Met dit boek Samenleven. Een hoopvolle strategie tegen IS biedt Bart Somers, burgemeester van Mechelen en voormalig voorzitter van Open-Vld een unieke blik in zijn visie, kennis en diverse ervaringen, zowel persoonlijke als ervaringen opgedaan gedurende zijn professionele carrière. Somers bundelt deze tot een toegankelijk geschreven en rationeel gemotiveerd geheel van wat we zouden kunnen omschrijven als Somers’ visie op de succesvolle ingrediënten in de aanpak van extremisme. Hiermee bewandelt Somers de weg van de integratie, namelijk een geïntegreerd beleid dat afsteekt tegen de soms eenzijdige aanpak die in sommige kringen populair is. Hoopvol is het epitheton ornans dat de ondertitel siert, en hoopvol klinkt het in mijn oren wel.

Somers vertrekt vanuit de vaststelling dat extremisme van alle tijden is en begint dit boek met een verhaal uit de familiale voorgeschiedenis van de familie Somers. Bart Somers blijkt een nonkel te hebben gehad die op heel jeugdige leeftijd gestorven is ten gevolge van wat we als op drift geraakte idealen zouden kunnen omschrijven. Hij beschrijft hoe een zekere Jan Somers in volle puberteit gaat vechten aan het Oostfront. De gevolgen laten zich raden. Dit loopt voor Jan Somers bekaaid af. Hij betaalt zijn engagement met zijn jeugdige leven. Moraal van het verhaal is dat de sirenezang om te gaan vechten voor (aangeprate) idealen van alle tijden is. Dat is ongetwijfeld zo, al moet men voorzichtig zijn met het doortrekken van parallellen tussen Oostfronters, en strijders in de Spaanse burgeroorlog. Niet alle deelname aan buitenlandse conflicten impliceerde bij terugkeer een even groot gevaar voor de Belgische samenleving.

Somers heeft natuurlijk een belangrijk punt wanneer hij deze anekdote aanhaalt. Hoe hou je extremisme tegen, en hoe maak je goed overwogen beslissingen in tijden waarin lang niet enkel zinnige dingen worden gezegd over het geladen onderwerp? Somers stelt zich de terechte vraag hoe we de huidige rekrutering door terroristische groeperingen kunnen stoppen en hoe we individuen kunnen tegenhouden die onze open samenleving willen ruilen voor een plaats in een op haat gebaseerde maatschappij. Enkel door het fenomeen te bestuderen en begrijpen kunnen we ons beste beentje voorzetten om er gemeenschappelijk iets aan te doen. Het woord gemeenschappelijk is geen term die suggereert dat de overheid het probleem niet alleen kan oplossen, integendeel, het woord gemeenschappelijk staat voor het feit dat een inclusieve samenleving gevormd wordt door allen die daarvan deel uitmaken. Het mag dan utopisch klinken, maar zo is het niet bedoeld.

Ik zou ‘gemeenschappelijk’ anders verwoorden. Vergelijk het met de metafoor waarin we allen in dezelfde boot op volle zee zitten. We kunnen niet zo maar eventjes uit die boot stappen om die vanop afstand te bekijken. Een samenleving verander je van binnenuit, je repareert plank voor plank, je hebt de tijd niet om het schip op het droge te trekken. Je hebt eenieder nodig die een steentje bijdraagt, dat is collectieve verantwoordelijkheid, en dat kan enkel in een samenleving waar eenieder zich thuis voelt. De metafoor, voor wie het aanbelangt, komt van Willard Van Orme Quine, die hem op zijn beurt aan Otto Von Neurath (vooraanstaand lid van de Wiener Kreiss) ontleende.

Ook Somers onderkent de manipulatieve strategieën en doelstellingen van IS en probeert hierop een constructief antwoord te bieden. Dat constructief antwoord dat hij voorstelt komt er niet zo maar. Zijn oordeel is gevormd door zijn ervaring met het doorhakken van moeilijk ontwarbare knopen, analoge problemen die hij, gedurende zijn carrière als burgemeester van Mechelen, heeft moeten onder ogen zien. Zoals de kleine criminaliteit, de overlastproblemen die de stad in de jaren 1990 teisterden. Wat mij verraste was de lectuur van het hoofdstuk waarin Somers zijn fascinatie ten toon spreidt voor een basisidee uit de Broken Windows Theorie (hierna afgekort tot BWT, geesteskind van James Q. Wilson, de in 2014 overleden politicoloog, werkzaam aan Harvard University en in een vorig leven beleidsadviseur van Ronald Reagan, voormalig president van de VS).

