De Andere Kant

boek vrijdag 23 april 2010

José Saramago

Heel wat grote romanschrijvers zijn ook scherpe waarnemers van de realiteit. Denk aan Mario Vargas Llosa, Amos Oz, Orhan Pamuk en György Konrad die elk op zich een sterk oeuvre aan essays en opiniestukken schreven, teksten die doorgaans diepgaander zijn dan wat de beste non-fictieschrijvers en journalisten ooit vermogen. In dat rijtje past ook José Saramago, de Nobelprijswinnaar voor Literatuur in 1998, en naar mijn persoonlijke smaak de romancier met de grootste verbeeldingskracht die vandaag nog leeft. Iedereen kent hem van zijn succesvolle romans De stad der blinden, Het evangelie volgens Jezus Christus, Het verzuim van de dood, De stad der zienden, Het beleg van Lissabon, en recent, De tocht van de olifant. Daarin voert hij zijn lezers met ogenschijnlijk gemak mee in de meest onvoorstelbare situaties en maakt ze voor hen nog aannemelijk ook. Maar wie zijn romans goed leest, weet dat er tussen de lijnen heel wat maatschappijkritiek staat. Waarbij Saramago zijn scherpe pen niet spaart voor de machtigen, de uitbuiters, de clerus en al wie op één of andere manier zijn medemensen knecht en onderdrukt. Saramago is een van de weinige communisten die zichzelf nog zo durft te betitelen. Niet omdat hij sympathiseert met de uitwassen van het regime van Stalin, maar omdat hij een fundamenteel geloof hecht aan de basisprincipes van een rechtvaardige en gelijke samenleving, hoe utopisch die ook moge zijn.

Die overtuiging komt ruimschoots aan bod in zijn boek De Andere Kant, een soort dagboek met persoonlijke observaties van Saramago over de wereldpolitiek en andere zaken. Umberto Eco schreef de inleiding en benadrukt vooral de afkeer van de auteur voor religies. ‘Geen enkele godsdienst welke dan ook, zal mensen ooit nader tot elkaar brengen en met elkaar verzoenen; integendeel, religie is en blijft de oorzaak van onbeschrijfelijk leed, van bloedvergieten, van het afgrijselijke lichamelijke en geestelijke geweld dat een van de meest duistere hoofdstukken vormt in de rampzalige geschiedenis van de mensheid.’ In zijn eerste hoofdstukken heeft Saramago ook geen goed woord over voor elke vorm van patriottisme die naar ‘neurotische prikkels zoekt om haar vijanden te verzinnen.’ Hij zet zich af tegen het imperialisme van Bush en zijn regering die als het ware een kruistocht ondernamen tegen ‘dé islam’, alsof die zou bestaan. Voor hem is Bush de kleinste president die de VS ooit heeft gekend ‘met zijn middelmatige intelligentie, peilloos diepe onwetendheid en verwarde taalgebruik’, en die loog om een oorlog tegen Irak te beginnen. In de strijd tegen de terreur is het machtigste land in de wereld in een kramp geslagen en wordt elke toerist en emigrant als een potentiële terrorist beschouwd.

Hij hekelt ook de verantwoordelijken van de internationale financiële en economische crisis die talloze slachtoffers heeft gemaakt en wijst met een beschuldigende vinger naar diegenen die de absolute heerschappij van de Markt toelieten. Hij stelt de praktijken en de gevolgen ervan zelfs gelijk met die van genocides, politieke moord, massale vervuiling en doelbewust veroorzaakte honger. ‘Wat de financiële en economische machten in de Verenigde Staten met daadwerkelijke of stilzwijgende medeplichtigheid van hun regering hebben gedaan tegen miljoenen mensen in de hele wereld’ noemt Saramago evenzeer een misdaad tegen de menselijkheid. Daarbij spaart hij ook de linkse politieke partijen niet, want die lieten maar begaan. En ook de reactie op deze crisis zint hem niet. In plaats van het systeem grondig te veranderen ten gunste van de sociale rechtvaardigheid, worden ‘de winsten geprivatiseerd en de verliezen genationaliseerd’. Daarmee heeft men niet de slachtoffers geholpen, maar wel de schuldigen. Waarbij hij zich de vraag stelt hoeveel mensen moeten werken, zwoegen en afzien om één rijke te produceren. Saramago fileert de misstanden als geen ander. ‘Misschien helpt een “marxistische herlezing” van het marxisme ons om voor de daad van het denken gullere wegen te openen’, zo schrijft hij, maar dat klinkt niet overtuigend in de wetenschap welke verschrikkingen in naam van het marxisme hebben plaatsgevonden.

