De seculiere samenleving

boek

Patrick Loobuyck

In zijn boek De seculiere samenleving houdt humanistisch filosoof Patrick Loobuyck een krachtig pleidooi voor een seculiere samenleving, maar, om gelijk maar met de deur in huis te vallen, helaas niet sterk genoeg, omdat Loobuyck ruimte laat aan mogelijke onderdrukking en slachtoffers van religie. Loobuyck geeft een erudiet historisch overzicht van de problematische relatie van religie met moraal en politiek, en van de filosofen die daarop reflecteerden. Die historische dimensie is belangrijk want: ‘[…] het is goed te beseffen dat historisch gezien en algemeen gesproken de godsdienst nog nergens en nog nooit zo weinig invloedrijk is geweest als hier en nu.’

Toch is de discussie over religie nog levendig. Maar die discussie kan alleen gevoerd worden omdat de rol van religie is teruggedrongen. Wanneer er te veel invloed van religie is, sneuvelt de vrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Centraal in zijn werk staat de vraag ‘hoe we op politiek vlak met de blijvende aanwezigheid van godsdiensten en met een toenemende levensbeschouwelijke diversiteit moeten omgaan,’ en: ‘[…] welke houding moeten we dan aannemen ten aanzien van de godsdienst en de bijbehorende gelovigen?’ Loobuyck houdt zich in zijn boek dan ook niet zozeer met atheïsme bezig, maar met secularisme. Atheïsme gaat over de vraag of god bestaat of niet; secularisme gaat over de vraag over de verhouding tussen politiek en religie en levensbeschouwing.

Filosoof Paul Cliteur introduceert in The Secular Outlook het onderscheid tussen politieke secularisme (een scheiding tussen religie en staat) en moreel secularisme (een scheiding tussen moraal en religie). Dat is een verhelderend onderscheid wat bij Loobuyck mist. Loobuyck vat zijn positie van wat hij noemt ‘redelijke accommodatie’ als volgt samen: Deze positie, die ook verwant is met het liberaal multiculturalisme, streeft niet zozeer naar een neutrale burgerlijke ruimte, maar wil iedereen gelijke vrijheid geven om met en vanuit de eigen levensbeschouwing aan het publieke leven deel te nemen.’ Loobuyck nuanceert dit standpunt later wel, maar zo als het hierboven staat, zouden ook skinheads, (neo)nazis, fundamentalisten, hooligans en hondengevechtenorganisatoren eronder vallen. Loobuyck zal dit wellicht een karikatuur van zijn positie vinden, maar het staat er wel. En het is niet handig iets te schrijven wat je niet bedoelt.

Twee visies op seculier onderwijs

Onderwijs speelt een belangrijke rol in het betoog van Loobuyck. Over onderwijs in een seculiere samenleving merkt Loobuyck op: ‘Wel moet men [gelovigen] aanvaarden dat anderen er een andere levensstijl op na kunnen houden, dat de eigen moraal niet richtinggevend kan zijn voor de hele samenleving en dat alle kinderen en jongeren degelijk, liberaal onderwijs krijgen. Dit liberaal onderwijs is erop gericht de voorlopig beste kennis door te geven – ook inzake religie, moraal en democratie – en mensen in staat te stellen het eigen leven te overdenken en indien men dat wenst alternatieve wegen te verkennen.’

In de zin ‘Dit liberaal onderwijs is erop gericht de voorlopig beste kennis door te geven – ook inzake religie’ is de overlap tussen atheïsme en secularisme goed zichtbaar: in een seculiere samenleving dient onderwijs te zijn gebaseerd op de voorlopig beste kennis, ook inzake religie. Dat wil zeggen dat onderwijs dus ook atheïsme behelst, atheïsme is immers de epistemologische uitgangspositie. Onderwijs over religie is zodoende noodzakelijk atheïstisch van aard, dat wil zeggen dat scholieren moeten horen dat religies sprookjes zijn en dat de waarheidsclaims van religie onhoudbaar zijn en dat god zodoende niet bestaat (zie bijvoorbeeld Dawkins, Dennett, Hitchens, Harris, Stenger, Grayling, Philipse, ect…) Dit is een voorbeeld van wat ik noem de ‘secularisme-atheïsme paradox’.

Ook de zin ‘Dat de eigen moraal niet richtinggevend kan zijn voor de hele samenleving’ is problematisch. De moraal kan alleen richtinggevend zijn indien deze in lijn is met de uitgangspunten van de liberale samenleving, in casu de UVRM. Gelovigen (burgers) mogen opvattingen koesteren en uiten die in strijd zijn met de UVRM (zoals ongelijkheid van vrouwen, homo’s en antidemocratische opvattingen), maar ze mogen geen dingen doen die strijdig zijn met de mensenrechten (of anderen oproepen dat te doen). Loobuycks visie van ‘redelijke accommodatie’ is niet principieel tegen de vermenging tussen religie en onderwijs, zolang dat onderwijs maar aan bepaalde vereisten voldoet. Maar waarom zou het onderwijs niet neutraal moeten zijn? Op een seculiere neutrale school kan er onderwijs over religie zijn (die zodoende atheïstisch van aard is). Een neutrale seculiere school staat open voor kinderen die een diverse achtergrond hebben. Doordat scholen niet religieus zijn is er ook geen religieuze segregatie en kunnen kinderen met diverse achtergronden met elkaar optrekken.

