Groene filosofie

boek vrijdag 19 oktober 2012

Roger Scruton

Met een filosoof als Roger Scruton ben je nooit klaar. Hij polariseert graag. Waarom je mening halfbakken formuleren, als je de zaken ook op scherp kunt stellen? Hij lijkt eveneens van alle markten thuis te zijn. Hij laat graag zijn licht schijnen over allerhande onderwerpen. Nu heeft hij in Groene filosofie zijn blik laten vallen op de verhitting van onze planeet en het leefmilieu. De ondertitel luidt Verstandig nadenken over onze planeet. Nu is op dit boek wel het een en ander aan te merken. Er wordt soms gesteld dat schrijven en schrappen synoniemen zijn. De auteur had beter deze raad ter harte genomen en wat in zijn geschriften gewied. Het minste wat je kunt zeggen, is dat hij zich uitgebreid in de materie heeft verdiept. Dat merk je alleen al aan de zeer omvangrijke literatuurlijst op het einde van het boek. Milieu, natuur en klimaat zijn onderwerpen die niet bepaald tot de specialismen van Roger Scruton behoren. Hij is vooral vermaard om zijn cultuurkritiek. Een euvel dat je dan wel eens merkt bij mensen die zich op een nieuw topic storten, is dat ze moeilijk de neiging kunnen onderdrukken om te laten zien hoe goed ze de materie (denken te) beheersen.

Gevolg: sommige hoofdstukken lijken onnodig of hadden een heel stuk minder lang mogen zijn. Neem bijvoorbeeld het tweede hoofdstuk. Is er nu wel degelijk sprake van klimaatopwarming of niet? Daar weidt hij lang over uit. Daarbij laat hij veel ruimte aan de sceptici, dusnaan diegenen die geen geloof hechten aan de opwarming van de aarde. Ten slotte eindigt hij met de gedachte dat het misschien toch beter is om op veilig te spelen en na te denken hoe de opwarming het best kan worden aangepakt. Wat is nu de toegevoegde waarde van deze bladzijden? Hetzelfde kan worden gezegd over het negende hoofdstuk. Dat is een ellenlange en ronduit saaie opsomming van allerhande burgerinitiatieven in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten die zich bekommeren om de natuur en de schoonheid van het landschap. Dergelijke passages maken op tijd en stond van het lezen van het boek een corvee.

Verder lijkt Roger Scruton veel vertrouwen te stellen in geo-engineering, het bewust ingrijpen in het functioneren van de aarde, hier met het doel om de klimaatopwarming tegen te gaan of de gevolgen ervan te onderdrukken. Is dit vertrouwen niet misplaatst? Over veel klimaatfenomenen weet men nog niet het fijne. En als we dan toch zouden weten hoe alles klimaatgewijs in elkaar steekt, eigent de mens zich met geo-engineering toch niet te veel de rol toe van leerling-tovenaar? Dan hebben we het nog niet eens gehad over de politieke en juridische risico’s. Stel dat bijvoorbeeld de VS of China zich eenzijdig aan geo-engineering zouden wagen, dan zouden de poppetjes al gauw aan het dansen gaan. En wat als de interventies verkeerd blijken uit te draaien? Welk juridisch kluwen van rechtszaken zou dat dan niet met zich brengen? Daarnaast hoeft het niet te verwonderen dat Roger Scruton op verschillende plaatsen uithaalt naar de Europese Unie en de Verenigde Naties. Samen met vele andere Britse conservatieven deelt hij een diepgeworteld wantrouwen in deze internationale instellingen. Toch moet ook hij schoorvoetend toegeven dat de klimaatopwarming een probleem is dat de landsgrenzen overstijgt en een internationale aanpak behoeft. Dit vereist dat landen onderhandelingen met elkaar voeren om tot bindende verdragen te komen. Om dit onderhandelingsproces op gang te brengen en in goede banen te leiden, daarvoor heb je toch juist organisaties als de Europese Unie en de Verenigde Naties nodig?

Tevens had Roger Scruton sommige bronnen beter mogen checken. Om de Europese Unie nog maar eens een veeg uit de pan te geven, verwijst hij naar de politieke situatie in België (blz. 216): “Er zijn alleen bureaucraten, werkend vanuit een land (België), dat berucht is om zijn onvermogen een gevoel van nationale eenheid voort te brengen, en dat nu op het punt staat uiteen te vallen.” Dan kijk je naar de voetnoot om te achterhalen waar hij deze uitspraak vandaan haalt. Dat blijkt te gaan om een boek van Paul Belien, de halve trouwboek van Vlaams Belang-kamerlid Alexandra Colen. Waarlijk een heel ‘objectieve’ bron dus. Tot slot beginnen je tenen te krommen als Roger Scruton de aloude dada’s van het conservatisme ten allen prijze aan de milieuproblematiek wil linken, met de volgende variant van ‘Eigen volk eerst’ als voorbeeld: “Desondanks mag het duidelijk zijn dat een conservatief milieubeleid dat geen grenzen zou stellen aan de immigratie… geen enkele kans op succes zou hebben.”

