De waarde van het leven

boek vrijdag 02 april 2004

Fernando Savater

Wat Jostein Gaarder doet voor kinderen doet de Spaanse filosoof Fernando Savater voor volwassenen. Beide leggen ze in een begrijpbare taal de meest complexe filosofische ideeën uit. De eerste deed dat in zijn boek De wereld van Sofie, de tweede doet dat nu met zijn nieuwste werkstuk De vragen van het leven. Wie zo een titel durft te gebruiken stelt hoge verwachtingen maar de auteur slaagt er moeiteloos in om de lezer in te wijden in de ogenschijnlijk meest belangwekkende en betrekkelijke levensvragen die de mens zich stelt. Zo probeert hij een antwoord te geven op de vraag naar de zin van het leven, op de logica van de dood, de relativiteit van de rede, de geestdrift voor taal en de oorsprong van het universum. Wat is de ‘ik’ die mij zo bekend voorkomt? Wat betekent het om in de wereld te bestaan? Wat is tijd? Wat is vrijheid? Wat betekent de dood voor het leven?

Het boek leest als een betoverende roman, maar dan met de spankracht van een goede thriller. Regelmatig verwijst de auteur naar uitspraken van de grote filosofen uit de geschiedenis over de betekenis van goed en kwaad, twijfel en waarheid, heden en verleden. Fernando Savater zoekt daarvoor inspiratie bij de Oude Grieken, de inspirators van de Renaissance en de Verlichting, maar ook bij denkers uit de voorbij eeuw als Ludwig Wittgenstein, Karl Popper en Jean Paul Sartre. Onrechtstreeks raakt hij met zijn bespiegelingen hedendaagse politiek-filosofische kwesties aan zoals over de waarde van ons milieu, de grenzen van de vrijheid, de notie verantwoordelijkheid, de relatie tussen individu en samenleving en het belang van naastenliefde. In één deeltje gaat hij zelfs dieper in op de politiek als mensenwerk en de ambigue verhouding tussen ‘het sociaal contract’ en ‘de onzichtbare hand’. Daarmee vormt zijn boek ook een inspiratiebron voor al wie begaan is met de inrichting van de samenleving.

De mens is een dier dat vragen stelt. En de antwoorden zoekt hij in de wetenschap en in de filosofie. Sommige filosofische vragen kregen in de loop der tijden een wetenschappelijke oplossing zoals de beweging van de hemellichamen maar wetenschappelijke vraagstukken kunnen ook leiden tot nieuwe filosofische twijfels. Een voorbeeld van dat laatste is de ganse ethisch-filosofische kwestie rond het klonen van mensen. In elk geval speelt de filosofie een belangrijke rol, al was het maar als steentje in de schoen bij al wie meent de waarheid in pacht te hebben. Hiermee sluit de auteur zich aan bij het Popperiaanse denken dat zich afzet tegen absolute waarheden maar veeleer gelooft in een voortdurend kritisch onderzoek van bestaande hypotheses. “Iets aannemen alleen maar omdat anderen het me gezegd hebben, is niet erg verstandig”, aldus Savater. Noch willen we terugkeren naar het principe van het ‘godsoordeel’ uit de Middeleeuwen waarbij twee personen elkaar te lijf gingen en waarbij verondersteld werd dat de winnaar van het gevecht in het bezit van de waarheid was.

Toch verwerpt Fernando Savater de stelling van relativisten dat er zoveel waarheden bestaan als culturen en zelfs als individuen. Wie dat tegenspreekt is volgens relativisten egocentrisch of zelfs etnocentrisch. Daarmee stellen ze meteen dat er geen universele waarden bestaan. Maar Savater toont aan de hand van diverse voorbeelden dat vindingen in bepaalde culturen wel degelijk gelden voor de rest van de wereld (denk aan de zwaartekracht aangetoond door Newton en de heilzame werking van kinine uitgevonden door Peruaanse Indianen). Wat hij alvast universeel acht is de menselijke rede en dat dus niemand kan uitgesloten worden van de uitwisseling van ideeën. Iedereen is geboren ‘met het vermogen om te denken en dus ook met het politieke recht om te interveniëren in het bestuur van de gemeenschap waarvan wij deel uitmaken’. Dat is democratie maar dat betekent juist dat niet alle meningen gelijk kunnen zijn. In een democratische samenleving moet een hiërarchie van ideeën kunnen bestaan. Het ‘hebben’ van een mening is niet hetzelfde als het ‘hebben’ van een bepaald bezit dat men niet mag afnemen. Dat doet de auteur besluiten dat ‘meningen die de beste argumenten aan hun zijde hebben en die de vuurproef van het debat en eventuele tegenwerpingen het best doorstaan, zijn geldiger dan andere’.

