De seingever

boek vrijdag 05 oktober 2012

Ann De Craemer

Vorig jaar debuteerde schrijfster Ann De Craemer met Vurige Tong, een autobiografie waarin ze afrekende met de nefaste invloed van de katholieke kerk in haar geboortestad Tielt in West-Vlaanderen. Het leverde haar banbliksems opnen zelfs een donderpreek vanop de kansel want met God en Kerk wordt in Tielt niet gespot. Ze kreeg het verwijt een ‘vuile tong’ te zijn en kreeg zelfs een reprimande van mijnheer de deken waarover ze in haar boek een grappig maar weinig vleiend portretje had geschilderd. Door de enen uitgespuwd door anderen geprezen, Vurige Tong was een voltreffer, een literaire parel waarin ze naast de vlijmscherpe kritiek op de nonkel paters en zusters nonnen uit haar jeugd, ook haar melancholie en liefde voor haar geboortestad met verve beschreef. Nu pakt Ann De Craemer uit met De seingever, over dat andere typisch Vlaamse instituut dat zich net als de kerk onschendbaar weet voor kritiek: de wielrennerij.

Vlamingen zijn verzot op fietsen, vooral dan op koersen. De voorbije maanden werden ze weer helemaal gek van de overwinningen van Tom Boonen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, en van de knappe klimprestaties van Jürgen Van den Broeck in de Ronde van Frankrijk. Honderdduizenden kijkers volgden de urenlange rechtstreekse uitzendingen op Sporza met commentaar van Michel Wuyts en José De Cauwer die de voorjaarsprestaties van Boonen de hemel in geprezen en deze zomer die van de nieuwe VDB. Als toetje tijdens de Tour de France volgde zelfs een avondlijke terugblik in Vive le Vélo met Karl Vannieuwkerke als presentator, waarin tot treurens toe de ‘beelden van de dag’ werden herhaald, uitvergroot en becommentarieerd als betrof het de importantie van de live-uitzending van de instorting van de Twin Towers op 11 september 2001.

Een van de gasten in Vive le Vélo was op een avond Ann De Craemer zelve. Wie dat gezien en gehoord heeft, zal iets opgevallen zijn. Terwijl de andere genodigden – vaak uit het wielermilieu – hun idolatrie voor deze of gene renner en voor het grootste wielerevenement van het jaar niet onder stoelen of banken staken, liet ze zich plots nogal kritisch uit over het hele Ronde-gedoe. Ze zei ongeveer, zoals ze nadien letterlijk in De Morgen schreef, dat ‘de wielrennerij kampt met een schrijnend verlies van het vermoeden van onschuld met betrekking tot doping’, dat ze zich ergerde aan ‘de lyriek waarmee de wielrennerij wordt omzwachteld’, en dat dat ‘renners vaak het slachtoffer zijn van het heldendom waartoe pers en publiek ze verheffen’. Veel kijkers zullen het nauwelijks hebben opgemerkt, maar de woorden misten hun doel niet bij diegenen die zich aangesproken voelden. Coach Patrick Lefevere voelde zich als door ‘een gesneden brood en enkele wespen’ gestoken en stuurde een sneer-tweet naar de gaste die zomaar kritiek durfde te geven. Het had echter beter gewacht op dit boek alvorens commentaar te geven.

Want wat Ann De Craemer in Vive le Vélo nog in beperkte termen aanklaagde, namelijk haar verlies aan onbevangenheid omdat het spel niet eerlijk wordt gespeeld en haar afkeer voor de omerta die rond het dopinggebruik bestaat, komt in alle scherpte tot uiting in De seingever, het verhaal van een man die de droom had een groot renner te worden maar die eindigt met een tricolore band om de arm en een signaalbordje in de hand om het verkeer stil te leggen wanneer de renners voorbij een verkeerspunt flitsen. Het zijn doorgaans oudere mensen die voor een habbekrats hun vrije dag opofferen om het koersen veilig te houden en zonder wie geen enkele wedstrijd mogelijk zou zijn. Ann De Craemer sprak met een seingever, schreef er een roman over en bedacht toen dat ze beter de realiteit zou neerschrijven. Mensen beweren dat alleen in fictie de verbeeldingskracht elk voorstellingsvermogen te boven kan gaan, denk aan het werk van José Saramago. Maar vaak overtreft de realiteit de verbeelding en treft de waarheid ons als een doffe klap in de maag, juist omdat we weten dat het echt gebeurd is.

