Het miezerde aan de universiteit van Cambridge. In de statige bibliotheek van de ‘fellows’ van Trinity College, in de 17de eeuw ontworpen door Sir Christopher Wren, haalt Amartya Sen, hoogleraar en Nobelprijswinnaar economie, een roodfluwelen doek van een toonkast. Daarin ligt de eerste druk van de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, waarin Isaac Newton de zwaartekracht uitlegde. Ernaast zijn wandelstok en een piepklein boekje waarin de student Newton een inventaris van zijn spulletjes optekende. “Het is moeilijk om je op deze plek geen onderdeel van een lange wetenschappelijke traditie te voelen”, zegt Sen. Wij knikken bescheiden. De milde eruditie en krachtige argumentatie die hij tijdens een urenlange gesprek etaleert maakt op mij en de andere aanwezigen (Guy Verhofstadt en Yves Desmet) een onvergetelijke indruk.

Amartya Sen (1933) werd in India geboren maar verbleef een groot deel van zijn jeugd in Dhaka, nu de hoofdstad van Bangla Desh. Daar kwam hij onder de indruk van de haat tussen moslims en hindoes wat hem ervan overtuigde dat de opdeling en het opsluiten van mensen in een specifieke identiteit tot gevoelens van meerderwaardigheid en geweld leidt. Tegenover een religieus en/of cultureel determinisme verdedigt Sen, onder andere in het prachtige Identity and violence (2006) de vrijheid en de vrije keuze van het individu. Hij studeerde economie en filosofie In India en Groot-Brittannië, gaf les in Calcutta en Cambridge, verhuisde in de jaren tachtig naar Harvard, keerde terug naar Cambridge na een aanbod om Trinity's 'Master of the College' te worden maar belandde uiteindelijk toch weer in Harvard als hoogleraar.

Vrijheid, het vermogen en het recht van iedere mens op de planeet om op uiteenlopende wijze een leven op te bouwen. Daar gaat het om bij Sen. Voor hem is economie een menswetenschap en vrijheid geen abstract begrip. Welvaart is niet te herleiden tot een zo groot mogelijke productie van goederen en diensten. Mensen moeten vooral de reële mogelijkheden – door Sen ‘capabilities’ genoemd – hebben of krijgen om zich te ontplooien. ‘Ontwikkeling vereist het wegnemen van onvrijheden: armoede en tirannie, gebrek aan economische kansen’, schrijft hij in zijn basiswerk Development as freedom (1999). Sen’s origineel denken verbindt economie met democratie, economische ontwikkeling met vrijheid. ‘Democratie is het beste middel tegen hongersnood’. Hij laat zich niet leiden door de onzichtbare hand van de markt maar richt zich op de zichtbare uitkomsten ervan, inzonderheid voor de zwakkeren. Hongersnood, bevolkingspolitiek, ontwikkelingshulp en inkomensongelijkheid zijn thema’s die tot de kern van zijn economisch denken behoren en hem ook als ontwikkelingseconoom bekend maakten.

Hij introduceert ook andere begripskaders in de economie. Economische groei is niet hetzelfde als maatschappelijke ontwikkeling en de meetinstrumenten die wij gebruiken om de welvaart te meten (zoals het BBP) zijn niet meer van deze tijd. ‘De discipline van de economische wetenschap heeft het zwaartepunt verlegd van de waarde van de vrijheden naar de waarde van nut, inkomen en rijkdom’. Ten onrechte. Sen werkte mee aan de ontwikkeling van de ‘Human Development Index’ van de Verenigde Naties en formuleerde, op vraag van de Franse president Sarkozy, samen met zijn collega en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz aanbevelingen voor een alternatief meetinstrumentarium waarin welzijn en duurzaamheid als indicatoren opgenomen worden. Ook de kwaliteit van de goederen en de verdeling ervan zijn voor hen belangrijk om reële maatschappelijke vooruitgang te kunnen meten. Anders meten is de voorwaarde om anders te handelen.

In 2009 publiceerde hij The Idea of Justice, een basiswerk waarin hij zijn rechtvaardigheidsdenken verbindt met de ‘capabilities’-aanpak en dat onlangs vertaald werd in het Nederlands. Het idee van rechtvaardigheid (2013) is een prachtige gebonden uitgave (met leeslint!) met een voortreffelijke inleiding van prof. Ingrid Robeyns. Sen’s grondgedachten zijn geïnspireerd door de Amerikaanse filosoof John Rawls die met zijn Theory of justice (1971) het rechtvaardigheidsdenken een nieuwe impuls gaf en tot op heden een grote invloed uitoefent in de politieke filosofie en de uitgangspunten van politieke partijen. Denk aan het ‘gelijke kansen’-discours en het ‘derde weg’-denken van een belangrijk deel van de Europese sociaaldemocratie. Toch neemt Sen afstand van het ‘contractdenken’ van zijn leermeester.

