De waarde van opvoeden

boek vrijdag 11 oktober 2002

Fernando Savater

Fernando Savater is een van de meest gelezen filosofen van onze tijd. Hij schrijft voornamelijk over ethische kwesties. Zo maakte hij naam met zijn boek Het goede leven. Ethiek voor mensen van morgen. Een van zijn meest opvallende werken is evenwel De waarde van opvoeden. Filosofie over onderwijs en ouderschap. Van bij de inleiding neemt hij daarbij een duidelijk standpunt in: "Voorop staat dat ik van alle werkende mensen de leraren - de schooljuffen, schoolmeesters, ja alle docenten - beschouw als de meest noodzakelijke, de meest heldhaftige, de meest grootmoedige en de meest beschavende van allen die zich dagelijks inspannen om in de behoeften van een democratische samenleving te voorzien." Het klinkt wat pathetisch maar doorheen de tekst voel je dat Savater dit ook echt meent. Op die manier is het boek dan ook een oproep aan de bewindslieden, onderwijzers en ouders om meer dan ooit aandacht te besteden aan onderwijs en opvoeding.

Savater acht het spijtig dat het beroep van onderwijzer in de loop van de voorbije decennia minder maatschappelijke waardering krijgt. Hij haal dan ook uit naar de minachtende onderwaardering van de maatschappelijke functie die leraren en docenten vervullen. Daartegenover staat dan weer dat de burgers vaak overdreven verwachtingen koesteren over de rol van de scholen in de strijd tegen culturele kwalen en tekortkomingen. "Zodra zaken als jeugdcriminaliteit, drugsverslaving, de neergang van het lezen, de toename van racisme te sprake komen, dan wordt onmiddellijk - uiteraard niet helemaal zonder reden - gewezen naar het falen van de school. En dan vooral naar de basisschool, want velen schijnen te denken dat die het geschikte strijdperk is waar dit soort kwalen in de kiem gesmoord zouden moeten worden aangezien ze later vrijwel onmogelijk uit te bannen zijn." Hij wijst er op dat het probleem van het onderwijs niet louter een kwestie is van falen van een bepaald percentage leerlingen, hoe groot hun aantal ook mag zijn, noch tot de vaststelling dat scholen de helder omschreven opdrachten die de gemeenschap hun ooit toevertrouwde niet naar behoren vervullen. Veel fundamenteler is volgens hem het feit dat "het onderwijs kampt met een veel onheilspellender probleem : de vervaging en onderlinge tegenstrijdigheid van de eisen die wij er tegenwoordig zelf aan stellen."

Zo verwachten heel wat ouders dat de school van hun kinderen als vanzelfsprekend modelburgers zal maken. Ze leggen quasi alle verantwoordelijkheid bij de school en niet langer bij henzelf, namelijk de opvoeding thuis door de ouders. Savater ontwaart hierin de trend naar individualisering en het afbrokkelen van de sociale cohesie in de samenleving. Ouders moeten in hun opvoedingstaak van de kinderen opnieuw het 'samen-leven' centraal stellen. "De mogelijkheid van de mens om menselijk te zijn, wordt pas werkelijk volbracht met behulp van anderen, met behulp van naasten, dat wil zeggen met behulp van degenen op wie het kind uit alle macht probeert te lijken (...) Mens-zijn behelst met andere woorden de roeping datgene wat men zelf weet met iedereen te delen, door alle nieuwkomers in de groep alles te leren wat zij moeten weten om sociaal volwaardig te kunnen worden."

Het aanleren en verdiepen van sociale vaardigheden is ook voor het onderwijs van uitzonderlijk belang en hoeft niet tegengesteld te zijn aan de persoonlijke ontwikkeling van elk individu. "Het is juist door middel van opvoeding en onderwijs (waaraan het kind zich niet alleen onderwerpt, maar waartegen het ook in opstand kan komen en juist daardoor zoekt naar nieuwe wegen) dat het kind in staat wordt gesteld zijn eigen persoonlijke en unieke identiteit te smeden." Savater treedt zelfs buiten het gezin en het onderwijs als elementen van 'leren'. Eigenlijk is dit een zaak van alle mensen. "Wat immers typisch is voor de mens, is niet zozeer het leren op zich, als wel het leren van andere mensen, het door medemensen worden onderwezen. Onze leermeester is niet de wereld, niet de som der dingen of natuurverschijnselen, en zelfs niet het geheel van technieken en rituelen dat wij 'cultuur' noemen. Onze ware leermeester schuilt in de persoonlijk doorvoelde band met het bewustzijn van anderen." Alleen door opvoeding, onderwijs en sociaal contact zijn wij in staat ons volledig als homo sapiens te ontplooien, aldus Savater.

