Lof der Godloosheid

boek vrijdag 18 februari 2011

Fernando Savater

Waarom geloven mensen in God? Waarom onderwerpen ze zich aan collectieve religiositeit? En hoe kan het toch dat het geloof in hogere machten, in het hiernamaals, in spirituele verheffing, steevast uitmondt in religieuze dwang, dogma’s en godsdienstoorlogen? Over deze vragen die tegenwoordig opnieuw aan actualiteit winnen, probeert de Spaanse filosoof Fernando Savater een antwoord te formuleren in zijn nieuwste boek Lof der Goddeloosheid. Daarin stelt hij dat juist de angst van de mens voor de dood hem zo gemakkelijk kan verleiden tot een geloof in een eeuwig leven. In die zin is elke vorm van twijfel over het bestaan van een God een impliciete erkenning dat ons bestaan eindig is. Vandaar ook de ondertitel Kleine filosofie van ongeloof en twijfel dat beter overeenstemt met de inhoud van het boek. De twijfel, of beter gezegd het scepticisme, is volgens de auteur een betere levenshouding dan een absoluut geloof maar draait bij hem niet uit in de postmodernistische opvattingen die de waarheid afwijzen of geringschatten. Er bestaan waarheden, maar die hebben niets van doen met de verhalen die de grote geopenbaarde godsdiensten ons opdissen. In die zin betekent geloven volgens Savater weinig minder ‘dan aannemen dat iets waar is, zonder dat er een relatie is met de werkelijkheid’.

Nu zijn er ook mensen die ‘geloven’ vanuit een vorm van opportunisme. Hierbij verwijst Savater naar de beruchte ‘gok’ van de Franse filosoof Blaise Pascal in zijn beroemde werk Pensées waarbij het veiliger is om in God te geloven dan dat men dat niet doet. ‘Als deze namelijk bestaat, is de winst voor de gelovige oneindig. Bestaat God niet, dan verliest men niets’. En er zijn er nog veel meer die het geloof via hun ouders en de samenleving als geheel als een soort gewoonte hebben overgenomen; op een aantal belangrijke momenten in het leven vallen ze terug op een bovennatuurlijke kracht die dan in staat zou zijn om aan onze diepste wensen en verlangens tegemoet te komen. Nochtans beseffen velen dat dit wetenschappelijk geen steek houdt, maar men aanvaardt het als een traditie. Ten slotte zijn er natuurlijk de echte gelovigen die blijven zwaaien met de meest monsterlijke straffen voor al wie niet gelooft of kritiek durft te uiten op wat er in de ‘heilige’ boeken staat. Hier keert Savater zich tegen. ‘Geen enkele overtuiging – religieus, politiek, filosofisch – mag immers ooit gevrijwaard worden van de meest respectloze nieuwsgierigheid en kritische ondervraging’, als is het maar om de menselijke angst voor de bestraffing in het hiernamaals die gepaard gaat met elk geloof, te rationaliseren en weg te nemen.

Discussiëren over God met gelovigen is steeds een moeilijke zaak. Ze geloven immers in de schepping, de geboorte van een kind uit een onbevlekte (maagdelijke) vrouw, het volbrengen van wonderen, de heropstanding uit de dood, de hel, het hiernamaals en de hemel. Katholieken zijn er van overtuigd dat tijdens de Consecratie het brood wordt omgezet in het werkelijke Lichaam van Christus. Orthodoxe geestelijken verklaren dat dit behoort tot een van de ondoorgrondelijke mysteries van de goddelijke wil. God is volgens hen almachtig, alwetend en algoed. Dat rijst bij Savater de vraag waarom dergelijke wondertjes, zoals het omzetten van brood in het lichaam van Christus niet eerder hadden plaatsgevonden om bijvoorbeeld Hitler en Stalin van de kaart te vegen. Het zou alvast heel wat kwaad hebben verhinderd. En zo zijn er meer contradicties. ‘De overlevenden van een terroristische aanslag zingen luidkeels lof over de goddelijke goedheid die hen heeft gered, terwijl we de familieleden van de slachtoffers nooit eens horen brullen dat ze hun leed te danken hebben aan het bewind van een perverse God’. Nog erger lijkt het me dat die almachtige God blijkbaar ook toestaat dat talloze kinderen met een zware handicap geboren worden, dat epidemieën toeslaan en dat aardbevingen en overstromingen leiden tot miljoenen onschuldige slachtoffers.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat velen twijfelen aan het bestaan van God die men hooguit een onverschillige zou kunnen noemen binnen een soort theodicee van de apathie. De ontkenning van het bestaan van God of van goden begon al in de oudheid bij Xenophanes van Colophon en Lucretius. Maar de eerste grondige afwijzing van God als de intelligente schepper van de natuur lezen we bij David Hume in zijn Dialogues Concerning Natural Religion. Sindsdien hebben vele andere intellectuelen hun bijdrage geleverd in de kritiek op godsdiensten, met vandaag als belangrijkste woordvoerders Richard Dawkins, Sam Harris en Christopher Hitchens. De zwaktes van deze laatste ‘nieuwe atheïsten’ is echter dat ze soms al te gericht zijn tégen iets, en te weinig duidelijk maken waar het atheïsme dan wél voor staat, zoals ook Anne Provoost reeds schreef in haar ophefmakende pamflet Atheïstisch Sermoen. Savater trapt niet in die val en geeft duidelijk aan waar het atheïsme op zich moet over gaan, namelijk de verantwoordelijkheid van de mens voor het hier-en-nu, waarmee hij aangeeft dat we al het goede hier op aarde moeten doen omdat we daar als mens de plicht toe hebben, en niet omdat we daar in een hiernamaals zouden voor beloond of gestraft worden, of helemaal niet handelen en zwijgen in de veronderstelling dat alles toch maar een detail is in het eeuwige leven dat later zal volgen.

