“Mijn beste vriendin”, dat is hoe Kathryn Stockett de zwarte huishoudhulp noemde die instond voor haar opvoeding. Demitrie was voor haar een lid van het gezin zoals ieder ander. Ze speelde met haar, zei haar wanneer ze in bad moest - wat het meisje trouwens steevast weigerde - en vertelde haar verhaaltjes voor het slapen gaan. Maar Demitrie was natuurlijk geen echte vriendin, en dat merkte Stockett voor het eerst toen ze samen op vakantie gingen. “Ik was toen een jaar of acht,” vertelt ze met een voor zuidelijke Amerikanen typisch lijzig accent, “We gingen met het hele gezin naar Hollywood. Alle kinderen mochten iemand meenemen. Mijn oudere broer en zus namen een vriendje mee, en ik vroeg of Demitrie meeging. Dat mocht van mijn ouders en we deelden zelfs een hotelkamer. Dat Demitrie geen gewone vriendin was realiseerde ik me voor het eerst toen we in het hotel onze koffers openmaakten en onze kleren in de kast hingen. Naast die van mij hingen toen drie netjes gewassen en gestreken witte uniformen. Demitrie was niet naar Hollywood gereisd om zich te amuseren, besefte ik opeens, maar wel om haar job te doen.”

Pas toen ze al in de dertig was en ze in het verre New York soms heimwee kreeg naar het Mississippi uit haar jeugd, besefte Stockett hoe belangrijk Demitrie in feite wel geweest was voor haar. En zo begon ze aan Een keukenmeidenroman, een boek dat speelt in 1962, in Jackson, een stadje met zo’n 200.000 inwoners en een toonbeeld van de zuidelijke mentaliteit van toen. Hoofdrolspeelster is Skeeter, een jonge blanke vrouw die na vier jaar studeren terug thuiskomt, mét een diploma maar - en dat vinden haar ouders veel zorgwekkender - zonder verloofde. Omdat er voor ontwikkelde vrouwen in Jackson geen werk is, begint ze een keukenrubriek in een lokale krant. Opgevoed als ‘southern belle’ weet ze natuurlijk niets af van koken en poetsen en daarom gaat ze te rade bij Aibileen, de zwarte keukenhulp van een vriendin die al zeventien blanke kinderen heeft opgevoed.

Door die contacten wordt Skeeter met de neus op het openlijk racisme gedrukt dat de gemeenschap waarin ze woont vergiftigt. Maar ze merkt ook hoe weinig ze in feite weet over het leven van de Aibileens van Mississippi. Margaret Mitchell heeft het leven van de blanke zuiderlingen tot in de puntjes beschreven, beseft ze, maar niemand heeft het ooit over de zwarten gehad. En daarom besluit ze een boek te gaan schrijven waarin ze de zwarte keukenhulpen zelf aan het woord laat, wat moeilijker blijkt dan ze aanvankelijk denkt, want niet alleen laten al haar vriendinnen haar meteen vallen als een steen, onder de zwarten blijken maar heel weinig vrijwilligers te leven die bereid zijn mee te werken aan haar boek. Ze herinneren zich immers allemaal het lot van Carl Roberts, de zwarte leraar die het aandurfde zijn levensverhaal te vertellen aan een journalist en een paar dagen later gelyncht werd teruggevonden.

