Samenleven met overtuiging(en)

boek

Patrick Loobuyck (Red.)

Ondanks de secularisering zijn religie, levensbeschouwing en diversiteit wereldwijd nog steeds een oorzaak van verdeeldheid en geweld. Sterker nog, de voorbije jaren is het aantal conflicten en gewelddaden omwille van religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen alleen maar toegenomen. De religieuze dogma’s en standpunten vormen zelfs een toenemende bedreiging voor democratische samenlevingen en staan steeds meer op gespannen voet met de wetenschappelijke verworvenheden. Religies zorgen niet voor harmonie en vrede, maar voor toenemende verdeeldheid, haat en geweld. In het boek Samenleven met overtuiging(en) reflecteren vier auteurs onder redactie van professor Patrick Loobuyck over de diversiteit aan religies en levensbeschouwingen in Europa en onze contreien. Hun doel is bij te dragen tot wat zij een ‘elementaire levenbeschouwelijke geletterdheid’ noemen. Ze geven inzicht in de grondslagen van de diverse religies en levensbeschouwingen en hopen daarmee bij te dragen tot meer wederzijds begrip en respect en hun harmonieus samenleven.

In een eerste deel gaan Leni Franken, Stijn Latré en Patrick Loobuyck in op de eigenschappen van de drie monotheïstische openbaringsgodsdiensten: het Jodendom, het christendom en de islam. Daaruit blijkt dat het Jodendom nauwelijks 14 miljoen leden kent maar doorheen de geschiedenis een bewogen, zeg maar gruwelijke evolutie kende. De staat Israël wordt in de Arabische wereld nog steeds niet erkend en blijft het mikpunt van een door Arabische leiders georganiseerde haat. Het christendom is de meest verspreide religie met meer dan 2,2 miljard gelovigen, een aantal dat nog steeds toeneemt. Alleen is het uiteen gevallen in talloze denominaties en splintergroepen, al blijft het rooms-katholicisme de meest populaire variant die ondanks de secularisering in het Westen nog steeds aan populariteit wint. De islam telt 1,6 miljard gelovigen en is momenteel de snelst groeiende godsdienst. Volgens studies zal het rond 2050 evenveel aanhang kennen als het christendom. Al bestaan ook hier diverse groepen zoals soennieten en sjiieten die elkaar met geweld bekampen.

Naast deze abrahamistische godsdiensten bespreken de auteurs ook het hindoeïsme, het boeddhisme, het sikhisme, het jaïnisme en, enigszins verwonderlijk in dit lijstje, het atheïsme. Het hindoeïsme vertegenwoordigt nog vijftien procent van de wereldbevolking, het boeddhisme ruim zeven procent en het sikhisme en jaïnisme een te verwaarlozen aantal gelovigen. Dat is anders met het atheïsme dat volgens de auteurs ruim zestien procent van de wereldbevolking aanhangt, al stuiten ze ook hier op verschillende richtingen. Zo hebben ze het over de agnostici – alhoewel die niets te maken hebben met atheïsten – die ruim vertegenwoordigd zijn. En binnen het atheïsme onderscheiden de auteurs dan nog eens de ‘klassieke’ atheïsten’ en de ‘nieuwe atheïsten’ (denk aan Dawkins, Harris, Hitchens en Dennett), al is het verschil daartussen in veel gevallen flinterdun. Maar samengevat toont dit overzicht aan dat de mensheid op het vlak van religie enorm verdeeld is en er verschillende, vaak tegengestelde, meningen op nahoudt. En alleen deze vaststelling maakt het helemaal niet evident dat al deze mensen harmonieus met elkaar zouden kunnen samenleven.

In een derde deel beschrijft Patrick Loobuyck de evolutie van religie en levensbeschouwing in België. Oorspronkelijk was het een van de meest rooms-katholieke landen, maar zeker vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw onderging het de invloed van de toenemende secularisering, levensbeschouwelijke diversiteit en ontzuiling. België kent sinds haar oprichting een scheiding tussen Kerk en Staat al is die in de praktijk niet compleet en strikt. Zo bestaat er een ‘combinatie van vrijheid én positieve discriminatie van levensbeschouwingen,’ aldus de auteur. Zo werden eerst de joodse en katholieke eredienst erkend, kort nadien de protestantse en anglicaanse en recenter de islamitische, de orthodoxe en de vrijzinnig niet-confessionele levensbeschouwing. Die erkenning houdt ook een reeks voordelen in zoals ‘de bezoldiging van de bedienaars van de eredienst, de morele consulenten, de aalmoezeniers en morele begeleiders in ziekenhuizen, gevangenissen en het leger, het recht op de organisatie en financiering van levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs, subsidies voor materiële goederen en soms ook huisvesting; en in Vlaanderen tot eind 2015 ook nog uitzendtijd op openbare radio- en televisiezenders.’

