De president van goed en kwaad

boek vrijdag 08 oktober 2004

Peter Singer

In november 2004 kiezen de Amerikanen hun nieuwe president. Vier jaar daarvoor was het een nek aan nek race tussen George W. Bush en Al Gore waarbij een verschil van enkele honderden stemmen in de staat Florida de doorslag gaf voor de Republikeinse kandidaat voor het presidentschap. Georges W. Bush won uiteindelijk de verkiezingen en bepaalde vanaf de eerste dag van zijn presidentschap de nieuwe lijn die hij en zijn harde kern van raadgevers hadden uitgestippeld. Over de Amerikaanse president en zijn politieke acties verschenen de voorbije jaren tal van boeken. Sommigen prezen de rechtlijnigheid van de nieuwe Amerikaanse president die ze als de belangrijkste vertegenwoordiger van het christelijk geloof aanzagen, anderen verwierpen zijn belangenvermenging met belangrijke Amerikaanse olieconcerns en zijn meedogend conservatisme. De auteurs van die boeken waren doorgaans niet onbevooroordeeld of objectief. Ze schreven hun teksten doelbewust voor of tegen de nieuwe president vanuit hun oprecht geloof dat hij de Amerikaanse samenleving en de rest van de wereld goed of slecht bejegende. Politieke boeken dus.

In zijn boek De president van goed en kwaad beoordeelt de Australische filosoof Peter Singer het beleid van Georges W. Bush niet zozeer vanuit een politieke doelstelling maar vanuit de ethiek. Peter Singer maakte als hoogleraar in de bio-ethiek wereldwijd naam als auteur van vele spraakmakende boeken, waaronder Darwin voor links, Een ethisch leven en Eén wereld. Ethiek in een tijd van globalisering. In dit boek concentreert hij zich op de ethiek van Bush. Die is immers niet alleen president van Amerika, maar ook de prominentste moralist van het land. Het is sinds mensenheugenis niet voorgekomen dat een president zo vaak over goed en kwaad, recht en onrecht heeft gesproken. Wat de professor in de ethiek doet, is deze taal serieus nemen en tegen het licht houden. Peter Singer onderzoekt presidentiële teksten over onderwerpen die uiteenlopen van stamcelonderzoek en belastingsverlagingen tot Irak en het streven naar Amerikaanse superioriteit. Daarbij legt hij het patroon van ethische verwarring en innerlijke tegenspraak bloot in de taal waarvan Bush zich bedient. Op die manier toont Peter Singer aan dat Bush zelf helemaal niet handelt volgens de ‘all-American values’ die hij zo vaak aanprijst in zijn teksten en toespraken.

Bush pleit onomwonden voor belastingsverlaging – door vermindering van het tarief op de inkomstenbelasting en de afschaffing van de overlijdensbelasting – en dit niet alleen om economische redenen maar ook opvallend om ethische redenen. Het teruggeven van dit geld aan de belastingsbetalers is voor Bush een zaak van rechtvaardigheid want ‘het is jullie geld’. Peter Singer toont aan dat deze teruggave vooral ten goede komt van de rijken. De argumentatie voor de afschaffing van belastingen op erfenissen ‘omdat mensen niet tweemaal belastingen moeten betalen op hun bezittingen’ klopt ook niet. De erfgenamen worden immers belast, niet de doden. Het substantieel verlagen van belastingen betekent ook dat men bepaalde zaken niet kan financieren zoals onderwijs en sociale zekerheid. Dit is pas onrechtvaardig omdat op die manier geen gelijke kansen gegeven wordt aan iedereen. Maar zijn essentiële kritiek op de belastingsverlaging is dat hierdoor het begrotingstekort, dat ondermeer door de oorlog in Irak enorm steeg, nog zal toenemen. “Een groot tekort is ethisch dubieus”, aldus Singer want het belast de toekomst van volgende generaties.

Bush laat zich in zijn beleid duidelijk leiden door zijn christelijke overtuiging. Zo wil hij het respect voor het leven stimuleren. Derhalve stopte hij alle steun voor stamcelonderzoek en projecten met betrekking tot abortus. Aan de andere kant is hij een fervent voorstander van de doodstraf en ondertekende hij als gouverneur van Texas 152 doodvonnissen. Volgens hem wordt de criminaliteit daarmee teruggedrongen maar uit studies blijkt dat dit geen effect heeft. Uit onderzoek blijkt ook dat mensen werden geëxecuteerd die later onschuldig bleken te zijn. In de oorlogen tegen Afghanistan en Irak vielen minstens vierduizend gewone burgers. Peter Singer besluit hieruit dat de daden van Bush niet passen in een coherente ethiek die het menselijk leven respecteert.

