Bondgenoten

boek vrijdag 04 maart 2005

William Shawcross

Wat bezielden de Amerikaanse president George Bush en de Britse premier Tony Blair om zonder VN-mandaat de oorlog tegen Saddam Hoessein te beginnen? Waarom bleven de Franse president Jacques Chirac en de Duitse Bondskanselier Schröder zich daar zo hardnekkig tegen te verzetten? Over dit thema verschenen de voorbije maanden een stroom van boeken en artikels, en er zullen er ongetwijfeld nog veel volgen. In zijn boek Bondgenoten. De VS, Engeland en Europa en de oorlog in Irak poneert de Britse journalist William Shawcross dat de oorlog in Irak de juiste keuze was. Daarbij gaat hij bijzonder scherp te keer tegen de houding van Chirac, Schröder en andere Europese leiders die weigerden om Bush en Blair te steunen. Heel wat lezers zullen de stellingen van Shawcross catalogeren als eenzijdig en blinde volgzaamheid met de Amerikaanse ‘oorlogszucht’ die Bush zo vaak verweten wordt. Maar de auteur blijft voldoende kritisch om geloofwaardig te blijven en zijn argumentatie over de manier waarop de internationale gemeenschap het best kan optreden tegen tirannen, schurkenstaten en terroristen moet zelfs de grootste pacifist tot nadenken stemmen.

Dat Saddam Hoessein een van de meest gewelddadige tirannen was van de voorbije decennia kan men niet ontkennen. Zijn palmares is alvast indrukwekkend: in 1978 deporteerde hij 200.000 Koerden, in de jaren tachtig liet hij talloze politieke en religieuze tegenstanders ombrengen om zijn machtspositie te verstevigen, hij voerde een bloedige maar uitzichtloze oorlog tegen Iran, gebruikte daarbij gifgas tegen zijn eigen burgers in Halabija (5.000 doden), viel Koeweit binnen, onderdrukte na de terugtrekking van de geallieerde troepen de sjiitische rebellen waarbij 60.000 doden vielen, en voerde met zijn Baath-partij al die jaren een politiek van terreur en willekeur. Voor Shawcross redenen genoeg om Hoessein met geweld af te zetten temeer omdat hij duidelijke plannen uitwerkte voor de aanmaak van massavernietigingswapens - waaronder de atoombom - en aldus een reële bedreiging vormde voor de rest van de wereld. Het geschikte moment deed zich voor tijdens de Golfoorlog in 1991 maar toen braken de Amerikanen het offensief vroegtijdig af waardoor de Iraakse elitetroepen gespaard bleven. Een ‘inschattingsfout’ aldus Shawcross, maar het lijkt eerder een blunder van formaat, want nadat de geallieerde troepen terug thuis waren, dwarsboomde Hoessein de toegezegde wapeninspecties.

Het vreemde aan gans de kwestie Irak is net die dubbelzinnige houding van de westerse landen tegenover het bewind van Saddam Hoessein. Zo gaat de auteur fel te keer tegen de Franse wapenleveranties en de verkoop van een Franse kernreactor aan Irak in de jaren zeventig en tachtig. Maar hij vergeet dat ook de VS de dictator fors steunde in zijn strijd tegen Iran waar de oppermachtige ayatollah Khomeini opriep tot een jihad tegen de westerse waarden. De massavernietigingswapens, die voor de VS en Groot-Brittannië de ultieme reden waren voor een oorlog tegen Irak, waren juist geleverd door het Westen. Dat de Fransen daar vanuit economische overwegingen een belangrijke rol in speelden klopt maar Shawcross vergeet de minstens even grote verantwoordelijkheid van de VS terzake. Hij gaat uit de bocht als hij ook de positie van de Schröder ten aanzien van de oorlog in Irak verklaart als een opportunistische zet om de verkiezingen te winnen.

Steevast vermoedt William Shawcross een anti-Amerikaans ressentiment als drijfveer van Frankrijk en Duitsland (en België) om via een veto in de Veiligheidsraad de door Bush en Blair gewenste oorlog tegen Irak te blokkeren. Hij haalt er zelfs de diep christelijke overtuigingen van Bush en Blair bij tegenover de atheïstische overtuigingen van Chirac en Schröder. Hier overdrijft hij. Van een breed gedragen anti-amerikanisme is in Frankrijk, Duitsland of België geen sprake. De leiders van deze landen erkennen de enorme verdienste van de VS en Groot-Brittannië tijdens de twee wereldoorlogen. Ze zijn niet anti-Amerikaans maar wel beducht voor Bush en zijn neoconservatieve strategie die erop neerkomt dat de VS als enige supermacht zijn wil kan opdringen aan de rest van de wereld, zich onttrekt aan het Kyoto-akkoord, weigert het Internationaal Strafhof te erkennen en er niet voor terugdeinst om geweld te gebruiken als de Amerikaanse belangen op het spel staan.

