Bij Liberales besteden ze al enkele jaren veel aandacht aan het analyseren van denkers en hun boeken. Dit resulteert in een ongezien aantal boekbesprekingen op deze website waarin boeken uit verscheidene wetenschappelijke disciplines, geschreven tijdens verschillende historische periodes en de vrucht van auteurs uit verschillende windstreken worden besproken. Dit is geen toeval. Het is gebaseerd op een wereldbeeld waarin er wordt uitgegaan van de premisse dat ideeŽn en mensen die ze articuleren er toe doen. Ze hebben een invloed op de wereld waarin we leven. Ze geven vorm aan maatschappelijke en politieke instellingen en beÔnvloeden het denken van mensen. In een periode waarin er opnieuw meer stemmen opgaan dat we worden gestuurd door oncontroleerbare krachten zoals een op hol geslagen globale economie of complexe klimatologische veranderingen is het belangrijk om dit werk voort te zetten.

De onophoudelijke strijd tegen onrechtvaardigheid is hier een mooi voorbeeld van. Het is moeilijk denkbaar dat het lot van vrouwen, arbeiders, religieuze minderheden, gehandicapten en andere onderdrukten in de loop de jaren verbeterd zou zijn zonder de intellectuele inspanningen van belangrijke denkers en schrijvers zoals Thomas Paine, Mary Wollstonecraft of John Stuart Mill. Vanzelfsprekend waren hun uitingen van ongenoegen in het aanzien van onrechtvaardigheid onvoldoende om de wereld te verbeteren. Daarvoor was er heel wat meer nodig. Het blijft echter onbetwistbaar dat praktische en politieke hervormingen het gevolg zijn van het vaststellen van een probleem dat door iemand werd geformuleerd. IdeeŽn, en niet economische en sociale structuren, sturen de geschiedenis. Intellectuelen en hun boeken hebben een onschatbare waarde. Ze zijn de voorlopers in de strijd voor het realiseren van een betere wereld en het wegwerken van onrechtvaardigheden. De menselijke toestand wordt niet gedetermineerd door goddelijke verordeningen, obscure krachten of onbuigzame economische structuren maar door de kracht van ideeŽn en het bestaan van een energiek publiek debat gebaseerd op goed onderbouwde en helder gearticuleerde argumenten.

Het wegwerken van concrete en manifeste onrechtvaardigheden

De Indiase econoom Amartya Sen is het voorbeeld van een wetenschapper en intellectueel die zich gedurende heel zijn leven heeft ingezet voor het meer rechtvaardig maken van de wereld op basis van het verwerven van nieuwe en betere theoretische inzichten. Hij is het archetypische voorbeeld van een intellectueel die voortdurend strijdt voor de maatschappelijke relevantie van wetenschap en het inzetten van academisch kennis voor het verbeteren van de wereld. Ofschoon postmoderne filosofen zoals Richard Rorty ons de laatste jaren hebben proberen te doen geloven dat intellectuelen met hun theorieŽn de wereld niet kunnen verbeteren, bewijst het werk van Amartya Sen het tegendeel. Zijn wetenschappelijke inzichten hebben bijgedragen tot het wegwerken van concrete en manifeste onrechtvaardigheden. Met name op het vlak van bescherming van kwetsbare minderheden is zijn werk van onschatbare waarde gebleken. Zijn mogelijkhedenbenadering (Ďcapabilities approachí) heeft een enorme invloed uitgeoefend op het zogenaamde menselijke ontwikkelingsperspectief dat tegenwoordig heersend is binnen de benadering van de Verenigde Naties. Denken we maar aan het VN Human Development Report. Met name religieuze en etnische minderheden, maatschappelijk zwakkeren zoals gehandicapten en laaggeschoolden en historisch onderdrukte groepen zoals vrouwen en homoseksuelen hebben voor de verbetering van hun levensomstandigheden veel te danken aan het wetenschappelijke werk van Amartya Sen.

Zijn benadering, die uitgaat van een onvoorwaardelijke verdediging van het individu en het optimale ontwikkelen van zijn of haar mogelijkheden is hier de oorzaak van. Sen slaagde er in om menselijke ontwikkeling los te koppelen van een ťťnzijdige nadruk op economische indicatoren zoals het bruto nationaal product en bewees op deze manier de relatie tussen liberale democratie en vrijheid. De inzichten die Sen aanlevert vormen ook niets minder dan een doorbraak binnen traditionele methodologische benaderingen die gangbaar zijn binnen de westerse politieke wetenschappen en filosofie. Zijn werken en inzichten nemen nu al een belangrijke plaats in binnen de canon van de westerse politieke filosofie. Daarnaast is zijn achtergrond bijzonder kosmopolitisch en kan hij teren op kennis van verschillende culturen en maakt hij gebruikt van methoden en inzichten uit verschillende disciplines gaande van economie tot en met ethiek.

