijs van hun voetstuk worden gehaald, waarbij de auteur ondermeer Plato aanhaalt. Dat is een interessant voorbeeld. Het was inderdaad Karl Popper die het voortouw nam in de kritiek op het platoons denken en er op wees dat mensen niets zomaar als waarheid mogen aanvaarden, maar hooguit als hypotheses die men dan aan de meest onbarmhartige kritiek moet onderwerpen. Spreken van een nivellerende verdwazing lijkt me dan ook overtrokken. Jongeren worden, me dunkt, kritischer en zelfstandiger.

In het tweede deel haalt Fernand Tanghe fel uit naar het individualisme. Dat zou de burgerzin aantasten, leiden tot zelfgenoegzaamheid en onverschilligheid tegenover medemensen, het verenigingsleven ontmoedigen en burgers ervan weerhouden banden met elkaar aan te knopen. Dit alles ten koste van het patriottisme, het gezin en van het gezag van het geloof, de gewoonte en de traditie. Alhoewel de auteur dit hoofdstuk start met een verwijzing naar Tocquevolle dat individualisme niet verward mag worden met egoïsme, doet hij het hier wel. Individualisme staat niet gelijk met egoïsme, zelfgenoegzaamheid en onverschilligheid. Het is juist een positieve kracht die zorgt voor meer zeggingskracht van de mens over zijn eigen lot. Het kan inderdaad gezagsstructuren aantasten voor zoverre die de vrijheid van het individu onderdrukt. Individualisme staat ook niet haaks op solidariteit maar is er juist een noodzakelijke voorwaarde toe. Onverschilligheid is juist een gevolg van overheidsstructuren die elke verantwoordelijkheid voor de burger wegnemen. Een sprekend voorbeeld was de onverschillige houding van mensen in de vroegere communistische landen tegenover overheid en medemensen. « Du kannst, denn Du sollst », zo stelde Kant, waarmee hij duidelijk aangaf dat vrijheid een zedelijke plicht inhield en zo is het ook.

Het soevereine individu is een marionet van het consumentisme, aldus de auteur. Deze stelling is bon-ton, niet alleen in zogenaamde progressieve kringen maar ook in de hoek van het conservatisme. Het is evenwel een veralgemening die nergens op steunt. “Alle gepraat over de leegte van het consumentisme is even leeg als datgene waar het zich tegen verzet”, aldus de Franse filosoof Pascal Bruckner. Individualisme staat juist voor de mogelijkheid om keuzes te maken. En natuurlijk volgen heel wat mensen ‘modetrends’ en kopen ze hetzelfde, maar steeds opnieuw geven ze ook impulsen aan creatieve krachten om te vernieuwen, te verbeteren en zich aan te passen. Keuzevrijheid is juist een kwelduivel voor producenten. Individuen zijn dus niet alleen consumenten maar ook onverbiddelijke rechters die dagdagelijks oordelen en vonnissen.

Het derde deel onder de titel ‘Gelijkheid en multiculturalisme’ lijkt wel een gans ander boek. Terecht wijst Fernand Tanghe op de spanning tussen collectieve en individuele rechten. De collectieve toebedeling van culturele rechten draait vaak uit op een miskenning en onderdrukking van de individuele vrijheid. Het cultuurrelativisme leidde er ook toe dat allerlei maatregelen werden genomen om diverse groepen ‘evenredig’ aan bod te laten komen. Deze eis tot proportionaliteit leidt tot absurde situaties waarbij mensen die worden afgewezen zich in een soort slachtofferschap terugtrekken en de beslissingnemers verdenken van een vorm van ‘racisme’. De auteur verwijst hier naar het voorbeeld van de zwarten in de VS maar evengoed gaat dit op voor tal van actuele problemen met allochtonen in onze contreien.

Links en zogenaamde progressieven dragen met hun pleidooi voor het multiculturalisme bij tot een ‘verstening’ van culturele identiteiten, vaak tegen de wil van sommige van hun leden in. De auteur wijst op de nefaste impact van subsidies aan organisaties die op die manier hun ‘eigenheid’ naar de buitenwereld verstevigen maar die vaak ten koste gaan van de autonomie van de individuele leden. Maar is dit geen vorm van tolerantie? “Tolerantie mag je niet verwarren met het door dik en dun verdedigen van elke culturele identiteit”, aldus Tanghe. Hij verwijst naar de filosoof Brian Barry (auteur van het boek Culture and Equality) die stelt dat multiculturalisme alleen de positie van de notabelen binnen de erkende groepen versterkt en een voedingsbodem vormt voor conservatisme en cliëntelisme. Het multiculturalisme is een van de voornaamste redenen waarom individualiseringsprocessen in de zin van een grotere individuele vrijheid en zelfbeschikking worden afgeremd. De leiders van de erkende groepen willen immers geen verandering maar een status-quo van hun bevoordeelde positie.

De erkenning van bijzondere groepsrechten betekent voor veel individuen een val. Ze kunnen er niet uit. Ze kunnen zelfs hun opgedrongen lidmaatschap van de groep niet opzeggen. Tanghe ziet hierin een ‘reductie van mensen tot eenduidige, exclusieve en onveranderlijke dragers van een collectief wezen’ waarmee op kleine schaal een vorm van totalitarisme wordt geïnstalleerd. De auteur gaat daarop door stelt terecht vast dat de gelijkheidsgedachte ertoe strekt dat men elke mening als ‘gelijkwaardig’ beschouwt. Tegengestelde ideeën worden gecatalogeerd als ‘vooroordeel’ of zelfs ronduit als racisme. De cultuurrelativistische gedachte dat elke cultuur gelijkwaardig is verwordt aldus tot een dogma.

“In naam van gelijkheid en vrijheid werkt men precies ongelijkheid en onvrijheid in de hand”, aldus Tanghe. Hiermee keert hij zich finaal tegen praktijken die we zelf als onaanvaardbaar vinden maar binnen gesloten cultuurgroepen gemeengoed zijn. Denk aan vrouwenbesnijdenis, gedwongen huwelijken, de verstoting en steniging van overspelige vrouwen in de moslimcultuur. Hiermee sluit hij aan bij de Franse filosoof Alain Finkielkraut die in zijn boek Ondankbaarheid schreef: “De westerse mens moet zichzelf wel zijn vergeten en alle geestkracht zijn kwijtgeraakt om te kunnen zeggen: ‘onze beginselen zijn goed maar ze zijn alleen voor ons goed want wij zijn geconditioneerd voor vrijheid en kritiek zoals anderen voor gehoorzaamheid’.” In een democratische samenleving moeten de leden akkoord gaan met een minimaal aantal rechtsbeginselen. Hiermee schaart de auteur zich aan de kant van de ‘universalisten’ die geloven dat bepaalde waarden overal geldig zijn en waarop geen uitzondering kan gemaakt worden. De gelijkwaardigheid van alle mensen en van vrouw en man in het bijzonder is daar de belangrijkste van.


Recensie door Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Fernand Tanghe, Links is soms rechts. Over gelijkheid, democratie en multiculturalisme, Houtekiet, 2004.

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be