In gesprek met Mark Rutte

boek vrijdag 11 maart 2011

Derick-H. Maarleveld

Het liberalisme staat ideologisch internationaal onder druk en in tal van landen hebben liberale partijen het dan ook bijzonder moeilijk tegenover het opkomende populisme en nationalisme. Toch bestaat er een uitzondering. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland van 9 juni 2010 slaagde de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) erin om de grootste partij van het land te worden en met boegbeeld Mark Rutte de eerste liberale premier in Nederland te leveren sinds Pieter Cort van der Linden die het land bestuurde van 1913 tot 1918. Daarmee presteerde Rutte iets wat zijn roemrijke voorgangers als Hans Wiegel en Frits Bolkestein nooit was gelukt. Die weg van Rutte naar het Torentje (zeg maar de Wetstraat 16 in Nederland) gebeurde evenwel niet zonder slag of stoot. Nauwelijks vier jaar voordien zat de VVD op een dieptepunt met nauwelijks 22 zetels. Het vertrek van Ayaan Hirsi Ali, en de dissidentie van de liberale kamerleden Geert Wilders en Rita Verdonck, hadden voor een leegstroom gezorgd die de nieuwe fractieleider Rutte bijna deed wankelen. Hij kon maar nipt de voorzittersverkiezingen winnen en zijn rivale Rita Verdonck kreeg bij de verkiezingen van 2006 meer voorkeurstemmen dan hijzelf als lijsttrekker. En toch slaagde Rutte erin terug te vechten en op vier jaar tijd uit het tij helemaal te keren.

Over deze bijzondere prestatie schreef de Nederlandse schrijver en ondernemer Derick-H. Maarleveld een interessant boekje onder de titel In gesprek met Mark Rutte. Een liberaal premier waarin hij aan de hand van een fictief vraaggesprek de opgang en vooral de politieke strategie van Rutte in het jaar 2010 schetst. De antwoorden heeft de auteur geplukt uit de diverse interviews en toespraken die de lijsttrekker in dat jaar gaf. Dat geeft aan het zogenaamde interview een al te kunstmatig karakter en de auteur kan zijn sympathie voor Rutte ook niet wegsteken. Het resultaat is dan ook een soort hagiografie over een altijd vrolijke, intelligente en slimme partijleider die blijkbaar geen enkele tekortkoming heeft, laat staan dat hij grote fouten zou gemaakt hebben. Zo beschrijft Maarleveld quasi kritiekloos de vorming van het kabinet tussen VVD en CDA met gedoogsteun van de anti islampartij van Geert Wilders, terwijl dit juist sterk omstreden was. Toch is het een interessant portret van Rutte die ondanks interne strubbelingen en de lokroep van populisten lange tijd zijn eigen weg volgde en daardoor stilaan maar zeker aan geloofwaardigheid won, althans tot de verkiezingsdag. In die zin is het boekje ook een waarschuwing voor die liberalen die menen dat ze populistische, nationalistische en extreemrechtse partijen achterna moeten lopen.

‘Blijf jezelf’, is zowat de essentie van Rutte’s electorale en politieke succes. In een eerste deel beschrijft de auteur de opgang van de liberale voorman vanaf zijn voorzitterschap van de JOVD, de jongerenafdeling van de VVD, over zijn ervaringen als staatssecretaris in de eerste regering Balkenende, zijn greep naar het voorzitterschap van de fractie, tot de beruchte verkiezingen van 2010, de moeilijke regeringsvorming en uiteindelijk het premierschap. Over het feit dat Rutte lange tijd bekend stond als een eerder progressieve figuur met sympathie voor een meer sociaal gekleurd liberalisme, is echter plaats geen sprake meer. ‘Het etiket sociaal-liberaal heb ik mijzelf nooit opgeplakt’, aldus Rutte. Dat kan waar zijn, maar het werd wel regelmatig over hem verteld en hij heeft dat toen zeker niet tegengesproken. Dat hij vroeger alvast niet tot de rechtervleugel van zijn partij behoorde, blijkt uit het feit dat hij in de persoon van Rita Verdonck met een echte ‘rechtse’ kandidaat had af te rekenen. In elk geval beschouwt Rutte zich als een liberaal in hart en nieren. Zijn grote voorbeeld is Thorbecke, die hij beschouwt als de grootste Nederlandse staatsman, en die de grondlegger was van de Nederlandse grondwet tegen de zin van de conservatieven in. Een ander voorbeeld voor hem is de liberale voorman Pieter Cort van der Linden die in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen invoerde.

Zelf houdt Rutte er een optimistische, zelfs voluntaristische houding op na. Zoals de 20ste eeuw werd beheerst door het collectivisme, zo ziet hij de 21ste eeuw als die van het individu. Dat wil niet zeggen dat hij zich afkeert van solidariteit. Hij wijst terecht op het feit dat juist liberalen ooit begonnen zijn met het opzetten van sociale wetgeving. De overheid heeft dus wel een rol te spelen in de bescherming van de zwakkeren, maar dat wil Rutte niet doen ‘door ze een leven lang in de bijstand te parkeren’. Even duidelijk is hij over de noodzaak om de staatsschuld terug te dringen via allerlei besparingen. Het klinkt paradoxaal, maar het is vooral met dit standpunt dat Rutte steeds hoger klom in de peilingen. Terwijl de andere partijen, ook de PVV van Wilders, zich terughoudend opstelden om zwaar te snoeien in de overheidsuitgaven, maakte Rutte er zijn strijdpunt van. Juist in de periode dat de economische crisis wereldwijd toesloeg (denk aan de situatie in Griekenland), zagen steeds meer mensen de VVD als de beste bewaker van de overheidsfinanciën. Eén en ander doet denken aan de sterke verkiezingscampagne van de voormalige PVV in Vlaanderen in 1981 onder de slogan ‘niet u maar de staat leeft boven zijn stand’. Ook toen groeide de geloofwaardigheid van de liberalen tot een hoogtepunt. En misschien was dat ook een van de tekortkomingen van de Open Vld bij de laatste verkiezingen, namelijk door al te veel mee in het communautaire moeras te stappen en te laat voorstellen heeft gedaan om ons land sociaal-economisch vooruit te helpen.