Onderwijs en opvoeding bieden volgens hem de twee oer-ontdekkingen die de deur naar het eigen leven van elke mens openen. Die twee oer-ontdekkingen zijn de ontdekking van de samenleving en de ontdekking van de tijd. "Hij zal leren dat velen al dood en verdwenen zijn, en dat desalniettemin hun ontdekkingen, hun strevingen en hun worstelingen hem nog altijd tot levensles kunnen dienen. En evenzeer zal hij leren dat andere gelijken nog niet geboren zijn en dat hem toch de taak toevalt ook met hen rekening te houden bij het handhaven, ontwikkelen of vernieuwen van de bestaande toestand in de wereld." Deze tekst geeft mijn inziens de essentiŽle taak van politici weer, enerzijds als behoeders van verworven rechten en vrijheden, anderzijds als motoren voor maatschappelijke veranderingen die noodzakelijk zijn voor de welvaart en het welzijn van zij die nog komen moeten. In die zin heb ik al meermaals gewezen op het feit dat de huidige generatie veertigers in het parlement en in de regering eigenlijk op een scharniermoment zit waarbij ze zowel zorg moeten dragen voor hun ouders als oog moeten hebben voor hun kinderen.

In een volgend hoofdstuk hamert Savater opnieuw op de noodzakelijke verstrengeling van opvoeding en opleiding "Men kan immers niet opvoeden zonder te onderwijzen, noch is het omgekeerde mogelijk. Hoe moeten ooit morele of maatschappelijke waarden worden overgedragen zonder een beroep te doen op historisch inzicht, zonder te wijzen op de geldende wetten en de heersende staatsinrichting, zonder over andere culturen en andere landen te spreken, zonder tenminste op elementair niveau stil te staan bij de menselijke psychologie en fysiologie, en zonder te wijzen naar althans enkele filosofische ideeŽn?" De opvoeding begint vanaf de geboorte en vooral de eerste jaren binnen het gezinsverband zijn daarbij essntieel. "Lang voor zij met hun onderwijzers in contact komen, hebben zij al van huis uit en door hun sociale omgeving een grondige ervaring met educatieve processen gekregen. En die ervaring zal bepalend - zij het niet beslissend - blijven gedurende het grootste deel van de tijd die kinderen op het basisonderwijs doorbrengen. Het gaat erom dat fundamentele bekwaamheden doorkinderen worden geleerd in het gezin." Savater denkt hierbij aan spreken, zich aankleden, respect voor ouderen, jongeren beschermen, voedsel delen, onderscheid maken tussen goed en kwaad, enzovoort. "Daardoor heeft datgene wat men in het gezin leert een onuitwisbare overtuigingskracht, die in gunstige gevallen zorgt voor achtenswaardige en duurzame morele principes, maar in ongunstige gevallen resulteert in moeilijk uit te roeien vooroordelen. En het spreekt voor zich dat in de meeste gevallen principes en vooroordelen zodanig met elkaar vermengd raken dat ook de betrokkene zelf zijn gehele leven lang moeite zal hebben ze te ontwarren."

De verantwoordelijkheid van de ouders is volgens Savater dan ook enorm groot. "In de gehele westerse wereld voelen ouders en anderen met kinderen onder hun hoede steeds vaker moedeloosheid of ontreddering tegenover de taak om de minimale richtsnoeren van het sociaal bewustzijn bij de nieuwe generatie te vormen. Steeds vaker ook leggen zij deze taak in handen van onderwijzers - en vervolgens voelen zij evenzeer ergernis over de fouten die scholen maken op dit gebied als heimelijke schuld over het feit dat zij zelf hun eigen plicht ontlopen." Het is trouwens opvallend dat hoe minder de ouders zelf daadwerkelijk bezig zijn met de opvoeding van hun kinderen des te meer paternalistische maatregelen eisen van de overheid. Zij willen dat de overheid tegen hun eigen kinderen die steeds later uitgaan met druggebruik, tegen verkeersongevallen en concentratieverlies vandien. De ouders kijken dan niet naar hun taak maar vragen van de overheid meer regels, controles en camera's.