Rawls’ zoektocht naar het absolute, universele begrip van recht en rechtvaardigheid (‘justice as fairness’) levert waardevolle inzichten op, maar zijn einddoel is een utopie en een onwenselijk dogma. Bovendien levert volgens Sen het contractdenken nogal wat problemen op. Het vertrekt teveel van een gelijkheid van contractanten, van de natiestaat als fundamentele politieke eenheid en illustreert vooral een procedurele houding. Volgen Sen zijn er twee fundamentele benaderingen in een ‘justice’ benadering. Aan de ene kant het ‘transcendentaal institutionalisme’, het klassieke contractdenken, ingezet door Hobbes, Rousseau, en anderen die op zoek zijn naar het perfecte institutionele arrangement voor de samenleving. Aan de andere kant heb je de ‘realisatiegerichte vergelijking’ – strekking, in de traditie van Adam Smith, Karl Marx, John Stuart Mill, die zich vooral focussen op ‘sociale realisaties, (en niet op het louter oordelen over instituties en regelingen) en op comparatieve kwesties in verband met het bevorderen van rechtvaardigheid (en niet op het zoeken naar de volmaakte regelingen)’.

Deze traditie, waartoe Sen zichzelf rekent gaat ervan uit dat in plaats van het najagen van een utopisch ideaal het zinvoller is het bestaand onrecht op te sporen en naar middelen te zoeken om dat te bestrijden. Dan moet je niet theoretische zuiver op de graat willen zijn, maar om je heen kijken in de wereld, vergelijken hoe het elders toegaat. Een mooie illustratie van het verschil in beide tradities zijn woorden uit het Sanskriet: ‘niti’ en ‘nyaya’. Het eerste idee, ‘niti’, heeft betrekking op passende organisaties en correct gedrag terwijl het tweede, ‘nyaya’, handelt over wat zich voordoet en hoe, en in het bijzonder over het leven dat individuen in werkelijkheid kunnen leiden. In plaats dus exclusief de focus te leggen op dé instituties en organisaties moet je de nadruk leggen op processen.

We moeten dus niet zozeer zoeken naar instituties als ‘manifestations of justice’ maar naar instituties ‘that promote justice’. Deze redenering past hij ook toe op domeinen als de democratie (‘bestuur door discussie’ en ‘open, publieke oordeelsvorming’) en mensenrechten waarbij hij oosterse en Westerse filosofie, literatuur en geschiedenis, poëzie en politiek in een boeiende mozaïek brengt. Sen is een pragmaticus die zijn verzet tegen utopisch - dogmatisch denken en bekrompen nationalisme mooi combineert met een breed en open denken waar het verband ‘tussen de idee van rechtvaardigheid en de democratische praktijk’ vanuit een ‘mondiaal perspectief’ centraal staat. In het laatste hoofdstuk benadrukt hij dat ‘de interdependentie ook de impact omvat van het gevoel van onrechtvaardigheid in het ene land op de levens en vrijheden in andere’. De strijd tegen ongelijkheid kan niet genationaliseerd worden.

Die Mondiale rechtvaardigheid is tevens de titel van een interessant boek van Ronald Tinnevelt en Thomas Mertens, respectievelijk hoofddocent en hoogleraar rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Uitgaande van drie vragen: ‘wat is de betekenis van rechtvaardigheid, welke bijzondere vormen van rechtvaardigheid zijn er en hoe verhoudt rechtvaardigheid zich tot medemenselijkheid’ geven ze een helder en boeiend overzicht van de verschillende denkrichtingen in de politieke filosofie over vraagstukken van armoede, ongelijkheid, ontwikkelingshulp en humanitaire interventie. De opvattingen van uiteenlopende denkers als Aristoteles, Peter Singer, Cicero, Amartya Sen en Martha Nussbaum, worden beknopt maar zorgvuldig ( met tekstfragmenten van de geciteerde auteurs in het tweede deel) weergegeven en becommentarieerd. Merkwaardig is dat de auteurs in hun nawoord tot een vergelijkbare conclusie komen als Amartya Sen: ‘Ondanks alle complexiteit kunnen we de eisen van mondiale rechtvaardigheid niet zomaar achter ons laten wanneer we de grenzen van een land passeren. Er zijn geen goede morele redenen om de dringende noden van de allerarmsten in de wereld terzijde te schuiven’.

Beide boeken verschillen van aanpak en uitwerking, het ene concentreert zich op het denken van een bepaalde auteur, het andere geeft een breed overzicht van verschillende standpunten. Het ene is een (niet altijd gemakkelijke) synthese van een jaren zorgvuldig opgebouwde theorie, het andere een meer toegankelijke inleiding in het rechtvaardigheidsdenken. Misschien dat sommige lezers, vooral bij Sen, moeite hebben met de taal en de formuleringen, maar laat dit geen hinderpaal zijn om deze twee aanraders te lezen. Een mens leeft niet van hapklare brokken alleen.


Recensie door Jos Geysels

Amartya Sen, Het idee van rechtvaardigheid, Lemniscaat, Rotterdam, 2013

Links
mailto:jos.geysels@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be