Zo staat Ann De Craemer op een dag samen met de seingever aan een rotonde tijdens de Grote Prijs Johan Rosseel, de in Tielt voor junioren. Tussen de passages van de coureurs door, vertelt hij haar hoe hij in 1950 op de rug van zijn vader Briek Schotte wereldkampioen zag worden in Moorslede. Dat wou hij ook doen. Hij mislukte, maar ook zijn zoon kreeg het virus te pakken en bleek talent te hebben. Wat volgt is een afwisseling van overwinningen en nederlagen, van uitzinnige vreugdes en bodemloze droefenis. De vertelling, zo noemt Ann De Craemer haar werk, wordt in tijd en ruimte doorkruist door onze rijke wielergeschiedenis. Van Cyrille Van Hauwaert die Parijs-Roubaix won in 1908 en Odiel Defraeye, de eerste Belgische Tourwinnaar in 1912, over Briek Schotte, Stan Ockers, Rik Van Steenbergen, Rik Van Looy, Eddy Merckx, Freddy Maertens, Claude Cricquielon, Eric Vanderaerden en Eddy Planckaert de voorbije decennia, tot Tom Boonen en Philippe Gilbert vandaag.

Wie die namen hoort denkt onmiddellijk aan de heroïsche taferelen van supermensen zoals die in de media werden (en worden) opgevoerd door kleurrijke verslaggevers als Karel van Wijnendaele, Fred De Bruyne en Jan Wauters. Het lijkt op het eerste zicht een huldebetoon aan de ‘flandriens’, de coureurs van eigen streek die met hun wonderlijke natuurkracht alle opponenten wisten te verschalken. Maar al snel toont Ann De Craemer ook de donkere kant van de medaille. Van de dood van Tom Simpson op de Mont Ventoux, de huilende Eddy Merckx in de Giro, de peer van Michel Pollentier, de wespen van Johan Musseeuw, de zelfmoord van Marco Pantani, het bizarre einde van dopingzondaar Frank Vandenbroucke, tot de zero zero zero clenbuterol van Alberto Contador. Het is maar een kleine greep uit de talloze gevallen van doping eerst met spierversterkende middelen, later met bloedtransfusies en EPO. Tijdens het wielerseizoen horen we voortdurend over deze manier van bedrogpleging die de geloofwaardigheid van de wielersport zwaar op de helling zet.

Het is één grote stinkende poel waarover men in het wielermilieu op een maffia-achtige manier zwijgt. Want de commerciële belangen van ploegen, ploegleiders, obscure dokters, de ‘soigneurs’ en de renners zelf zijn groot. Het publiek slikt het allemaal, na elke zonde volgt een soort collectieve vergeving en het spektakel gaat door. De Craemer baalt ervan. Nochtans is ze zelf gebeten door de wielermicrobe. Ze fietst en beklimt vaak de Poelberg. Ze supporterde al van haar 7de voor Claude Cricquielon toen die de Ronde van Vlaanderen won en verslond jarenlang de sportkrant. ‘Maar wanneer ik nu lees over mannen wier aderen, aldus de taal van krantenmannen die de coureurs bewieroken, als gebeeldhouwd op de granieten kuiten liggen, over zij die hun duivels ontbinden in de hel van het noorden en daarom, zo klinkt het, de hemel verdienen in het pantheon der wielergoden, of over renners die noeste dwangarbeiders der kasseien en ook wel slaven van het asfalt zijn, sla ik de krant, in tegenstelling tot vroeger, wel eens dicht.’ Een Mortieriaanse prachtzin, de Tzumprijs waardig.

Zo kijkt Ann De Craemer tegenwoordig met de nodige dosis cynisme naar de koers en zo schrijft ze het ook scherp neer. Over de illusies van de seingever en de collectieve illusie bij het publiek. ‘Vandaag kijk ik naar koers zoals ik een roman zou lezen’, schrijft ze. Haar vertelling is een afrekening met al die ‘wielerhelden’ die haar in haar jonge leven bedot hebben. Ze zullen het niet graag lezen in het peloton. Maar De seingever is meer dan deze ontmaskering. Het is net zoals Vurige tong een ode aan haar geboortestad Tielt met zijn 400 meter kasseibaan als een stukje Paris-Roubaix, met de Poelberg als ‘le haut plateau de Tielt’, met op de top de Lourdesgrot voor de Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Smarten, met de beschrijving van een café waar vinkeniers en duivenmelkers hun hobby beoefenen, met de plek waar ooit het huis van haar grootmoeder stond.

Zo probeert ze met de moed der wanhoop de vergankelijkheid van wat bestond en bestaat een halt toe te roepen. Tal van namen van renners en andere lokale personen passeren de revue en worden op die manier gered uit de vergeetput van de geschiedenis. Het is een prachtige literaire vertelling waarmee Ann De Craemer zich losrukt uit het peloton van beloftevolle schrijvers. Ze wordt geen grote schrijfster, ze is het al.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ann De Craemer is te gast op de tweede editie van Het Betere Boek. Om 14 uur wordt ze geïnterviewd door Sylvain Peeters in het Geuzenhuis, Kantienberg 9 te Gent.

Ann De Craemer, De seingever, De Bezige Bij, 2012

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be