De vrijheid van de grens

boek

Paul Scheffer

Paul Scheffer kan je moeilijk verdenken van argwaan ten aanzien van Europa. Maar De Vrijheid van de Grens gaat wel dáárover. Noem Scheffer dus toch maar een (goedmenende) eurocriticus met een bang hart voor de kwetsbaarheid van het idee ‘Europa’. Gewapend met die idee en met de herhaaldelijke crisissen (Grexit, Brexit, vluchtelingen, terrorisme, …) in de branding van de actualiteit verdedigt hij in zijn boek de opvatting dat een open samenleving alleen kan bestaan door ‘enige ruimtelijke afbakening’. ‘Grenzen’ en ‘afbakening’, dus, met heel wat uiteenlopende betekenissen en toepassingen. Dat is zeker geen Europese gedachte, maar voor de noodzaak daarvan draagt Scheffer heel wat zinnige argumenten aan. Alhoewel…

Paul Scheffer (1954) is hoogleraar Europese Studies in Amsterdam en Tilburg. Ooit was hij correspondent in Parijs en Warschau en partij-ideoloog van de Nederlandse PvdA. In januari 2000 schreef hij in NRC Handelsblad het opiniestuk Het multiculturele drama. Daarin uitte hij reeds zijn persoonlijke twijfels over de wijsheid van het multiculturele streven. In 2007 beschreef hij in Het Land van Aankomst hoe immigratie onze wereld verandert. Het waren controversiële pogingen om de impasse rond migratie te begrijpen en aan te pakken.

Scheffer bedoelt zijn teksten niet als politieke pamfletten, maar is zich bewust van het gevaar van recuperatie en van een populisme dat inspeelt op de xenofobe angst van vele burgers. Hij keert zich daarmee niet tegen de migranten, de vluchtelingen en asielzoekers of de moslims, maar wel tegen de multiculturalisten die weigeren culturele verschillen in vraag te stellen en die het niet moeten hebben van een positieve (!) nationale identiteit. Volgens Scheffer heeft die afwijzing ontwrichtende gevolgen voor de (Nederlandse) samenleving. Zo stelt hij dat de bezorgdheid van de ‘meerderheidscultuur’ niet louter begrepen mag worden als een blinde angst voor het onbekende, maar dat het daarbij gaat om bezorgde vragen over de impact van immigratie. Iets wat, neem ik aan, bij uitbreiding kan gelden voor zowat elke lidstaat of groep van de Europese Unie.

In De Vrijheid van de Grens is Scheffer opnieuw bezorgd, maar ook hier blijft zijn betoog ver van het simplisme en het populisme. Precies daarom vraagt hij: ‘Hoeveel begrenzing heeft een beschaving nodig die democratie en mensenrechten wil bevorderen?’ Zulke open samenleving kan volgens Scheffer enkel bestaan door de een noodzakelijke ruimtelijke afbakening. Dat moet je zowel figuurlijk als letterlijk begrijpen. In een Europa waar grenzen verbonden zijn met (oorlogs)trauma’s, tradities, identiteiten en ‘existentiële angsten’, maar waar ook ‘de leegte van het kosmopolitisme’ volgens Scheffer steeds duidelijker zichtbaar wordt, is het zaak om na te denken over de betekenis van grenzen. Een ‘waarachtig kosmopolitisme’ ligt dan niet in een beate, kortzichtige ontkenning daarvan, maar wél ‘in de verkenning van die grenzen en in de poging om ze te overschrijden’.

Het kosmopolitisme onderschat, stelt Scheffer, de nefaste impact van de sociale en culturele conflicten die het gevolg zijn van immigratie. Die vragen immers om ‘gemeenschappelijke normen die de ruimte van een open samenleving vergroten’. Dat geldt volgens mij alvast ook voor conflicten op geopolitieke schaal. De kunst van het kosmopolitisme ligt volgens Scheffer dan besloten ‘in bescheidenheid, in de erkenning dat grenzen ertoe doen, in het vermogen om je in andere gezichtspunten te verplaatsen en vervolgens te proberen deze beperkingen te overwinnen’. Daartoe draagt hij ook de nodige filosofische inzichten aan die wijzen op het belang van de grens tussen binnen en buiten om een bezielde ruimte en een (culturele, levensbeschouwelijke,…) identiteit tot stand te brengen (Sloterdijk, Bauman, Debray). Inbedding! Grenzen en afbakening, dus, om ontmoeting en dialoog (én vrijheid) mogelijk te maken. Maar ook: ‘Voor een functionerende democratie is territoriale integriteit nodig.’