Vrijheid is voor Bush een ethisch belangrijk goed en hij ziet de VS dan ook als het meest vrije land ter wereld. Dat is voorzien in de Amerikaanse grondwet zoals in het vijfde amendement dat niemand van zijn vrijheid beroofd mag worden zonder een behoorlijke rechtsgang. Kort na 11 september 2001 werd de beruchte Patriot Act goedgekeurd die mogelijk maakt dat men telefoon en GSM kan aftappen en e-mail en internetverkeer kan onderscheppen. De wet laat ook geheime huiszoekingen toe, geeft speciale politiediensten toelating om vertrouwelijke medische en financiële gegevens op te zoeken en laat rechtszittingen toe achter gesloten deuren. Ruim 600 mannen uit 44 landen, die door de Amerikanen in Afghanistan zijn opgepakt omdat ze banden zouden hebben met Al-Qaeda of de Taliban, zitten sinds januari 2002 vast op Guantánamo Bay. En dit zonder vorm van proces, zonder advocaat, zonder enig recht wat in strijd is met de Conventie van Genève. Peter Singer haalt ook aan dat er de gevangenissen bewust gemarteld wordt iets wat steeds werd ontkend. Hij finaliseerde dit boek in november 2003. Enkele maanden later werden foto’s en videobeelden verspreid van gemartelde Iraakse gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad. Bush houdt blijkbaar geen rekening met fundamentele rechten.

Op internationaal vlak houdt Bush in de eerste plaats rekening met het belang van Amerika en de Amerikanen. Zo geeft de VS amper 0,11% van haar BNP aan ontwikkelingshulp, het laagste aandeel van de ontwikkelde landen. Allerlei Amerikaanse (maar ook Europese) importheffingen en landbouwsubsidies verhinderen dat arme landen en hun bevolking zich kunnen ontwikkelen. De VS weigert mee te werken aan het Internationaal Strafhof en sluit bilaterale verdragen met landen om Amerikaanse onderdanen niet uit te leveren aan dit Hof, onder dreiging van stopzetting van hulp. De VS weigert mee te werken aan het Kyoto-akkoord om klimaatverandering te voorkomen. Elk van deze standpunten gaat zowel economisch als fysiek ten koste van mensen in andere landen. Ook dat is volgens Peter Singer ethisch onaanvaardbaar.

Tenslotte onderzoekt Peter Singer de ethische grondslag voor de oorlog tegen Irak. Zijn besluit is vernietigend voor de Bush-doctrine. De oorlog werd door de president gerechtvaardigd op basis van vervalsingen en zonder goedkeuring van de VN. Het argument van Bush dat door de uitschakeling van Sadam Hoessein veel toekomstig leed bespaard werd, is onzeker. Naast duizenden doden en gewonden, de vernietiging van de infrastructuur, eigendommen en een belangrijk cultureel erfgoed blijft de vraag open of het Iraakse volk nu beter af is dan daarvoor. De essentiële vraag voor Peter Singer is of we kunnen aanvaarden dat één supermacht zichzelf het recht geeft om op te treden als politieman van de wereld? Het ergste is dat Bush blijft geloven en zeggen dat alles wat hij doet ethisch goed is. Peter Singer blijft heel beleefd als hij in zijn eindoordeel schrijft ‘dat Bush’ ethiek, oprecht gemeend of niet, jammerlijk ondeugdelijk is’. De lezer blijft echter achter met het gevoel dat Bush een gevaarlijke gek is.

Net als elke wereldleider wordt Bush bekritiseerd. Meestal is die kritiek vooral gericht op de politiek die door de regeringsleider gevoerd wordt en waarmee men het al dan niet eens is vanuit een politiek of ideologisch standpunt. Dat is trouwens de essentie van de democratie. Maar Peter Singer gaat een stap verder en confronteert Bush’ ethiek met zijn dagelijks handelen. Het gaat hier rechtstreeks over zijn geloofwaardigheid en morele ingesteldheid als politicus en als mens. Daarmee treft hij Bush dieper dan welke politieke tegenstander ook. Natuurlijk zouden ook tal van andere wereldleiders de toets van de ethiek niet doorstaan, maar voor een president van het belangrijkste land van de wereld die dagelijks beweert het goed voor te hebben met zijn medemensen, is dit boek ontluisterend. Het bewijst bovendien het gelijk van die andersglobalisten die al jaren wijzen op de dubbelzinnige houding van de Amerikaanse president die wel zegt ethisch correct te handelen maar dat in de praktijk helemaal niet doet.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Peter Singer, De president van goed en kwaad, Lemniscaat, 2004

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be