En wat moeten kinderen dan aanleren in het onderwijs? Savater pleit alvast niet voor een traditionele vorm van kennisoverdracht maar van een vorming van kinderen tot kritische persoonlijkheden. "Dit is meteen een van de belangrijkste vraagstukken in modern onderwijs: het wekken bij het kind van een zekere wetenschappelijke scepsis en een zeker wantrouwen tegenover traditionele opvattingen, bij wijze van antidogmatische methode om met een minimum aan vooroordelen tot een maximum aan kennis te komen. En deze enorme taak moet niet alleen verricht worden ter vervanging van de socialisatie van het gezin, maar ook in concurrentie met de - hypnotiserende en a-kritische - socialisatie die de leerlingen dag in dag uit ondergaan door de televisie." Savater hecht ook veel belang aan het ethische aspect en de noodzaak aan pluralisme in het onderwijs. "Het is duidelijk niet waar dat pluralisme in een samenleving wil zeggen dat elke ethiek gelijkwaardig is. Wat iedereen zelf bezit, is een moreel besef, en dat is wel persoonlijk en onoverdraagbaar. Maar wat morele waarden aangaat, kan glashelder worden beargumenteerd dat sommige beter zijn dan andere - te beginnen met het pluralisme zelf, dat diversiteit toestaat en waardeert."

Deze stelling is van belang in de huidige discussie over het onderwijs in Vlaanderen en vooral tussen het vrij en gemeenschapsonderwijs. "Natuurlijk, ook religieuze mensen hebben ethische belangstelling, terwijl niet iedereen die belang aan ethiek hecht ook religieuze belangstelling hoeft te hebben. Ethiek en godsdienst zijn zeker geen alternatieven, maar in opvoeding en onderwijs dienen ze de leerlingen als voorbeeld van het verschil tussen enerzijds rationele beginselen die we allemaal kunnen doorgronden en delen (en natuurlijk bekritiseren!) en anderzijds leerstellingen die zeer respectabel zijn maar waarvan het mysterie slechts door een bepaalde groep als geldig wordt aanvaard." Maar deze stelling betekent niet dat scholen geen godsdienstonderwijs zouden mogen geven. "Uiteraard betreft dit een privťkeuze van iedereen. Deze keuze mag de overheid op geen enkele manier verhinderen, maar zij mag evenmin van de burgers eisen dat die het bekostigen. In een pluriforme democratie bestaat vrijheid van godsdienstonderwijs, maar de vrijheid en verscheidenheid ervan is gebaat bij een volstrekte afzijdigheid van de staat. Misschien is het aan te bevelen op scholen een vak te geven waarin de geschiedenis van godsdiensten, symbolen en mythologieŽn wordt behandeld, zo men wil met bijzondere aandacht voor de Grieks-Romeins-Joods-Christelijke traditie die zo belangrijk is om onze Europese cultuur te begrijpen. Maar dit vak moet niet voorschrijven maar beschrijven: het dient geen gelovigen te vormen maar leerlingen te informeren."

Vervolgens heeft Savater het over onderwijs en vrijheid. Dit is van belang omdat het aanleunt bij het liberale idee dat kennis een essentiŽle voorwaarde is voor vrijheid. En dat we ons bijgevolg moeten inzetten voor gratis onderwijs, levenslang leren, democratiseren van het onderwijs en tegen elke vorm van numerus clausus. "Vrij zijn is zich bevrijden: van onze onwetendheid, van onze gedetermineerdheid - geboetseerd door onze genen en onze sociale omgeving -, van de instinctieve lusten en driften die wij leren te beheersen in het praktijk van het samen leven (...) Vrijheid is de verovering van de autonomie door middel van onderwijs en opvoeding die ons wennen aan het maken van keuzes en het zoeken naar vernieuwingen die alleen mogelijk zijn in de gemeenschap." Uiteindelijk is het niet de onderwijzer en niet de opvoeder die bestudeert hoe de 'kern' van het kind tot rijpheid komt. "Het is juist het kind dat moet studeren, en het is het kind dat moet leren van het goede voorbeeld van onderwijzers en opvoeders op hem overdragen. Natuurlijk dient de leraar de bijzondere eigenschappen en specifieke aanleg van elk kind zo goed mogelijk te begrijpen om het op de beste manier te kunnen onderwijzen (...) Zelfstandigheid, sociale vaardigheden, intellectuele discipline, vrijwel alles wat het kind zal maken tot een gerijpt mens, is niet zomaar aanwezig in de leerling, maar moeten hem worden voorgelegd - en in zekere zin opgelegd - als een model om aan te leren."