In zijn pleidooi voor begrenzing legt Scheffer de bewijslast vooral bij de ‘believers’ (kosmopolieten). Naar mijn gevoel onterecht. Zo bepleiten de voorstanders van open grenzen volgens hem de opvang van vluchtelingen met vier aannames: ‘De opvang van vluchtelingen is een morele verplichting, de komst van veel jonge migranten is in ons eigenbelang, we kunnen de grenzen toch niet meer controleren en het internationaal recht dwingt ons tot een onbeperkte opname.’ Aannames waaraan volgens Scheffer een en ander schort: de morele verplichting wordt occasioneel getriggerd door schokkende media-inhouden, vluchtelingen toelaten zorgt vooral voor ellende en kosten, grenzen zijn wél te controleren en het aantal toegelaten migranten kan gecontroleerd gebeuren. In hoofdzaak gaat het hier om een bediscussieerbaar akelig welles-nietes spelletje.

Maar ook al zou Scheffer gelijk hebben, op die manier gaat hij voorbij aan de humanitaire en morele betekenis van een Europees engagement. De ethiek van medemenselijkheid en open grenzen dient hier toch het (Europese?) streven te zijn. Menselijkheid en gastvrijheid (tolerantie?) moeten een eerste bekommernis zijn. Niet het pragmatisme van de rekende soort of het eigenbelang. Ook niet de ethiek van het wij tegen zij. Dat kan utopisch en idealistisch klinken, maar het zou een centrale waarde en het streven van ‘Europa’ moeten zijn. Meer zelfs, het zou dat wereldwijd moeten zijn.

Een zelfde terughoudendheid ten aanzien van de ethiek van open grenzen blijkt bij de weging van het verschil en de waarde van mensenrechten en burgerrechten. ‘Mensenrechten zijn universeel en burgerrechten zijn territoriaal. Dat wil zeggen: niet iedereen heeft toegang tot de rechten zoals die zijn opgebouwd binnen onze grenzen.’ Dit is zeker geen louter semantische kwestie. Het gaat hier om rechten met een verschillende hiërarchische en morele status. Burgerrechten dienen inderdaad verworven te worden, maar dat kan enkel door het bestaan van onvervreemdbare, universele mensenrechten. Vraag is dan welke reële kansen migranten krijgen om (minimale?) burgerrechten te verwerven?

Daarmee zit je immers meteen terug bij het debat over ‘aanpassen of ophoepelen’ waarbij Scheffer samen met Max Klingberg (mensenrechtenactivist) de vraag stelt of we ‘onderdak moeten bieden aan mensen die de grondbeginselen van onze samenlevingen ten diepste betwijfelen of zelfs minachten.’ Een retorische vraag, want het antwoord daarop kan geen formeel ‘Ja!’ of ‘Nee!’ zijn. (Denk maar aan de eigen kweekvijver homohaters, jihadisten, racisten, vrouwenhaters, Holocaustontkenners of moslims die een Europese islam afwijzen, enz. Best uitsluiten?) Wanneer Scheffer in een ander verband (de europeanisering van de nationale politiek) stelt: ‘Een verstandige integratie houdt rekening met deze op elkaar botsende bewegingen’ dan is dat zeker ook hier van toepassing.

Scheffer wil ‘het morele misverstand rond grenzen’ uit de weg ruimen. Maar toch voert hij een overwegend pragmatisch en geopolitiek discours. Daarbij komt het (aforistische) onderscheid tussen de ‘regulerende’ en ‘afsluitende’ werking van grenzen goed van pas: ‘Een grens sluit niet het menselijk verkeer af, maar reguleert de stroom van mensen.’ Wat betekent dit wanneer Scheffer zelf aantoont dat de vluchtelingencrisis ‘structureel’ is en niet ‘incidenteel’ (vanwege ‘de autoritaire staten in verval’) voor het afsluiten van de binnen- én buitengrenzen van Europa? Louter pragmatisch aanpakken? Je zal als individu, als vluchtende mens, als kwetsbare persoon maar voor een dubbele prikkeldraad of gesloten slagboom staan.

Steeds duidelijker blijkt dat het vluchtelingendebat gaat over ethiek en waarden, ook al wordt dat gevoerd in juridische termen of het pragmatisme van een terugkeerbeleid. Paul Scheffer onderschrijft oprecht de wollige woorden van Klaus Mann: ‘Ik probeerde mijn verlangen een naam te geven, mijn erfgoed en mijn verplichting te benoemen: Europa! Die drie lettergrepen werden voor mij het summum van het schone, nastrevenswaardige, de inspirerende kracht, de politieke geloofsbelijdenis en het moreel-geestelijk uitgangspunt.’ Maar ‘Europa’ (en de wereld) hebben vooral nood aan een moreel engagement en een humanitaire aanpak. Zeker wanneer bepaalde ontwikkelingen niet incidenteel, maar structureel en blijvend van aard blijken te zijn.


Recensie door Karel Van Dinter

Deze recensie verscheen op de website van het HVV.

Paul Scheffer, De vrijheid van de grens, De Bezige Bij, 2016

Links
mailto:karel.van.dinter@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be