Hotel Silesia. Een romance

boek vrijdag 09 mei 2008

Piet De Moor

Piet De Moor (°1950) Vlaams journalist en essayist schreef in het verleden een reeks ongelooflijk boeiende parels van historisch onderzoek naar het leven en het lijden in het Oosten van Europa. In de Gelaarsde God. Stalin en de aura van de macht (2003) wroet hij in de onderbuik van de macht aan de hand van een gewillige hoofdrolspeler, Vadertje Stalin. De Moor verzet zich tegen de grote dogmatische en totalitaire verhalen en gaat in zijn gesprekken en beschouwingen op zoek naar het kleine en marginale dat de geschiedenis verheldert. In Schemerland. Stemmen uit Midden- Europa (2005) en in Grimmig heden. Een polyfonie (2007), een schitterend dagboek, onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen op grenzen. Met het pas verschenen Hotel Silesia maakt De Moor zijn fictiedebuut. Deze roman of is het eerder een uit de hand gelopen novelle, vertelt over de ‘ Wederopstanding van een verliefdheid’. Het citaat waarmee de roman(ce) aanvangt ‘Ik geloof niet in de hel’ zei hij ‘maar ik moet er voortdurend aan denken’ loopt als een rode draad door het verhaal.

Het hoofdpersonage, moe en uitgeput van Vlaanderen, zijn politieke gekwebbel en zijn fascisten, trekt alleen naar Görlitz. Görlitz, de gedeelde - en intussen Europese - eenheidsstad in het Oosten, is als bij wonder ontsnapt aan de vernielingen van de Tweede Wereldoorlog omdat de Sovjettroepen er in 1945 een omtrekkende beweging maakten. Zelf noemt hij deze reis een ‘prospectietocht’ naar een nieuwe thuis. In de zuidelijke wijk achter het station, zet hij zijn zinnen op een gerenoveerde en leegstaande driekamerflat, die hem ideaal lijkt! Het is een plek, zo meent hij, waar een intellectueel zich ongeremd kan uitleven in zijn hunkering om alleen te zijn. Ondertussen verblijft hij in het gezellige middelgrote stadshotel Silezia, een parel uit de Duitse Gründzeit. Als hij enkele dagen later ‘die fantastische stad’ verlaat, neemt hij zich voor terug te keren en die flat te huren of te kopen.

Op zijn tweede prospectietocht naar Görlitz wordt hij, tijdens de 1000 km lange autorit door Duitsland tot aan de Poolse grens, vergezeld door een vriendin, die hij reeds ettelijke jaren kent. Hun omgang is grillig maar tegelijk ook intens en vertrouwelijk. Een keer hebben ze hun genot baldadig en beestachtig ‘geconsumeerd’. De daaropvolgende jaren blijft het bij een broer-zus verhouding, uitgezonderd die zeldzame keren dat ze elkaar bijstonden ‘in het solitaire spel van die vervelende opwellingen van lust.’ Voor de duur van de reis sluiten ze een stilzwijgende overeenkomst: geen seks. ‘De magna charta van de kuisheid die we onszelf moesten opleggen om de grote vriendschap, nooit meer te verstoren! Tijdens die eindeloze autorit ‘ Wat is Görlitz toch ver’, waarbij de regen onophoudelijk infernaal neerhoost, voeren de gesprekken alle kanten op en slooft de verteller zich uit om het zijn reisgenote naar de zin te maken. Zo vertelt hij haar over het beroemde zonneorgel, gebouwd door de befaamde orgelbouwer Eugen Caspar (Casparini), in de Peterskirche te Görlitz in 1697. Hij vertelt haar over de ‘liefdesgeschiedenis’ tussen de 73 jarige Goethe en de 17 jarige Ulrike te Marienbad. De ‘coup de foudre’ van Goethe die onbeantwoord blijft, mondt uiteindelijk uit in het grootste liedesgedicht aller tijden: ‘Marienbad Elegie’.

Eén nacht ter bestemming in Görlitz in het mythische hotel Silezia, is voldoende om het zo duur gezworen vriendschapscontract aan diggelen te slaan. Seks wordt een morbide ritueel, gereduceerd tot een platte behoefte. Na de schokkende nacht vraagt hij zich af hoe het nu verder moet, nu alle verbintenissen opgezegd en verbroken zijn. Zijn verknochtheid aan de stad slaat om in haat. De behoefte om het appartement te kopen verdwijnt. Terugkeren naar Görlitz was een grote vergissing. Hij beseft dat hij deze rampspoed zelf heeft veroorzaakt, dat hij daaraan alleen schuldig is. Nu zit hij daar met ‘de geest van revanche die kookt in de schotels van opgepot verlies.’ In het laatste deel laat De Moor de pathetiek zegevieren. ‘Omdat ik geen enkele greep meer op het leven had, snakte ik naar het echte schrijnen, naar het schuren tussen vel en ziel.’

Dat deze roman mogelijk een autobiografische voedingsbodem heeft, is af te leiden uit het feit dat het hoofdpersonage zich meermaals een ‘grensmens’, ‘een randmens’,’een tussenmens’ noemt. ‘Dat ik al mijn hele leven aan de rand en in de marge had geleefd en gewoond. En dat al die randen en grenzen hun sporen in mij hadden achtergelaten, dat ik daardoor een tussenmens was geworden, mentaal, maatschappelijk en literair.’ In zijn boek Grimmig heden stond immers ook al te lezen wat De Moor met ‘randmens’ bedoelde: ‘Maatschappelijk ben ik een verburgerlijkte bohémien. Literair sta ik aan de periferie van alle genres...’ Evenmin is het toeval dat deze reis naar Oost- Europa gaat, hét onderwerp van zijn essayistisch werk.

Hotel Silesia is een muziekinstrument. In de klankkast ronken cultuur en beelden. ‘De wolkenkoppen drukten als loden platen op het landschap dat erbij lag als een verzopen zee.’ En ‘…zwanger van de donderwolken scheurde de hemel onder de bliksemschichten open, zodat we zijn drassige ingewanden konden zien.’ ‘Een meesterlijk verhaal moet brommen als een tol’ zegt de schrijver ergens in het boek. Dat doet Hotel Silezia onophoudelijk!


Recensie door Sonja De Schaepdryver

Piet De Moor,Hotel Silesia, Een romance,Uitgeverij Van Gennep,Amsterdam,2OO8, 135 pp, ISBN 978 90 5515 883 6

Links
mailto:sonja.de.schaepdryver@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be