Wij leven in het verborgene

boek vrijdag 16 maart 2007

Ceija Stojka

Er leven in Europa zowat 10 miljoen Roma-zigeuners. Zij werden duizenden jaren geleden verdreven uit Azië en sindsdien trekken ze rond van land naar land, vooral doorheen Oost-Europa. Hun naam stamt van Rahm, naar de naam van de god waarin zij geloven. In de loop van de geschiedenis werden ze net als andere zigeuners, zoals de Sinti, regelmatig vervolgd. Nog voor de oorlog werden ze door de nazi’s beschouwd als asocialen en criminelen, opgepakt, gedwongen gesteriliseerd en weggevoerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ze samen met de joden massaal vermoord. Meer dan een half miljoen zigeuners werden omgebracht door de beruchte Einzatsgruppe of kwamen om door ontbering of vergassing in de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi’s. De zigeunerholocaust, de Porajmos, heeft nooit de grote aandacht gekregen van historici en publiek. Pas de laatste tien jaar gebeurt systematisch onderzoek naar deze genocide en verschijnen er boeken over dit onderwerp. Zo verscheen in 1988 een boek van de overlevende Roma-zigeunerin Ceija Stojka dat nu in het Nederlands op de markt kwam onder de titel Wij leven in het verborgene.

Tot 1939 trok de jonge Ceija met haar ouders, zusjes en broertjes nog met paard en wagen vrij rond in Oostenrijk. Toen ze in de loop van dat jaar in Stiermarken waren, kregen ze het verbod om nog langer rond te trekken, mochten niet meer naar school gaan en begon de systematische vervolging. Haar vader werd in 1941 door de Gestapo opgepakt en kwam nooit meer terug. Tijdens een razzia in 1943 werd de rest van de familie opgepakt en op transport gezet naar Auschwitz. Daar kreeg Ceijka het nummer Z6399 op de arm ingebrand. Wat volgt is een aangrijpende getuigenis van de verschrikkingen die ze in het beruchte kamp heeft meegemaakt. Ze zag hoe mensen afgeranseld en vermoord werden en rook de zoete lucht van de verbrande lijken. Toen iemand probeerde te vluchten moest de ganse barak 24 uur op appel staan. ‘Er zijn toen veel kinderen, vrouwen en mannen gestorven’, schrijft Ceija. En ze zag hoe SS-mannen iemand met hun laarzen doodschopten. Er heerste ook een typfusepidemie waaraan talloze gevangenen stierven. Zelf moest ze in een steengroeve werken, graszoden afsteken en die naar het kamp brengen.

Gelukkig kon haar moeder goed zaken ‘organiseren’. Zij was blijkbaar iemand die handig en slim de luttele mogelijkheden kende om te overleven. Ze ruilde sigaretten voor brood met mannen die in een buitencommando werkten. ‘Zonder haar zou ik het waarschijnlijk niet overleefd hebben, schrijft Ceija Stojka. In zijn boek De verdronkenen en de geredden beschrijft Primo Levi, die zelf Auschwitz overleefde, dat alleen zij die iets konden ‘organiseren’ zich staande konden houden in dit inferno. Toen men op een dag werkbekwame vrouwen selecteerde werd Ceija eerst langs de kant geschoven. ‘Ze kan goed werken, ze is al zestien jaar’, loog haar moeder en dat redde haar leven. Diegenen die men niet selecteerde werden diezelfde dag vergast in Birkenau. Ze ging op transport naar het vrouwenkamp Ravenbrück. Daar werd ze voor het eerst geconfronteerd met vrouwelijke SS-ers die volgens Ceija nog wreder waren dan de mannelijke bewakers. Op een dag werden vrouwen aangeduid om zich te laten steriliseren, waaronder haar zusje Resi, met de belofte dat ze snel naar huis zouden mogen. De ingreep gebeurde zo slecht dat niemand het overleefde.

Met eenzelfde overlevingsinstinct sprong moeder met haar kinderen in vrachtwagens die in het kamp stonden toen men op zoek was naar arbeidskrachten in een ander kamp. Zo kwamen ze terecht in Bergen-Belsen. De jonge Ceija zag er meteen de grote stapels lijken die overal in het kamp lagen. Dit kamp werd in 1940 gesticht als detentieplaats voor krijgsgevangenen, maar eind december 1942 gelastte Heinrich Himmler een speciaal doorgangskamp in te richten teneinde joden met belangrijke buitenlandse connecties af te zonderen. Midden 1943 arriveerden in Bergen-Belsen ongeveer 7.000 ‘ruiljoden’. Het groeide in 1944 tot het grootste concentratiekamp op Duits grondgebied. Op het einde van de oorlog steeg het aantal gevangenen fenomenaal door de evacuatie van duizenden gevangenen uit concentratiekampen uit het oosten. De overbevolkte situatie veroorzaakte nog meer doden door allerlei ziektes. Een van hen was Anne Frank en haar zuster Margot die in maart 1945 overleden. Toen de Britten het kamp bevrijdden konden ze hun ogen niet geloven. In zijn boek Na zonsopgang beschrijft Ben Shephard dat de Britse troepen, die het kamp bevrijdden op 15 april 1945, enorm geschokt waren. In het kamp lagen tienduizend lijken in het wilde weg opgestapeld. Minstens vijftigduizend mensen leden aan vlektyfus, uithongering en dysenterie.

Ceija overleefde de gruwel en keerde later terug naar hun kleine houten huis in Paletzgasse dat echter compleet verwoest was. Nadien konden ze terecht in het huis van een gewezen nazi. Maar ook na de oorlog werden zij en haar overlevende familieleden geconfronteerd met haat en racisme van de Oostenrijkers. Zo werd haar moeder op een markt uitgescholden door een man die ze nog nooit gezien had. ‘Jij vieze zigeunerin, leef je nog? Hitler heeft je zeker vergeten!’ Tot op de dag van vandaag blijven de Roma als woonwagenbewoners rondtrekken. Eén van hun kernspreuken is ‘Heimwee naar de horizon’, waarmee ze willen zeggen dat ze steeds op reis willen gaan. Ze houden zich vast aan hun traditionele cultuur, waardoor ze vaak botsen met onbegrip en angst bij de plaatselijke bevolking. In zekere zin zijn die mensen altijd op de vlucht. De Roma vormen zowat de laagste klasse in onze maatschappij. Er bestaan heel wat vooroordelen en er gebeuren nog steeds racistische aanslagen tegenover hen, zoals in Slowakije, Roemenië en Hongarije. Eind juni 2000 eisten ze de erkenning als een niet-territoriaal volk met een vlottend parlement en vlottende ambassades. Roma beschouwen de term ‘zigeuner’ als een scheldwoord. Het zou afstammen van de Duitse samentrekking van ziehen (rondtrekken) en gauner (dief).

‘De Roma zijn heel romantische mensen, ze zijn graag vrij en willen over hun leven kunnen beschikken’, aldus Ceija Stojka in een interview dat ze jaren later gaf. Na de oorlog durfde bijna niemand van de Roma praten over de nachtmerrie die ze hadden meegemaakt. Omdat ze op jonge leeftijd niet naar school mocht en daarop in de kampen terecht kwam, heeft Ceija pas op latere leeftijd leren lezen en schrijven. Jarenlang leefde ze als marktvrouw in Wenen en omgeving. Nu schrijft ze gedichten, liederen en proza in het Roemeens en het Duits. Dit boekje komt net op tijd als onderdeel van de laatste directe getuigenissen van de meest barbaarse periode in de geschiedenis.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ceija Stojka, Wij leven in het verborgene, Van Gennep, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be