Toen ik in het begin van de tachtiger jaren Karel Van Miert leerde kennen, waren we niet bepaald goede 'kameraden'. We waren weliswaar collega's, beiden voorzitter van onze partij. Maar Karel zat in de oppositie. Ik in de meerderheid. En het ging er absoluut niet hartelijk aan toe toen we politiek de degens kruisten. Ik zat bovendien nog in mijn sturm und drang periode, mijn neoliberale kruistocht waar ik tot op de dag van vandaag nog altijd die nickname "baby-Tatcher" aan overhoud. Onze relatie beterde ook niet toen ik minister van begroting en dus van besparingen werd en Guy Mathot moest tegenspreken, mijn socialistische voorganger die met de glimlach had beweerd dat "het gat in de begroting er vanzelf was gekomen en dus ook wel vanzelf zou verdwijnen". Hoe dan ook, ik denk dat Karel en ik in die periode buiten ons obligate optredens in Ieder zijn Waarheid of noemde het toen al Confrontatie, niet meer dan tien woorden gewisseld hebben. Kortom, de afstand tussen ons beide was immens. Paars was een kleur die toen in de Belgische politiek nog moest uitgevonden worden.

Toch is het in mijn herinnering niet zo zeer Karel Van Miert die het gezicht vormde van die harde oppositie. Die rol was eerder weggelegd voor Louis Tobback natuurlijk met zijn rauwe hakkende, blaffende verwijten als fractieleider. En Karel Van Miert was ook te veel een hervormer om die rol te spelen. Het was onder zijn impuls dat de ramen en deuren van de oubollige Belgische Werklieden Partij wagenwijd werden open gezet. Hij deed de Socialistische Partij afstand nemen van de vakbonden. Hij poogde ze om te smeden tot een moderne sociaaldemocratische politieke formatie en doorbrak daartoe de grenzen met tal van niet-socialistische bewegingen en organisaties. Karels ambitie bestond erin één grote progressieve beweging in Vlaanderen tot stand te brengen. “Een vrijheidslievend socialisme” zoals hij het zelf omschreef. "Paars avant la lettre” zou je het kunnen noemen. Tijdens de campagne van 1987 was het opnieuw Karel Van Miert die tegen de haren van vele socialistische partijbonzen instreek. Zijn partij mocht er niet alleen zijn voor de “niet-actieven”. Hij voerde campagne met een reeks bedrijfsvriendelijke voorstellen. Zijn discours klonk, zeker voor die tijd, erg fris en modern. Zijn visie zou tien jaar later aan de overkant van het kanaal “de derde weg” gedoopt worden. Of nog: “de actieve welvaartsstaat”. Deze omarming van de vrije markt zou zijn handelsmerk worden toen hij naar Europa vertrok. Of beter gezegd: toen hij terugkeerde naar zijn oude liefde. Karels carrière begon immers op het kabinet van Europees commissaris voor landbouw Sicco Mansholdt. En in 1979 was hij al eens lid van het eerste rechtstreeks verkozen Europees Parlement. Maar de sterkste footprint in Europa liet Karel Van Miert natuurlijk achter als Europees Commissaris voor Mededinging.

Toen hij voor de tweede keer Europees commissaris werd, heeft hij werkelijk de grenzen van zijn mandaat, van zijn macht opgezocht. “De machtigste man van Europa” zo werd hij genoemd. “De tsaar van het competitiebeleid”. Maar de beste omschrijving komt nog altijd van The Economist die hem in 1997 “the irritating commissioner”, de irritante commissaris doopte. Eigenlijk is dat het mooiste compliment wat je als politicus kan krijgen. Nu dat “irritante” lijkt op het eerste gezicht misschien niet te passen bij het minzame karakter van Karel. Maar dat is hem miskennen. Wanneer Karel van iets overtuigd was dan ging hij er ook voor. Voor de volle honderd procent. Onvervaard. Recht er tegenaan. Tegen het status quo, tegen de geplogenheden in. De heersende consensus aan zijn laars lappend.

