Gedwongen tot weerbaarheid

boek

Sylvain Ephimenco

Een van de meest kritische stemmen in het huidige politiek-maatschappelijke debat in Nederland is Sylvain Ephimenco. Hij werd geboren in Algerije, werkte jarenlang als Benelux-correspondent voor het Franse linkse dagblad Libération, schreef de romans Façades en Blauwe Nachten en de essaybundel Het Land van Theo van Gogh en is momenteel columnist voor de krant Trouw. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 volgt hij de explosieve ontwikkelingen in Nederland en de rest van de wereld. De chronologisch gebundelde columns lezen als een dagboek over de impact van het moslimfundamentalisme en diens poging om de islam in gijzeling te nemen. Hij keert zich daarbij frontaal tegen orthodoxe denkbeelden, religieuze taboes en het cultuurrelativisme. Hij verzet zich tegen de gedachte dat de islam niet aan kritiek mag worden onderworpen en tegen de idee van Geert Mak dat de samenleving gedoemd is tot kwetsbaarheid. Daartegenover stelt Sylvain Ephimenco zijn visie Gedwongen tot weerbaarheid, de titel voor dit boek waarin de auteur geen taboe uit de weg gaat.

Eén week na de aanslagen van 11 september 2001 wijst Ephimenco naar de fanatieke minderheid die de islam gebruikt om haar wrok tegen de moderniteit te ventileren. Terwijl gezagsdragers het drama trachten te minimaliseren en te ontkennen, pleit hij ervoor om het probleem bespreekbaar te maken. In essentie verzet hij zich ertegen dat mensen het religieuze, en bij ons dan vooral de islam, weer een plaats willen geven in het publieke domein. Daarbij wijst hij op de onvoorstelbare tolerantie die wij aan de dag leggen ten aanzien van imams die zich vijandig opstellen tegenover onze samenleving en met banbliksems zwaaien naar ‘de schuldigen’: de christenen, de joden en het Westen. De auteur verdraagt het niet langer en treedt hiermee in de voetsporen van de fameuze stelling onder de Franse Revolutie ‘Il n’y a pas de liberté pour les ennemis de la liberté’. We moeten ons verzetten. Daarmee keert Ephimenco zich tegen diegenen die een beroep willen doen op moskeeën om de integratie van de allochtonen in onze samenleving te bevorderen, zoals de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. Zo haalt hij vernietigend uit naar het feit dat bij gemeenteraadsverkiezingen stembussen in de moskee staan en dat linkse partijen dit schijnbaar met gemak accepteren.

Sylvain Ephimenco gaat in tegen het politiek correcte beeld van de gelijkwaardigheid van alle culturen. ‘Is de cultuur van de islam achterlijk?’, zo vraagt hij zich af. Zijn antwoord is ten dele ja omdat moslims hun vrouwen dwingen zich te sluieren, boeken afwijzen, hun auteurs met de dood bedreigen, de hand van een vrouw weigeren te drukken (wegens onrein), homo’s lager achten dan varkens en ongelovigen de dood toewensen. Achterlijkheid is geen gevaar, maar dat kan het in de handen van fanatici wel worden. Zo wijst de auteur op het groeiende antisemitisme binnen de moslimgemeenschap. Uitingen van haat die de auteur niet alleen waarneemt in moskeeën, maar ook in islamitische scholen. En hij wijst op de grote moslimdemonstratie in april 2002 in Nederland die sterk gericht was tegen Israël en een sterk antisemitisch karakter had. Tegelijk voelt de islam zich in Nederland zelfverzekerd en quasi onaantastbaar. Imams stellen steeds bijkomende eisen zoals ‘gescheiden zwemmen, hoofddoek dragen in rechtbanken, einde van de gescheiden klassen, gebedsruimten op scholen en werkplekken en beroepsverbod de facto door homoseksuele leerkrachten te pesten’. Stuk voor stuk eisen die onze seculiere samenleving geweld aandoen, maar die uit een vorm van misbegrepen verdraagzaamheid worden ingewilligd.

De auteur waarschuwt voortdurend voor die schijnbaar ‘onschuldige’ toegevingen die in naam van de verdraagzaamheid worden gedaan. Geen probleem met hoofddoeken in de publieke ruimte, op scholen, in winkels en op kantoor. Maar de religieuze kledingvoorschriften rukken wel op en worden steeds strenger. Op diverse plaatsen zien we vrouwen in een niqaab en zelfs met een boerka. Wie daartegen protesteert wordt aangezien als een ‘verlichtingsfundamentalist’, zoals Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur en Sylvain Ephimenco zelf. Het is een scheldwoord dat niet alleen gebruikt wordt door conservatieve moslims maar ook door linkse partijen. Die beide vinden elkaar steeds meer, zoals in de Arabisch Europese Liga in Vlaanderen die voor de verkiezingen van 2003 een verbond sloot met de communistische PVDA. Een vreemde combinatie waarbij men pleitte voor meer gebedshuizen (had Marx niet gezegd dat godsdienst opium van het volk is?) en voor de sharia als nieuwe wetgeving? Ephimenco noemt het een vorm van ‘relifascisme’ en hij heeft gelijk als we zien dat aanhangers van de AEL hun sympathie betuigen voor de moordenaars van Hamas en ‘Jihad, Hamas, Hezbollah’ en ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas’ zingen.