Over onderwijs heeft Loobuyck zodoende een wat wonderlijke opinie: hij vindt dat al het onderwijs liberaal van aard moet zijn, maar hij vindt niet dat al het onderwijs door de overheid verzorgd hoeft te worden. Loobuyck staat religieus onderwijs toe zolang de docenten maar niet al te strikte gelovigen zijn. Die organisatorische vrijheid komt toch weer op gespannen voet te staan met het liberale ideaal van Loobuyck: ‘Net zoals niemand het recht heeft om kinderen te verhinderen kennis te maken met de evolutieleer, heeft niemand het recht zijn kinderen aan de studie van ethiek, religie en democratie te onttrekken. Dit behoort tot de minimale algemene vorming van jongeren en kan ook door de overheid georganiseerd en geëxamineerd worden.’

Loobuyck benadrukt dat er geen sprake is van godsdienstvrijheid als mensen niet in gelegenheid zijn een religie of levensovertuiging te kiezen: ‘zonder adequate kennis en vorming is er geen reëele godsdienstvrijheid.’ Loobuyck neemt elke keer weer een stapje terug: ‘Om alle misverstanden te vermijden, seculier onderwijs dient niet om bepaalde culturen, religies en levenswijzen te promoten of in stand te houden.’ Nee? Maar het secularisme, open samenleving, democratie, mensenrechten, individuele autonomie, wetenschap (oftewel in een woord samengebracht: humanisme) dienen toch juist wel gepromoot en in stand gehouden te worden? Loobuyck vervolgt: ‘[…] maar ook niet om ze in diskrediet te brengen.’ Nee? Het nazisme, stalinisme, maoïsme, het salafisme, theocratie, et cetera die dienen toch wel – met redenen omkleed – in diskrediet gebracht te worden? Evenals de antiliberale en paternalistische tendensen in religies en levensbeschouwing en de ongefundeerde waarheidsclaims?

Ik denk dat op dit punt de schoen bij Loobuyck wringt: als hij zijn eigen standpunten serieus neemt, dan komt hij uit bij de nieuwe atheïsten die wel met redenen religie en niet liberale ideologen in diskrediet brengen (zie het werk van A.C Grayling, The God Argument. The Case against Religion and for Humanism, Bloomsburry, London, 2013). Loobuyck hinkt van het ene op het andere been: ‘Culturen en levenswijzen zijn slechts waardevol voor zover ze aantrekkelijk zijn voor en nageleefd worden door geïnformeerde en reflectief gevormde mensen. Er is niets problematisch aan het feit dat culturele praktijken en levensvormen verdwijnen omdat vrije, geïnformeerde mensen er niet meer voor kiezen. Culturen, religies en levenswijzen in stand houden door mensen dom te houden, is geen optie.’

Twee visies op religie in een seculiere staat

In een liberale democratie hoeft niet iedereen atheïst te zijn, maar dienen mensenrechten geaccepteerd te worden. Veganisme daarentegen is een morele plicht en geen keuze. Dat is de liberale paradox waar zogenaamde liberalen nog fors mee zullen gaan worstelen. De uitkomst daarvan laat zich alvast raden. ‘Religie komt voor in vele vormen en gedaanten en wie religie herleidt tot potentieel geweld, achterlijkheid, fundamentalistische intolerantie en onvrijheid gaat te kort door de bocht.’ Echter: alle transcendente waarheidsclaims van alle religies zijn onwaar. Er zijn legio voorbeelden van botsing tussen mensenrechten en religies, maar er zijn in het vrije westen inderdaad gelovigen die ethisch gezien in niks verschillen van humanisten. Mijn stelling is dat de wereld door de bank genomen beter af is zonder religie en dat het de moeite waard is daarnaar te streven. Er zijn nog veel meer onware ideologieën en ideologieën die botsen met humanistische waarden en ook die moeten worden bestreden (zogenaamde slachtofferideologieën). Loobuyck: ‘Een overheid die mensen van het atheïsme wil overtuigen of het gelovigen doelbewust moeilijk maakt en hen hier en daar benadeelt, is geen seculiere overheid meer, maar een overheid die op een paternalistische wijze buiten de lijntjes kleurt.’

