Les contre-réactionnaires

boek vrijdag 19 oktober 2007

Pierre-André Taguieff

Pierre-André Taguieff doet zijn reputatie opnieuw eer aan. En hoe! Hij houdt vol en schrijft een boek dat opnieuw puistjes zal bezorgen aan hen die, met een teveel aan verbeelding, de reactionaire octopus overal zien opduiken met zijn graaiende, groeiende tentakels en vreselijke vangarmen. Les contre-réactionnaires. Le Progressisme entre illusion et imposture, luidt de titel van het laatste meesterwerk van Pierre-André Taguieff, een uitdagende kanjer van formaat – boordevol tegendraadse provocerende denkbeelden – dat zich laat lezen als een nog feller gepeperde synthese van zijn vorige werken, Le Sens du Progrès en L’illusion Populiste. Het is goed geschreven, met allerlei onverwachte wendingen, vol branie en leuke oneigentijdse meningen.

Van dit anti-populistische pamflet van meer dan 600 bladzijden, steek je heel wat op, wat toelaat allerlei vastgeroeste denkbeelden aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Het gaat om een niets ontziend essay tegen de kwaadwilligen, die het recht op verdediging van hen die het rechts gedachtegoed genegen zijn, ontkennen. Het is ook een misprijzende uithaal naar zij die het wagen het liberale denken onderuit te halen door het van allerlei ‘troetelnaampjes’ te voorzien…! Vanaf de Bevrijding, zo stelt Taguieff, waart een slecht begrepen spook rond in Europa, en vooral in Frankrijk, en dat is het spook van het fascisme. Letterlijk alles wat niet socialo-communistisch is, wordt als fascistisch gebrandmerkt. Het fascisme van Mussolini en het nationaal-socialisme van Hitler, zijn roemloos ten onder gegaan temidden van dood en verderf. Maar regelmatig worden hun kadavers, met kettingen en al, opnieuw leven ingeblazen, met voorbedachten rade.

Bij niemand duikt aldus nog langer de idee op om mensen die voor links of extreemlinks stemmen, zoals bijvoorbeeld Mevrouw Buffet van de PCF (de Franse communisten) of Olivier Besancenot van de LCR (Communistische Revolutionaire Liga, of Franse Trotskisten) – af te schilderen als Bolcheviki met het bloedende mes tussen de angstaanjagende tanden. Maar in het tegenovergestelde geval worden alle duivels gelost. Diegenen die bijvoorbeeld sinds enige tijd nu, hun voorkeur laten blijken voor Nicolas Sarkozy (Gaullistische UMP) worden voor rot gescholden. Weg genuanceerd gedachtegoed. Weg begrip en tolerantie. Zij worden als fascist gestigmatiseerd! Een recent voorbeeld van deze trend is het liedje van het links orakel en verbitterd charmezangertje Renaud: ‘Elle est facho… elle vote Sarko (…)’ (Zij is een fasciste, zij stemt voor Sarkozy). Sarkozy is dan nog een Hongaarse vluchteling. Maar hij heeft een krachtig ingrijpen van de politie voorgesteld bij de relletjes in de Parijse banlieus… vandaar. Iemand die opkomt voor orde en tucht op school, of die een betere regeling wenst van de immigratiepolitiek, wordt onmiddellijk als fascist gestigmatiseerd.

De antireactionairen, zoals ze zichzelf graag noemen, waken gestaag en zwaaien voortdurend met petities, waarmee zij hun vermeende vijanden om de oren slaan. Men herkent hun gezwollen teksten aan hun manie om liefst processen ad hominem te voeren. De ‘anti-reac’ herkent vlijtig de conservatief achter het etiket liberaal, de reactionair tovert hij te voorschijn vanachter het masker conservatief, en achter de reactionaire mombakkes ontwaart hij al spoedig de door hem zo verfoeide fascist. Overal ontdekt de nieuwe progressieveling het fascisme, zodat het op den duur een zinledig begrip wordt.