BWT is een niet onbesproken theorie. Dit vergt wellicht enige uitleg. BWT vertrekt vanuit het populaire idee dat de onmiddellijke reactie op storend gedrag, een zeer goede remedie is tegen het vermijden dat het storende gedrag zich opnieuw stelt. Hoewel hier enige logica achter schuilgaat, is het idee zwaar misbruikt (maar daar kan BWT niks aandoen, men mag het kind niet met het badwater weggooien). Het BWT model heeft aanleiding gegeven tot diverse en zeer verregaande maatregelen zoals ‘three strikes and you’re out’), een zerotolerantiebeleid dat buitenproportionele sporen aannam. Ik herinner me de commotie nog levendig toen men in Lokeren aan de slag ging met een zerotolerantiebeleid. Het zerotolerantiebeleid strookt niet met de principes van de liberale democratie, maar eerder met een ultra conservatief populistisch en autoritair Trump-achtig lik-op-stuk beleid.

Het aanhalen van de successen van voormalig burgemeester Guliani is voor mij geen sluitend argument want studies tonen aan dat de criminaliteit een daling inzette in die bewuste periode waarin Giuliani de straten van New York schoonveegde ook in vele steden en gemeenten waar een totaal ander beleid werd gevoerd. Als tegenbewijs kan dit tellen. Soit, hoe verder ik in het boek kom en de redenering volg die Somers opbouw, hoe meer ik vaststel dat Somers eigenlijk helemaal geen aanhanger is van een strikte interpretatie van BWT (dat beweert hij trouwens niet, hijzelf spreekt van BWT 2.0), want hij heeft het voortdurend over samenleven en versterking van sociaal kapitaal en weerbaarheid, kortom, hij heeft het eigenlijk over wat ik zou benoemen met de term ‘collectieve weerbaarheid’ (een begrip uit de gelijknamige criminologische theorie van de Harvard socioloog Robert Sampson). Buurten weerbaarder maken door het sociale weefsel te versterken, een positief klimaat te creëren, goede relaties tussen politie en burgers te stimuleren. Dat alles leidt zowel tot een daling van de overlast en kleine criminaliteit als de meer ernstige vormen van criminaliteit (invasie van buurten door de georganiseerde misdaad en problematische straatgroepjes).

Van dat laatste kan ik meespreken, want in de Belgische context heb ik dit meermaals onderzocht. Herhaaldelijk werd vastgesteld dat vooral het sociale weefsel en sociaal vertrouwen onder buurtbewoners heilzame effecten heeft. Dit gezegd zijnde, is er niks mis vanuit psychologische invalshoek om tekenen van verval snel en consequent te verwijderen, men wekt er alleen maar de illusie mee dat de overheid criminaliteit en overlast normatief tolereert, en dat op zich ligt mee aan de basis van de opvattingen van individuen over wat wenselijk is. Somers maakt in één beweging ook duidelijk dat zijn ‘lik-op-stuk’ visie (ik zou eerder praten van een realistisch ‘no nonsens beleid met een hart’) niet te rijmen valt met de Patriot Act-achtige toestanden, de dooddoener die we in NVA-kringen weleens horen. De burger verwacht een kordate en snelle aanpak, maar de burger moet daarbij wel eerlijk geïnformeerd worden over wat werkt, hoe lang het duurt eer iets werkt, en wat niet werkt. Dat laatste wordt vaak vergeten. Van een kleine onoplettendheid gesproken? Wie zal het zeggen, cognitieve denkfouten en cognitieve dissonantie is des mensen, maar bewust misleiden is dat ook, zeker in de politiek.

Net als Dirk Verhofstadt in zijn boek Salafisme versus democratie trekt Somers resoluut de kaart van een beleid ter verdediging van een open samenleving en dit binnen de democratische spelregels. Wie denkt dat Somers hiermee een softe aanpak propageert, kent duidelijk niks van misdaadbestrijding. Een harde aanpak heeft helaas vaak een soft resutaat. Het gaat om de juiste mix tussen harde en zachte maatregelen. Somers heeft het over onmiddellijk reageren, ook bij problemen die gelinkt zijn aan radicalisering en terrorisme, maar onmiddellijk reageren wordt in zijn visie vertaald in een onmiddellijk maar tegelijkertijd ‘zo constructief mogelijk’ reageren. Dat is een realistische aanpak, die ver weg staat van de idealistische ideologische mantra van mei ‘68-ers, postmodernisten en cultuurrelativisten.