Ik voer twee tegenwerpingen aan. 1) Onderwijs dat niet leidt tot atheïsme is een falen van het onderwijs. Loobuyck zelf bepleit eerlijk open onderwijs op basis van de best beschikbare kennis (ergo atheïsme). 2) De overheid benadeelt religie niet. Er worden alleen geen privileges verstrekt om kelen van dieren open te snijden (rituele slacht) en voorhuid te verwijderen (jongensbesnijdenis) op religieuze grondslag. Iedereen heeft recht op zijn eigen hobby – hoe achterlijk ook – zolang er maar geen anderen geschaad worden. Net zoals de overheid roken niet kan uitbannen, zo ook met religie. Kinderen hebben extra bescherming nodig, tegen roken en tegen religie. Met dat ontmoedigen van religie bedoel ik: extra aandacht besteden aan religie en atheïsme in het onderwijs, aandacht aan mensenrechten, aandacht aan wetenschapsfilosofie, aandacht aan homoseksualiteit, aandacht aan humanisme, en vooral geen religieuze privileges.

Loobuyck wil religie een plaats geven in de seculiere samenleving, daartoe dient religie wel te passen in het seculier liberaal democratische keurslijf. Het lijkt alsof dat keurslijf van Loobuyck dicht bij mijn pleidooi van actieve ontmoediging komt. ‘De godsdienst moet van binnenuit de grondrechten en basisvrijheden erkennen en moet in het verlengde daarvan aanvaarden dat de overheid haar burgers als vrije en gelijke individuen behandelt en dus geen beleid voert dat enkel en alleen op basis van een particuliere religie of levensbeschouwing kan worden gelegitimeerd. Voor de meeste godsdiensten vergt dit een ingrijpende transformatie die de politieke reikwijdte van hun zaak absolute en universele waarheidsaanspraken beperkt.’ Een eenvoudige test is om enkele liberale kernwaarden voor te leggen, zoals gelijke rechten voor vrouwen, recht om van religie te veranderen of atheïst te worden en acceptatie van het homohuwelijk.

Loobuyck noemt dit het seculiere leerproces. Toch is dat niet helemaal correct. Ik spreek liever van het humanistische of liberale leerproces. Er zijn namelijk ook niet-liberale non-religieuze ideologieën die een dergelijk leerproces moeten doorlopen, zoals het communisme en het libertarisme (waarin geen bescherming van kinderen op onderwijs is gegarandeerd). Waar Loobuyck naar lijkt te streven is, wat hij in navolging van Rawls, redelijk pluralisme noemt: ‘levensbeschouwingen die aanvaarden dat de maximale vrijheid die ze kunnen opeisen “verenigbaar moeten zijn met een soortgelijke vrijheid voor iedereen.”’ Dus, even een test: gelovige moslims dienen te accepteren dat hun homoseksuele zoon in strakke lederen broek, omringd met vrouwen die behalve een sluier naakt zijn en op hun lichaam spreuken van de islam hebben staan de barbecue aansteekt met de Koran roepende ‘Mohammed is een pedo!’ en daarvan een filmpje op YouTube zet. Dat is vast onfatsoenlijk, kwetsend en beledigend, maar in een liberale samenleving heeft iedereen het recht om zelf te bepalen wat ze doen zolang ze anderen geen direct fysieke schade toebrengen. Daarvan is er hier geen sprake.

Loobuyck merkt op: ‘In een open seculiere samenleving is het niet mogelijk om de vrijheid van meningsuiting in te perken wegens het beledigende of aanstootgevende karakter van bepaalde uitingen.’ En hij voegt daar voor de duidelijkheid aan toe: ‘De vraag om hoffelijk te zijn of om respect te hebben voor andermans overtuigingen en gevoelens kan nooit de vrijheid van meningsuiting vervangen.’ Loobuyck beseft dat de islam nog een lange leergang te gaan heeft: ‘Het leerproces waar de islam door moet, impliceert dat men afstand neemt van de ambitie om de sharia boven de godsdienstvrijheid en andere individuele grondrechten en de daarop gebaseerde democratische wetten te stellen. […] In een seculiere samenleving moet er plaats kunnen zijn voor godsdienstkritiek – ook al wordt die als hard en kwetsend ervaren.’ Over ziekenhuizen is Loobuyck ook ambigue: hij ziet een duidelijke tweedeling tussen religieuze en openbare ziekenhuizen. Ik vind echter dat ziekenhuizen allemaal openbaar moeten zijn. Indien gelovigen in zo’n ziekenhuis geen euthanasie willen, is dat hun eigen keuze. Wie euthanasie wil, kan dat krijgen.

Wat is ‘redelijke accommodatie’?

Loobuyck vliegt uit de bocht bij wat hij ‘redelijke accommodatie’ noemt: wanneer moet aan de wensen van gelovigen tegemoet gekomen worden? Volgens Loobuyck zou het voor scholen die hoofddeksels verbieden mogelijk moeten zijn een uitzondering te maken voor sikhs, moslima’s en orthodoxe joden. Maar waarom? Waarschijnlijk zal Loobuyck spreken van een paljas als een aanhanger van de rokerskerk een narrenkap wil dragen op school. Maar als er algemene regels zijn dan kan er niet op religieuze of levensbeschouwelijke grondslag van worden afgeweken. Ofwel de regel dat er geen hoofddeksels gedragen worden moet worden afgeschaft, ofwel de regeling geldt voor iedereen. En indien ouders hun kinderen om die redenen van school halen, dient de schoolinspectie in te grijpen in verband met de leerplicht. Datzelfde geldt voor gemengd gymen of gemengd zwemmen: daar mogen geen uitzonderingen op worden gemaakt.

