Het Westen en de islam

boek

Roger Scruton

Net tien jaar geleden publiceerde Samuel Huntington zijn controversiële boek The Clash of Civilisations and the Remaking of World Order waarin hij een botsing tussen diverse beschavingen voorspelde. Huntington wees hierbij op het groeiende zelfvertrouwen van de Oost-Aziatische volkeren, het traditionalisme in Japan, de opmars van China, het potentieel van Indië, de religieuze opstoot in Rusland en vooral de islamitische heropleving van Nigeria over Algerije tot Pakistan. Het zou leiden naar een regelrecht verzet van andere beschavingen tegenover de - als seculier en universeel gepropageerde - westerse beschaving. Tal van intellectuelen schoven deze zienswijze opzij. Maar sinds de terroristische aanslagen van 11 september 2001 kijken we in het Westen met verbijstering naar de antiwesterse tendenzen in landen als Saoedie-Arabië, Pakistan en Afghanistan. Sindsdien zijn heel wat boeken en commentaren verschenen zoals Jihad vs McWorld van Benjamin Barber, De woede en de trots van Oriana Fallaci en De crisis van de islam van Bernard Lewis. Ze proberen elk op hun manier de haat vanwege de moslims tegenover het Westen uit te leggen. Over dit thema heeft nu ook de Britse filosoof Roger Scruton een opmerkelijk boek geschreven onder de titel Het Westen en de islam waarin hij op de lijn van Huntington zit en aantoont dat globalisering leidt tot een explosieve botsing tussen westerse waarden als vrijheid, individualisme en hedonisme tegenover de gemeenschapszin en de opofferingsbereidheid voor God bij de moslims.

Roger Scruton is een conservatief filosoof die zich niets aantrekt van het zogenaamde ‘politiek correcte denken’. In een interview met De Groene Amsterdammer liet hij zich ooit ontvallen dat we in Europa ‘geen Verlichting maar Verduistering’ nodig hebben, dat vooroordelen waardevol kunnen zijn en dat religie het draagvlak is van elke samenleving. Toch ziet hij tussen religies cruciale verschillen. Het christendom is gebaseerd op de paulinische kerk die steeds de bescherming van het seculiere en keizerlijke gezag aanvaardde. Volgens de koran berust de soevereiniteit uitsluitend bij God en zijn Profeet. Terwijl de christenen de burgerlijke gehoorzaamheid en de scheiding van kerk en staat aanvaarden, doen moslims dat niet. In het Westen aanvaarden we met zijn allen, gelovigen en ongelovigen, een sociaal contract met door mensen gemaakte wetten. Moslims aanvaarden alleen de bepalingen van de koran. In landen waar de islam de officiële religie is, is een politieke orde die wetten opstelt en naleving ervan afdwingt bijgevolg onrechtmatig. De heilige wet, de sharia, kan niet aangepast of aangevuld worden.

Binnen de Europese soevereine staten is de territoriale jurisdictie de basis van het samenleven tussen mensen. Binnen de grenzen van een bepaald gebied kan men aldus contracten sluiten, conflicten oplossen, huwelijken legaliseren en instituties legitimeren. Geloofsgemeenschappen die alleen de goddelijke bevelen volgen kennen dergelijke territoriale afbakening niet. Zo biedt de islam een universele wet. Deze tegenstelling komt volgens de auteur het duidelijkst aan bod bij de integratie van immigrantengemeenschappen in westerse samenlevingen. Moslimgemeenschappen zien onze regelgeving als een vorm van wetteloosheid en genotzucht, en beschouwen hun eigen geloof als superieur in de hen omringende morele chaos. Scruton ziet de natiestaat en het daarbij behorende burgerschap dan ook als een essentieel element om de waarden van onze samenleving te verdedigen. Lidmaatschap van een natie veronderstelt een toewijding aan de verdediging van het gemeenschappelijk territorium en de naleving van de wet die daar van toepassing is.