Somers houdt verder een pleidooi voor een actief burgerschap, en gaat het kerntakendebat aan (wat zijn kerntaken van een politie en overheid, nabijheidspolitie, schaalvergroting en diversiteit in de combi). Zeer boeiende materie. Somers gebruikt de term nabijheidspolitie, een term die ook in Zweden (närpolisen) en Noorwegen (nærpoliti) wordt gehanteerd als tegenhanger voor het oude begrip ‘community policing’. Somers breekt zelfs een lans voor schaalvergroting. Dat vind ik als criminoloog moedig want oude baronieën zullen onttroond worden en verworvenheden afstaan, doet niemand graag (zeker niet wie met de vingers aan de spreekwoordelijke graaipotten heeft gezeten). Verder pleit hij voor diversiteit in de combi. Dit laatste is al lang een absolute must want wie het nog niet door zou hebben: de illusie van partijdigheid en verdeeldheid opwekken (ook een favoriete bezigheid van extreem-links) door met grote woorden te stellen dat de ene groep van de samenleving (de machtshebbers vertegenwoordigd door de politie) oordeelt over de andere is een dooddoener die werkt en zelfs polariseert. De illusie van machtsmisbruik en racial profiling alleen al voedt de polarisering. We zijn toch nog niet vergeten hoe Montasser AlDe’emeh ten onrechte hardhandig werd aangepakt door een door de terrorismedreiging op scherp staande politie?

Neen, op populisme kan je Somers in dit boek niet betrappen. Het discriminatieprobleem wordt door hem op een nuchtere en ernstige manier, en niet op een ideologisch verblinde manier besproken. Discriminatie en percepties van discriminatie en onrechtvaardigheid vormen een sterke drive voor actie. Let op mijn cursivering bij percepties van discriminatie. Wat niet gepercipieerd wordt, zet niet aan tot actie en daarom dient het losgekoppeld te worden van sociaaleconomische status. Dat dooddoende debat moeten we dringend ontgroeien, willen we niet ter plaatse blijven trappelen in klassieke dichotomieën zoals linkse versus rechtse mantra’s. De gevoeligheid voor percepties van discriminatie zit naar grote waarschijnlijkheid evolutionair ingebakken in de mens. Ingroup versus outgroup reacties zijn mechanismen die ooit een beschermende rol moeten gespeeld hebben en ooit functioneel waren. Dixit ook de Gentse psycholoog Alain Van Hiel in zijn interessante boek Iedereen racist. Dat zijn echter geen deterministisch op te vatten mechanismen, we kunnen ons daartegen wapenen. Daarom hebben ronselaars het zo makkelijk wanneer zij jongeren een onrechtvaardigheidsgevoel aanpraten. Het is overigens niet zo dat enkel niet-Belgen daar gevoelig voor zijn. De ‘bange blanke man’ is daar even gevoelig voor als de ‘bange nieuwe Belg’, alleen vertaalt die angst zich afhankelijk van de eigen referentiegroep in een polarisering langs linker, rechter- of religieuze zijde.

Somers besteedt tot slot nog aandacht aan een aantal punten die binnen de liberale democratie voor verdeeldheid zorgen: hoe ver moet men gaan in het scheppen van een klimaat van de neutraliteit van de overheid, wat is een verdedigbaar standpunt met betrekking tot het hoofddoekenverbod, quid gendergelijkheid, enzovoort. Het zijn belangrijke issues, maar de consensus is nog steeds (te) broos, te meer omdat er bijvoorbeeld, zoals Somers zegt, ook niet zo maar een ‘oorzaak’ aan te wijzen is voor het kiezen voor deze of gene kledij, of het nu om boerkini’s of hoofddoeken gaat in die debatten. Sommigen dragen de hoofddoek uit eigen wil, andere worden er in opgegroeid, nog anderen hebben geen keuze. De meer inhoudelijke inzet van het debat over hoofddoek gaat over de neutraliteit van de overheid en de reden waarom een overheid beter neutraal kan zijn, is natuurlijk niet de garantie dat ik beter geholpen zou worden onder de ene dan onder de andere conditie. Integendeel. Het politiek liberale argument is dat neutraliteit conflict-vermijdend (en dus preventief!) werkt, en niet, zoals boze tongen beweren, dat men hierdoor stiekem het seculiere leven op een verhoogje plaatst.

Inderdaad, op die punten ben ik niet even onbevangen en op voorhand enthousiast over de ideeën van Somers. Ik meen oprecht dat de insteek van Somers optimistisch is, en dat mag van een burgervader, die er voor iedereen moet zijn, verwacht worden. Wanneer Somers het over de islam heeft, dan maakt hij duidelijk dat diversiteit de norm is in een hyperdiverse samenleving en vanuit dat oogpunt draagt ook dit boek bij tot het doorbreken van mythes. Ik ben natuurlijk bereid om mee te stappen in het verhaal dat niet iedereen over dezelfde kam kan geschoren worden, en dat we ons niet voor de kar van het populisme mogen laten spannen, maar ik ben wat sceptisch over de vergelijking tussen Jan en Mieke die vegetarisch eten en halal voorschriften. Als die halal in een totaalpakket komt met overtuigingen die de sharia als moreel hoger waarderen dan de seculiere samenleving, dan ben ik principieel tegen.