Evenzeer keert de auteur zich tegen de vijandelijkheid van islamitische mannen tegenover de vrouw. Hij verwijst naar Samira Bellil die slachtoffer werd van groepsverkachtingen omdat ze weigerde een hoofddoek te dragen (intussen is ze aan maagkanker overleden en werd ze begraven op het Parijse kerkhof Père Lachaise). Net over die hoofddoeken was in 2004 zoveel te doen in Frankrijk. De wet op de Laicité wou hoofddoeken in de toekomst verbieden voor openbare scholen. Het protest was enorm. Maar Frankrijk hield stand. ‘Het verbod van de hoofddoek op openbare scholen is meer dan een twist om een lapje stof. Het is allereerst een signaal naar duistere krachten dat Frankrijk de grenzen heeft getrokken’, aldus de auteur, en hij heeft gelijk. Hoe tolerant men kan en moet zijn, het is de plicht van de overheid om kinderen op te voeden in een omgeving van wederzijds respect en gelijkwaardigheid van elke mens. Elke toegeving erop is een aberratie en geeft machthebbers binnen minderheidsgroepen de gelegenheid om hun verderfelijke ideeën inzake suprematie te verspreiden. Mannen zijn niet superieur aan vrouwen. Wie dit toch verkondigt behoeft geen verdediging uit naam van de tolerantie maar verwerping uit naam van de gelijkwaardigheid van elke mens.

Het is in die zin dat Sylvain Ephimenco zich verzet tegen gedwongen huwelijken. Die ouders moeten worden vervolgd, zo stelt hij, maar dat is te eenvoudig en moeilijk verdedigbaar. Tal van allochtone jongeren vinden dit systeem prima en voelen dit niet aan als een aantasting van hun persoonlijke rechten en vrijheden. Hoezeer men het feit dat allochtonen vooral trouwen met andere allochtonen kan betreuren, we kunnen dit niet beteugelen. Een oudere leeftijd om te huwen of een bepaalde sociale zelfvoorziening kunnen we wel wettelijk opleggen, maar niets kan verhinderen dat twee mensen met elkaar willen trouwen, zelfs al is het om andere reden dan liefde. We moeten dus dieper graven en appelleren naar de grond van de zaak. Wil men in Nederland (of het Westen) een leven opbouwen of niet? Wil men de eigen religieuze tradities aanvaarden binnen een seculier regime of niet? Wil men de vrouw gelijkwaardig beschouwen of niet? Pas dan zullen we weten of we een stap vooruit zetten of dat we terugkeren naar de Middeleeuwen.

Sylvain Ephimenco verwijst naar het gebod ‘Gij zult niet doden’ en plaatst dit tegenover de gruwelijke misdaad van Mohammed B. tegenover Theo van Gogh. Het is en blijft allicht de meest belangrijke boodschap tegenover elke medemens. Niemand heeft het recht een leven te nemen, ook niet omwille van een zogenaamde openbaring of goddelijke verplichting. De mens is geen middel, maar een doel op zich en behoeft daarom alle bescherming. Niemand heeft het recht hem of haar te vermoorden. En wie dat toch doet moet resoluut afgekeurd worden - niet omdat hij moslim, jood, christen of ongelovig is - maar omdat hij het leven van een andere mens heeft ontnomen en derhalve een onmens is. In die zin moeten we elke vorm van terreur veroordelen en tot het uiterste bestrijden. Net het ontzag voor het leven van medemensen onderscheidt redelijke wezens van fanatici. Volgens Ephimenco is de weerbaarheid van het Westen enorm en hij heeft gelijk. Ondanks de aanvallen van 11 september, de aanslagen in Madrid en Londen, hebben we in Europa het hoofd koel gehouden. Dat is geen manco, maar een bewijs van wijsheid, betrokkenheid en verdraagzaamheid. Toch mag die houding volgens Ephimenco niet te ver gaan en ook hier heeft hij gelijk. Want ook de tolerantie kent zijn limieten. Ze eindigt waar de intolerantie de daad bij het woord voegt.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Sylvain Ephimenco, Gedwongen tot weerbaarheid, Houtekiet, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be