Gevallen torens

boek vrijdag 11 januari 2008

Mark Schaevers

Herinner u de dagen voor het einde van het jaar 1999. Toen stond maar één mogelijk probleem centraal: de millenniumbug. Gedurende maanden informeerden de media ons over de mogelijke vreselijke gevolgen van de overgang naar het nieuwe millennium. Vliegtuigen zouden neerstorten, liften zouden blokkeren en andere elektronische toestellen zouden tilt slaan. Toen we op 1 januari 2000 wakker werden en vaststelden dat er niets verkeerd was gelopen, moesten we eens goed lachen omwille van onze collectieve naïviteit en ging het leven zorgeloos verder. Nog nooit lag de wereldwijde welvaart zo hoog, waren er zoveel democratieën en voelden zoveel mensen zich vrij en gelukkig. Tal van voormalige dictaturen, vooral in Centraal en Oost Europa stonden te trappelen om bij de Europese Unie te horen, in de Verenigde Staten zou de vice-president en milieuverdediger Al Gore het roer overnemen van de zo gewaardeerde Bill Clinton, en iedereen hoopte dat Vladimir Poetin het bij de democratische verkiezingen in de Russische Federatie op 26 maart 2000 zou halen van zijn communistische tegenstanders. In feite was het een fantastische tijd, vergelijkbaar met de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Niets kon mis gaan en sommige commentatoren hoopten dat de nieuwe eeuw zou afrekenen met de gruwelijkheden van de twintigste eeuw waarin extreem nationalisme, communisme en fascisme zoveel onheil hadden aangericht. Een nieuwe eeuw van vrede, welvaart en wereldburgerschap.

Nauwelijks enkele maanden later, op 11 september 2001 werd die droom aan diggelen geslagen. Met enkele doelgerichte aanslagen slaagden radicale moslims erin om onze zekerheden omver te gooien. Sindsdien is er maar één gezamenlijk gevoel dat miljoenen burgers in de ban houdt, en dat is ‘angst’. In die zin hebben de terroristen hun doel reeds bereikt. Zij wilden het geluk, de zelfgenoegzaamheid en de vermeende veiligheid van de westerse burgers zo sterk mogelijk aantasten, en daar zijn ze ook in geslaagd. Het centrale thema is nu de strijd tussen de eigen cultuur en de oprukkende islam, het geloof in vrijheid en veiligheid tegenover de angst voor de Ander, de verdediging van de Verlichtingswaarden en de moderniteit tegenover de traditie en de religie, het tribalisme tegenover de liberale grondrechten die we in het Westen al jaren hebben verworven. Over die mentale omkering verzamelde de Vlaamse journalist Mark Schaevers een reeks interviews met vooraanstaande intellectuelen en bundelde die in het boek Gevallen torens. Daarin brengt hij verslag van zijn ontmoetingen met vooraanstaande schrijvers, intellectuelen en politieke opinieleiders als Jonathan Safran Foer, Ian McEwan, Frits Bolkestein, Timothy Garton Ash, Ian Buruma, Amos Oz, Robert Fisk, Robert Kaplan, Hanif Kureishi, Roger Scruton, Hans Magnus Enzensberger, Leon De Winter, Ayaan Hirsi Ali, Joseph Stiglitz, David Grossman, Dyab Abou Jahjah, Dave Eggers en Valentino Achak Deng.