Het laatste boek van Amartya Sen is een krachtig orgelpunt van jarenlang werk. Het synthetiseert de themaís waar hij zich de laatste decennia mee bezigheeft gehouden. Dit gebeurt op een dermate heldere manier dat het leesbaar blijft voor een breed geÔnteresseerd publiek. Complexe aangelegenheden zoals de rationele keuze theorie worden beschreven op zo een wijze dat een breed publiek kan blijven volgen waar het over gaat. De titel van dit meesterwerk van 486 paginaís: Het idee van rechtvaardigheid. Het is een boek dat we voornamelijk moeten lezen als een politiek filosofisch en theoretisch werk. Dat betekent echter niet dat we er geen concrete lessen uit kunnen trekken. In de volgende paragrafen zal kort worden ingegaan op het theoretische kader van het boek.

Voorbij de institutionele benadering van rechtvaardigheid

TheorieŽn van rechtvaardigheid gaan meestal op zoek naar het realiseren van de ideale perfecte rechtvaardige samenleving. De benadering is meestal tweeledig. Ten eerste worden er methodes bedacht om zo objectief en neutraal mogelijk na te denken over wat rechtvaardigheid inhoudt. Baanbrekend hierbij was de sluier der onwetendheid van de Amerikaanse politieke filosoof John Rawls. Volgens deze sluier (een methodologisch en filosofisch gedachte-experiment) moeten beslissingen over een rechtvaardige samenleving genomen worden door individuen in een positie van onwetendheid over hun eigen positie binnen de maatschappij. Pas wanneer men niet weet hoe men zelf beÔnvloed zal worden door het ideaal van rechtvaardigheid dat wordt verdedigd, is het mogelijk om te spreken van een zekere vorm van objectiviteit. Sinds de Amerikaanse politieke filosoof John Rawls dit idee introduceerde is het op ťťn of andere manier een belangrijk onderwerp geweest van de meerderheid van politieke filosofen die zich bezighouden met vraagstukken van rechtvaardigheid. In een tweede fase, na het zo objectief mogelijk stipuleren van wat rechtvaardigheid precies inhoudt, wordt er gezocht naar de meest ideale institutionele structuren om rechtvaardigheid te realiseren in de praktijk. De instellingen van de samenleving moeten er met andere woorden voor zorgen dat de ideale rechtvaardige samenleving ook geÔmplementeerd wordt. Het baanbrekende van Sen zijn werk is dat beide basisbeginselen worden afgedaan als niet noodzakelijk en uiteindelijk zelfs mogelijk schadelijk voor het bereiken van rechtvaardigheid.

Ten eerste: volgens Sen is het niet noodzakelijk om een idee te hebben van hoe de ideale rechtvaardige samenleving er precies uitziet. Ofschoon dit soort theoretische reflecties een zekere waarde hebben, zijn ze niet noodzakelijk voor het wegwerken van concrete en manifeste onrechtvaardigheden zoals we die in het dagelijkse leven tegenkomen. Wel in tegendeel, zo beargumenteert Sen. Vaak zorgt het formuleren van een ideale rechtvaardige samenleving voor een veronachtzaming van het wegwerken van disparate vormen van onrecht en staat het een oplossing in de weg voor het onrecht dat individuen dagelijks ondervinden. Dit is met name de grote historische fout van het socialisme en het marxisme in het bijzonder. Geobsedeerd met utopische maatschappelijke modellen bleef het blind voor het verbeteren van het dagelijkse leven van ieder individu in de meest nabije toekomt. Het uitgangspunt van Sen is het volgende: iedere onrechtvaardigheid in het leven van ieder individu moet worden bestreden door middel van het rationeel debatteren over deze onrechtvaardigheden. Het bereiken van een ideale perfecte samenleving heeft te lang de focus weggeleid van het concrete leed dat velen dagelijks ondervinden. Sen verwijst in dit geval onder andere naar de geschiedenis van de emancipatie van de vrouw. Veel positieve stappen werden gezet door het aanklagen van kleine onrechtvaardigheden. Omvattende modellen en idealen speelden in de geschiedenis van bevrijding van de vrouw volgens Sen slechts een zeer kleine rol.