Dat er trouwens veel werk is om het atheïsme als een respectabele houding te laten doorgaan, blijkt volgens Savater uit het feit dat heel wat erudiete en progressieve mensen zich snel laten verleiden tot uitspraken als: ‘Nou ja ik ben niet van de Kerk, maar geloof wel dat er misschien iets is’, alsof ze een slag om de arm willen houden voor mochten ze het ‘mis’ hebben. Het is volgens de auteur veel beter om duidelijk te maken dat ongelovigen ook geloven, maar dan enkel in die zaken waarvoor voldoende argumenten en bewijzen zijn. De kern van zijn betoog is het verschil in houding tussen gelovigen en ongelovigen in de kwestie van de dood, of beter gezegd, de ontkenning van de dood door de mythe van het hiernamaals. Wie dogmatisch in dit laatste gelooft kan snel een gevaar voor de maatschappij betekenen zoals blijkt uit acties van zelfmoordenaars, de intifada in Palestina, het revolutionaire islamisme, de heropleving van het katholicisme in Oost-Europa, de opbloei van het protestants fundamentalisme in de VS en de wederopstanding van het orthodoxe jodendom in Israël. Net omdat we sterfelijk zijn, hebben mensen morele richtlijnen nodig die hen aanzetten om mensen die behoeftig zijn of een tegenslag kennen, te steunen en te helpen.

‘Geloofsverblinding leidt tot een gesloten wereldbeeld’, aldus Savater en hij verwijst naar het gevaar voor het opleggen en versterken van groepsidentiteiten, zoals ook Amartya Sen beschreef in zijn boek Identity and Violence. Volgens de auteur veroorzaken religies een dubbele dynamiek, namelijk als bindmiddel binnen samenlevingen waarin ze de hegemonie hebben, en als vijandig tegenover de buitenwereld die geen of andere geloofsovertuigingen hebben. Natuurlijk zullen veel gelovigen zeggen dat dit enkel slaat op fanatieke gelovigen binnen hun religie en dat die ‘de oorspronkelijke boodschap’ van Mozes, Jezus of Mohammed ‘fout’ hebben begrepen, maar wie hun ‘heilige’ boeken leest, kan niet anders dan besluiten dat er naast menslievende uitspraken ook tal van immorele passages bestaan die aanzetten tot agressief en intolerant gedrag. Toch weigert Savater mee te stappen in de retoriek van tal van xenofobe politici dat bijvoorbeeld de islam onverenigbaar zou zijn met een moderne democratie. De fanatici zijn een minderheid die juist naar geweld grijpen om in de aandacht te komen. De meerderheid van moslims zijn mensen met dezelfde verlangens naar vrijheid zoals niet-moslims. In die zin hebben de meerderheid van de moslims geen betere religie nodig, maar een betere regering. ‘De islam is in principe niet ongeschikter voor een liberale en democratische samenleving dan het rooms-katholieke geloof of het geloof in een socialistische toekomst’, aldus de auteur.

Toch is Savater niet mals voor de cultuurrelativisten en de critici van mensen als Ayaan Hirsi Ali en Theo Van Gogh. Zij verkondigen onzin, zoals het feit dat beide personen te weinig respect zouden hebben betoond aan een religie, die meer schade toebrengt aan democratische moslims dan welke xenofobe islamhater ook. In die zin steunt hij elk verzet tegen genitale verminkingen van meisjes en tegen gedwongen klederdracht. Dat verzet is voor hem geen vorm van discriminatie maar juist ‘een eis tot gelijke behandeling – en daarmee een stap richting vrijheid. Dat die islamitische vrouwen die onderwerping vrijwillig zouden ondergaan, zoals nogal wat zogenaamde progressieve vrouwen in het westen beweren, vindt hij al helemaal onzin. Tegelijk waarschuwt Savater voor de roep van heel wat gelovigen in het Westen om terug te keren naar onze christelijke waarden, want die hebben in het verleden ook tot heel wat ellende geleid. Waarop hij besluit dat er geen betere waarborg voor vrijheid van godsdienst kan zijn dan een samenleving die vrij is van godsdienst. In die zin vindt de auteur dat het opleggen van een geloofsovertuiging aan kinderen ongepast. ‘De kern van de zaak is immers dat kinderen uiteindelijk niet worden opgevoed voor harmonie binnen de familie, maar voor harmonie binnen de samenleving’. Vandaar zijn afkeer voor religieuze scholen want daar worden kinderen opgevoed tot gelovigen en niet tot kritische mensen.

Savater is een humanist pur sang. Voor hem staat de mens centraal, en als er iets heilig is, dan is dat de mens zelf. Heiligschennis heeft dan ook niets te maken met godslastering maar met elke aantasting van de integriteit van een mens. Vandaar ook zijn sterk pleidooi voor de scheiding van kerk en staat. Die regel dient om mensen te beschermen tegen de bekeringsdrang van religies die soms gewelddadige vormen aanneemt. Daarom citeert hij met overtuiging Tzvetan Todorv die stelt dat ‘behoren tot een groep een recht is van het individu, maar in geen geval een plicht’. Lof der Goddeloosheid is een inspirerend boek dat komaf maakt met de vermeende superioriteit van religieuze normen en waarden, en dat duidelijk maakt waarom we geen respect moeten koesteren voor religies, maar wel voor personen, ongeacht of ze geloven of niet.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Fernando Savater, Lof der Godloosheid, Bijleveld, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be