Loobuyck bemerkt dat de schoolvakanties de christelijke kalender volgen en dat joden en moslims geen vrij hebben op hun feestdagen. Maar zo is het nu eenmaal afgesproken in onze democratie. Zoals ik in mijn boek Hoe komen we van religie af? betoog ware het beter om een seculiere kalender te maken, met dagen die iedereen kan vieren zoals midwinter, midzomer, vrouwendag, dag van de rechten van de mens, dag van de aarde. Religie is een individuele hobby waar de overheid zich afzijdig van houdt. Voor werknemers geldt: mensen kunnen vrij vragen wanneer ze willen, in goed overleg met de leidinggevende en dus voor zover de dienst het toelaat. Religie is een hobby van de ouders – kinderen behoren vrij te zijn van religie. De overheid moet daarom kinderen beschermen, en niet de ouders faciliteren met de indoctrinatie van hun kroost.

Ook vindt Loobuyck het goed dat zwembaden speciale vrouwenuren hebben, want ‘het vergroot de vrijheid van die vrouwen die anders nooit zouden zwemmen.’ Ik ben echter van mening dat wij er als samenleving naar moeten streven naar volledige emancipatie. Dat betekent dat mannen en vrouwen ook op een normale manier met elkaar omgaan en dat vrouwen in een zwembad bijvoorbeeld niet door mannen worden belaagd (zoals in Nederland het geval is door Marokkaanse – islamitische – jongens, omdat hen een misogyn vrouwbeeld wordt meegegeven).

Loobuycks kritiek op ‘militant atheïsme’

Het lijkt erop alsof Loobuyck vooral worstelt met de wat hij ‘militant atheïsten’ noemt (waar ik er een van ben). Door het matigen van zijn toon en zijn standpunt, komt hij echter tot een verwaterd secularisme wat toch weer vrijheid geeft aan intolerantie waarbij er slachtoffers zijn, met name kinderen. Loobuyck spreekt met dedain over de nieuw atheïsten, hij spreekt van ‘[…] het aantal dat militant atheïsme als een soort van missionaire hobby een plaats wil geven in het leven.’ Ik ben zo’n missionaire militant atheïst. Het woord ‘militant’ is trouwens vreemd, want er wordt bijna nooit gesproken van ‘militante gelovigen’ en als er wel over gesproken wordt, zoals in het geval van militante moslims, dan is er een levensgroot verschil tussen militante moslims die met bomgordels mensen ombrengen en militant atheïsten die boeken schrijven en lezingen geven om op te komen voor de vrijheid van individuen om zelf hun eigen leven te bepalen (zonder anderen te schaden).

‘Zijn we beter af zonder religie?’ is een titel van een paragraaf. Het lijkt op de titel van mijn boek Hoe komen we van religie af? Een ongemakkelijke liberale paradox (2009). Loobuyck vindt dat de overheid daar niet naar mag streven. De strategie van Loobuyck is een uithollingsstrategie: hij wil dat religie zich omvormt tot humanisme in een religieus jasje. Het lijkt erop dat Loobuyck als ideaal ziet hoe liberale christelijke gelovigen hun religie belijden: het stelt inhoudelijk niets meer voor. Veel katholieken geven geen gehoor aan Rome, ze zijn voor gelijke rechten voor vrouwen, homoseksuelen, voor abortus, voor euthanasie, voor democratie, ze accepteren het kentheoretische primaat van wetenschap. Inderdaad: als er van religie niets meer overblijft dan wat uiterlijke resten en wanneer de immorele kern is verdampt, dan is er voor de liberaal geen enkel bezwaar tegen religie. Maar voor orthodoxe joden, orthodoxe christenen en zo goed als alle moslims is er nog een lange weg te gaan. Loobuyck meent dat redelijke accommodatie gepaard met de (verkapte) agenda van uitholling het dichtst in de buurt van het liberale ideaal van zo groot mogelijke individuele vrijheid komt. Maar dat is niet zo: kinderen die in dergelijke streng religieuze milieus terechtkomen hebben helemaal geen mogelijkheid om zich vrij te kunnen ontwikkelen en ontplooien.

In het boek begaat Loobuyck een ernstige fout door ethisch veganisme op eenzelfde lijn te plaatsen als religie. ‘En als men voor de maaltijden in vliegtuigen en gevangenissen met moslims en joden rekening houdt, dan moet men in principe ook rekening houden met vegetariërs. Of men vegetariër is omdat men hindoe is of een fan van de utilitaristische dierenfilosoof Peter Singer, is van geen belang. Indien men voor redelijke accommodatie kiest, moet ze ingezet worden om de morele integriteit van mensen te beschermen, niet enkel om aan religieuze eisen tegemoet te komen.’ Vegetarisme, en beter nog veganisme, is een morele positie. Dat dit overlapt met sommige religieuze voorschriften (zoals bij de hindoes) is moreel irrelevant.