Het zuiden van de V.S. was toen immers nog een streek waar rassenscheiding volkomen legaal was. De Jim Crow-wetten legden de fysieke grenzen tussen blanken en zwarten vast. Ze bepaalden bijvoorbeeld naar welke school je kon gaan en waar je diende te zitten in de bus. En die scheiding ging echt ver, aldus Stockett: “Blanken en zwarten hadden bijvoorbeeld hun eigen schoolboeken, en ze konden niet begraven worden op hetzelfde kerkhof. Je had ook een blanke en een zwarte bibliotheek, en daar werden andere boeken bewaard. In de blanke bibliotheek kon je bijvoorbeeld geen boeken van zwarten ontlenen. Stel dat iemand een boek met getuigenissen van zwarte huishoudhulpen gepubliceerd zou hebben, zoals dat in mijn roman gebeurt, dan zou geen enkele blanke bibliotheek dat aangeboden hebben. Als blanke las je zoiets gewoon niet. En zo misten wij heel wat subversieve literatuur. Neem bijvoorbeeld Ralph Ellisons Invisible Man, een roman die enorm veel gedaan heeft voor de emancipatie van de Amerikaanse zwarten, in Mississippi las geen enkele blanke dat boek. Blanke boekenwinkels verkochten het niet en blanke bibliotheken hadden het niet in de collectie. Als kind wist ik wel van het bestaan af van Uncle Tom’s Cabin, maar ik werd nooit gevraagd het te lezen en uit eigen beweging zou ik dat ook nooit gedaan hebben. Blank en zwart leefden volstrekt gescheiden levens.”

De Jim Crow-wetten golden op staatsvlak en dus niet op federaal niveau, en waren aangenomen door Mississippi en elf andere zuidelijke staten. Ze bleven van kracht tot in 1964, toen het federale gezag in Washington de Civil Rights Act goedkeurde, waardoor de wetten de facto overklast werden. Maar niet alle wetten staan in het wetboek natuurlijk, vertelt Stockett, sommige worden gewoon begrepen zonder ooit geëxpliciteerd te zijn, en dat gold zeker in het Mississipi van toen: “In de kruidenierswinkel waar wij in Jackson altijd boodschappen deden hing er tot in 1965 een bord met de tekst ‘geen toegang voor zwarten’. En dat had niets te maken met de wetten uit het wetboek. Dat was de wet van de kruidenier. De Civil Rights Act werd onmiddellijk toegepast in de grote steden. Daar werd er immers nauw op toegezien en wie hem overtrad mocht de National Guard verwachten. In de kleinere steden en op het platteland kwamen de veranderingen veel trager op gang. Je verandert de mentaliteit van een mens niet van de ene dag op de andere. Zelfs tot op de dag van vandaag merk je dat er raciale onderscheiden blijven bestaan, wat volgens mij deels te verklaren is door onze menselijke natuur. Soort zoekt soort, zegt men wel eens, en daar zit een grond van waarheid in. Blanken zoeken nu eenmaal vaker het gezelschap van andere blanken op en zwarten dat van andere zwarten. Vandaar dat je overal in de V.S. zwarte en blanke gemeenschappen hebt. Alleen komt daar in Mississippi nog een lading vooroordelen bovenop. Maar er is verbetering merkbaar. Mijn moeder werkt voor de overheid van de staat Mississippi en daar is de integratie volledig geslaagd. Kijk je echter naar het onderwijs, dan krijg je een heel ander plaatje. De privé-scholen zijn nog steeds exclusief blank of zwart.”

Stocketts roman blinkt ook uit in het aantonen van onze sociale blindheid. De nare gevolgen van de rassenscheiding werden niet weggemoffeld, zo blijkt steeds weer, ze werden zonder enige gêne openlijk getoond, alleen zag niemand ze, en dat is iets van alle tijden, aldus de schrijfster: “Ook wij zien onze fouten niet. Daarvoor moet je afstand kunnen nemen, en dat kun je pas mettertijd. Het is misschien ontstellend dat dit soort openlijk racisme een halve eeuw geleden in het zuiden van de V.S. nog algemeen aanvaard werd, maar voor mij is dat niet minder ontstellend dan het feit dat dertig jaar eerder een groot deel van Europa Hitler op handen droeg. Het is al te makkelijk om vandaag een moreel oordeel te vellen over het verleden. De wereld verandert, en daar kunnen we alleen maar gelukkig om zijn.”


Interview door Marnix Verplancke

Dit interview verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen.


Kathryn Stockett, Een keukenmeidenroman, vertaald door Ineke van Bronswijk, Mistral, 2010, 493 p., 19,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be