Een groot gevaar voor die nationale identiteit komt uit de hoek van het ‘multiculturalisme’ waarbij kritiek op minderheidsculturen uit den boze is. Het leidt ertoe dat migranten zich in Europa kunnen vestigen, hier kunnen genieten van alle rechten en vrijheden, maar er tegelijk ook de vijand van die waarden kunnen zijn. Hij verwijst naar de vreugdeuitbarstingen onder moslimgemeenschappen in Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië na de aanslagen van 11 september, en de uitspraken van mullah Hamza al-Masri die asiel vond in Groot-Brittannië en er gebruik makend van de vrijheid van meningsuiting – die nergens in de islamitische wereld bestaat – jonge mannen aanspoorde tot geweld en een heilige oorlog. Kritiek op de multiculturele samenleving is voor de auteur geen racisme maar een manier om duidelijk te maken dat de natiestaat het voorwerp van een gemeenschappelijke loyauteit is.

De ondermijning van de hedendaagse westerse samenleving vloeit volgens Scruton voort uit de afname van de lidmaatschapsbeleving van de burger en de ‘cultuur van verloochening’ die ervoor in de plaats komt. Hij wijst op de afname van vroomheid en gezinswaarden in de vorm van echtscheidingen, promiscuïteit, de ontwijking van langdurige verbintenissen, het verzet tegen traditionele seksuele verboden als abortus, homoseksualiteit en buitenechtelijke relaties. Scruton haalt fel uit naar de westerse media, de wetenschap en de elite die ‘feministisch en antipatriarchaal’ is en het gezin als een vorm van onderdrukking ziet. Hun boodschap is niet gericht tegen de islam maar wel tegen het Westen. Het valt inderdaad op dat veel westerse feministen in hun relativisme stil blijven als vrouwelijke moslims onderdrukt worden. Het klinkt als een ‘Weg met ons’. Op die manier bedreigt de Verlichting via de ‘cultuur van verloochening’ de Verlichting zelf, aldus Scruton, die ook uithaalt naar denkers als Michel Foucault, Jacques Derrida en Richard Rorty die elke autoriteit en waarheid verwerpen en steevast wijzen op de onrechtmatigheid van de westerse beschaving.

Scruton ziet in de terugval van de religie, de lossere gezinsverbanden en het gebrek aan loyauteit - tussen generaties en binnen een gemeenschap - een bedreiging voor onze samenleving. Het is een gekende conservatieve aanklacht maar ze lijkt me te defensief. Alsof we tegenover de islamitische opmars een christelijke réveil moeten plaatsen. Het is niet door terug te keren naar meer vroomheid, klassieke rolpatronen en meer autoriteit dat de westerse mens de Verlichting dient. Wel door een versterking van het individualisme als een groeiende kracht tegen al wie de rede aan de kant wil schuiven. In die zin is het liberalisme een beter antwoord tegen het cultuurrelativisme en het multiculturalisme dan het conservatisme. Ergens schrijft Scruton dat ‘een moderne democratie noodgedwongen een samenleving van vreemdelingen is’. Juist om die reden moeten we komen tot een ‘universele seculiere moraal’ waarin we samen leven overeenkomstig democratisch afgesproken spelregels en niet volgens een ‘goddelijk bevel’. Er bestaat inderdaad geen waarheid maar dat neemt, in tegenstelling tot wat Foucault en anderen denken, niet weg dat westerse waarden een universele geldigheid kunnen hebben. Niet als dé absolute waarheid, zoals Popper ook voorhield, maar wel als de beste hypothese voor een vreedzame samenleving waarvan democratie, vrijheid van meningsuiting, scheiding van kerk en staat en gelijkwaardigheid van alle mensen de kernelementen zijn.