Desondanks heeft de secularisering zich in België en in Vlaanderen sterk doorgezet, vooral dan in de vorm van een ontkerkelijking. Terwijl in 1967 nog de helft van Vlaamse bevolking naar de zondagsmis ging, daalde dat in 2009 tot ongeveer vijf procent. Ook het aantal kerkelijke doopsels, begrafenissen en huwelijken verminderde heel sterk, het aantal priesters slonk spectaculair en het vertrouwen van de burgers bereikte in 2011 een dieptepunt, waarschijnlijk door de vele gevallen van seksueel misbruik van kinderen in hun middens. Dat betekent niet dat de meeste landgenoten zich nu bestempelen als ongelovig of atheïstisch. De Belgen vullen hun geloof op een persoonlijke manier in en nemen daarbij afstand van het instituut van de kerk. Samen met die ontkerkelijking zien we ook een toenemende ontzuiling en diversiteit. Zo telt België bijna 700.000 moslims, vooral Marokkanen en Turken die de islam belijden en stilaan bezig zijn met de opbouw van een eigen zuil, naast de nog bestaande van de katholieke godsdienst en de vrijzinnigheid. Zo zijn er momenteel 310 moskeeën.

Al die gegevens zijn belangrijk voor de volgende delen van het boek die de eigenlijke hoofdmoot vormen. Eerst bespreekt Patrick Loobuyck de geschiedenis van de religieuze intolerantie in Europa en in onze contreien. Heel lang werden mensen die het christendom niet beleden, vervolgd en bestraft. De eerste tekenen van tolerantie kwamen er met Erasmus, al sloeg zijn verdraagzaamheid eerder op de variatie aan christelijke opvattingen en niet op zogenaamde ongelovigen. De feitelijke tolerantie werd voor het eerst bepleit door John Locke en later door Spinoza en Pierre Bayle. Ook in de salons van de Verlichting bepleitte men met vuur de aanvaarding van verschillende levensovertuigingen. Cruciaal in dit overzicht is het werk Over vrijheid van de Britse liberale filosoof John Stuart Mill wiens politiek-filosofische opvatting van tolerantie resulteerde in de geleidelijke acceptatie van de neutraliteit van de overheid, al bleef de Kerk zich daar hard tegen verzetten. ‘Pas vanaf de 18de eeuw krijgt de tolerantie een morele grondslag. Ze is namelijk een gevolg van de liberale idee dat een staat haar burgers als vrije en gelijke individuen moet behandelen.’

Zo komt Patrick Loobuyck in zijn vijfde deel tot de moeilijke omschrijving van een neutrale staat. Heel concreet komt het er op neer dat de overheid er niet alleen moet voor zorgen dat ze zelf geen grondrechten van individuen schaadt, maar er ook op toezien ‘dat mensen en groepen in de samenleving elkaars grondrechten niet schaden.’ Die neutraliteit, zo schrijft de auteur, ‘impliceert niet dat alles zomaar kan’. Daarbij verwijst hij, in navolging van Karl Popper, naar het recht of zelfs de plicht van de overheid om intolerant te zijn voor diegenen die intolerantie bepleiten. In die zin hebben een theocratie maar ook een seculiere staat die godsdiensten verbiedt (denk aan de voormalige Sovjet-Unie) niets te maken met het liberaal-democratische principe van de neutraliteit. Waar het om gaat is dat de overheid in haar beleid geen waardeoordelen en waarheidsuitspraken verbindt. Zo kan men het dragen van een hoofddoek niet verbieden omdat dit indirect een negatieve verwijzing naar één godsdienst omvat (de islam), wel kan men het dragen van alle levensbeschouwelijke kentekens verbieden. Zo kan men het bouwen van minaretten niet verbieden (zoals in Zwitserland werd bepaald bij referendum) als men tegelijk wel kerktorens mag bouwen. Vanuit een correct liberaal-democratisch standpunt kan men niet één religie beperkingen opleggen.