De pleitbezorgers van die strategie bezetten belangrijke posities in de regering Bush en kregen pas echt groen licht na de aanslagen van 11 september. Vanaf dan eigende de VS zich het recht toe om ‘preventief’ op te treden waar en wanneer het dit nodig achtte. Voor de oorlog tegen de Taliban in Afghanistan kreeg de diep gekwetste VS nog de volle steun van de wereldgemeenschap, voor de oorlog in Irak niet meer. De auteur begrijpt die attitude niet. Meer nog, hij verwijt de Europeanen dat ze geen offers willen brengen om hun moreel hoogstaande principes in de praktijk te brengen. Ze besteden nauwelijks een fractie van hun budget aan defensie en als het er echt op aan komt houden ze zich gedeisd zoals in Rwanda waar 800.000 mensen werden afgemaakt (alhoewel ook de VS daar verantwoordelijkheid droeg) of in Srebenica waar 7.000 moslimmannen werden uitgemoord terwijl de Nederlandse vredessoldaten opzij keken. Als het er echt op aankomt dan zijn alleen de Amerikanen en de Britten bereid om zich te offeren, aldus de auteur, die hiervoor verwijst naar Kosovo. Hier heeft de auteur een punt. Shawcross staat met zijn standpunt niet alleen. Ook intellectuelen als Ralf Dahrendorf, Roger Scruton, Michael Ignatieff en Bernard Kouchner aanvaarden het gebruik van geweld om de westerse waarden te verdedigen.

De confrontatie, zeg maar botsing tussen de Atlantische bondgenoten was nooit zo voelbaar als tijdens de discussie in de Veiligheidsraad over het voorstel om militair in te grijpen in Irak. Langs de ene kant de VS die Saddam Hoessein met geweld wilden afzetten en aan de andere kant Frankrijk, Duitsland en ook Rusland die de wapeninspecteurs van Hans Blix meer tijd wilden gunnen. Toen de VS en Groot-Brittannië toch ten oorlog trokken zonder VN-mandaat kwam er wereldwijd protest. Shawcross zag dit als een massale uiting van anti-amerikanisme, maar dat was het niet. Het was in brede kringen vooral een diepe ontgoocheling en frustratie over de negatie door de VS van de VN. De beruchte uitspraak van Donald Rumsfeld over Duitsland en Frankrijk als het ‘oude Europa’ werkte daarbij als een lap op een stier. Die uitspraak was gewoon dom. Het huidige Frankrijk en Duitsland staan juist model voor het nieuwe Europa, als twee landen die ondanks de vreselijke gebeurtenissen tijdens twee wereldoorlogen, ondanks de miljoenen doden en ondanks de daaruit voortvloeiende haatgevoelens, erin geslaagd zijn om een duurzame vrede te stichten. Rumsfeld vergeet de enorme wilskracht van de Europese volkeren om uit de puinhopen van de twintigste eeuw een solide basis voor vrede te scheppen. Nergens ter wereld zijn zoveel kerkhoven van gesneuvelden te vinden als in Frankrijk, Duitsland en vooral België. Juist dat is het motief voor hun terughoudendheid om oorlog te voeren.

De Amerikanen zijn getraumatiseerd door 11 september, en dat is begrijpelijk. Maar ze onderschatten de gevoelens van de Europese burgers die hun woningen, buurten of zelfs een ganse stad, met gans hun cultuurhistorisch verleden, ten onder zagen gaan. Zoals in Londen, Manchester, Rouen, Reims, Rotterdam, Antwerpen, Leuven, Keulen, Hamburg, Dresden, Villach, Graz, Linz, Messina, Cagliari, Warschau, Berlijn en honderden andere steden en gemeenten in Europa. Juist dat bewustzijn maakt hen gevoeliger voor extreem geweld. Maar de Amerikanen onderschatten nog meer de gevolgen van een oorlog. De democratie willen brengen is een verheven ambitie, het ook bereiken is van een andere orde. De oorlog in Irak duurde hooguit drie weken. Shawcross schrijft ietwat voorbarig dat ‘geen van de voorspellingen en gruwelijke waarschuwingen van de tegenstanders van de oorlog echt was uitgekomen’. Hij finaliseerde zijn tekst in het najaar van 2003. Intussen weten we dat de meest gruwelijke voorspelling, namelijk dat de terreur tegen de ‘bevrijders/bezetters’ zou leiden tot een nachtmerrie, werkelijkheid is. Een orgie van plunderingen, terreur, etnisch en religieus geweld, moord en zelfmoordaanslagen waar schijnbaar niemand nog greep op heeft.