Ten tweede: een eenzijdige nadruk op rechtvaardige instellingen is onvoldoende om een rechtvaardige samenleving te bereiken. Dit springt onder meer voort uit het feit dat zelfs de meest rechtvaardige instellingen en samenlevingen kunnen leiden tot manifest onrechtvaardig gedrag. Dit komt omdat rechtvaardigheid niet alleen het gevolg is van de institutionele structuur maar ook van de het intermenselijke gedrag dat gangbaar is binnen de samenleving. Binnen de traditionele theorieŽn van rechtvaardigheid is er volgens Sen sprake van een grote veronachtzaming van het analyseren van menselijke gedragingen en het denken. Kortom, een afwezigheid van psychologie en aandacht voor de menselijke geest. De grootste nadruk werd gelegd op het bedenken en invoeren van rechtvaardige instellingen. Deze zorgen er echter niet altijd voor dat de onrechtvaardigheid wordt teruggedrongen. Paradoxaal genoeg is het immers mogelijk dat een land met uitstekende mechanismen om racisme aan te klagen meer racisme kan voortbrengen dan een land waarin racisme nauwelijks een aandachtspunt is. In het geval van racisme kan er immers gesteld worden dat een orgaan zoals het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding in ons land louter zorgt voor het beter detecteren van racisme. Of het ook zorgt voor het wegwerken van concreet racisme in onduidelijk. Denken we ook maar aan racisme op de arbeidsmarkt. Via legale weg kunnen we dan wel zorgen voor anti-discriminatie wetten, in de praktijk is er geen garantie dat deze wetten ook leiden tot een afname van onrechtvaardigheid in het aanwervingsbeleid.

Het gevolg van een eenzijdige institutionele benadering is met andere woorden een veronachtzaming van de rol van het beÔnvloeden van het denken en het gedrag van mensen. Racisme kan niet worden opgelost door alleen maar de installatie van nieuwe structuren of organen maar door rationeel debat tussen verschillende culturen en wederzijds respect. Zo is het ook met rechtvaardigheid. Een rechtvaardige samenleving bestaat niet alleen uit sociaal rechtvaardige instellingen maar ook uit een bepaald soort individu. Een individu dat tolerant is, en pluralistisch van ingesteldheid. Hij of zij staat open voor andere levensvormen en idealen van het goede leven. Een individu dat respect heeft voor de vrijheid van anderen en het bestaan van verschillen accepteert.

Wat Sen als nieuw voorstelt binnen het streven naar rechtvaardigheid raakt daarom de kern van het liberalisme. Hij pleit er voor om er naar te streven dat ieder individu kan leven zoals hij of zij dat wil. Ieder mens beschikt over bepaalde capaciteiten of mogelijkheden. Het sociaal liberalisme was tot op heden meestal verbonden met de contracttheorie. Volgens deze traditie kan de vrijheid van het individu het beste verdedigd worden door een soort overeenkomst af te sluiten tussen alle burgers. De contracttheorie legt de nadruk op rechtvaardige instellingen en niet op individuele menselijke capaciteiten of mogelijkheden. Deze zijn voor eenieder verschillend en niet iedereen wil deze capaciteiten in dezelfde mate ontwikkelen. De cruciale vraag is natuurlijk waar deze capaciteiten vandaan komen. En belangrijker nog: wie bepaalt ze? Dit is een eeuwenoud probleem. Doorheen de geschiedenis zien we opnieuw en opnieuw gebeuren dat het bepalen van het goede leven voor individuen wordt bepaald door elites of filosoofkoningen zoals we dat al terugvinden bij Plato. Of het nu gaat om katholieke priesters, utilitaristische filosofen, marxisten of conservatieve moralisten en cultuurpessimisten: steeds wordt er uitgegaan dat een bepaalde groep van ingewijden het beter weet. Zij zouden bepalen hoe anderen het beste kunnen leven. Dit was vaak simpelweg gebaseerd op de veronderstelling dat de meeste mensen toch niet verstandig genoeg zijn om zelf te beslissen wat ze willen.

