Aristoteles: Over poëzie

boek vrijdag 25 februari 2005

Ben Schomakers

De Griekse filosoof Aristoteles werd in 384 voor Christus geboren op het schiereiland Chalkidiki te Stagira, in het noorden van het huidige Griekenland. Vermoedelijk is hij in 367 voor het eerst in Athene aangekomen, waar hij die andere beroemde filosoof Plato opzocht en vertoefde in diens Academie. In 347, niet lang voordat Plato zou overlijden, sloot Aristoteles de eerste fase van zijn filosofisch leven af, en vestigde zich in Klein-Azië. Er brak toen een uiterst empirische periode aan, tijdens dewelke hij vermoedelijk veel van de plantjes en diertjes catalogiseerde die in zijn biologische werken voorkomen. Vervolgens nam hij in 343 voor Christus een uitnodiging aan om naar Macedonië te komen en betrokken te zijn bij de opvoeding van Alexander de Grote.

Ten slotte keerde Aristoteles in 335 voor Christus terug naar Athene waar de derde en misschien meest imponerende fase van zijn filosofisch leven begon. Hij organiseerde er in het Lyceum zijn eigen peripatetische (1) filosofische instituut, waar hij bovendien zijn meest fundamentele en abstracte filosofische gedachten neerschreef. In 322 voor Christus na de dood van Alexander de Grote, diende hij Athene te ontvluchten, aangezien er onder het volk een anti-macedonische stemming heerste. Hij overleed al na enkele maanden van vrijwillige ballingschap.

Aan een datum is meestal ook een cultuur gekoppeld, en de wetenschap tegen welke achtergrond Over poëzie is geschreven, vertelt automatisch ook iets over de aard ervan. Het dateren van de werken van Aristoteles is helaas een riskante onderneming. Heel af en toe wordt er melding gemaakt dat dit of gene boek bedoeld is voor de zoveelste verjaardag van die persoon, of wordt er zijdelings een verschrikkelijke historische zeeslag beschreven, maar vaak zit er echter niets anders op dan een toevlucht te nemen tot een reconstructie van Aristoteles filosofische ontwikkeling om zijn werken te kunnen dateren.

Het is onwaarschijnlijk dat Over poëzie ontstaan is tijdens Aristoteles’ tweede periode, toen hij in de open velden van Klein-Azië op zoek was naar diertjes en plantjes. Hoe kon hij immers ginds aan zijn illustraties, documentatie en ander tragisch materiaal komen? Over poëzie spreekt duidelijk een Atheens publiek aan, en is vanuit Atheens perspectief geschreven.

Het kleine traktaat kan ook moeilijk tijdens de derde periode geschreven zijn, aangezien Aristoteles toen in de ban was van meer abstracte filosofische zaken. Het werkje toont echter wel affiniteit met twee andere grote werken die in de eerste periode ontstaan zijn, namelijk de Retorica en de Politica. Ze zijn beiden door allerlei thematische dwarsverbanden en een aantal uitdrukkelijke verwijzingen, met Over poëzie gelieerd.

In de Retorica (II.5 en II.8) geeft Aristoteles bijvoorbeeld een uitgebreide typering van zowel vrees als medeleven, die in Over poëzie de kern van de ervaring van een Griekse tragedie blijken uit te maken. En nadat hij in de Politica het nut van de muziek voor de samenleving heeft aangetoond, benadert hij de tragedie in Over poëzie vanuit hetzelfde perspectief. Bovendien belooft Aristoteles in de Politica dat hij het in Over poëzie nog uitgebreid zal hebben over het begrip katharsis.

In het traktaatje begint Aristoteles met de aankondiging van het heel brede thema dat hij wil behandelen, namelijk om van elke vorm van poëzie het eigen effect na te gaan en de technische aspecten te beschrijven: epische poëzie, de tragedie, de komedie, dythyrambische poëzie, fluit- en lierpoëzie. Maar uiteindelijk schetst Over poëzie slechts in het kort een bepaalde theoretische opvatting van poëzie, als mimèsis of uitbeelding, stipt vervolgens in enkele alinea’s de geschiedenis van de Griekse poëzie aan, en gaat dan over tot een breedvoerige analyse van de vorm en de pretenties van een tragedie. Over poëzie wordt dan uiteindelijk abrupt afgesloten met een vergelijking tussen de tragedie en de epische gedichten. Over de andere bovenvermelde vormen van poëzie - zoals de komedie, poëzie in hexameters en epische gedichten - zwijgt Aristoteles echter in alle talen. Mogelijk heeft Over poëzie ooit een tweede deel gehad, maar is het niet bewaard gebleven, of tot op heden onvindbaar.

In Staat heeft Plato het over de dwingende organisatie van een ideale maar broze, door rechtvaardigheid geleide samenleving. In die samenleving is er echter volgens Plato geen plaats voor de poëzie, aangezien deze laatste een uitbeelding is, en geen waarheid. Bij monde van Socrates stelt hij dan in Staat ook voor om dichters te prijzen, maar ze te verzoeken heen te gaan, en indien nodig pertinent te weren uit de staat, tenzij iemand in een betoog zou kunnen bepleiten dat poëzie ook nuttig is en iets kan betekenen voor het leven (Staat 607D). Het lijkt er op dat Plato’s meest kritische leerling op die uitdaging is ingegaan.