Toen, bijvoorbeeld, Boeing wilde fusioneren met een andere Amerikaanse vliegtuigbouwer, ging iedereen ervan uit dat de Amerikanen de leiding zouden nemen in dit dossier. Dat hun Mededingingsautoriteit eerst haar oordeel zou vellen. Het ging tenslotte om twee grote Amerikaanse giganten, een interne affaire waar de Europese Unie pas in tweede instantie bij betrokken was. Maar dat was buiten Van Miert gerekend die meteen een harde positie innam en de bakens van het debat uitzette. Geen haar op zijn hoofd dat er aan dacht dat het belang van de Europese vliegtuigbouwers en de Europese consumenten ondergeschikt moest gemaakt worden aan dat van de Amerikanen. Uiteindelijk is die fusie doorgegaan. Maar niet zonder dat Karel eerst nog cruciale ‘last minute’ toegevingen van Boeing had bedongen. Voor hem maakte het niet uit of hij de zaak zou verliezen of niet. Het was een punt van zijn geloof dat een vrije markt enkel kon functioneren op basis van eerlijke concurrentie.

Op het einde van zijn mandaat richtte Karel zijn pijlen dan ook steeds meer op onterechte staatsteun. Vooral de Franse en Duitse overheid kwamen daarbij in zijn vizier. Frankrijk en Duitsland vonden het immers hun volste recht om hun grote bedrijven of financiële instellingen de hand boven het hoofd te houden en te ondersteunen. Niet in het minst ten koste van bedrijven in de kleinere lidstaten. Het is Karel geweest die met deze oneerlijke praktijken voor het eerst komaf heeft gemaakt. Vóór zijn komst bestond de consensus erin dat deze staatsteun oogluikend moest worden toegelaten. Om de lieve vrede te bewaren. Maar dergelijke argumenten waren aan hem niet besteed. Het protectionisme in Europa moest en zou in de kiem worden gesmoord. Dat was zijn missie. De erfenis die Karel Van Miert dan ook heeft nagelaten in Europa is erg groot. Zijn bijdrage aan een goed functionerende interne markt valt moeilijk te overschatten.

Karel Van Miert was een man die meestal erg zacht van wal stak. Vaderlijk haast. Maar dat was enkel zo bij de aanvang. Eens op dreef, liet hij zijn rotsvaste mening op jou los, gepassioneerd, opgewonden, onverkort. Vaak oprecht boos over de onwil die hij overal om zich heen zag opduiken om het Europees project verder uit te rollen. Hij vond dat de institutionele en politieke verdieping van de Unie veel te traag ging, terwijl de uitbreiding van diezelfde Unie dan weer veel te snel ging. Vandaag weten we dat niet wij, maar hij het bij het rechte eind had. Hoe dan ook, die overtuiging, die profetische visie op de toekomst van ons continent paarde hij met een haast legendarische dadendrang. Ziener en doener tegelijk. Kwaliteiten die we vandaag gruwelijk missen in de Europese Unie. Waar crisissen niet langer acuut zijn, maar chronisch aanslepen. Maanden, jaren aan een stuk. De economische crisis, de migratiecrisis, de geopolitieke crisis. Een polycrisis waarin we juist nood hebben aan leiderschap zoals Karel Van Miert dat incarneerde en uitstraalde.

Als Kempenzoon was bescheidenheid zijn tweede natuur. In het boek opper ik dat hij misschien wat minder bescheiden had moeten zijn, zeker nadat hij van de politiek afscheid genomen had. “Ik ben geen politiek beest”, beweerde hij toen men hem vroeg waarom hij zich niet langer uitsprak over politieke onderwerpen. Alle respect daarvoor. Maar ergens weet ik beter. Op een of andere manier is Karel Van Miert altijd een gedreven politicus gebleven. Het was voldoende om met hem een gesprek over de staat van Europa te beginnen om de gloed in zijn ogen te zien opflakkeren, om de bevlogenheid te aanhoren waarmee hij sprak over wat ons enig écht project met toekomst is: Europa. Karel Van Miert: een visionair, een tomeloze hervormer. Voortvarend en koppig. Met een complexloosheid die we vandaag nog maar zelden tegenkomen. Voor onze gemeenschappelijke Europese zaak een medestander van formaat. En zo werd hij voor mij in een tijdspanne van amper tien jaar een vriend met dezelfde passie en niet langer een ordinaire 'politieke tegenstrever'. Dit boek is dan ook een passend eerbetoon aan één van de groten in de Europese politiek.


Tekst door Guy Verhofstadt

Deze tekst werd uitgesproken door Guy Verhofstadt op de voorstelling van het boek ‘Karel Van Miert. Strijder voor Europa’ op 27 april 2016 in Brussel.

Bart Hellinck, Karel Van Miert. Strijder voor Europa, Manteau, 2016

Links
mailto:guy.verhofstadt@europarl.europa.eu
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be