1916. De dramatische veldslag bij de Somme

boek vrijdag 26 juni 2009

Martin Gilbert

Toen de romantiek, het nationalisme en het extremisme de 20ste eeuw binnenmarcheerden lieten mensen het individualisme massaal los en lieten ze zich meeslepen op het ritme van de militaire marsen. De gevolgen waren vreselijk. Miljoenen soldaten en burgers kwamen om in een strijd die geen echt uitgangspunt en derhalve geen echt einddoel had. Het ging in essentie om het vernietigen van de ‘vijanden’ die werden voorgesteld als barbaren die de beschaving wilden vernietigen. De Eerste Wereldoorlog vormde het hoogtepunt van eng nationalistisch denken waarin vaderland, bloed en bodem een cruciale rol speelden. Het enthousiasme om oorlog te voeren was in 1914 bijzonder groot. Zelfs traditioneel pacifistische partijen als de Duitse socialisten keurden in de algemene roes de oorlogskredieten goed. Tevens bestond de overtuiging dat de oorlog van korte duur zou zijn, maar al snel verzandde de Grote Oorlog in een Stellungskrieg waarbij miljoenen slachtoffers vielen in de veldslagen bij Verdun, de Somme en Ieper. Stilaan groeide bij de soldaten het besef van de zinloosheid van gevechten waarbij ondanks enorme verliezen nauwelijks terreinwinst werd geboekt.

In zijn boek 1916 verhaalt de Britse historicus Martin Gilbert over de dramatische veldslag bij de Somme die begon op 1 juli 1916 en eindigde op 18 november 1918. Het was een van de meest bloedige en destructieve veldslagen ooit. De verliezen waren onvoorstelbaar groot – er sneuvelden meer dan 300.000 soldaten van de drie legers die er vochten: Britten, Fransen en Duitsers. De winst daarentegen was minimaal: nog geen tien kilometer terrein werd op de vijand veroverd. ‘Een stuk land dat bij lange na niet groot genoeg was om de slachtoffers die het gevergd had in te begraven’, aldus de auteur. Misschien is de slag bij de Somme wel het meest sprekende voorbeeld van de waanzin van deze oorlog, namelijk het opofferen van honderdduizenden mensenlevens voor enkele vierkante meters grond. Tegelijk vormt het boek een aanklacht tegen de politieke en militaire leiders die vanuit hun comfortabele posities opdracht gaven aan hun ondergeschikten om een ontiegelijk stukje grond te veroveren ten bate van hun waanbeelden, ambities en koppige strategieën. Zij kregen onderscheidingen en medailles en werden gehuldigd als helden. Het boek van Martin Gilbert beschrijft de slag aan de Somme aan de hand van feitelijke gegevens, aangevuld met persoonlijke getuigenissen, dagboeknotities en brieven van soldaten die aantonen dat de echte helden de soldaten waren die vochten in de loopgraven en letterlijk hun leven opofferden.

De centrale figuur in de slag was de Britse opperbevelhebber Douglas Haig. Hij zag hoe op de oorlogskaart letterlijk loopgraven liepen van de Noordzee tot de Zwitserse grens. Hij geloofde in een Big Push, een geallieerd offensief dat een einde zou maken aan de patstelling in de loopgravenoorlog die toen bijna twee jaar duurde. Hij stelde voor om alle aanvalskracht te concentreren op het front aan de Somme, en kreeg daarvoor steun omdat de Fransen op dat ogenblik dreigden onder te gaan in Verdun. Als die laatste stad zou vallen stond de weg voor de Duitsers naar Parijs immers breed open, en dat wilden de geallieerden met alle kracht verhinderen. Haig kreeg groen licht voor zijn riskante aanval aan de Somme waarvoor hij enorme aantallen soldaten verzamelde. Hij liet de vijandelijke loopgraven ondermijnen en bombardeerde de vijandelijke stellingen gedurende een week. 200.000 Britse en Franse troepen stonden klaar om de Duitsers in enkele dagen weg te vegen en een einde te maken aan de stellingenoorlog. De realiteit was echter anders. Op de eerste dag sneuvelden 40 procent van de aanvallende troepen onder mitrailleurvuur en werd geen noemenswaardige winst geboekt. Het was het begin van een vreselijke slag die talloze soldaten het leven kostte.