Het resultaat is een interessante stand van zaken, zowat vijf jaar na de aanslagen in de VS, waarbij twee torens vielen die symbool stonden voor het vooruitgangsgeloof en de superioriteit van het westerse denken. Mark Schaevers, journalist bij het Vlaamse weekblad Humo, is een scherpe interviewer die niet nalaat om zijn gesprekspartners te wijzen op hun innerlijke tegenstrijdigheden. Hij dwingt ze om tot de kern van de zaak te komen en tegelijk een blik voorbij de horizon te werpen. In elk geval maakt hij met zijn boek duidelijk dat de stelling van Francis Fukuyama over het liberalisme als het einde van de geschiedenis en de laatste mens, een vorm van zelfgenoegzaamheid was en aanleiding gaf tot een nieuwe vorm van dogmatisme, het marktfundamentalisme. Het is een tendens waar sommige van zijn gesprekspartners zich tegen keren, zoals Joseph Stiglitz die het absoluut geloof in de vrije markt gelijkstelt met een nieuwe vorm van religieus dogmatisme. Maar tal van denkers gaan nog veel verder en wijzen op ingrijpende evoluties die een gevaar betekenen voor onze vrijheid die we zo hard bevochten hebben. Ayaan Hirsi Ali, de enige vrouw in dit intellectueel hoogstaande gezelschap, verdedigt de Verlichtingswaarden en voert een moedige strijd voor de rechten van het individu binnen de moslimwereld. Frits Bolkestein keert zich dan weer tegen een verdere uitbreiding van de Europese Unie. Turkije kan er niet bij want dat zou Europa ontwrichten. In die zin verzet hij zich tegen een federaal Europa, maar een echt alternatief biedt hij niet. Daar had de interviewer hem feller moeten op aanspreken.

De toonaangevende historicus Timothy Garton Ash beklemtoont de onstuitbare opmars van het Oosten. China zal volgens hem een heel belangrijke plaats innemen in de komende jaren en decennia. Maar dat betekent niet dat we moeten ontwapenen, vooral niet op moreel vlak. ‘Juist als we geloven dat Europa op basis van zijn geschiedenis – de Holocaust, het totalitarisme – een aantal morele doelstellingen moet nastreven, heeft het meer militaire kracht nodig’, aldus Ash. En hij vervolgt heel slim dat Amerika meer zelfbeheersing zou kunnen gebruiken, en Europa wat meer zelfvertrouwen. Hij wijst op het streven naar vrijheid eerst in West Europa, nadien in Zuid Europa, en later in Centraal en Oost Europa. In die zin hebben de Europeanen zich de voorbije decennia bijna allemaal (de Balkan vormt een uitzondering) afgezet tegen elke vorm van totalitarisme. Harvard politicoloog Ian Buruma legt uit hoe moeilijk dit is. De vijanden van de open samenleving proberen ons angst in te pompen. Dat leidt er volgens Buruma toe dat nieuwe vormen van totalitarisme respectabel worden. ‘Het islamisme is een revolutionaire beweging binnen de islamitische wereld’, zegt hij. In die zin zorgde de aanslagen van 9/11 ervoor dat heel wat nieuwe terroristen werden geronseld. Tegelijk voeren westerse populistische politici een dubbelzinnige strategie die in feite in de kaart speelt van diegenen die terreur zaaien. ‘Om stemmen binnen te halen wordt er nu heel erg op de angstgevoelens van de bevolking gespeeld’, aldus Buruma. Daarnaast doet hij een bijzonder akelige voorspelling over China. Als het daar economisch misgaat dreigt het gevaar van een extreem nationalisme, en we weten in Europa tot welke drama’s dit kan leiden.

Het meest indringende interview is dat met Israëls bekendste schrijver Amos Oz naar aanleiding van zijn sublieme autobiografie Een verhaal van liefde en duisternis. Zijn antwoorden op de vragen van Schaevers zijn literaire pareltjes op zich. ‘Als fijn stof dringt de geschiedenis overal door, tot in de intiemste hoekjes van ons leven, tot in de slaapkamer, tot in de relaties tussen ouders en kinderen.’ Zijn persoonlijke geschiedenis is niet los te zien van de geschiedenis van zijn familie, het droeve lot van de Joden tijdens de vorige eeuw en het ontstaan van Israël. Hij benadrukt het belang van het bestaan van zijn land waardoor honderdduizenden mensen konden ontsnappen aan de Holocaust. Amos Oz laat zich in het conflict tussen Israël en Palestina regelmatig horen als een vredesduif. Iemand die beseft dat beide partijen zware concessies zullen moeten doen ten opzichte van hun aanspraken. Daarmee spoort hij met die andere grote schrijver David Grossman die in augustus 2006 een zoon verloor in de strijd tegen de Hezbollah in Libanon. Ondanks dit persoonlijke verlies blijft ook hij ijveren voor een vreedzame oplossing tussen de twee volkeren, alhoewel hij net als vele andere Israëli’s goed beseft dat tal van moslims, zoals de Iraanse premier Ahmadinejad, de Joden van de wereldkaart wil vegen. Die haat tegen de Joden is het duidelijkst in het interview met Dyab Abou Jahjah. Tussen de regels laat hij verstaan dat de ondergang van Israël een goede zaak zou zijn; iets wat bijna klinkt als een nieuwe versie van de Endlösung der Jüdenfrage.