De rede loopt als een houvast doorheen het betoog van de auteur. De rede maakt dat de mens geen dier is maar tegelijk ook geen god. Dat laatste inzicht is belangrijk en plaatst de mens weer met beide voeten op de grond. Het doorbreekt de gedachte van de ‘uitzonderlijkheid’ van de mens waarvoor steeds theologische gronden werden gezocht. Wetenschappers als Galileo, Darwin en Freud hebben dat beeld doorbroken. Wat mensen anders maakt dan dieren is niet hun vermeende goddelijkheid maar wel hun vermogen om affectieve banden te onderhouden met hun verwanten en zelfs relaties met afwezigen. Een ander kenmerk is de ‘taal’ die bij dieren in de vorm van klanken hooguit gebruikt wordt om te zeggen wat ‘moet’ gezegd worden – zoals het waarschuwen voor gevaar - terwijl mensen ze kunnen gebruiken om te zeggen wat men ‘wil’ zeggen. Het meest specifieke kenmerk van het mens-zijn is voor de auteur dan ook het delen van het bezit van een taal.

Belangrijk voor de morele grondslag van een samenleving zijn de beschouwingen van de auteur over de relatie tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Vrijheid is niet alleen een soort beloning maar tevens een last in de zin van een verantwoordelijkheid. Hiermee sluit de auteur aan bij de Kantiaanse gedachte Du kannst, denn Du sollst. Je kunt ethisch handelen, want het is je plicht. Het is een universele zedelijke wet die je als mens verplicht te doen wat je hoort te doen. Hiermee koppelt Kant de autonomie van het individu aan een plicht tegenover anderen. Savater gaat zelfs verder en ziet verantwoordelijkheid als grondslag voor de eis tot vrijheid. “Vrij zijn is rekenschap afleggen voor onze daden, en dat doet men altijd tegenover anderen”, aldus de auteur, die hiermee afstand neemt van diegenen die de vrijheid als absoluut aanzien.

Interessant is ook zijn visie op het begrip ‘natuur’ in verhouding tot het politiek gebruik ervan rond milieubescherming. Radicale milieubeschermers slaan immers de ‘onvervreemdbare rechten van de Natuur’ hoger aan dan de belangen van (roofzuchtige) mens. Het begrip ‘natuur’ wordt vaak beschouwd als de oer-toestand waarin zaken voorkomen ‘zoals het hoort’ of als het ‘ideaal’. Dit klopt niet. Het is niet zo dat wat van nature goed is datgene is wat toestaat dat het bestaande blijft, en wat slecht is datgene wat hindernissen opwerpt en het bestaande vernietigt. Het ‘natuurlijke’ is niet sowieso beter als het ‘kunstmatige’ of het ‘culturele’. Medicijnen en centrale verwarming zijn kunstmatig én noodzakelijk voor het overleven. Heel wat kunstmatige dingen zijn beter dan het natuurlijke omdat ze de mens beschermen tegen de natuur. Deze zienswijze is belangrijk in actuele discussies rond genetische manipulatie, de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en de exploitatie van ‘natuurlijke’ grondstoffen ten bate van de mens. De auteur stelt terecht dat in de natuur onverschilligheid heerst en in cultuur de waarde. Hij citeert dan ook met instemming de filosoof Hans Jonas die stelde: “Handel op zodanige wijze dat de effecten van jouw daden verenigbaar zijn met het voortbestaan van authentiek menselijk leven op aarde.” Onduidelijk is hier het woord ‘authentiek’. Maar in essentie keert Savater zich ‘een overtuiging die vijandig staat tegenover een massale verspreiding van wat voorheen uitsluitend het culturele voorrecht van enkele geprivilegieerden was’.