Verder heeft Savater het over de noodzaak van discipline, spelend leren, lerend spelen, en andere facetten van het onderwijs. Belangrijk is daarin natuurlijk de taak van de onderwijzer zelf. "Een leraar put voor zijn onderwijs niet uitsluitend, en zelfs misschien niet hoofdzakelijk, uit zijn wetenschappelijke kennis, maar uit zijn overredingskunst. Die kunst - en kunde - heeft alles te maken met het overwicht dat hij op zijn toehoorders heeft. De ware onderwijzer dient het vermogen te bezitten om te verleiden zonder te hypnotiseren, om te fascineren zonder te begoochelen. Hoe vaak ontwaakt de roeping van een leerling niet eerder uit gehechtheid aan de leraar dan uit liefde voor het onderwerp dat deze onderwijst!" Daarbij zet hij zich af tegen de houding van sommige onderwijzers die zich weinig aantrekken van de kritische persoonlijkheidsvorming van de kinderen. "Zonder al het voorgaande te bagatelliseren, meen ik dat de hoofdoorzaak van de ondoelmatigheid van het onderwijs de pedagogische pedanterie is (...) Pedanterie is de houding die wil overbluffen of eerbiedige gedweeheid wil inblazen, in plaats van wil verhelderen, wil informeren, of zelfs tot onderzoek wil aanmoedigen."

Tenslotte gaat Savater in op de verhouding tussen onderwijs, democratie en universaliteit. Veel kinderen slagen (of slagen niet) dank zij (of omwille van) externe factoren. "Desalnietemin valt niet te ontkennen dat de belangrijkste erfenis die wij van onze ouders meekrijgen de sociale omstandigheden zijn waarin wij opgroeien. En deze omstandigheden beginnen bij onze ouders zelf. Hun aanwezigheid (of afwezigheid), hun zorgzaamheid (of zorgeloosheid), hun culturele niveau, en hun slechte of goede voorbeeld vormen opvoedkundig en educatief gezien een veel relevantere erfenis dan de biologische bouwstenen waaruit wij zijn samengesteld. Het universele streven van democratisch onderwijs begint derhalve met het aanvullen van tekortkomingen van de huiselijke en sociale omgeving waarin ieder mens toevallig geboren is, en niet met het keuren daarvan als voorwendsel voor mogelijke uitsluiting (Ö) Het democratische systeem dient zorg te dragen voor het onderwijs aan beginnende burgers juist om zich te verzekeren van de continuÔteit en uitvoerbaarheid van de vrijheden die dit systeem eigen zijn. Dat wil zeggen: de leerplicht is een vorm van zelfbehoud. Wij onderwijzen uit zelfverdediging."

De democratisering van het onderwijs is en blijft een permanente aktie. Het is het meest efficiŽnte middel om kinderen, van welke sociale klasse dan ook, de kans te geven hun talenten te ontplooien en een plaats te verwerven in de samenleving in functie van hun capaciteiten. Daarom is het de plicht van de overheid om te zorgen voor onderwijs voor iedereen. "Het is overigens logisch en wenselijk dat de overheidsmiddelen die voor het onderwijs bestemd zijn, grotendeels voor het openbaar onderwijs worden gereserveerd, met het doel om die de hoogst mogelijke kwaliteit en het meest inspirerende pluralisme te verlenen." Een prachtig boek dat elke politicus, leraar en ouder zou moeten lezen.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Fernando Savater, De waarde van opvoeden. Filosofie over onderwijs en ouderschap, Bijleveld, 2000.

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be