Pleidooi tegen volmaaktheid

boek vrijdag 04 mei 2012

Michael Sandel

Ouders willen dat hun kinderen er mooi uitzien, dat ze het later zo goed mogelijk hebben en zijn daarvoor tot heel veel bereid. Neem bijvoorbeeld de tandbeugels die door heel wat kinderen worden gedragen, maar die enkele decennia nog uitzonderingen waren. De overheid stimuleert dat zelfs. Zo wordt 60 procent van de orthodontiekosten voor bijsturingen om afwijkende tandposities te corrigeren met een beugel of blokjes, terugbetaald. Hetzelfde voor kinderen die een bril moeten dragen. Die stappen, met steun van de ouders, massaal over naar het gebruik van lenzen. En steeds meer zijn er berichten over allerlei plastische ingrepen op jong volwassenen, zoals borstvergrotingen, neus- en oorcorrecties, en zelfs regelrechte botoxbehandelingen. Ouders, en dan ook hun kinderen, streven naar de perfectie. Want waarom zou een kind zoals het geboren werd verder door het leven moeten gaan met een imperfectie? Het lijkt wel alsof mensen niet langer kunnen leven met een of andere vorm van onvolmaaktheid die door de wetenschap kan worden weggewerkt.

In feite gaat het om een absurde discussie. Wie bepaalt immers wie of wat perfect is? Blijkbaar volgen veel mensen het schoonheidsideaal (en gezondheidsideaal) dat hen door de media wordt voorgehouden. Die publiceren foto’s van modellen die zouden beschikken over de ideale maten. Daarom streven talloze vrouwen in het Westen naar een slanke taille, lange benen, een platte buik, opwindende borsten, geprononceerde lippen, en gezond haar. Volgens de evolutietheorie van Darwin zijn ze in die omstandigheden immers de vrouwtjes met de grootste aantrekkingskracht op hun mannelijke soortgenoten. De voorbije decennia laten ook steeds meer mannen zich leiden door de reclamewereld. Ze zijn actief in een fitnessclub, letten op hun uiterlijk en vinden ook, stilaan maar zeker, de weg naar de plastische chirurgie. En dit is nog maar het begin want de doorbraken in de genetica zijn veelbelovend. Dat is reeds het geval om bepaalde ziektes te voorkomen of te genezen. Maar de gentechnologie houdt ook de mogelijkheid in zich om de mens ‘volmaakter’ op de wereld te zetten.

Over de ethische consequenties van de gentechnologie schreef Harvard-filosoof Michael Sandel een indringend boekje onder de titel Pleidooi tegen volmaaktheid waarin hij in feite afwegingen maakt tussen de positieve en negatieve mogelijkheden van deze nieuwe technieken. Dat Sandel weet waarover hij spreekt komt onder meer omdat hij vanaf 2001 zitting had in dePresident’s Council on Bioethics waarin hij samen met andere wetenschappers, filosofen, medici en rechtsgeleerden adviezen moest geven over stamcelonderzoek, klonen en genetische modificatie. Dat religie in deze Adviesraad van de toenmalige president Bush een belangrijk element vormt blijkt uit het feit dat er ook theologen in de raad aanwezig waren. Zo verzette Bush zich tegen embryonaal stamcelonderzoek wat op heel wat verzet stuitte. Blijkbaar legde Bush een reeks adviezen naast zich neer want in februari 2004 ondertekenden meer dan 5.000 wetenschappers (waaronder 48 Nobelprijswinnaars) van de Union of Concerned Scientists een verklaring waarin ze stelden dat ‘de regering-Bush onbevooroordeeld wetenschappelijk advies heeft genegeerd bij de beleidsvorming die zo belangrijk is voor ons collectief welzijn’.

Sandel geeft eerst twee concrete voorbeelden. Een lesbisch koppel, waarvan de beide partners doof is, wilde in 2002 doelbewust een doof kind. Daarvoor kozen ze een spermadonor uit een familie die al vijf generaties lang doof is. Uiteindelijk kregen ze een dove zoon. In een ander geval in 1999 zocht een onvruchtbaar echtpaar een eiceldonor van 1,75 meter lang, met een atletische lichaamsbouw en een hoge score inzake intelligentie. Ze boden 50.000 dollar aan. De lezer voelt onmiddellijk aan dat hier ethische problemen bestaan. Het gaat hier immers niet om het voorkomen dat een kind met een zware aandoening geboren wordt, maar om kinderen die specifieke, door de ‘ouders’ gewilde eigenschapen hebben. Zo is het mogelijk om via genetische modificatie te zorgen voor ‘spierversterking, geheugenverbetering, vergroting van de lichaamslengte en geslachtsbepaling’, aldus de auteur.