In de praktijk zijn er volgens Patrick Loobuyck twee modellen die worden toegepast: de laïciteitsbenadering en de multiculturele benadering. In het eerste geval verbiedt men alle levensbeschouwelijke kentekenen (zoals in Frankrijk op scholen), in het tweede geval staat men onverschillig tegenover bijvoorbeeld de levensbeschouwelijke kledij die men in de publieke ruimte draagt (zoals in de Angelsaksische landen). De auteur verwijst in dit laatste geval naar het recht dat men in Groot-Brittannië gaf aan Sikhs om zonder motorhelm rond te rijden, en aan moslims en joden om dieren onverdoofd te slachten. In België bestaat momenteel veel discussie tussen beide modellen. Met betrekking tot kleding op school besliste het Gemeenschapsonderwijs in Vlaanderen tot een algemeen verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens met als belangrijk argument dat er zowel op school als op weg daar naartoe heel wat sociale druk bestaat op bijvoorbeeld meisjes om een hoofddoek te dragen. Deze beslissing leidde tot heel wat ophef en zelfs rechtszaken tegen deze beslissing.

Patrick Loobuyck verwijst naar de toonaangevende Duitse filosoof Jürgen Habermas met betrekking tot wat hij het ‘postseculiere perspectief’ noemt. Alle religies, dus ook de islam, moeten de grondslagen van de liberale democratie aanvaarden en er zich naar conformeren. Zo moeten religies ook ‘de autonomie en het gezag van de wetenschap erkennen als bron van kennis van de wereld’. Dat betekent concreet dat er op school geen plaats is voor het onderwijzen van bijvoorbeeld het creationisme of het intelligent design. Maar daarnaast kan volgens Habermas religie ‘een publieke en politieke betekenis blijven vervullen,’ schrijft Loobuyck. Concreet doelt de Duitse filosoof op het feit dat een seculiere overheid ‘de plaats van religie niet mag miskennen of bestrijden’. Het is een wat onduidelijke houding want wat betekent ‘miskennen’ en ‘bestrijden’. Slaat dat op het Franse verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens op scholen? De visie van Habermas dat er een soort dialogische co-existentie zou moeten komen waarbij een inspanning wordt gevraagd van zowel religieuze als van seculiere zijde, lijkt me onhaalbaar. Alleen al omwille van het feit dat er vanuit religieuze hoek steeds zal geschermd worden met ‘goddelijke bepalingen’ of ‘heilige teksten’ die geen ruimte laten voor een soort onderhandeling, die me op zich al niet wenselijk lijkt.

Een seculiere neutrale liberale overheid moet algemene richtlijnen uitvaardigen die niemand discrimineert en geen ruimte laat voor religieuze interpretaties. In die zin zou bijvoorbeeld een duidelijke lijn moeten worden getrokken dat men omwille van dierenwelzijn dieren niet onverdoofd mag slachten. Elke uitzondering daarop doorbreekt het neutraliteitsprincipe. Heel interessant is het deel in het boek over de vrijheid van meningsuiting. Hier zet Patrick Loobuyck de puntjes op de i door te verwijzen naar John Stuart Mill die elke mening toeliet, ook beledigingen, tenzij oproepen die een concreet risico inhouden dat ze schade toebrengen aan anderen. Wat nu juist een ‘concreet risico inhoudt’, is niet eenvoudig vast te stellen, maar in onze liberale rechtstaat kan men hiervoor de rechterlijke macht inroepen. De auteur verwijst in dit verband naar het arrest tegen de woordvoerder van Sharia4Belgium waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het uiten van een mening enerzijds en het aanwakkeren van haat tegenover ongelovigen en het aanzetten ‘tot agressie bij de toehoorders’ anderzijds.

In een zesde en zevende hoofdstuk gaat Patrick Loobuyck nog in op de compatibiliteit tussen geloof en wetenschap, de ambivalente houding van gelovigen terzake, en het belang (of niet) van religie als bron voor zingeving. De auteur plaatst hier de verschillende posities van gelovigen en (nieuwe) atheïsten naast elkaar, zonder zelf duidelijk standpunt in te nemen. Al valt dat laatste mijn inziens wat buiten het kader van dit voortreffelijke boek dat aanzet tot een grondige reflectie over de plaats van religie in onze hedendaagse samenleving.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Patrick Loobuyck (Red.), Samenleven met overtuiging(en), University Press Antwerp, 2015

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be