Een ander discutabel punt is zijn ongenuanceerde kritiek op Israël en zijn onvoorwaardelijke steun aan het Palestijnse volk. Hij acht Israël verantwoordelijk voor het feit dat de mensen in Gaza geen brood, meel, olie, linzen en suiker meer hebben. Zelfs boeken mogen er niet binnen, schrijft Saramago verontwaardigd. De realiteit is echter anders. Alleen de EU keerde al in 2008 voor 440 miljoen euro steun uit aan de Palestijnen. De vraag is evenwel wat er met veel van dat geld gedaan wordt en vooral welke nefaste rol de terreurorganisatie Hamas daarin speelt. Zo was er vorig jaar nog grote commotie toen bleek dat geld gespendeerd werd aan het drukken van schoolboeken waarin nadrukkelijk werd opgeroepen tot een heilige oorlog tegen Israël. Hamas verbiedt dat op scholen iets gezegd wordt over de Holocaust die ze een leugen noemen. In zijn boek Israël-Palestina wijst André Gantman terecht op de bizarre betuigingen van sympathie door zogenaamde progressieven in het Westen voor Hamas die intussen steeds strenger de islamitische wetten oplegt, vooral ten nadele van vrouwen. Hamas is en blijft een terreurbeweging die zich niet alleen keert tegen Israël, maar ook tegen haar eigen volk, aldus Gantman. Daarmee zijn niet alle daden van Israël goed te praten, maar het zou Saramogo sieren mocht hij de extremisten aan beide kanten aan de kaak stellen.

Gelukkig is Saramogo niet blind voor de uitwassen van extreme religieuze organisaties. Zo schrijft hij een vlammend essay tegen de moefti van Saoedi-Arabië die blijkbaar een fatwa had uitgevaardigd die toelaat dat mannen met tienjarige meisjes kunnen huwen, wat hij ronduit een gelegaliseerde vorm van pederastie noemt, en dit blijkbaar in naam van een religie. En hij verwijst naar andere mensonterende praktijken in Iran en Pakistan waar bijna altijd de vrouwen het slachtoffer van zijn. God, maar ook Allah, was ‘al sinds onheugelijke tijden een probleem, nu hét probleem’, aldus Saramago. De fundamentalistische versie van de islam is voor hem hetzelfde als het fundamentalistische katholicisme tijdens de koloniale periode. Hoe komt het toch, zo vraagt de auteur zich af, dat God en Allah alles kunnen behalve vrede scheppen. Hij citeert ook Hans Küng die de volgende waarheid schreef: ‘De godsdiensten hebben de mensen nooit bij elkaar kunnen brengen’. Saramago haalt fel uit naar het dubbelzinnige optreden van het Vaticaan die dubieuze bisschoppen vrij van zonden pleit. Een verwijzing naar de opheffing van de excommunicatie van onder meer bisschop Richard Williamson die beweerde dat er niet één Jood in een gaskamer is omgekomen. En hij veracht de heren kardinalen en bisschoppen in hun luxueuze gewaden die zich beschouwen als vertegenwoordigers van God op aarde, en die ‘schrijden over de wereld in het zweet hunner schijnheiligheid’.

Saramago betoont zich ook een groot voorvechter voor vrouwenrechten. Heel mooi is zijn eresaluut aan Rosa Parks, een eenvoudige zwarte naaister die in 1955 in een bus in de staat Alabama weigerde op te staan om plaats te maken voor een blanke – nochtans zat ze in de sectie voor de zwarten, maar de blanke sectie was vol en een blanke eiste haar plaats op. ‘Zonder haar zou Barack Obama nu misschien geen president van Amerika zijn’, schrijft de auteur. En hij raadt Hillary Clinton aan om voortaan haar eigen naam Hillary Rodham te gebruiken waarmee hij zich terecht keert tegen het absurde gebruik dat vrouwen de naam van hun man aannemen, omdat het ‘een belangrijke vorm is en blijft van het inleveren van je eigen identiteit en het benadrukken van de onderworpenheid, die altijd van de vrouw werd verwacht’. En de 88-jarige reus legt zijn scherpe vinger op de wonde als hij schrijft dat we maar niet willen inzien ‘dat de overgrote meerderheid van de vrouwen nog steeds in een systeem van verhoudingen leeft dat weinig minder dan middeleeuws is. Ze worden geslagen, seksueel gefolterd, tot slaaf gemaakt door tradities, gewoontes en verplichtingen waar ze niet om gevraagd hebben en die hen onderworpen houden aan de mannelijke tirannie.’


Recensie door Dirk Verhofstadt

José Saramago, De Andere Kant, Meulenhoff, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be