Toch zag het er bij de start van de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen niet zo goed uit voor de latere winnaar Mark Rutte. De sociaal-democraten van de PVDA schoven de Amsterdamse burgemeester Job Cohen naar voor als hun nieuwe politieke leider waardoor die in de peilingen omhoog schoten. Maar tijdens de opeenvolgende mediadebatten bleek Cohen niet zo sterk te zijn dan Rutte. Die laatste had met zijn nadruk op besparingen de verkiezingen handig laten uitdraaien op een strijd tussen socialisten en liberalen. Op dat ogenblik was Balkenende al uitgeteld. En anders dan zijn politieke rivalen maakte Rutte duidelijk dat de besparingen niet pijnloos en makkelijk zouden worden. De peilingen stuwden de VVD nu naar de kopplaats. Tot een televisie-uitzending waarin werd beweerd dat gezinnen met een gehandicapt kind en bijstandmoeders door het VVD-programma zwaar zouden getroffen worden. Het zorgde voor een nieuwe aanval van de PVDA op Rutte die nek aan nek streden om de grootste partij te worden. Uiteindelijk haalde de VVD het met één zetel meer dan de PVDA. Daarmee werd de VVD voor het eerst de grootste partij van Nederland, maar wel met het laagste aantal zetels als grootste partij ooit. De kaarten waren door de kiezers bijzonder ingewikkeld geschud en de kabinetsformatie zou dan ook heel lang duren.

De bladzijden over de manier waarop Rutte zijn ‘ideale’ coalitie, namelijk van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV realiseerde, zijn de beste maar vanuit een liberaal-humanistische visie ook de meest beschamende van het boek. De auteur legt goed het strategische spel van de protagonisten bloot. Dramatisch was de positie van het CDA dat intern sterk verdeeld was over de samenwerking met de anti islampartij van Wilders. Op een congres met meer dan 5.000 aanwezigen keurde het CDA uiteindelijk in met de regeringsdeelname. Verrassend was het feit dat er binnen de liberale rangen zo weinig weerstand bestond tegen de gedoogsteun van Wilders. Het is duidelijk dat Rutte hier koos op basis van pragmatisme en niet op ideologische gronden. Voor al wie het programma van Wilders kent is dit een bizarre houding. De liberale waarden van vrijheid en verdraagzaamheid staan immers haaks op de manier waarop de PVV-leider grote groepen mensen op basis van hun geloof en afkomst stigmatiseert. Daarbij komt nog het feit dat op sociaal economisch vlak, Wilders een eerder links en behoudsgezind programma verdedigt. In elk geval laat de auteur er geen enkele twijfel over bestaan dat Rutte deze coalitievorm al ruim voordien voor ogen had. Daar zit ongetwijfeld een strategische reden achter, namelijk de overtuiging dat men de PVV op een of andere manier méé in de boot moest trekken teneinde rechtse kiezers vast te houden. Mét steun van Wilders wil Rutte nu een bijzonder streng migratiebeleid voeren, zo streng zelf dat sommigen zich nu al afvragen of ze wel aanvaardbaar zullen zijn voor de Europese Unie en of ze nog passen binnen een liberaal-humanistische levensvisie.

De belangrijkste conclusie die men uit dit ‘gesprek’ kan trekken, is dat in de politiek niets onmogelijk is voor zover men geloofwaardigheid tentoon spreidt. Op vier jaar tijd is Rutte erin geslaagd om zijn partij die aan de grond zat, opnieuw op te bouwen tot de sterkste in Nederland. Daar is hij tot de dag van de verkiezingen in geslaagd door een eigen en duidelijke koers te volgen, de kiezers geen valse beloftes te doen, maar integendeel, ze duidelijk te maken dat de maatregelen pijn zouden doen, om er later weer beter van te worden. ‘Snoeien om later weer te bloeien’. Over zijn daden na de verkiezingen en in de toekomst, en over de samenwerking met een populistische partij van Wilders, moeten echter wél vraagtekens geplaatst worden. Op de avond van de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart riep hij triomfantelijk: ‘We gaan dat prachtige Nederland teruggegeven aan de Nederlanders!'’ Daarmee maakt hij zich de slogan van extreemrechts van Wilders eigen. Rutte heeft hiermee zijn ziel aan de duivel verkocht. Samenwerken met een partij die mensen niet beoordeelt op hun daden en talenten, maar op hun afkomst en geloof, is een liberaal onwaardig. Thorbecke zou zich alvast in zijn graf omgekeerd hebben.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Derick-H. Maarleveld, In gesprek met Mark Rutte. Een liberaal premier, Bert Bakker, 2011

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be