Dit ideologisch antifascisme, legt Taguieff uit, is het residu van de holle retoriek die in 1930 door de Communistische Internationale (De Komintern) veelvuldig werd gebruikt om alles te stigmatiseren dat geen hoge hoed op had over het communisme: de liberalen, de conservatieven, de vuurkruisers van kolonel de la Rocque (die weigerde een putsch te plegen), de royalisten van Charles Maurras en de ‘Action Française’. Georges Orwell had de geschikte formule voor dit verschijnsel bedacht: ‘De linkse intellectueel’, zo stelde hij, ‘is niet antitotalitair, maar hij is wel een antifascist.’ Onder deze noemer ging zowat alles schuil wat links niet zinde. Het antifascisme zoals het door de PCF (de Franse Communistische Partij) op muziek was gezet, wou enkel de criminele dimensie van het stalinisme verhullen, na de bevrijding. Met dit opzet werd zelfs één van de leiders van de geallieerden, generaal de Gaulle, voor fascist uitgescholden. Zelfs de liberale denker en schrijver Raymond Aron, ontsnapte niet aan dit odium. Het vulgair antifascisme is niet samen met de USSR ingestort. Het wordt nog steeds gebruikt om links, dat niet veel meer te bieden heeft en zeker geen ‘lendemains qui chantent’ (een zonnige toekomst), alsnog een identiteit te bezorgen. Zo is links nu nog alleen een morele waakhond die er op toeziet dat de Grote Boze Wolf, die op elk moment, schuimbekkend uit het diepe woud kan opduiken, niet ongemerkt, kan toehappen.

Wanneer de antifascisten overal het fascisme ontwaren, ook waar dit niet het geval is, dan betekent dit waarschijnlijk dat zij nooit de ware aard van het Monster hebben begrepen. Men kan onmogelijk dit beladen woord op de reactionairen toepassen. Het fascisme stoelt immers op een verafgoding van de Staat en de Partij, die de enkeling verpletteren. Het is een verhevigd nationalisme, vermengd met een dosis socialisme, dat vooral streeft naar de creatie van een ‘Nieuwe Mens’, een ‘Heroïsch Schepsel’. De reactionairen zoals in Frankrijk, de Maistre, Bonald, Maurras of Donoso Cortes, geloofden niet in de maakbaarheid van de ‘Nieuwe Mens’. Zij beval enkel een soort eeuwige, onveranderlijke orde aan, terwijl de fascisten en de nationaal-socialisten eigenlijk revolutionairen zijn, die droomden van een ‘Herboren Mensheid’. Het paradoxale van dit regeneratiestreven, waarin het effect schuilt van een mythisch religieus denken en streven, zit hem hierin dat het in essentie gaat om een futuristische en hypermodernistische dynamiek.

De auteur vindt het leidmotiv ervan terug bij Darwin en Marx. In hun evolutionistische en finalistische concept gaat immers de idee schuil dat men de menselijke soort door wetenschap en techniek kan ‘verbeteren’. Maar er is meer. Achter het antifascistische betoog, schuilen het antizionisme, het antiamerikanisme en het antikapitalisme, een mengeling van vergeten communistische en modieuze altermondialistische slogans die aantonen dat het huidige links bij gebrek aan beter, zondebokken nodig heeft, meestal vervat in het hatelijke ‘americano-zionistische complot’. Men verzint maar wat.

Veroorzaken de progressistische westerse idealen een onbedoelde nieuwe barbarij? Pierre-André Taguieff gaat niet zó ver. Hij suggereert dat het opzet om de mens door ideologie te veranderen, dat het kenmerk was van fascisme en communisme, zonder het scientisme en de quasi-mechanistische visie op de vooruitgang, die de volledige negentiende eeuw hebben overheerst, onmogelijk zou zijn geweest. ‘Alles is afhankelijk van woorden’, zei Jeremy Bentham. Wie dat begrepen heeft, heeft dit knappe boek begrepen.


Recensie door Yves Van de Steen

Pierre-André Taguieff, Les contre-réactionnaires. Le Progressisme entre illusion et imposture, essai, s.l., Denoël, 2007, 620 p., 28 euro.

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be