‘Samen leven’ vormt een van de essentiële onderdelen van dit boek. En ook hier neemt de auteur eigenzinnige standpunten in. Zo wijst hij erop dat niet confrontaties tussen individuen problematisch zijn maar wel de collectieve conflicten waarbij ‘groepen gedisciplineerde en gehoorzame mensen die tot de overtuiging zijn gebracht dat hun gemeenschappelijk belang afhangt van een strijd tegen bepaalde vreemde tegenstanders die hen willen vernietigen’. Mensen worden dus niet gewelddadig om ‘asociale’ redenen maar juist uit een overmaat aan ‘sociaalheid’. Dit hebben we in de vorige eeuw voldoende vastgesteld onder het communisme en het fascisme, maar thans ook onder diverse vormen van religieus fanatisme. Waarbij die ‘sociaalheid’ eigenlijk een vorm van conformiteit betreft met de opgelegde groepsidentiteit. Juist daarom is de democratie verkiesbaar. Omdat die gebaseerd is op de autonomie van elke burger en steeds opnieuw in confrontatie staat met de autonomie van andere burgers en zich niet moet onderwerpen aan goden, tradities of partijtucht.

Voor Fernando Savater staat het autonome individu centraal. Daarmee keert hij zich ook tegen elke vorm van ethnicisme of nationalisme. Of tegen de door cultuurrelativisten zo geprezen waarde van de ‘culturele identiteit’ van volkeren die we zouden moeten beschermen. Hij hoopt dat de ‘culturele identiteit’ over vijftig of honderd jaar ‘met hetzelfde vijandige wantrouwen bezien zal worden als waarmee nu de meeste van ons toespelingen op huidskleur wantrouwen’. Hij verwerpt nationalisme en de verheerlijking van het thuishoren en plaatst - in navolging van Kant - de wereld als ons enige werkelijke ‘vaderland’. “Bomen hebben wortels, maar mensen hebben benen waarmee ze de stupiditeit van prikkeldraadgrenzen kunnen oversteken, waarmee ze de rest van de mensheid kunnen bezoeken en er een tijd als gast kunnen wonen”, aldus George Steiner. Een dergelijke houding staat in schril contrast met de argwaan waarmee mensen hun ‘vreemde’ medemensen aanschouwen. Alhoewel de auteur nergens blijk geeft van een specifieke politieke gezindheid benadert hij hiermee het liberale ideaalbeeld van de wereldburger die beschikt over onvervreemdbare rechten.

Wat de auteur nadien bespreekt lijkt in het licht van het voorgaande een detail. Zo heeft hij het over de waarde van schoonheid en het belang van kunst. Maar zo onbelangrijk is dit niet. Zo toont hij overtuigend aan dat kunst een soort signaalfunctie heeft. En dat kunstwerken doorgaans uniek zijn en derhalve niet zouden bestaan moest de kunstenaar niet hebben geleefd of vroegtijdig gestorven zou zijn. Hij wijst op de Zauberflöte van Mozart. Het is een intrigerende gedachte want Mozart stierf reeds op 35-jarige leeftijd. Wie weet welke muzikale pareltjes hij nog had gecomponeerd indien hij tien of twintig jaar langer had geleefd? Hiermee geeft de auteur nogmaals aan hoe relatief tijd en ruimte zijn waarin we ons bewegen.

Fernando Savater geeft ons een beeld van de menselijke drijfveren achter het scherm van de dagdagelijkse conventies. Hij geeft ons een inzicht in de menselijke natuur die zo vaak botst met de natuurtoestand die milieuadepten aanhangen enerzijds en met de planningsdrift van al wie de mens ziet als een middel en niet als een doel op zich. Met De vragen van het leven houdt Fernando Savater de lezer een spiegel voor die veel klaarder is dan al wat hij over zichzelf en zijn medemensen kan lezen en zien in de clichématige teksten en in programma’s in kranten, weekbladen en op televisie. Dit boek is het ideale geschenk voor al wie zijn medemens iets waardevol wil schenken.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Fernando Savater, De waarde van het leven, Bijleveld, 2004

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be