Laat ons eerlijk zijn: wat weten wij echt over de relatie tussen religieuze gebruiken en attitudes tegenover de democratie? Ik wil gewoon wijzen op het feit dat we gewoon veel te weinig weten over wat echt leeft in die heterogene groep van moslims. Ongetwijfeld goed bedoelde enquêtes zoals die van Humo over de attitudes van moslims tegenover de democratie, leggen misschien wel de vinger op de wonde, maar die resultaten zijn waardeloos en zo is dit een gemiste kans. Hoeveel procent van de moslims zou zich echt gewoon ‘cultureel moslim’ noemen, in de betekenis die Somers zelf geeft aan zijn ‘cultureel christen’ zijn? Somers is atheïst, die van zijn kerststal en kerstballen houdt omdat dat nu eenmaal deel uitmaakt van de Westerse cultuur waarin hij is opgegroeid. Somers is christelijk opgevoed, maar laat dit duidelijk zijn: Somers is opgegroeid in een christendom waar staat en kerk gescheiden zijn. Somers is niet opgevoed in een gezin waar Deuteronomium letterlijk werd genomen.

We deden er de laatste jaren alles over om het debat te vermijden en we laten het onderzoek over aan clever sillies, of nuttige idioten. Neen, ik ben niet bang van halal pitta’s, maar mogen Jan en Mieke, net als de moslimkinderen niet zelf beslissen om veganist of vegetariër of halal te eten als ze daartoe mondig zijn, dus als ze zelf in staat zijn tot zulke niveaus van moreel redeneren? Bij de volwassenheid bijvoorbeeld? In dat opzicht wil ik Voltaire, die zijn leven zou geven om anderen ook verfoeilijke meningen te laten verkondigen, bijtreden maar er tegelijkertijd bij denken: ‘zeg wat je wil, maar als je tot haat-prediken overgaat, dan is de grens overschreden en is actie noodzakelijk’. Haatpraat, of die nu van politieke salafisten en jihadisten of van anarchisten of Stalinisten komt, ze verdienen in een weerbare democratie geen enkele plaats. De tolerantie ten aanzien van religieuze gematigdheid waar Somers voor pleit zou ik in het licht van wat auteurs als Verhofstadt, Cliteur, Boudry, enzovoort zeggen, willen nuanceren. Niet meer, maar ook niet minder.

Tot slot bespreekt Somers de problematiek van de segregatie, in de betekenis van ruimtelijke concentratie van achtergestelde groepen (naar sociaaleconomische status, maar dat hangt ook samen met immigratieachtergrond). De negatieve impact hiervan met betrekking tot veiligheid, veiligheidsbeleving is al honderden keren aangetoond. Ik heb het zelf meermaals vastgesteld in talrijke eigen studies, met name in diverse Vlaamse (groot)steden zoals Antwerpen en Gent. De ruimtelijke segregatie van achterstelling ondermijnt de collectieve weerbaarheid. Nu mag men daaruit niet de logische gevolgtrekking maken dat gentrificatie altijd de oplossing is. Hoe gentrificatie werkt, vormt het voorwerp van apart onderzoek waarin men aandacht besteedt aan de mechanismen die de negatieve spiraal in gang houden waardoor buurten afglijden die hiermee doorbroken worden.

Hoewel deze bespreking al aan de lang kant is, bevat ze slechts een bloemlezing van de vele en rijke ideeën waarvoor Somers een lans breekt. Wie meer wil weten, moet gewoon het boek zelf lezen. Kort samengevat, dit boek houdt een warm pleidooi voor een weerbare democratie waarin nu eens de klemtoon op sociale inclusie wordt gelegd. Niet zo maar die slappe stemvee-inclusie van de PS, maar een uitnodiging aan allen om actief de open samenleving te realiseren. En dat is een werk waarbij op diverse thema’s (burgerschap, politie, etc..) moet worden ingezet. Als we er alleen al in slagen om alle thema’s die in dit boek aan bod komen op een serene manier te bespreken, dan doen we zeker een stap in de goede richting.


Recensie door Lieven Pauwels

De recensent is kernlid van Liberales en directeur van het ‘Institute for International Research of Criminal Policy’ (IRCP), Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht aan de UGent.

Bart Somers, Samen leven. Een hoopvolle strategie tegen IS, Houtekiet, Antwerpen/Utrecht, 2016.

Links
mailto:Lieven.Pauwels@UGent.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be