In mijn boek De vrolijke veganist betoog ik dat veganisme de morele nullijn is. Het is überhaupt idioot en immoreel dat er dierlijke producten worden geserveerd, in ziekenhuizen al helemaal. Er zit een belangrijk verschil tussen een vliegtuigmaaltijd en een ziekenhuismaaltijd. Een vliegtuigmaaltijd maakt deel uit van de vrije keuze om te vliegen – als passagier zou je ook je eigen eten mee kunnen nemen en er is weinig dat je verplicht om te vliegen. In het ziekenhuis ligt je doorgaans uit noodzaak. Een ziekenhuismaaltijd is een zorgplicht (vandaar een grotere plicht om alleen veganistische maaltijden te verschaffen – die zijn trouwens gelijk ook koosjer en halal). Het is idioot dat er voor halal en koosjer eten meer dierenleed is en dat dit, volgens Loobuyck, moet worden gefaciliteerd. Rituele slacht dient te worden verboden (net als slacht überhaupt). Zie voor een uitgebreide argumentatie mijn essay ‘De prioriteit van morele toetsing. Over rituele slacht en jongensbesnijdenis’ in Bij de beesten af (2013).

Loobuyck bepleit zoals gezegd wat hij noemt ‘redelijke accommodatie’ van culturele en religieuze pluraliteit binnen een seculier model. Dat leidt in de praktijk tot wanstaltige oplossingen, waarbij religie wint en vrijheid verliest: ‘Een beleid van redelijke accommodatie vraagt gezond verstand. Want moet een pastafaria die met een vergiet op het hoofd het goddelijke spaghettimonster wil eren, op basis van de gewetensvrijheid gunstmaatregelen krijgen? Nee. Het is echter de wereld op zijn kop als redelijke accommodatie van mensen die het serieus menen onbespreekbaar wordt omdat er dergelijke paljassen zijn.’ Hier vind ik het van geen respect getuigen om een pastafari een paljas te noemen en een jood, moslim of christen niet. Wie moet er bepalen wanneer iemand een paljas is of niet? Is een orthodoxe jood een paljas of niet? Wie met gezond verstand nadenkt is atheïst en ziet alle mensen die op basis van een waanidee om accommodatie (dat wil zeggen uitzondering op een algemene regel) vraagt als paljas.

De essentie van de liberale democratische rechtstaat is dat iedereen gelijk behandeld wordt. Als er regels zijn die voor iedereen gelden, dat moeten ze ook voor iedereen gelden, zonder dat er op religieuze (of ideologische) gronden uitzonderingen worden gemaakt. De vrijheid van religie, die de mogelijkheid biedt voor de door Loobuyck bepleitte ‘redelijke accommodatie’, zoals die ook is verwoord in de UVRM en de grondwet, is een pseudovrijheid, het is een schuilplek voor intolerantie. Als de regel is dat mensen op een pasfoto blootshoofds moeten zijn, dan mag er geen uitzondering op zijn. Zolang er nog echter uitzonderingen gemaakt worden voor religieus bezwaarden dient ieders religie serieus genomen te worden. Het afdoen van de ene gelovige als een paljas en de andere gelovige met hoofddoek als authentiek is stuitend en kan niet gerechtvaardigd worden.

Loobuyck bekritiseert mijn voorstel uit Hoe komen we van religie af? dat de overheid net zo’n houding tegenover religie zou moeten hebben als ze de laatste jaren inneemt tegen roken, namelijk actieve ontmoediging. Loobuyck schrijft hierover: ‘Deze vergelijking gaat in grote mate op, maar niet helemaal.’ ‘Net als bij het roken moet de overheid inzake religie de vrijheid beschermen: niemand mag tegen de eigen wil in een bepaalde godsdienst of levensbeschouwing moeten belijden of praktiseren. Dat impliceert inderdaad ook dat de gevaren van bepaalde vormen van religie (maar ook andere vormen van ideologie) vrij bespreekbaar moeten zijn, ook en in het bijzonder in het onderwijs.’ Loobuyck: ‘Er zijn atheïsten die religie en godsdienst even ongezond en gevaarlijk vinden als roken, maar dit is al bij al een ongenuanceerd standpunt.’ Religie dient niet verboden te worden, maar onderwijs dient aandacht besteden aan atheïsme en religiekritiek. Net als met roken geldt: zolang je er anderen geen schade = mee berokkent is er vanuit liberaal standpunt weinig op tegen, behalve dan dat roken slecht voor jouw gezondheid is (en de overheid mag haar best doen om gezonde levensstijlen te promoten) en religie slecht is voor je mentale gezondheid.