Karl Popper begreep tijdens het midden van de 20ste eeuw reeds dat dit denken aan de oorsprong lag van het totalitarisme. Tegenwoordig zijn de nadelige gevolgen van deze manier van redeneren vooral zichtbaar binnen fundamentalistische bewegingen en gesloten samenlevingen zoals Venezuela, Noord-Korea en Cuba. Amartya Sen verwerpt dan ook het idee van de noodzaak van een groep ingewijden die bepalen hoe anderen moeten leven. Hij is er als liberaal van overtuigt dat iedereen wel degelijk zelf kan en mag bepalen zoals hij of zij zelf wil leven. Echter, dit kan niet zomaar geschieden. De belangrijkste voorwaarde hiervoor is het bestaan van een publieke sfeer waarin op een rationele manier kan gedelibereerd worden. Dit niet alleen om andere te overtuigen van het eigen gelijk maar ook om in staat te zijn om zelf te bepalen hoe we zelf willen leven. Met andere woorden: een publiek rationeel debat schept de mogelijkheden voor ieder individu om op een rationele manier te debatteren over rechtvaardigheid en om te proberen om de wereld te verbeteren. Mensen die het slachtoffer zijn van onrecht kunnen hun ontevredenheid publiek maken. Anderen kunnen luisteren naar hun grieven en op basis van argumenten nadenken over rechtvaardigheid. Dat zulke processen uiteindelijk vaak leiden tot institutionele veranderingen is zonneklaar. Sen verwerpt met name niet de nood aan institutionele veranderingen maar beargumenteert enkel dat er meer is: een stem geven aan ieder individu.

Rationeel delibereren en liberaal pluralisme

Rationeel delibereren is de essentie van het hele denken van Sen. Democratie mag niet herleid worden tot het kiezen van volksvertegenwoordigers op geregelde tijdstippen. Het moet zorgen voor een permanent debat tussen zoveel mogelijk segmenten binnen de samenleving. Ideaaltypisch zou ieder individu een stem moeten krijgen binnen het debat. Rationeel delibereren wordt op deze manier het belangrijkste aspect van rechtvaardigheid. Dit om drie redenen. Een: het is pas tijdens een rationeel debat dat een individu op een realistische manier kan bepalen hoe hij of zij wil leven. Twee: pas binnen publieke debatten met zoveel mogelijk deelnemers komen onrechtvaardigheden aan het licht. Instellingen alleen zijn niet voldoende. Drie: rationeel delibereren zorgt ervoor dat we voortdurend worden geconfronteerd met de onvermijdbare realiteit dat ook andere individuen willen leven zoals ze dat willen en dat dit zorgt voor botsingen en fricties en vaak zelfs leidt tot de noodzaak van het beperken van de eigen vrijheid.

Toegegeven, het klinkt soms allemaal een beetje abstract. Maar eigenlijk is het tegendeel waar. De manier waarop Sen in zijn laatste boek te werk gaat toont aan dat manier van denken over vrijheid en rechtvaardigheid zeer dicht aansluit met de dagelijkse realiteit die we dagelijks ondervinden. Enkele voorbeelden? Roma-minderheden in Centraal en Oost-Europese landen die worden vervolgd en gediscrimineerd omdat ze geen toegang hebben tot de media en geen enkel politiek potentieel opleveren voor nationale politici want niet stemgerechtigd. Salafistische moslimfundamentalisten in voorstedelijke gettoís die fulmineren tegen het westers kapitalisme, decadentie en het westen zonder deel te nemen aan enige vorm van publieke debat en zelfkritiek en bijgevolg totaal vervreemden van de samenleving waarin ze leven. Vrouwen en kinderen die wereldwijd dom worden gehouden en hun eigen mogelijkheden niet kennen omdat ze geen toegang hebben tot onderwijs en bijgevolg zich verbaal niet kunnen uiten en zelfs hoegenaamd niet kunnen nadenken over het leven dat ze zelf willen leiden. Of denken we ook maar aan indoctrinatie van jongeren met eenzijdige en onwetenschappelijke inzichten.

Het ideaal van rationeel debatteren binnen de publieke sfeer is volgens sommigen te zwaar omdat rationaliteit een te zware opgave is. Over deze kritiek is het ťťn en het ander te zeggen. Mensen delibereren vaak op basis van emoties en traditie, maar dit is een probleem dat door Sen wordt ondervangen. Rationeel delibereren en het maken van beslissingen is immers een complexe activiteit, zoals we weten uit de sociale keuze theorie, een theorie die uit de grond gestampt werd door Kenneth Arrow. Wat rationeel is voor de ene is dat al vaak heel wat minder voor de andere. Bij rationaliteit moeten we ons dan ook vooral niet voorstellen dat iedereen plots aan komt draven met wetenschappelijk onderzoek, filosofische onderbouwingen en complexe vormen van logica. Rationaliteit betekent volgens Sen niets meer of niets minder dan het articuleren van de ideeŽn, in het bijzonder over het leven dat men zelf wil leven. Hierbij is er opvallend veel ruime voor vormen van leven die velen vaak als niet bijzonder rationeel zouden beschrijven.