Shawcross geeft toe dat er fouten werden begaan. Het Iraakse leger werd te snel ontbonden, er waren onvoldoende grenscontroles waardoor tal van islamitische terroristen uit Syrië en andere landen het land binnenstroomden en de Amerikanen hoopten vergeefs als bevrijders ontvangen te worden door de lokale bevolking. Die sympathie was er aanvankelijk wel maar sloeg snel over in wantrouwen en zelfs haat naarmate de terreur toenam. Nochtans is de meerderheid van de bevolking tevreden met de uitschakeling van Saddam Hoessein. Er is weer persvrijheid, de winkels zijn weer gevuld en de scholen gingen in oktober 2003 weer open. Shawcross wijst er terecht op dat juist de restanten van de Baath-partij en religieuze extremisten uit andere landen de ware vijand zijn voor vrede en welvaart in Irak en de ganse regio en niet de troepen die Saddam van de macht verdreven. Alleen verkeren de Irakezen zich thans in een situatie van permanente onzekerheid, als potentiële doelwitten van zowel de extremisten als van zenuwachtige GI’s.

De moordaanslag op het hoofdkwartier van de VN, waarbij Sergio Vieira de Mello en tal van andere VN-funtionarissen om het leven kwamen, is voor de auteur het bewijs dat het de terroristen niet te doen is om de vrijheid en het welzijn van de Iraakse bevolking, maar juist om diezelfde bevolking onder de knoet te houden tegen alle humanistische waarden in. Meer nog, het bewijst dat de radicale islam een dodelijke bedreiging vormt voor de rest van de wereld, zo schrijft Shawcross. Een stelling die enkele maanden na het afsluiten van zijn boek gruwelijk bevestigd werd bij de moorddadige aanslagen door moslimterroristen in Madrid. De democratische landen hebben inderdaad de plicht het terrorisme hard te bevechten maar dan moeten ze ook consequent zijn en hun steun stopzetten aan landen en regimes met een bijzonder kwalijke reputatie inzake moslimfundamentalisme en terrorisme zoals Saoedi-Arabië en Pakistan. Vooral de VS houdt hier een twijfelachtige moraal op na.

Shawcross noemt de oorlog tegen Irak een juiste keuze. Daarvoor verwijst hij welgemikt naar een uitspraak die Bill Clinton reeds deed in 1998. “Als we nu niet reageren, zullen Saddam en iedereen die in zijn voetstappen wenst te treden moed putten uit de wetenschap dat ze ongestraft kunnen handelen.” Wachten tot een gevaarlijke gek als Saddam Hoessein de capaciteit zou hebben om massavernietigingswapens te gebruiken zou inderdaad getuigen van morele blindheid. Alleen blijft dan die prangende vraag waarom men de wapeninspecties niet tot het uiterste had kunnen doorvoeren, zoals Hans Blix zelf had voorgesteld in de VN? En medio 2004 moesten Bush en Blair toegeven dat ze verkeerd geïnformeerd waren over het bestaan van die wapens. Ook de toewijzing van belangrijke contracten aan de firma Halliburton waarvan vice-president Dick Cheney directeur was geweest doet twijfels rijzen over de echte reden voor de oorlog. En tenslotte hebben de VS en Groot-Brittannië enorm gezichtsverlies geleden door de onthulling van martelpraktijken door Amerikaanse en Britse soldaten in de Iraakse gevangenissen.

Over het al dan niet gerechtvaardigde optreden tegen Irak zal nog lang gediscussieerd worden, maar dat helpt de Iraakse bevolking vandaag geen meter vooruit. Waar Shawcross volkomen gelijk heeft is dat Amerika en zijn bondgenoten nu hard moeten werken aan de wederopbouw van het land. Daar moeten alle democratische landen zich bij aansluiten. Irak nu in de steek laten zou dramatische gevolgen hebben en een triomf betekenen voor het terrorisme en de onderdrukkers van de vrijheid. Nu moeten we helpen en de duur bevochten vrijheid voor de Irakezen beschermen. Met diplomatie als het kan, met geweld als het moet.


Recensie door Dirk Verhofstadt

William Shawcross, Bondgenoten, Van Halewyck, 2004

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be