De crux van het meningsverschil zit in de volgende stelling van Loobuyck: ‘Een overheid die mensen van het atheïsme wil overtuigen of het gelovigen doelbewust moeilijk maakt en hen hier en daar benadeelt, is geen seculier liberale overheid meer, maar een overheid die op een paternalistische wijze buiten de lijntjes kleurt.’ Het is ook niet de intentie van de overheid om mensen van atheïsme te overtuigen. Atheïsme is echter de uitgangspositie van onderwijs, tenminste als onderwijs naar waarheidsvinding streeft. Een overheid die wetenschap, onderwijs stimuleert en waardeert, stimuleert daarmee de facto atheïsme. Dat is voor veel mensen lastig in te zien. Ook maakt de seculiere overheid het gelovigen niet doelbewust lastig en zou dat ook niet moeten doen. Religie dient als iedere andere vereniging behandeld te worden. Het verbieden van de boerka, rituele slacht en jongensbesnijdenis is geen vorm van doelbewust religie bemoeilijken, maar een gevolg van de liberale uitgangspositie.

Dat Loobuyck het bewaken van de grenzen van tolerantie en de vrijheid van het individu en de gelijkheid van verenigingen paternalistisch noemt is incorrect. In een sterk liberale samenleving is het onderwijs noodzakelijk atheïstisch en is de rol van religie als die van een carnavalsvereniging of vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Het is lastig in te zien dat dit niet hetzelfde is als atheïstisch indoctrinatie. Religie wordt ook niet verboden of de beoefening van religie in de openbare ruimte ontmoedigt. Kinderen moeten beschermd worden, voor zover mogelijk, van de religieuze indoctrinatie van hun ouders. Karl Popper heeft de essentie van een open samenleving krachtig verwoord in zijn boek The Open Society and Its Enemies, Loobuyck citeert daaruit: ‘Indien we onbeperkte verdraagzaamheid zelfs uitstrekken tot dezulken die onverdraagzaam zijn, als we niet bereid zijn een verdraagzame samenleving te verdedigen tegen de woedende aanvallen der onverdraagzamen, dan zullen de verdraagzamen vernietigd worden, en verdraagzaamheid met hen.’

Daarom schrijft Loobuyck: ‘Hier geldt intolerantie voor intolerantie.’ Laten we eens kijken naar gevallen waarbij er (mogelijk) sprake is van intolerantie. Laten we kijken naar wat casuïstiek van het secularisme. Loobuyck hanteert als regel voor zijn multiculturele benadering: ‘Pluralisme waar het kan, neutraliteit waar het echt moet.’ Over meisjes/vrouwenbesnijdenis is hij helder en komt hij op de voor slachtoffers: ‘Een seculiere samenleving is een open samenleving, maar kinderen indoctrineren, kinderen levensbelangrijke bloedtransfusies of inentingen weigeren, homo’s straffen, gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis bij minderjarigen, vrouwenmishandeling en andere praktijken die de grondrechten van mensen met voeten treden, kunnen niet.’ Over jongensbesnijdenis schrijft hij: ‘[…] wat juridisch is toegestaan, zoals het besnijden van jongens om medische en hygiënische redenen, kan niet zomaar verboden worden, enkel en alleen omdat het uit religieuze overwegingen gebeurt.’

Loobuyck is hier blijkbaar niet van op de hoogte dat er alleen in zeldzame gevallen een medische noodzaak tot besnijdenis is. Ook is er geen hygiënische noodzaak. Natuurlijk als je als volwassen man graag van je voorhuid af wilt (om welke reden dan ook), dan staat je dat volkomen vrij. Maar het mag niet zo zijn dan anderen (in dit geval de ouders) beslissen over een niet medische noodzakelijk onomkeerbare mutilerende ingreep. Waarom noemt Loobuyck jongensbesnijdenis – zoals voorkomt bij moslims en joden – niet op in zijn opsomming, of valt dat onder ‘andere praktijken die de grondrechten van mensen met voeten treden’? Dat hoop ik dan maar. Over trouwambtenaren die homo’s niet willen trouwen is hij ook duidelijk: ‘Ambtenaren die openlijk discrimineren tussen man en vrouw of tussen homo’s en hetero’s kunnen gesanctioneerd of ontslagen worden.’

Loobuyck vindt ook dat iedereen het recht heeft op uittreding uit religie: ‘Mensen moeten steeds geïnformeerd zijn (vandaar ook het belang van onderwijs en vorming) en vrijwillig lid zijn van een ondemocratische vereniging en dat betekent dat er voldoende reële mogelijkheden moeten zijn om de organisatie in kwestie te verlaten zonder al te groot nadeel.’ Afvalligheid bij moslims (en orthodoxe christenen en joden) is echter een groot probleem. Zie Ibn Warraq (ed.), Leaving Islam: Apostates Speak Out, Prometheus Books, Amhers, NY, (2003). Het is ook de omgekeerde wereld: pas als mensen volwassen en goed geïnformeerd zijn mogen ze van de club lid kunnen worden en uitschrijven/uittreden moet te allen tijde mogelijk zijn. In de islam is dat zo goed als onmogelijk vanwege de sociale druk en de dreiging met geweld. Trouwen buiten de eigen religie is een groot taboe met veel sociale druk.