En toch kan niet ontkend worden dat Scrutons observaties vaak hout snijden. Ondanks alle druk vanuit de publieke opinie, hebben de grote internationale milieuconferenties bitter weinig opgeleverd. Als er al bindende verdragen uit voortgekomen zijn, dan hebben die in de praktijk niet veel verschil gemaakt. Blijkbaar slagen de staatshoofden en regeringsleiders er niet in om een vergelijk te vinden waar het milieu bij wint. Van de politieke top is schijnbaar niet veel te verwachten. Moet dan deze top-down aanpak niet beter worden verlaten? Daarnaast kan men zich eveneens de vraag stellen of het voorzorgsbeginsel niet te ver is doorgeschoten. Het is zeker een goede zaak om stil te staan bij de risico’s die bepaalde producten of bepaalde projecten met zich kunnen brengen. Maar nu lijkt het erop alsof nieuwe initiatieven absoluut geen enkel risico mogen stellen. Zodra er ook maar iets fout zou kunnen gaan, is de reflex al gauw: Niet doen! Zo dreigt men iedere innovatie in de kiem te smoren. Tevens bekritiseert Roger Scruton terecht de tendens om het milieudebat in economische termen te voeren. Dan wordt er op zaken zoals een gezond leefmilieu een bedrag in euro of dollar geplakt. Zo zou men de milieu-impact van een maatregel beter kunnen vergelijken met de economische repercussies van dezelfde maatregel. Maar is het überhaupt wel mogelijk om in alle objectiviteit een monetaire waardering op een schoon landschap te plakken? En stel nog dat je dit zou kunnen doen en dat je op basis van de cijfers zou kunnen besluiten dat het verlies van een schoon landschap niet opweegt tegen het economisch nut van een project. Dan is het landschap natuurlijk wel definitief verknoeid.

Je moet eveneens durven toegeven dat Roger Scruton een echte vrije denker is en blijft. Groene filosofie is mee tot stand gekomen met steun van het American Enterprise Institute, een oerconservatieve denktank. Dat Scruton af en toe zijn pijlen richt op niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) zoals Greenpeace, is dan ook niet te verwonderen. Niettemin neemt hij eveneens standpunten in die zijn Amerikaanse broodheren zeker niet zo welgevallig zijn. Zo verwijt hij zijn Amerikaanse conservatieve medebroeders dat ze de vrije markt te kritiekloos hebben omarmd. Nochtans werkt de vrije markt niet altijd perfect. Zo worden de negatieve externaliteiten van een product, dit zijn de negatieve gevolgen zoals milieuvervuiling die door de productie ervan worden teweeggebracht, niet of onvoldoende in de prijs ervan verrekend. Daardoor wordt dit product eigenlijk te goedkoop op de markt gezet.

Wat is nu de andere aanpak die Roger Scruton voorstaat? Op de eerste plaats zou men zich moeten concentreren op concrete milieuproblemen die relatief eenvoudig op te lossen zijn. Dit zou snelle resultaten kunnen opleveren. Dit zou eveneens ontmoediging voorkomen. Men ziet namelijk dat de inspanningen die men zich getroost om tot een beter leefmilieu te komen vrucht dragen. Als voorbeeld schuift Roger Scruton de vervuiling door plastic naar voren. Er zijn niet alleen de plastic zakken die moeilijk afbreekbaar zijn en die nog decennia de boel vervuilen. Een gedeelte van de Stille Oceaan dat twee keer zo groot is als Texas, is inmiddels bedekt met plastic afval, wat leidt tot een onnoemelijk aantal slachtoffers onder vissen, zeevogels en ander zeeleven. Een maatregel waarvoor Roger Scruton pleit is een ecoheffing. Daardoor zou de belangrijke milieuvervuiling die erdoor veroorzaakt wordt, de negatieve externaliteit dus, alsnog in de prijs van de plastic zakken worden verrekend. Als men zo plastic helemaal zou kunnen bannen, dan zou men een belangrijke bron van milieuverontreiniging uit de weg ruimen.

Op de tweede plaats zou men de huidige top-down benadering kunnen vervangen door een bottom-up methode. Daarbij nemen burgers zelf het heft in eigen handen door zich te groeperen in burgerinitiatieven of verenigingen. Burgers zijn tot dergelijk handelen te pramen vanuit een diep gevoel dat Roger Scruton aanduidt met de Griekse term oikofilie. Dat kan worden omschreven als een liefde voor de eigen heimat, een betrokkenheid op het eigen huis, voor de lokale omgeving en voor de generaties die er hebben gewoond en er nog zullen wonen. Dit is een emotie die door veel auteurs en filosofen beschreven is. Door hun gezamenlijk optreden kunnen burgers eigendommen verwerven om de schoonheid van het landschap te vrijwaren. Ze kunnen rechtszaken aanspannen om op te komen tegen milieuvervuiling. Ze kunnen er bij de politici op aandringen om maatregelen te nemen. Door deze pressie vanuit de publieke opinie zouden de Verenigde Staten uiteindelijk in actie kunnen komen en druk uitoefenen op China en de andere opkomende economieën om werk te maken van de strijd tegen de klimaatopwarming.