Bij spierversterking zou men kunnen zorgen voor genetisch verbeterde atleten. Doorgaans is de kritiek dat dit niet eerlijk is, maar zo zegt Sandel, ‘het is altijd zo geweest dat sommige sporters genetisch beter zijn toegerust dan andere’. Er bestaat dus altijd een zekere vorm van ‘oneerlijkheid’. Toch bestaat er een andere reden om hier tegen te zijn. Filosoof Etienne Vermeersch wijst op het feit dat prestatie bevorderende genetische ingrepen absurd zijn omdat als iedereen dat doet, iedereen weer op gelijke voet komt te staan en er toch weer een winnaar zal zijn, namelijk diegene die toch een beetje beter genetisch uitgerust is. Het zou kunnen leiden tot een wedloop zonder einde. Met betrekking tot cognitieverbetering wijst Sandel op een ander risico. Dat van een tweedeling in de samenleving tussen een klasse die zich verbeteringstechnologie financieel kan veroorloven en een klasse die dat financieel niet kan. Inzake geslachtsbepaling bestaat er al een bedrijf die dit aanbiedt om een evenwicht in de gezinssamenstelling te hebben. Ze staan het dus enkel toe vanaf het tweede kind.

Sandel wijst op enkele inconsistenties met betrekking tot de afkeuring van genetische manipulatie. Sportwielrenners worden in de Verenigde Staten voorbereid in een speciaal trainingscentrum op hoge hoogte om de ijle atmosfeer te simuleren. Daarbij produceren ze een grotere hoeveelheid zuurstofhoudende rode bloedcellen wat essentieel is bij langdurige sportinspanningen. Deze praktijk is algemeen gekend. Maar is dat niet evengoed een vorm van manipulatie die bepaalde mensen toelaat om beter te presteren dan anderen? Genetische manipulatie wordt afgekeurd, maar het voorbereiden van sportprestaties op een kunstmatige hoogte worden aanvaard. En dan hebben we het nog niet over de vele vormen van doping die weliswaar verboden zijn, maar waarvan iedereen weet dat ze massaal worden genomen om topprestaties te kunnen leveren. Dit zijn nog maar ‘onschuldige’ vormen van manipulatie.

Veel erger is volgens Sandel de drang van ouders om de geboorte van hun kind te controleren en zo mogelijk, te beďnvloeden. Voor alle duidelijkheid, dit heeft niets te maken met de eugenetica in de eerste helft van de 20ste eeuw waarbij mensen werden uitgemoord omdat ze een ras zouden ondermijnen, zoals de nazi’s dachten over de Joden. Stamcelonderzoek is iets compleet anders alhoewel er nog steeds grote ethische vragen blijven bestaan. Want wat is de status van een embryo? Volgens gelovigen is elk embryo een potentiële mens terwijl anderen stellen dat een embryo nog geen foetus is en dus geen menselijke kenmerken eigenschappen heeft. ‘Stel dat er in een vruchtbaarheidskliniek brand uitbreekt, en dat je alleen maar tijd hebt om één meisje van vijf jaar oud of een bak met twintig ingevroren embryo’s te redden. Zou het verkeerd zijn om het meisje te redden?’ Het is een retorische vraag van Sandel.

Eigenlijk is het een bizarre discussie. Bij een zaadlozing gaan miljoenen zaadcellen teniet en in de praktijk blijven tal van eicellen onvruchtbaar. Er gaan door de natuur talloze potentiële levens teniet, veel meer dan bij een In-vitrofertilisatie. Sandel neemt ethisch een omfloerst standpunt in: ‘We hoeven embryonaal stamcelonderzoek en klonen ten behoeve van onderzoek niet te verbieden, maar zouden die technieken kunnen onderwerpen aan regulering waaruit morele terughoudendheid blijkt die past bij het mysterie van het vroegste menselijk leven’. Een dergelijke regeling zou onder meer het verbod op het klonen ten behoeve van menselijke voortplanting omvatten, en beperkingen op de doeleinden waar eicellen en sperma voor gebruikt mogen worden. In elk geval keert hij zich tegen het gebruik van gentechnologie voor het nastreven van menselijk ‘perfecte’ wezens. Met dit boek is het debat rond de biogenetica niet afgesloten, maar pas begonnen. De wetenschap staat immers niet stil, maar het is goed dat ethici deze ontwikkelingen volgen en bekritiseren.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Michael Sandel, Pleidooi tegen volmaaktheid, Ten Have, 2012

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be