Wat betreft religie in de openbare ruimte maakt Loobuyck een verschil tussen algemene publieke ruimten en overheidsfunctionarissen in een representatieve functie, zoals de rechterlijke macht, loketfunctionarissen, politieagenten, leerkrachten. ‘Geen kruisbeelden of andere levensbeschouwelijke symbolen dus in openbare gebouwen en officiële scholen.’ Loobuyck is fel gekant tegen opruiing tot haat en geweld: ‘Ze mogen echter niet aanzetten tot haat, geweld of discriminatie tegen niet-moslims of vrouwen die niet volgens de islam leven.’ Of homo’s, kan er aan toegevoegd worden. Het probleem is dat als we gaan kijken naar religieuze uitingen in geschriften, preken en voordrachten dat er wel van sprake is van het aanzetten tot haat, onverdraagzaamheid en discriminatie! Ook de zogenaamde heilige geschriften staan vol oproepen tot geweld en intolerantie. (Ik ben niet voor censuur op geschriften, wel op het propageren van oproepen tot geweld). Loobuyck visie lijkt toch wel heel dicht te liggen bij het militante nieuw atheïsme, mijn stelling is dat hij een militant atheïst met koudwatervrees is die bang is mensen voor het hoofd te stoten.

Conclusie: Loobuycks redelijke accommodatie beperkt de vrijheid van individuen

Twee gevallen lenen zich tot duidelijke voorbeelden van het verschil tussen Loobuycks redelijke accommodatie en de seculier liberaal-humanistische (of radicale) benadering: onderwijs en jongensbesnijdenis. Loobuycks centrale stelling is: ‘Een seculiere samenleving waar redelijke accommodatie op een verstandige manier wordt toegepast is vrijer en dus liberaler dan een samenleving waarin elke vorm van redelijke accommodatie uitgesloten is.’ Waarom dient religie ‘redelijke geaccommodeerd’ te worden? Religie is een hobby, mensen moeten er zelf, binnen de grenzen van de wet (die moet vanuit liberaal kader echter nog wel wat worden bijgesteld: geen religieus onderwijs, geen jongensbesnijdenis, geen rituele slacht).

Loobuyck heeft onnodig veel respect voor religie, dunkt mij. Dirk Verhofstadt laat in zijn boek Atheïsme als basis voor de moraal zien hoe nefast de invloed van religie op politiek en moraal is. Verhofstadt pleit dan ook voor liberalisme als individualisme waarbij de vrijheid van het individu te allen tijde centraal staat, zoals hij betoogt ik Pleidooi voor individualisme. Een probleem met religie is dat er in de liberale seculiere samenleving onnodig veel respect is voor religie. Respect waar weinig reden voor is voor. Filosoof Jaap van Heerden heeft een scherpe reflectie op de notie van respect: ‘Normaal gesproken heb je respect voor een ander standpunt omdat dat standpunt na de nodige beproeving kwaliteit bezit. Soms zelfs zoveel kwaliteit dat je het overneemt. Nu moet je respect hebben voor een standpunt als degene die het inneemt of zijn zaakwaarnemer laat weten dat wat betreft dit standpunt gevoelig liggen. O. Ligt dat gevoelig, dan heb ik daar uiteraard respect voor. Soms wordt dat respect bij voorbaat geëist.

Maar het vervelende is: niet elk standpunt waarvoor respect geëist wordt is respectabel. Sommige zaken zouden respectabel kunnen blijken, na kritisch onderzoek. […] Wat in onze tolerante samenleving gevraagd wordt, is dat je belangstelling toont voor – laten we zeggen – andere levenswijzen, opvattingen, visies en culturele eigenaardigheden. Culturele belangstelling wordt aanbevolen. […] Je moet niet zeggen: ik heb belangstelling voor een ander standpunt maar ik sluit niet uit dat ik het standpunt waarvoor ik belangstelling toon, na enig onderzoek, bespottelijk, potsierlijk, verwerpelijk, idioot, bekrompen of schadelijk vind, misschien als maskerade van een eigenbelang nog wel begrijpelijk maar toch bekrompen. […] Gek genoeg vraagt men vooral respect, misschien zelfs uitsluitend, voor standpunten die absurd zijn. Geen fysicus vraagt respect voor de Schrödervergelijking […] De culturele verworvenheid dat alles vroeg of laat belangeloos besproken kan worden, hebben wij ingeruild voor de wezenloze cultus van tolerantie.’ (Jaap van Heerden, Proza waarmee je meisjes vangt, Prometheus, Amsterdam, 1999, p. 85-87.)