Groene filosofie toont aan dat het milieu geen links of rechts thema is. Het milieu kan wel vanuit een linkse of rechtse invalshoek bekeken worden. In het Verenigd Koninkrijk heeft dit boek alvast gezorgd voor een boeiende botsing van meningen. Een discussie mag evenwel niet alleen omwille van de discussie zelf worden gevoerd. Een debat zou tot resultaten moeten leiden. Zelf schrijft Roger Scruton ook dat hij een brug wil bouwen tussen conservatieven en ecologisten. Of zijn scherpe toon hierbij de zaken vooruithelpt, is echter maar de vraag. Zo noemt hij mensen die zijn standpunt niet delen oikofoben, vijanden van het eigen huis en thuis dus. Net alsof deze personen alles zouden willen platgooien onder het beton en het liefst van al de boel zouden willen doen verloederen.

Voorts kan men zich de vraag stellen of Scrutons visie niet te elitair is. Ze doet denken aan dorpjes op het Engelse platteland, die van de Midsommer Murders, waar heren en dames van stand rustig wonen in een kast van een huis met een grote mooie tuin. Deze heren en dames hebben zeeën van tijd te vullen. Waarom dan niet die tijd wijden aan de zorg voor een mooie leefomgeving in plaats van anders elkaar naar het leven te staan zoals in dezelfde Midsommer Murders? Roger Scruton woont ten andere zelf in het lieflijke Engelse graafschap Wiltshire. Misschien heeft hij zich toch iets te veel door zijn eigen leefomgeving laten beïnvloeden.

Groene filosofie maakt bovenal duidelijk wat liberalen en conservatieven met elkaar gemeen hebben en waar ze van elkaar verschillen. Zo delen ze een groot wantrouwen in denkrichtingen die pretenderen een antwoord op alle vragen te bevatten en alle problemen eenvoudig te regelen. Zij gaan ervan uit dat de maatschappij door middel van een grote revolutie in de juiste plooi kan worden gebracht. Liberalen en conservatieven brengen hiertegen de zienswijze van Karl Popper in: de kennis en de wereld kunnen maar stapje voor stapje vooruitgaan door dingen één voor één uit te testen en uit te proberen om na te gaan of ze werken of niet. Beiden koesteren dan ook een groot wantrouwen in ideologieën die menen een antwoord te hebben op alle mogelijke vragen.

Ook willen liberalen en conservatieven veel vrijheid aan de mensen zelf laten, om hun eigen lot in handen te nemen en door eigen initiatief problemen op te lossen in plaats van steeds bij de overheid aan te kloppen voor een oplossing. Beide stromingen hebben dan ook een boontje voor individualisten, mensen die op zoek zijn naar kansen en mogelijkheden en bereid zijn risico’s te nemen. Zij doen immers de samenleving vooruitgaan.

Liberalen verschillen echter van conservatieven wat de rol van de politiek betreft. Voor Roger Scruton moet de politiek zich beperken tot het verzoenen van de verschillende belangen en het goed op de winkel passen. De rol van politicus is wezenlijk die van een manager. Politici moeten niet een of ander politiek ideaal najagen. Ze moeten niet een bepaalde visie op de maatschappij ontwikkelen en die door middel van politieke actie, deelname aan verkiezingen bijvoorbeeld, gestalte geven. Ze moeten alleen maar de boel beheren en op de kleintjes passen. Voor liberalen mag het toch meer zijn. Voor een liberaal moet de vrijheid aan de basis van een samenleving staan. Daarbij mag het niet volstaan dat mensen de kans krijgen om vrij te zijn en hun leven naar eigen inzicht te kunnen leiden. Mensen moeten ook effectief in staat worden gesteld om van deze kans, van de vrijheid gebruik te kunnen maken. Aan de mensen die een duwtje in de rug nodig hebben, moet de samenleving bijgevolg dat steuntje geven, onder andere via het onderwijs en de sociale zekerheid.

Liberalen zijn eveneens beducht voor gemeenschappen die het individu negeren. Misschien kan de oikofilie, de liefde voor de eigen gemeenschap, een goede basis voor een groene filosofie vormen. Maar bestaat dan niet het gevaar dat die gemeenschap dan allerhande zaken aan het individu gaat opleggen, waardoor er uiteindelijk geen ruimte meer is voor de individuele vrijheid en die inhoudsloos wordt? Waar trek je de lijn tussen gerechtvaardigd optreden en verdrukking van het individu? Zo kun je perfect bepalen dat er nergens meer gebouwd mag worden om het landschap te bewaren. Maar ga je dan niet te ver wanneer mensen hierdoor nergens meer een eigen woonst kunnen vinden? Waar leg je met andere woorden de juiste balans? Op dergelijke vragen geeft Roger Scruton jammer genoeg geen antwoord.


Recensie door Lieven Monserez

Roger Scruton, Groene filosofie, vertaald door Frans van Zetten, Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam, 2012, 320 blz.

Links
mailto:Lieven.monserez@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be