Machtige lichamen

boek vrijdag 10 november 2006

Catrien Santing

Aan alles konden we ontsnappen, maar niet aan de aanwezigheid van de sinistere berg die in het Zuid-Franse Roquebillière alles overheerst, aldus Arthur Koestler op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in The Scum of the Earth. Koestler vertelt in dat verslag hoe die grimmige berg voortdurend present is en hoe hij iedereen altijd observeert, vooral ’s nachts, dus ook als hij door de duisternis is opgeslokt. Even alomtegenwoordig en nors als die berg in Roquebillière was dictator Iosif Stalin (1879-1953) in de Sovjet-Unie. En net als die nachtelijke berg was Stalin wellicht het meest aanwezig was als je hem niet zag. De Georgische dictator was zich zeer goed bewust van de magie die uitging van zijn haast onstoffelijke alomtegenwoordigheid, waardoor hij als een spray over het onmetelijke land hing. Bovendien verstond Stalin de kunst om zich voordelig te onderscheiden. Bij officiële gelegenheden droeg hij nooit decoraties, behalve de gouden ster die hem tot Held van de Sovjet-Unie maakte. Door zijn eenvoudige kleding viel hij altijd meteen op in de bonte massa, wat hem de reputatie opleverde een bescheiden man te zijn. Maar dat was natuurlijk alleen maar schijn, want Stalin droeg ook laarzen die hem veel groter maakten dan hij was. Hij liet zich ook altijd portretteren vanuit het kikvorsperspectief. Dat is een aspect van zijn persoonlijkheid dat Stalin deelt met Silvio Berlusconi, van wie bekend is dat hij de zolen en de hakken van zijn schoenen verhoogt om langer te lijken dan hij is.

Van dat trucje maakte ook koningin Victoria (1819-1901) gebruik toen ze voor haar staatsieportretten poseerde. Door de opstelling van de camera leek de koningin langer dan ze was. De fotografische portretten die societyfotograaf Alexander Bassano in 1885 ter gelegenheid van haar zesenzestigste verjaardag maakte, straalden bovendien rigiditeit en grandeur uit. Toen al werden die foto’s, die natuurlijk met propagandistische bedoelingen werden verspreid, grondig bewerkt. De koningin heeft geen rimpeltje. Het haar van de Queen is voller. Haar onderkinnen zijn geretoucheerd en de taille is beduidend smaller dan haar echte middel. Maar voor de rest is de verschijning van de koningin van een grote eenvoud. Op haar vijftigjarige regeringsjubileum in 1887 weigerde Victoria scepter en kroon te dragen, waardoor haar fysieke verschijning slechts een matige macht uitstraalde. Maar wat ze verwierp aan pracht en praal, compenseerde ze met ernst en strengheid. Toen de Weense kunstschilder Joachim von Angeli in 1875 haar portret schilderde, drong hij er bij de koningin vergeefs op aan om wat minder nors te kijken. Victoria weigerde haar gezichtsuitdrukking te wijzigen. Ze vond dat haar ernst passend was: It represents the Quee.

In het vijftiental essays dat Machtige lichamen telt, hebben evenveel Nederlandse auteurs zich met wisselend succes – sommige bijdragen lossen niet in wat de titel belooft – gebogen over de vraag op welke manier koningen, presidenten, leiders en leidsters hun macht belichamen en van welke attributen ze gebruik maken om hun natuurlijke autoriteit extra in de verf te zetten. Sommige leiders genieten het natuurlijke voordeel dat ze groot van gestalte zijn. Daarom werd de Nederlandse politicus Joseph Luns (1.96 meter) in 1961 door The Times omschreven als the only one to look general De Gaulle in the eyes. Maar wat in lengte ontbreekt, kan in breedte worden ingehaald. Door het harde buitenleven dat hij sinds de dood van zijn moeder en zijn vrouw (ze stierven op dezelfde dag) in 1884 begon te leiden, ontwikkelde de Amerikaanse politicus Theodore Roosevelt (1858-1919) zich tot een krachtpatser. Toen hij opnieuw in het publiek verscheen, had hij een echte stierennek. Hij was twee keer zo zwaar geworden, zijn astma was verdwenen, zijn schrille stem had een alles doordringende sound gekregen en in zijn toespraken knarste hij met zijn tanden alsof hij zijn tegenstanders de nek wilde afbijten. Het publiek was gefascineerd door zijn verschijning. Journalisten uit die tijd vergeleken de nieuwe Roosevelt met Mozes die na een verblijf op de Sinaï terugkeerde naar zijn volk om er de leiderspositie op te eisen. Sindsdien hebben haast alle Amerikaanse presidenten hun best gedaan om er fysiek voordelig uit te zien en aan sport te doen. In dat rijtje van sportieve presidenten, tegen wie de concurrerende ‘egg heads’ (intellectuelen) geen schijn van kans maken, past ook George W. Bush: hij is de enige Amerikaanse president die een marathon heeft uitgelopen (Houston, 1993). Bush junior heeft zelfs een loopband in zijn Airforce One laten installeren.