Religie zou beter gezien kunnen worden als een individuele hobby, zoals willekeurig welke andere hobby. Religie als vereniging heeft dan ook dezelfde status als hobbyclubs en sportclubs. Respect is niet nodig. Respect is niet de goede categorie. Je hoeft geen respect te hebben voor rugbyverenigingen, visverenigingen of motorclubs. In een open samenleving heeft iedereen heeft het recht op de uitoefening van zijn of haar hobby, zolang hij of zij anderen maar geen schade berokkent, inclusief de eigen kinderen. Het punt is wie die anderen zijn. Loobuyck verliest zijn liberale uitgangspunt uit het oog wanneer hij ouders de vrijheid geeft hun kinderen vrijelijk te indoctrineren en te mutileren (in het geval van jongensbesnijdenis). De rol van de overheid is het beschermen van individuen, zelfs tegen hun ouders (negatieve vrijheid), en, anderzijds, het helpen individuen zich autonoom te ontplooien (positieve vrijheid), daarvoor is seculier onderwijs noodzakelijk.

Stel, jouw ouders houden van filetalie. Je wordt aangeduid als filatelist. Je moet naar een filatelieschool. Je moet op zondag naar filatelie-catechisatie, ook worden jouw oren gekarteld om aan te duiden dat je een filatelist bent. En stel dat jij een bloedhekel hebt aan postzegels. Dan heb je een groot probleem. Wat doet de overheid om jou te beschermen tegen het opdringen van een hobby/religie tegen jouw zin en die jou hindert in jouw vrije ontplooiing? Het lijkt erop dat Loobuyck hier geen paal en perk aan kan en/of wil stellen. Richard Dawkins en Nicolas Humphrey zijn in dat opzicht consequenter: zij betogen dat kinderen vrij dienen te zijn van religie, net als kinderen vrij zijn van de politieke gezindheid van hun ouders. Zie Nicoloas Humprey, What should we tell our children? in: The Mind Made Flesh, Oxford UP, Oxford, 2002. Zie ook Innaiah Narisetti, Forced into Faith. How Religion Abuses Children’s Rights, Prometheus Books, Amherst, NY, (2008). Kinderen weten wellicht wat de politieke voorkeur van hun ouders is (zeg: socialisme), maar ze zijn bij geboorte toch niet socialist, worden niet naar socialistische scholen gestuurd?

Loobuyck is minder consequent in zijn liberalisme als het gaat om religieuze opvoeding en religieus onderwijs en laat de vrijheid van de ouders prevaleren boven de vrijheid van het kind om zich vrij te ontplooien: Liberaal onderwijs is niet gericht tegen traditionele of religieuze levensbeschouwingen, maar stelt jongeren in staat om vrij over hun waarden en levensbeschouwing na te denken. Onderwijs, indien het gaat om wetenschappelijk geïnspireerd onderwijs, staat echter diametraal tegenover over de waarheidsclaims van religie. Het wetenschappelijke wereldbeeld botst fundamenteel met religieuze wereldbeschouwingen. Ook staan de normen en waarden in de liberale democratie haaks op de normen en waarden uit tal van religies: denk aan individuele autonomie inzake abortus en euthanasie, de gelijkheid van vrouwen, het homohuwelijk.

De bovenstaande uitspraak van Loobuyck klinkt liberaal en politiek correct, maar blijkt bij nadere beschouwing inhoudsloos. Toch schrijft Loobuyck dan weer: ‘Als we willen dat de seculiere samenleving stand houdt, dan is het evident dat we jongeren de uitgangspunten van die seculiere samenleving bijbrengen.’ En: ‘Alle jongeren hebben evenveel recht op informatie over levensbeschouwing, ethiek en democratie en alle jongeren hebben evenveel recht om kritisch te leren denken over hun moraal en levensbeschouwing. De samenleving van haar kant heeft het recht om iedereen op de uitgangspunten van het samenleven te kunnen aanspreken.’ ‘De seculiere samenleving is het aan zichzelf verplicht dat de scholen een vorm van burgerschapseducatie op zich nemen en daarin de mogelijkheidsvoorwaarden en de moeilijkheden om goed met elkaar samen leven te bespreken.’

De stilte van Loobuyck over religieuze jongensbesnijdenis is oorverdovend. Ondanks al zijn ferme taal, is hij ziende blind voor deze vorm van jongensmutilatie die in zijn stad Antwerpen zowel door joden als door moslims op minderjarige jongens op niet-medische gronden wordt uitgevoerd. Daarmee ontkracht hij zijn boek en betekent ‘redelijke accommodatie’ het tolereren van intolerantie. De paradox van seculier liberalisme is dat het grenzen stelt aan tolerantie en dat atheïsme een grote rol speelt doordat het de uitgangspositie is van onderwijs en wetenschap. Dat is een conclusie die moeilijk te verhapstukken is voor velen. Dit sterk secularisme, dat ook door de meeste nieuw atheïsten wordt gepromoot, is op zichzelf geen nieuwe religie of dogma, maar een logische en noodzakelijk uitkomst van het liberale uitgangspunt van de vrijheid van het individu.


Recensie door Floris van den Berg

Patrick Loobuyck, De seculiere samenleving. Over religie, atheïsme en democratie, Houtekiet, 2013

Links
mailto:info@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be