Christenen kennen het principe van de ‘vergeving’. Deze morele deugd is niet altijd gevolgd (denk aan de kruistochten) maar het is volgens Scruton wel hét middel om de cyclus van wraak tussen strijdende partijen te doorbreken. Het leidt tot zijn controversiële stelling dat het christelijk vergevingsgebod weliswaar verenigbaar is met defensieve oorlogsvoering – om zichzelf en zijn medemensen te verdedigen – maar niet met terrorisme. In het hoofdstuk over ‘de Heilige Wet’ beschrijft de auteur de opmars van het fundamentalisme in de moslimwereld dat juist culmineerde in de acceptatie van terreur als middel tot wederopleving van de islam. Al Qaeda is een product van de wahabietische beweging in Saoedie-Arabië en de Moslimbroederschap in Egypte die een terugkeer naar een zuivere levensstijl en een absolute gehoorzaamheid aan de koran prediken. Het is hun antwoord op de ontwortelde moderniteit en de basis voor een jihad tegen de ongelovigen. Vandaar de aanslagen op bioscopen, nachtclubs en andere toeristische trekpleisters, de moorden op al te liberale schrijvers en de groeiende afkeer tegen vrouwen die ‘ongepaste kledij’ dragen. Onder Khomeini kwam daar het sjiitische principe van de ‘zelfoppoffering’ bij waarbij jonge martelaren zich bereid verklaren hun leven te geven voor de goede zaak. Met als meest bekende Mohammed Atta die zijn leven en dat van onschuldige pagassiers offerde voor de vernietiging van het World Trade Center, het symbool van het economisch, estetisch en spiritueel westers heidendom.

Scruton stelt dat die radicaliserende islam juist het gevolg is van de westerse beschaving en het mondialiseringsproces. De moderne communicatiemiddelen en de media brengen miljoenen moslims voortdurend in contact met beelden, producten en mensen uit onze liberale democratie, een ‘uitvinding van de Duivel’. Deze nieuwe realiteit dwingt ons, aldus Scruton, om bepaalde westerse inzichten – over consumptie en welvaart, over grenzen en reizen, over vrijhandel en multinationals en vooral over multiculturalisme – te herzien. De auteur zet zich daarbij af tegen de overdracht van sociale, economische, politieke en juridische macht aan mondiale organisaties die hij als een betreurenswaardig bijproduct ziet van onze ‘verslaving aan vrijheid’. Hiermee keert hij zich ook tegen de liberale denkers die sinds Kant dromen van een soort wereldburgerschap, want dan zou nationale loyauteit vervangen moeten worden door een soort internationalistisch ideaal, en dat zou de lokale soevereiniteit bedreigen. In die optiek uit Scruton felle kritiek op het Internationaal Strafhof als een ‘bezopen idee van westerse linkse rakkers’, de VN-Conventie voor Vluchtelingen en Asielzoekers waardoor ‘Europa de controle over haar grenzen verloren heeft’ en de Europese Unie dat de ‘nationale democratieën dreigt op te heffen’ om plaats te maken voor een bureaucratische Europese superstaat die een broedplaats verschaft voor islamitische terroristen..

We moeten volgens Scruton de natiestaat versterken, het proces van de globalisering inperken en de immigratie in vraag stellen. Het lijkt me een bizarre redenering en zelfs een capitulatie, die op zich getuigt van het door de auteur zo verfoeide relativisme. Het is niet omdat de islam door de globalisering de westerse waarden leert kennen en bestrijden dat we ons op onszelf moeten terugtrekken. De westerse democratie is heus sterk genoeg om vreemde invloeden aan te kunnen. Daar is de VS als immigratieland bij uitstek het beste bewijs van. En ook de constructie van de Europese Unie moeten we, in het licht van de dramatische gebeurtenissen van de vorige eeuw, hardnekkig verdedigen. De analyse van Scruton over het gevaar van het fundamentalisme voor onze westerse samenleving snijdt hout en verdient onze aandacht. Maar zijn voorstellen tot restauratie van de natiestaat bieden geen duurzame oplossing voor de toekomst. Het fundamentalisme en het westerse cultuurrelativisme moet niet zozeer bestreden worden met een restauratie van de vroegere waarden en de macht van de natiestaat, maar met een radicale en wereldwijde promotie van het individualisme.

Scruton neemt geen blad voor de mond en dat maakt zijn geschriften zo aantrekkelijk. Omdat het de lezer aanzet om opnieuw na te denken over de fundamenten van onze westerse samenleving. Alleen daarom is het boek al een aanrader.


Recensie Dirk Verhofstadt

Roger Scruton, Het Westen en de islam, Houtekiet, 2003, 192 blz.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be