Uiteraard heeft de oorlog in Irak een belangrijke plaats in ons tijdsgewricht en dus in dit boek. De meest scherpe uitspraken komen van de Britse journalist Robert Fisk die erop wijst dat de moslims na alles wat wij hun hebben aangedaan eigenlijk erg beheerst reageren. Dat lijkt wat wereldvreemd, maar zijn opmerking dat we in het Westen wel opschrikken van elke dode Amerikaanse of Britse soldaat, terwijl we onverschillig blijven voor de vele Irakese slachtoffers snijdt wel hout. Hij haalt ook zwaar uit naar president Bush die de angst van de Amerikanen handig weet te bespelen, ‘want hij heeft die angst zelfs nodig’. Wie de situatie in Irak volgt, begrijpt ook Fisks uitspraak dat de Iraakse gezinnen vandaag onder een grotere terreur leven dan in de tijd van Saddam Hoessein. Diametraal daartegenover staat de Amerikaanse journalist Robert Kaplan die het statuut van de ‘ingebedde’ journalisten verdedigt (waarbij ze onder controle van de militairen verslag uitbrengen van de oorlog). Hij blijft de invasie verdedigen en ziet zelfs veel vooruitgang, alhoewel zijn argumentatie niet overtuigt. Meer diepgaand is de visie van de Duitse filosoof Hans Magnus Enzensberger, al 77 jaar oud maar nog steeds scherp van geest, die zich goed bewust is van de universele islamitische agenda om ongelovigen te elimineren. Hij wil niet langer stilstaan bij de noodzaak om aan de oorlog in Irak te beginnen, maar haalt wel scherp uit naar de ‘uiterst domme, onvoorbereide, volslagen amateuristische manier’ waarop de afwikkeling nu gebeurt. Daarmee vertolt hij een gevoel dat leeft bij grote delen van de westerse bevolking.

Bijzonder scherp is dan weer de Nederlandse auteur van joodse afkomst Léon de Winter die duidelijk maakt dat de waanzin steeds op de loer ligt. We hebben het nog nooit zo goed gehad, maar dat is eigenlijk iets recents en hij heeft gelijk. Iets meer dan zestig jaar terug leefden we in Europa in de barbarij maar wie beseft dat nog? Daarom verdedigt hij ons samenlevingsmodel als superieur tegenover de Arabische. Dat we de huidige dreigende taal van moslims tegenover de westerse Verlichtingswaarden en Israël serieus moeten nemen, vloeit voort uit de wetenschap dat de radicale moslims over massavernietigingswapens kunnen beschikken. Het leidt tot de verpletterende conclusie dat de Joden, om te kunnen overleven, ‘nog bedrevener moordenaars (moeten) worden dan hun moordenaarsburen’. ‘Angst: dat ene woord lijkt het tijdsklimaat samen te vatten’, zo legt Schaevers de huidige wereldkramp voor aan Joseph Stiglitz. En die kan dat alleen maar bevestigen en met één concreet voorbeeld aangeven hoe idioot we met zijn allen bezig zijn: ‘Irak (…) slokt meer op dan we in de ganse wereld kunnen inzetten aan het bestrijden van de armoede’. Gevallen torens is een belangrijk boek. Beter dan tal van historische werken of hedendaagse analyses geeft het ons inzicht in het drama waar we sinds 11 september 2001 in verzeild raakten. Wat opvalt is dat geen enkele geïnterviewde echt weet hoe we deze voortrazende intolerantie tot staan kunnen brengen. Daarvoor is de angst voor de Ander bijzonder groot, misschien nog groter dan in het vermaledijde jaar 1933. Hoog tijd voor een wereldwijde bezinning, empathie en redelijkheid.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Mark Schaevers, Gevallen torens, Atlas, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be