Maar overal loert gevaar. De joggende Jimmy Carter maakte zich belachelijk toen hij in 1979 tijdens een tienkilometerloop in elkaar stortte. En een hilarisch gelach weerklonk toen George W. Bush in mei 2003 tijdens zijn bezoek aan Irak verscheen in het uniform van een marinier wiens codpiece (broekklep) bol stond van de parachute die hij droeg. In geen tijd grossierden de websites van de spotters die in cartoons uitpakten met de bobbel in de presidentiële broek. Voor Catrien Santing, die in Machtige lichamen dit onderwerp behandelt, is dit voorval een gelegenheid om eraan te herinneren dat de penis nog altijd het meest verborgen en daarmee het minst bestudeerde onderdeel van onze politieke cultuur is. Maar dit braakliggende terrein ligt wel bezaaid met freudiaanse dubbelzinnigheden die betrekking hebben op de representatie van het mannelijke lid en de vele metamorfosen die het kan ondergaan. De ene keer is het een scepter in de handen van de vorst, de andere keer een knuppel in de vuist van de president. Speak softly and carry a big stick, adviseerde alweer Theodore Roosevelt.

Wat zich in en uit de broek van de politicus afspeelt, behoort tegenwoordig helemaal tot de privé-sfeer van de eigenaar en zijn partner (for her or his eyes only), maar vroeger, toen het Westen nog niet belaagd werd door wat de Amerikaanse socioloog Richard Sennett in The Fall of Public Man de ‘tirannie van de intimiteit’ heeft genoemd, werd bijvoorbeeld heel wat losser met de vorstelijke edele delen omgesprongen. Op bijna alle afbeeldingen van Hendrik VIII wordt de kijker geconfronteerd met zijn martiaal opgerichte lid dat in kostbaar brokaat of in metaal is verpakt, een klep die de Fransen braguette zijn gaan noemen. In zijn Gargantua en Pantagruel vroeg Rabelais (1484-1553) zich al af of die broekklep niet het belangrijkste onderdeel van de koninklijke wapenuitrusting is. In de Renaissance werden de geslachtsorganen van de nieuwe, pasgeboren monarch onmiddellijk na de bevalling gecontroleerd en aan het hof getoond. Over die ostentatio genitalium hield de Franse hofarts Jean Herouard aan het begin van de zeventiende eeuw een dagboek bij waarover men vandaag de dag schande zou spreken, want het is een verslag over praktijken die nu als pedofiel omschreven zouden worden. De hofdames speelden namelijk voortdurend met het lid van de kleine Lodewijk XIII (1601-1643) en wezen hem erop dat hij met dat instrument de dynastie Capet-Bourbon voort moest zetten. Met enig gevoel voor ironie wordt in Machtige lichamen over die handelingen van de hofdames gezegd dat ze het bevruchtende vermogen van de vorst in conditie brachten. In die tijd, die misschien wel minder preuts was dan de onze, behoorde de publiek tentoongestelde erectie van de leider tot de imagebuilding.

Zo liet de hertog van Mantua, Federico Gonzaga, zich in de ontvangsthal van het Palazzo del Tè onder een inscriptie met zijn naam afbeelden als Jupiter die op het punt staat zijn flikkerende lid in te brengen in de vagina van Olympia, de vrouw van Philippus II van Macedonië. Dit fresco van Giulio Romano uit 1528 was gebaseerd op een middeleeuwse legende volgens welke Alexander de Grote uit deze paring werd verwekt. Met dat beeldverhaal, waarin hijzelf de hoofdrol speelde, wilde de hertog van Mantua zijn viriele en historische kwaliteiten kracht bijzetten. Dat beeld suggereert een continuïteit waarin de legitimiteit van de macht ook steunt op de viriliteit van de leider.

Continuïteit van het staatsbestel veronderstelt doorgaans dat leiders en vorsten altijd present en beschikbaar zijn. Het gezagsvacuüm wordt instinctief aangevoeld als een gevaar. Velen herinneren zich hoe de toenmalige premier Jean-Luc Dehaene in actie schoot om het interregnum na de dood van koning Boudewijn (31 juli 1993) zo snel mogelijk te overbruggen. In de Verenigde Staten had de Duits-joodse historicus Ernst Kantorowicz over zulke kwesties in zijn beroemde boek The King’s Two Bodies (1957) nagedacht. Volgens Kantorowicz werden aan de middeleeuwse vorst twee lichamen toegekend. Behalve over een natuurlijk lichaam, beschikte de soeverein ook over een soort bovennatuurlijk corpus dat de continuïteit van de macht over de dood heen belichaamde. In Engeland en Frankrijk probeerde men de gevaren van het interregnum zelfs te bezweren met behulp van complete wassen beelden die met hun beweegbare armen en benen het politieke lichaam van de dode vorst representeerden zolang die niet in het graf was bijgezet.


Recensie door Piet de Moor


Machtige lichamen. Redactie van Catrien Santing, Henk te Velde en Margrith Wilke, Wereldbibliotheek, 237 blz., 16,50 euro.

Links
piet.de.moor@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be