Met enorme verliezen slaagden Engelsen en Fransen erin om enkele honderden meters grond te veroveren. Duizenden soldaten werden eenvoudig neergemaaid toen ze uit hun loopgraven kwamen. De generaals beslisten om de volgende dag opnieuw een poging te wagen. Een van de weinige kritische stemmen was toen Winston Churchill die de slag aan de Somme een vergissing noemde. Hij kreeg steun van pacifisten aan het front, zoals Clifford Allen, die schreef: ‘Ik geloof in de intrinsieke waarde en onschendbaarheid van iedere menselijke persoon, ongeacht het land waartoe hij behoort’. Hij werd veroordeeld tot gevangenisstraf. Ook aan de andere zijde bestond kritiek. Zoals te lezen valt in het boek Frontberichten van Edlof Köppen dat later door de nazi’s verboden werd. De geallieerden wonnen langzaam terrein, maar dan wel te koste van talloze slachtoffers, waarvoor men weinig of geen belangstelling toonde. Zo schreef een soldaat op een dag: ‘Er gebeurde niets ongewoons. Veertig man raakten gewond, zes werden er gedood.’

Douglas Haig bleef geloven in een goede afloop. In september 1916 werden voor het eerst tanks ingezet, met succes. De infanterie kreeg plots hulp van een ijzeren voertuig dat doorheen de linies brak en schijnbaar niet gestopt kon worden. Tot het moment dat men anti-tankwapens begon in te zetten. Het Duitse opperbevel werd op dat ogenblik overgenomen door veldmaarschalk Hindenburg en generaal Ludendorf, mannen die later een beslissende rol zouden spelen in de aanstelling van Adolf Hitler als de Führer, en die aanstuurden op een strategische terugstrekking. In de praktijk bleef de strijd hardnekkig waarbij de Duitsers een stap achteruit moesten zetten. Opmerkelijk was toen de reactie van opperbevelhebber Haig die stelde dat de menselijke schade meeviel. ‘Het aantal slachtoffers op de laatste twee dagen van zware gevechten bedraagt slechts 8.000’, zo citeert Martin Gilbert de aanvoerder. Een onwezenlijke uitspraak: ‘Slechts 8.000 slachtoffers’. Wat een negatie van het menselijk leven, wat een onverschilligheid voor de uniciteit van elk individu. Deze uitspraak gaf echter goed de realiteit weer. Blijkbaar geloofden tal van mensen dat er wel degelijk een ander volk moest worden uitgeroeid om de eigen ideeën en levenswijzen levend te kunnen houden.

Haigs plan om de Duitse stellingen te doorbreken en zo een doorbraak naar het Canal du Nord en Cambrai te forceren mislukte volkomen. Hij probeerde zijn strategie nog eenmaal op 13 november 1916. Toen stuurde hij zo’n 40.000 soldaten in de aanval in een laatste poging om zijn droom, een doorbraak in de vallei van de Somme, te realiseren. Nu speelde het slechte weer parten en de aanval strandde in het moeras van kapotgeschoten akkers en dorpen. Uiteindelijk werden slechts enkele honderden meters winst geboekt. Het front viel er stil. Pas in maart 1918 kwam er weer beweging aan de Somme met ditmaal een grootschalige aanval van de Duitsers en werd het door de geallieerden met sloten bloed veroverde gebied opnieuw prijsgegeven. Vijf maanden later heroverden de Engelsen het gebied opnieuw. En op 11 november 1918 gaven de Duitsers zich over. Eén miljoen slachtoffers, dat was de prijs voor een minieme terreinwinst. Maar volkomen zinloos was deze slag volgens de auteur niet. De slag aan de Somme zorgde ervoor dat de Duitsers hun aanval op Verdun niet met volle kracht konden doorzetten. Daarnaast groeide het besef dat de Duitsers konden verslagen worden.

Martin Gilbert schrijft dat het landschap zich na negentig jaar hersteld heeft. Maar de vele begraafplaatsen en monumenten getuigen van de waanzin die was voortgevloeid uit radicaal nationalistische overtuigingen. Ze getuigen van een tijd waarin mensen niet langer als een doel, maar als een middel werden beschouwd. Honderdduizenden jonge mannen verloren aan de Somme hun leven in een maandenlang gevecht waarbij hooguit tien kilometer land werd heroverd. Hun nakomelingen zeggen dat ze ‘vielen’ voor een hoger doel, en daar kan men alleen bij zwijgen. Maar tegelijk wijst dit boek op de waanzin van het zinloos vergieten van duizenden liters menselijk bloed voor enkele morzels grond.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Martin Gilbert, 1916. De dramatische veldslag bij de Somme, Balans, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be