Door de traditionele zoektocht naar de ideale rechtvaardige samenleving achter zich te laten, slaagt Sen er in om daadwerkelijk het pluralisme te omarmen. Dit is ťťn van de punten waar Sen op blijft hameren: wat voor de ene rationeel is, kan voor de andere irrationeel zijn en dit is niet een onoverkomelijk struikelblok door het ideaal van rationeel delibereren. In tegendeel: rationeel delibereren leidt per definitie tot verschillende standpunten en visies. Het is dan ook belangrijk om in te zien dat via deze weg ook precies de noodzaak van een elite die bepaalt hoe anderen moeten leven verdwijnt. Immers: rationeel delibereren betekent dat mensen uiten wat hun prioriteiten zijn nadat ze kennis hebben gemaakt met hun mogelijkheden binnen een publieke sfeer. Sen merkt terecht op dat dit de kern is van individuele vrijheid. Dit in tegenstelling tot diegenen die vrijheid reduceren tot de afwezigheid van externe beÔnvloeding, met de overheid vaak in een prominente rol. Rationeel delibereren impliceert het articuleren van het leven dat iedereen zelf wil leven en het luisteren naar exact hetzelfde verlangen van anderen. Binnen de benadering van Sen betekent het bovendien het einde van de zoektocht naar idealistische blauwdrukken die hemel op aarde voorspiegelen wegens onhaalbaar en potentieel gevaarlijk voor de vrijheid van een groot aantal individuen.

Een fundamenteel nieuwe benadering

Het sterke punt van dit nieuwe boek van Sen, datgene dat er voor zorgt dat hij krachtig de grenzen van het hedendaagse denken binnen de politieke filosofie kan verleggen, huisvest in zekere zin ook zijn zwakte. In Het idee van rechtvaardigheid vinden we niet veel terug over instellingen. De relatie tussen staat en burgers, de analyse van verschillende politieke systemen of het beoordelen van concrete wetgeving: allemaal afwezig in dit boek. Sen merkt dan ook terecht op dat zijn boek geen handleiding is voor het vormgeven van politieke instellingen. Dit is duidelijk geen politiek pamflet. Hij onthoudt zich van het formuleren van een blauwdruk zoals velen van zijn collegaís doen en dat gangbaar is bij politieke ideologen. Maar dit is net de kern van het boek: Sen verwerpt de heersende institutionele benaderingen van denken over rechtvaardigheid en komt op de proppen met een fundamenteel nieuwe benadering die gebaseerd is op het wegwerken van concrete, manifeste en alledaagse onrechtvaardigheden die door individuen worden ervaren en gearticuleerd. In zekere zin is zijn pleidooi een aanklacht tegen al diegenen die theorie, abstractie, ideologie en institutionele structuren hebben laten primeren boven datgene waar het werkelijk om gaat. Tot nader order is dat ervoor zorgen dat ieder individu het recht heeft om gelukkig te worden. En dat hij of zij ten alle tijde zijn of haar mogelijkheden maximaal moet kunnen benutten.

Zeker, instellingen en politieke structuren zijn hiervoor belangrijk. Maar ze zijn niet alles. Het liberalisme van Amartya Sen is er ťťn dat niet opgesloten geraakt is in een obsessie met het bestrijden van institutionele onrechtvaardigheden of het wegwerken van externe obstakels. Het is een liberalisme dat streeft naar maximale ontplooiingen van de eigen mogelijkheden en het leven van een leven zoals iedereen dat zelf wil. Het is een humanistisch liberalisme dat rekening houdt met diversiteit en zich weerhoudt van het opleggen van ťťn ideale levensstijl aan anderen. Het is een liberalisme dat rekening houdt met de kwaliteit van het leven en de mens niet reduceert tot een egoÔstische homo economicus. Het is ook een liberalisme dat zich niet alleen maar bezighoudt met het reduceren van de kosten van overheden. Ofschoon dit in tijden van economische en financiŽle crisis een belangrijke bekommernis mag en moet zijn, mag het er niet voor zorgen dat het de humanistische en pluralistische dimensie van het liberale gedachtegoed van John Stuart Mill, Karl Popper, Isaiah Berlin en Amartya Sen overwoekert.


Recensie door Christophe Andrades

Amartya Sen, Het idee van rechtvaardigheid, Lemniscaat, 2013

Links
mailto:chris.andrades@maastrichtuniversity.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be