Het feit dat poëzie uitbeelding is, en geen waarheid of werkelijkheid, vormt voor Aristoteles geen bezwaar. Integendeel zelfs. In Over poëzie beschrijft hij het epistemologisch en het antropologisch belang van mimèsis. “Mensen hebben van jongs af een natuurlijke neiging tot ‘uitbeelding’ en verschillen daarin van alle dieren”, schrijft Aristoteles. “Ze doen meer aan uitbeelding, leren veel dingen voor het eerst door uitbeelding, en beleven plezier aan de confrontatie met uitbeelding.[…] Ze vinden het plezierig naar afbeeldingen te kijken, en wanneer ze dat met aandacht als het ware beschouwend, doen, leren ze ook van alles en bedenken ze bij allerlei details wat het voorstelt: aha, dat is hij! Aan een uitbeelding van iets dat we nog nooit gezien hebben beleven we dus ook geen plezier als uitbeelding, maar eventueel alleen aan de uitvoering of de kleuren of iets dergelijks.”

Anno 2000 verscheen bij Uitgeverij DAMON een Nederlandse vertaling van Over poëzie door Ben Schomakers, vergezeld met een voorwoord, annotatie en bijzonder boeiend nawoord: ‘Het nut van de tragedie. Over plezier en katharsis in Aristoteles’ Over poëzie’.

Vertrekpunt van dit nawoord is de definitie die Aristoteles geeft van de tragedie in de zesde paragraaf: “Een tragedie is een uitbeelding van een handeling, een belangrijke en ernstige handeling, die afgerond is en een zekere omvang heeft; de woorden van een tragedie zijn aangenaam gemaakt, met alle middelen, eventueel afzonderlijk, in de verschillende delen van een tragedie; ze beeldt mensen uit die iets ondernemen en uitvoeren, maar niet als een vertelling, en door medeleven en vrees bewerkstelligt ze de zuivering van dit soort ervaringen.” Aan de hand van een uitvoerige uitleg van dit ene opmerkelijke en alles samenballende zinnetje, reconstrueert Schomakers de discussie tussen Aristoteles en Plato evenals de esthetische en psychologische achtergrond van Over poëzie.

Deze definitie van de tragedie is geen terloopse gedachte van Aristoteles, aangezien zij herhaaldelijk op andere plaatsen in Over poëzie aan bod komt. Aristoteles heeft echter de hinderlijke gewoonte om in zijn werken concrete details weg te laten, zijn terminologie niet te definiëren, en gaat er vaak van uit dat zijn lezers met dezelfde afgekorte notatie uit de voeten kunnen als hij zelf.

Zo is het voor de lezer een haast onmogelijke opgave te achterhalen wat Aristoteles nu precies bedoeld met ‘zuivering’ of katharsis? Men kan zich bijvoorbeeld terecht afvragen waarin ze zou moeten bestaan, en hoe het mogelijk is dat de ervaring van tragische gebeurtenissen tot opluchting – en niet tot rouw of verdriet – leiden. Dit raadsel is door moderne auteurs op allerlei verschillende manieren opgelost. Velen hebben in de katharsis een morele verbetering herkend. Sinds Jacob Bernays’ Zwei Abhandlungen über die aristotelische Theorie des Drama (Berlijn, 1880) is er ook een ‘medicinale’ verklaring in zwang geraakt. Een confrontatie met sterke emoties kan volgens deze theorie leiden tot een natuurlijk afvloeien van een hinderlijk teveel aan emoties. Volgens de Britse professor Stephen Halliwell leidt de katharsis daarentegen tot een soort zuivere, stabiele en op deugdzaamheid gerichte houding.

Ben Schomakers komt – door eerst greep te krijgen op de afzonderlijke elementen van de definitie – in zijn nawoord tot andere bevindingen, en omschrijft de katharsis als een intellectuele verheldering (waarom voel ik wat ik voel bij hetgeen zich in de tragedie afspeelt?) en een ethische beteugeling (hoe zorg ik ervoor dat dergelijke gevoelens in het werkelijk leven niet de overhand hebben?). Het is helaas onmogelijk om in deze boekbespreking het hele nawoord kort te bespreken en te verduidelijken, aangezien een lectuur van de Nederlandse vertaling van Over poëzie zelf vereist is. Een goede reden dus om het boek aan te schaffen.

Dr. Ben Schomakers (1960) studeerde wiskunde, klassieke talen en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, waaraan hij in 1989 promoveerde op een proefschrift over Parmenides, Het verlangen naar de werkelijkheid. Over de fragmenten van Parmenides van Elea. Nadien was hij als postdoc onderzoeker verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven en sinds 1994 geeft hij met regelmaat les aan een aantal universiteiten in Budapest, met name over Aristoteles en de laat-antieke en vroeg Christelijke wijsbegeerte en theologie. Hij publiceerde onder andere over Hölderlin, Pseudo-Dionysius de Areopagiet en Aristoteles.


Recensie door David Joly



(1) Van het Grieks ‘peripatos’ wat ‘overdekte wandelgelegenheid’ betekend. De peripatische school ontleende haar naam aan de omstandigheid dat Aristoteles gewoonlijk wandelend doceerde.


Ben Schomakers, Aristoteles: over poëzie, Uitgeverij Damon, 2000, 200 blz.

Links
mailto:david.joly@wijsbegeren.be http://www.wijsbegeren.be/
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be