Voor Vlaanderen, Volk en Führer

boek vrijdag 23 november 2012

Aline Sax

De collaboratie in Vlaanderen wordt vaak gelijkgesteld aan een stuk onverwerkt verleden. Getuige daarvan de opschudding die telkens weer veroorzaakt wordt door feiten die meer dan zeventig jaar aan de oppervlakte komen. Succes verzekerd voor de opiniepagina's in dag- en weekbladen wanneer blijkt dat bijvoorbeeld Willy Vandersteen, de geestelijke vader van Suske en Wiske tijdens de oorlog bij de collaboratiepers werkte en antisemitische cartoons maakte. Nagelt de ene hem aan de schandpaal, dan zal de andere gegarandeerd verzachtende omstandigheden inroepen (“Iedereen was in die tijd antisemitisch”) of de striptekenaar tot Vlaamse held uitroepen (“Hij heeft het voor Vlaanderen gedaan”). Wat was de persoonlijke motivatie van de Vlaamse collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog? Dat is de vraag die historica Aline Sax in haar boek Voor Vlaanderen, Volk en Führer wil beantwoorden. Door het bestuderen van repressiedossiers, brieven en dagboeken heeft ze gepoogd de ziel van de Vlaamse collaborateur bloot te leggen.

Dit brengt ons meteen bij de persoonlijke motieven die collaborateurs worden toegedicht. “Ze hebben het voor het door de Belgische staat onderdrukte Vlaanderen gedaan, iedereen was antisemitisch, hij/zij moest toch zijn/haar kinderen te eten kunnen geven.” Sax plaatst deze verontschuldigende redenen binnen de succesvolle poging van voormalige collaborateurs om opnieuw hun plaats in de maatschappij en politiek in te nemen. Die zijn erin geslaagd om de focus te verleggen van de collaboratie naar de repressie die na de oorlog heeft plaatsgevonden. Er wordt hierbij gefocust op de (in hun ogen) nietsontziende en veelal onterechte vervolging van vermeende collaborateurs door de Belgische overheid, diezelfde overheid die via de collaboratie werd bestreden. En zo is de verdediging wel heel sluitend: door collaboratie werd voor het door de Belgische staat onderdrukte Vlaanderen gestreden, een motivatie die bewezen wordt door de harde en meedogenloze repressie die nadien door de Belgische staat heeft plaatsgevonden. Sax merkt op dat wat in Vlaanderen 'repressie' heet, in Nederland als 'zuivering' aangeduid wordt. Feit is dat luttele jaren na het einde van de oorlog de slachtofferrol van de collaborateurs reeds een breed maatschappelijk en politiek draagvlak had in Vlaanderen.

In haar onderzoek focust Sax zich op collaborateurs die zich voor het gerecht hebben moeten verantwoorden. Los van de praktische moeilijkheden die het verwerven van privé dagboeken met zich meebrengt, kon ze hiervoor terugvallen op dossiers met getuigenissen, aangehaalde argumenten ter beschuldiging of verdediging, en persoonlijke documenten die aan het dossier werden toegevoegd. Op basis van deze dossiers begon Sax haar niet evidente zoektocht naar de 'motivatie' van de gewone collaborateur. Onderzoek heeft zich tot nu toe voornamelijk toegespitst op de uiterlijke vorm van collaboratie (militair, politiek, (typisch vrouwelijke) verklikking,...) en de houding ten aanzien van de bezetter. Wat de individuele man in de straat nu werkelijk dreef bij zijn collaboratie was tot nog toe niet onderzocht. Sax is daarbij op zoek gegaan naar de motieven die werden aangehaald door de beschuldigden zelf, alsook de getuigenissen die werden afgelegd en het bewijsmateriaal dat werd verzameld. Uit de steekproef bleek dat er een ruim gamma aan motieven bestond: nieuwe-orde gezindheid, geopolitieke aspiraties (bijvoorbeeld aanhechting bij Duitsland), materiële voordelen, avonturisme, wraak, ontsnapping aan tewerkstelling of vervolging, enzovoort.

Sax komt tot drie categorieën motivaties: maatschappelijke bekommernis, eigenbelang en een restcategorie met daarin onder andere familiale dwang, drang om uit te breken en machtsgevoelens. Deze indeling leidt uiteindelijk tot een nieuwe indeling van de Vlaamse collaborateur. De eerste categorie is de ideologisch gemotiveerde collaborateur. Deze vinden we binnen alle lagen van de bevolking, alsook binnen alle collaboratievormen. Ten tweede zijn er de collaborateurs met persoonlijke en ideologische motieven. De ideologie is reeds aanwezig, maar deze wordt probleemoplossend gebruikt. Dat betekent dat ze hun ideologische overtuigingen pas in de praktijk brengen wanneer ze persoonlijke problemen hebben. Zo kan men gaan werken bij een collaborerende organisatie omdat men geen werk meer heeft. Tot slot zijn er de collaborateurs met louter persoonlijke motieven. In deze dossiers zijn absoluut geen sporen van de betreffende ideologische overtuiging te vinden. Ook getuigen bevestigen hier dat enkel persoonlijke motieven hen tot collaboratie heeft gedreven en dat de persoon in kwestie geenszins sympathie toonde met de bezetter (vaak integendeel zelfs).

Van grote waarde is het laatste deel van Sax’ analyse. Hierbij laat ze door middel van brieven en andere persoonlijke geschriften, de vervolgde collaborateurs zelf aan het woord. Hieruit blijkt dat een overgroot deel (twee derde van de onderzochte populatie) enkel ideologische motieven had. Een gesloten netwerk maakte het bijna onmogelijk om, eenmaal collaborerend, van positie te veranderen. Ook werd vooral met Duitsland gesympathiseerd, Hitler werd vereerd en enkel de in het buitenland dienende Vlamingen houden een (matig) Vlaamsgezind betoog. Wat vooral naar voren komt uit de geschreven documenten is de offerbereidheid van de schrijvers voor de strijd en de eeuwige trouw aan de Führer.

Het boek heeft de grote verdienste verder te kijken dan het uiterlijke gedrag van de Vlaamse collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De niet evidente opgave te peilen naar de motivatie van mensen op basis van geschreven documenten is met een bijzondere gedetailleerdheid en nauwkeurigheid uitgevoerd. De verschillen qua leeftijd, geslacht en sociaal economische klasse vormen de rode draad doorheen de verschillende categorieën. Het is van groot belang voor het toekomstige debat dat we nu weten dat de Vlaamse collaborateur niet wakker lag van de Vlaamse zaak. Deze laatste kwestie was vooral een strijd die op het hoogste niveau van de Vlaams collaborerende verenigingen werd gevoerd. De gewone man lag daar echter niet wakker van. Zijn trouw en bezorgdheid ging naar Duitsland en Hitler. Het overgrote deel heeft niet gecollaboreerd vanuit uitsluitend persoonlijke motieven. Het werd dus zelden gedaan enkel en alleen omdat hongerige buiken gevuld moesten worden.

Kortom, dit boek biedt antwoord op prangende vragen en zet enkele decennia oude onjuistheden recht. Laten we hopen dat dit onderzoek een aanzet is voor soortgelijk onderzoek in Wallonië en andere Europese landen zodat de mist omtrent collaboratie kan verdwijnen. Daar zou de tijd na zeventig jaar toch stilaan rijp voor moeten zijn.


Recensie door Kristof Van Alboom

Aline Sax, Voor Vlaanderen, Volk en Führer, Uitgeverij Manteau, 2012

Links
mailto:kristofvanalboom@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be